Wet van 23 november 1995, houdende bepalingen inzake de arbeids- en rusttijden

Type Wet
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 219
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
2.

Bij arbeid verricht door de in artikel 5:12, tweede lid, bedoelde personen wordt het niet naleven van de artikelen 5:3, eerste en tweede lid, 5:4, eerste lid, 5:5, eerste en tweede lid, 5:7, eerste en tweede lid, 5:8, eerste tot en met vijfde lid, zevende en negende lid, 5:9, eerste tot en met zevende lid, 5:14, derde lid, 5:15, zevende lid, 5:16, eerste lid, voor zover het niet naleven van dit artikellid een overtreding oplevert alsmede – voor zover aangeduid als overtredingen – de voorschriften krachtens de artikelen 2:7, eerste lid, en 5:12, tweede lid, aangemerkt als strafbaar feit, als daardoor de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht of redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de verkeersveiligheid ernstig in gevaar is gebracht.

3.

Ingeval bij of krachtens deze wet wordt verwezen naar het AETR-verdrag, kan overtreding daarvan ook als strafbaar feit worden aangemerkt indien dat verdrag in de Engelse taal is gesteld en bekend gemaakt.

§ 10.1. Overtredingen

Artikel 11:4

De terzake van deze wet in de Wet op de economische delicten strafbaar gestelde feiten, gelden ten opzichte van elk persoon, met of ten aanzien van wie de overtreding van deze wet en de daarop berustende bepalingen is gepleegd, en met betrekking tot elke dag in de loop waarvan deze overtreding is gepleegd.

§ 10.1. Overtredingen

Artikel 11:5

De uitreiking van gerechtelijke mededelingen in zaken betreffende overtredingen, welke voortvloeien uit een op de artikelen 4:3, tweede tot en met vierde lid, en 5:12, tweede lid, berustende bepaling, met betrekking tot personen, werkzaam in of op een motorrijtuig, begaan door een niet in Nederland gevestigde werkgever, kan eveneens geschieden aan de bestuurder van dat motorrijtuig die zich bereid verklaart om de mededeling onverwijld aan degene voor wie zij is bestemd te doen toekomen.

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

§ 10.2. Het boeterapport

Boeterapport

Artikel 12:1

Waar in deze wet niet anders wordt bepaald, wordt de voordracht tot een algemene maatregel van bestuur Ons gedaan door Onze Minister.

Het opleggen van de boete

Artikel 12:2

1.

Onze Minister stelt de vergoeding vast die verschuldigd is voor de kosten van de stukken, opgemaakt op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de vergoeding, verschuldigd voor de kosten van de behandeling van een ontheffingsaanvraag, tenzij zulks betrekking heeft op de in artikel 5:12, tweede lid, onderscheiden categorieën van arbeid.

2.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat stelt de vergoeding vast die verschuldigd is voor de kosten van de stukken, opgemaakt of middelen afgegeven, op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen voor de in artikel 5:12, tweede lid, onderscheiden categorieën van arbeid, alsmede de vergoeding, verschuldigd voor de kosten van de behandeling van een ontheffingsaanvraag voor die onderscheiden categorieën van arbeid.

3.

Het aan het goedkeuren, aan het toezicht en aan de erkenning, bedoeld in artikel 9:1, verbonden tarief alsmede de wijze van betaling daarvan worden vastgesteld door de Dienst Wegverkeer en kunnen voor verschillende vormen van toezicht en verschillende soorten van erkenningen verschillend worden gesteld. Artikel 4q, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is van overeenkomstige toepassing.

§ 12.2. Wijziging regelgeving in verband met de Arbeidstijdenwet

Het opleggen van de boete

Artikel 12:3

Deze wet wordt aangehaald als: Arbeidstijdenwet.

Het opleggen van de boete

Artikel 12:4

Wijzigt de Locaalspoor- en Tramwegwet.

Geen oplegging van de bestuurlijke boete

Artikel 12:5

Vervallen

De hoogte van de bestuurlijke boete

Artikel 12:6

Vervallen

Inlichtingenplicht jegens de boeteoplegger

Artikel 12:7

Wijzigt het Wetboek van Koophandel.

Aanmaning

Artikel 12:8

Vervallen

Terugbetaling

Artikel 12:9

Wijzigt de Luchtvaartwet.

Terugbetaling

Artikel 12:10

Vervallen

Terugbetaling

Artikel 12:11

Wijzigt de Wet medezeggenschap onderwijs 1992.

Toepasselijkheid van de paragraaf

Artikel 12:12

Wijzigt de Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart.

Artikel 12:13

Vervallen

Bijzondere aansprakelijkheid

Artikel 12:14

Vervallen

Artikel 12:15

Vervallen

Artikel 12:16

Vervallen

Artikel 12:17

Vervallen

Artikel 12:18

Vervallen

Artikel 12:19

Vervallen

Bijzondere aansprakelijkheid

Ziektewet

Artikel 12:20

Wijzigt de Ziektewet.

Arbeidswet 1919, Stuwadoorswet, Wet wekelijkse rustdag toonkunstenaars, Rijtijdenwet 1936 en Wet arbeids- en rusttijden zeescheepvaart

Artikel 12:21

Vervallen

Phosphorluciferwet 1901

Artikel 12:22

Wijzigt de Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten.

Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten

Artikel 12:23

Wijzigt de Wet op de gevaarlijke werktuigen.

Wet op de gevaarlijke werktuigen

Artikel 12:24

Wijzigt de Stoomwet.

Arbeidswet 1919, Stuwadoorswet, Wet wekelijkse rustdag toonkunstenaars, Rijtijdenwet 1936 en Wet arbeids- en rusttijden zeescheepvaart

Artikel 12:25

Wijzigt de Bestrijdingsmiddelenwet 1962.

Phosphorluciferwet 1901

Artikel 12:26

Wijzigt de Wet Gevaarlijke stoffen.

Wet Gevaarlijke Stoffen

Artikel 12:27

Wijzigt de Leerplichtwet 1969.

Spoorwegwet

Artikel 12:28

Wijzigt de Wet op de loonvorming.

Locaalspoor- en Tramwegwet

Artikel 12:29

Wijzigt de Wet op de ondernemingsraden.

Mijnwet 1903

Artikel 12:30

Vervallen

Artikel 12:31

Vervallen

Wetboek van Koophandel

Artikel 12:32

Vervallen

Wet op de bedrijfsorganisatie

Artikel 12:33

Wijzigt de Binnenschepenwet.

Luchtvaartwet

Artikel 12:34

Vervallen

Mijnwet continentaal plat

Artikel 12:35

Wijzigt de Wet goederenvervoer over de weg.

§ 12.5. Slotbepalingen

Artikel 12:36

Waar in deze wet niet anders wordt bepaald, wordt de voordracht tot een algemene maatregel van bestuur Ons gedaan door Onze Minister.

Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart

Artikel 12:37

Onze Minister zendt binnen 5 jaar na de inwerkingtreding van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van deze wet in de praktijk.

Evaluatie

Artikel 12:38

1.

Onze Minister stelt de vergoeding vast die verschuldigd is voor de kosten van de stukken, opgemaakt op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen alsmede de vergoeding, verschuldigd voor de kosten van de behandeling van een ontheffingsaanvraag, tenzij zulks betrekking heeft op de in artikel 5:12, tweede lid, onderscheiden categorieën van arbeid.

2.

Onze Minister van Verkeer en Waterstaat en Onze Minister tezamen stellen de vergoeding vast die verschuldigd is voor de kosten van de stukken, opgemaakt of middelen afgegeven, op grond van deze wet en de daarop berustende bepalingen voor de in artikel 5:12, tweede lid, onderscheiden categorieën van arbeid, alsmede de vergoeding, verschuldigd voor de kosten van de behandeling van een ontheffingsaanvraag voor die onderscheiden categorieën van arbeid.

3.

Het aan het goedkeuren, aan het toezicht en aan de erkenning, bedoeld in artikel 9:1, verbonden tarief alsmede de wijze van betaling daarvan worden vastgesteld door de Dienst Wegverkeer en kunnen voor verschillende vormen van toezicht en verschillende soorten van erkenningen verschillend worden gesteld. Artikel 4q, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is van overeenkomstige toepassing.

Tarifering

Artikel 12:39

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen, onderdelen of subonderdelen verschillend kan worden gesteld.

Inwerkingtreding

Artikel 12:40

Deze wet wordt aangehaald als: Arbeidstijdenwet.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4:1a

De werkgever houdt, voor zover dat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd, bij de vaststelling van het arbeidstijdpatroon van de werknemer rekening met de persoonlijke omstandigheden van de werknemer buiten de arbeid, waaronder in elk geval begrepen de zorg(taken) voor kinderen, (afhankelijke) familieleden, verwanten en naasten alsmede maatschappelijke verantwoordelijkheden die door de werknemer worden gedragen.

Registratie

§ 4.2. Jeugdige werknemers

Arbeid in verband met onderwijs

§ 4.3. Vrouwelijke werknemers

Voedingsrecht

§ 4.4. Gezondheidsproblemen in relatie met het verrichten van nachtdiensten

Hoofdstuk 5. Arbeids- en rusttijden

§ 5.1. Algemene bepalingen

Gelijkstelling met arbeidstijd

§ 5.2. Arbeids- en rusttijden

Arbeid op zondag

Plotseling onvoorziene situaties

§ 5.4. Vrijstelling en ontheffing

§ 5.5. Samenloop

Hoofdstuk 6. Medezeggenschapsaspecten

Vergezelrecht en recht op een onderhoud

Hoofdstuk 7. Overige bestuursrechtelijke aspecten

Algemene wet bestuursrecht

Eis tot naleving

Hoofdstuk 8. Toezicht

Nadere voorschriften registratiemiddelen

Aanwijzing toezichthouders

§ 8.1. Toezicht

Aansprakelijkheid

§ 8.3. Geheimhouding

Artikel 8:8

Vervallen

Artikel 8:9

Vervallen

Hoofdstuk 9. Zelfstandige bestuursorganen

§ 8.5. Gegevensuitwisseling

Hoofdstuk 9. Zelfstandige bestuursorganen

§ 10.1. Overtredingen

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

§ 10.3. Oplegging van de boete

Het opleggen van de boete

§ 12.2. Wijziging regelgeving in verband met de Arbeidstijdenwet

Betaling van de boete

Strafbepalingen

Strafbepalingen

Burgerlijk Wetboek

Wet medezeggenschap onderwijs 1992

§ 12.5. Slotbepalingen

Citeertitel

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Nadere voorschriften registratiemiddelen

Hoofdstuk 8. Toezicht

§ 8.1. Toezicht

Aanwijzing toezichthouders

Het bevel tot staken van de arbeid

§ 8.3. Geheimhouding

Artikel 8:10

Vervallen

Artikel 9:2

1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent:

  • a. de erkenning van de natuurlijke of rechtspersonen, bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, de aanvraag van een erkenning, de voor een erkenning gestelde eisen, en de aan een erkenning te verbinden voorschriften en de intrekking of schorsing van een erkenning;
  • b. de aanvraag en het gebruik van middelen ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herstellen van een apparaat als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, alsmede van het vastleggen en doorgeven van de daarin opgeslagen gegevens;
2.

De voordracht van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt Ons gedaan door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Hoofdstuk 9. Zelfstandige bestuursorganen

Aanwijzing beboetbare feiten

Artikel 10:1

1.

Als overtreding wordt aangemerkt het niet naleven van de artikelen 3:2, eerste en vierde lid, 3:3, tweede lid, 3:4, 3:5, eerste lid, 4:1, zesde lid, 4:3, eerste lid, 4:6, 5:3, eerste en tweede lid,5:4, eerste lid, 5:5, eerste en tweede lid, 5:7, eerste en tweede lid, 5:8, eerste tot en met vijfde lid, zevende en negende lid, 5:9, eerste tot en met zevende lid, 5:14, derde lid, 5:15, zevende lid, 5:16, eerste lid, voor zover het niet naleven van dit artikellid een overtreding oplevert, 8:6, tweede lid, alsmede – voor zover aangeduid als overtredingen – de voorschriften krachtens de artikelen 2:7, eerste lid, 4:3, tweede tot en met vierde lid, 5:12, eerste en tweede lid, 8:1, vijfde lid, en 9:2, eerste lid, ten aanzien van het gebruik van middelen ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herstellen van een apparaat als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid.

2.

Ingeval een artikel of voorschrift, bedoeld in het eerste lid, verwijst naar het AETR-verdrag, kan overtreding daarvan ook worden bestraft met een bestuurlijke sanctie indien dat verdrag in de Engelse taal is gesteld en bekend gemaakt.

Aanwijzing overtredingen

Artikel 10:2

Vervallen

§ 10.2. Het boeterapport

Boeterapport

Artikel 10:3

1.

Onverminderd artikel 5:48, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt het rapport in ieder geval:

  • a. de bij de overtreding betrokken persoon of personen;
  • b. het officiële nummer waaronder het desbetreffende vervoermiddel is geregistreerd, voor zover in verband met de overtreding van belang.
2.

Het rapport wordt toegezonden aan de op grond van artikel 10:5, eerste of tweede lid, aangewezen ambtenaar.

§ 10.2. Het boeterapport

Boeterapport

Artikel 10:4

Vervallen

Boeterapport

Artikel 10:5

1.

Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar legt de bestuurlijke boete op aan de natuurlijke of rechtspersoon op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als overtreding.

2.

Voor zover het de in artikel 5:12, tweede lid, onderscheiden categorieën van arbeid betreft legt een daartoe door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister tezamen aangewezen ambtenaar de bestuurlijke boete op aan de natuurlijke persoon of rechtspersoon op wie de verplichtingen rusten welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover het niet naleven daarvan is aangeduid als overtreding.

3.

De ter zake van deze wet en de daarop berustende bepalingen gestelde overtredingen gelden ten opzichte van elke persoon, met of ten aanzien van wie de overtreding is begaan, en met betrekking tot elke dag in de loop waarvan deze overtreding is begaan.

4.

Indien een werknemer die in dienst is van een buiten Nederland gevestigde werkgever in diens opdracht arbeid verricht voor een in Nederland gevestigde werkgever, rusten de verplichtingen welke voortvloeien uit deze wet en de daarop berustende bepalingen, voor zover deze zijn aangeduid als overtredingen, mede op de hiervoor bedoelde in Nederland gevestigde werkgever.

Artikel 10:6

Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd, indien een gedraging die in strijd is met deze wet of de daarop berustende bepalingen, tevens een strafbaar feit als bedoeld in artikel 11:3 oplevert.

Artikel 10:7

1.

De bestuurlijke boete die voor een overtreding kan worden opgelegd bedraagt ten hoogste het bedrag van de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

2.

Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 10:5, eerste of tweede lid, aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 100 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het zesde lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden, is geconstateerd en de bestuurlijke boete wegens de eerdere overtreding onherroepelijk is geworden.

3.

De verhoging van de bestuurlijke boete, bedoeld in het tweede lid, bedraagt 200 procent indien zowel de overtreding als de eerdere overtreding, bedoeld in dat lid, bij of krachtens algemene maatregel van bestuur zijn aangewezen als ernstige overtredingen.

4.

Onverminderd het eerste lid verhoogt de op grond van artikel 10:5, eerste of tweede lid, aangewezen ambtenaar de op te leggen bestuurlijke boete met 200 procent van het boetebedrag, vastgesteld op grond van het zesde lid, indien binnen een tijdvak van vijf jaar voorafgaand aan de dag van constatering van de overtreding twee maal een eerdere overtreding, bestaande uit het niet naleven van eenzelfde wettelijke verplichting of verbod of het niet naleven van bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen en verboden, is geconstateerd en de bestuurlijke boeten wegens de eerdere overtredingen onherroepelijk zijn geworden.

5.

In afwijking van het tweede en vierde lid is het tijdvak van vijf jaar in die leden tien jaar indien de onherroepelijke boetes, bedoeld in die leden, zijn opgelegd wegens bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aangewezen ernstige overtredingen.

6.

Onze Minister stelt beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor de overtredingen worden vastgesteld. Voor overtredingen begaan door personen, bedoeld in artikel 5:12, tweede lid, stellen Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister tezamen beleidsregels vast waarin de boetebedragen voor die overtredingen worden vastgesteld. Artikel 5:53 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing indien een artikel gesteld bij of krachtens de wet op grond waarvan een bestuurlijke boete kan worden opgelegd, niet is nageleefd.

7.

In afwijking van artikel 8:69 van de Algemene wet bestuursrecht kan de rechter in beroep of hoger beroep de hoogte van de boete ook ten nadele van de belanghebbende wijzigen.

Artikel 10:8

Vervallen

Artikel 10:9

Vervallen

§ 10.4. Inlichtingenplicht en terugbetaling

Inlichtingenplicht jegens de boeteoplegger

Artikel 10:10

De persoon aan wie een bestuurlijke boete is opgelegd, verstrekt desgevraagd aan de daartoe op grond van artikel 10:5, eerste of tweede lid, aangewezen ambtenaar de inlichtingen die redelijkerwijs voor de tenuitvoerlegging van de bestuurlijke boete nodig zijn.

Inlichtingenplicht jegens de boeteoplegger

Artikel 10:11

Vervallen

Terugbetaling

Artikel 10:12

Vervallen

§ 10.5. Terugbetaling

Artikel 10:13

Indien een bestuurlijke boete ten onrechte is opgelegd, wordt deze binnen zes weken nadat is vastgesteld dat de bestuurlijke boete ten onrechte is vastgesteld, aan de rechthebbende terugbetaald.

§ 10.6. Bijzondere voorschriften voor bestuurders van motorrijtuigen zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland

Hoofdstuk 11. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

Toepasselijkheid Nederlandse strafwet

Toepasselijkheid Nederlandse strafwet

Toepasselijkheid Nederlandse strafwet

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Strafoplegging

Spoorwegwet

Locaalspoor- en Tramwegwet

Arbeidswet 1919, Stuwadoorswet, Wet wekelijkse rustdag toonkunstenaars, Rijtijdenwet 1936 en Wet arbeids- en rusttijden zeescheepvaart

Phosphorluciferwet 1901

Spoorwegwet

Locaalspoor- en Tramwegwet

Mijnwet 1903

Burgerlijk Wetboek

§ 12.3

§ 12.4. Wijziging regelgeving samenhangende met de Inspectiedienst SZW

Ziektewet

Arbeidswet 1919

Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten

Wet op de gevaarlijke werktuigen

Ziektewet

Arbeidswet 1919

Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten

Wet op de gevaarlijke werktuigen

Stoomwet

Bestrijdingsmiddelenwet 1962

Wet Gevaarlijke Stoffen

Leerplichtwet 1969

Wet op de loonvorming

Wet op de ondernemingsraden

Arbeidsomstandighedenwet

§ 12.5. Slotbepalingen

Binnenschepenwet

Wet arbeid gehandicapte werknemers

Wet goederenvervoer over de weg

Citeertitel

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 10:14

1.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • a. voertuig: een motorrijtuig en een trekker;
  • b. kenteken: het kenteken waaronder een voertuig in het buitenland is geregistreerd.
2.

Voor de toepassing van deze paragraaf wordt verstaan onder «motorrijtuig», «trekker» en «bestuurder», hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 4, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, van Verordening (EG) nr. 561/2006.

Artikel 10:15

1.

In afwijking van de paragrafen 10.2 tot en met 10.4, met uitzondering van artikel 10:7, eerste en zesde lid, kan deze paragraaf worden toegepast:

  • a. indien de overtreding heeft plaatsgevonden met of door middel van een voertuig waarvan aannemelijk is dat de houder van het kenteken of de bestuurder geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft, of
  • b. in geval van een in Nederland vastgestelde overtreding, begaan door een bestuurder van een motorrijtuig die geen bekende woon- of verblijfplaats in Nederland heeft danwel in opdracht van een niet in Nederland gevestigde werkgever, voor zover het betreft vervoer waarop verordening (EG) nr. 561/2006 of het AETR-verdrag van toepassing is.
2.

In geval van vaststelling van een overtreding als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt geen bestuurlijke boete opgelegd indien voor die overtreding reeds een sanctie is opgelegd dan wel een procedure tot het opleggen van een sanctie is gestart.

Artikel 10:16

1.

Een bestuurlijke boete wordt opgelegd door de toezichthouder, bedoeld in artikel 8:1, eerste lid, of in artikel 8:1, tweede lid, ten aanzien van de in artikel 5:12, tweede lid, onderdeel a, bedoelde personen ten aanzien van arbeid door hen verricht in of op motorrijtuigen.

2.

Onverminderd artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht vermeldt de beschikking in ieder geval:

  • a. het officiële nummer waaronder het desbetreffende voertuig is geregistreerd;
  • b. de houder van het kenteken.

Voorlopige maatregelen

Artikel 10:17

De in artikel 10:16 bedoelde toezichthouders kunnen vorderen dat de bestuurlijke boete terstond wordt voldaan.

Voorlopige maatregelen

Artikel 10:18

De in artikel 10:16 bedoelde toezichthouders zijn bevoegd bij wijze van voorlopige maatregel het voertuig naar een door hen aangewezen plaats te doen overbrengen en in bewaring te stellen, dan wel aan het voertuig een mechanisch hulpmiddel te doen aanbrengen, waardoor verhinderd wordt dat het voertuig wordt weggereden. Zij kunnen vorderen dat, alvorens het voertuig aan de bestuurder wordt teruggegeven, naast de kosten van overbrenging en bewaring eveneens de bestuurlijke boete zal worden voldaan.

Hoofdstuk 11. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

Strafoplegging

Uitreiking gerechtelijke mededelingen

Voordracht

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Tarifering

Citeertitel

Wetboek van Koophandel

Wet op de bedrijfsorganisatie

Luchtvaartwet

Mijnwet continentaal plat

Wet medezeggenschap onderwijs 1992

Wet vaartijden en bemanningssterkte binnenvaart

§ 12.3

§ 12.4. Wijziging regelgeving samenhangende met de Inspectiedienst SZW

Ziektewet

Arbeidswet 1919

Wet op het algemeen verbindend en het onverbindend verklaren van bepalingen van collectieve arbeidsovereenkomsten

Wet op de gevaarlijke werktuigen

Stoomwet

Bestrijdingsmiddelenwet 1962

Wet Gevaarlijke Stoffen

Wet op de economische delicten

Binnenschepenwet

Wet arbeid gehandicapte werknemers

Wet goederenvervoer over de weg

§ 12.5. Slotbepalingen

Evaluatie

Tarifering

Inwerkingtreding

Citeertitel

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 7:6

1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent de goedkeuring, verlening, afgifte, weigering, schorsing, intrekking of inname door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat van het middel:

  • a. terzake van een deugdelijke registratie als bedoeld in artikel 4:3, tweede en derde lid, ten aanzien van arbeid verricht door personen werkzaam in of op motorrijtuigen;
  • b. ten behoeve van de controle op een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden ten aanzien van arbeid verricht door personen werkzaam in of op motorrijtuigen, bedoeld in artikel 8:5;
  • c. bedoeld in artikel 9:2 ten behoeve van het installeren, onderzoeken of herstellen van een apparaat als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid, alsmede van het vastleggen en doorgeven van de daarin opgeslagen gegevens.
2.

De voordracht van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid wordt Ons gedaan door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

Artikel 7:7

1.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat houdt een registratie bij van de in artikel 7:6, eerste lid, bedoelde middelen en daarbij behorende gegevens van betrokkenen.

2.

De in het eerste lid bedoelde gegevens kunnen worden verwerkt in het belang van een goede uitvoering en handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften met betrekking tot een rechtmatig bezit en gebruik van de in artikel 7:6, eerste lid, bedoelde middelen.

3.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen regels worden gesteld over de verstrekking van de in het eerste lid bedoelde gegevens aan belanghebbenden voor zover zulks in het belang is van een goede uitvoering en handhaving van de bij of krachtens deze wet gestelde voorschriften met betrekking tot een rechtmatig bezit en gebruik van de in artikel 7:6, eerste lid, bedoelde middelen en over de wijze van verwerken van deze gegevens.

Hoofdstuk 8. Toezicht

Aansprakelijkheid

§ 8.3. Geheimhouding

§ 8.3. Geheimhouding

Hoofdstuk 9. Zelfstandige bestuursorganen

Dienst Wegverkeer

Aanwijzing overtredingen

Aanwijzing overtredingen

Aanwijzing overtredingen

Geen oplegging van de bestuurlijke boete

De hoogte van de bestuurlijke boete

Vervaltermijn

§ 10.4. Inlichtingenplicht en terugbetaling

§ 10.6. Bijzondere voorschriften voor bestuurders van motorrijtuigen zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland

§ 10.6. Bijzondere voorschriften voor bestuurders van motorrijtuigen zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland

Begrippen

Begrippen

Betaling van de boete

Betaling van de boete

Hoofdstuk 11. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

Toepasselijkheid Nederlandse strafwet

Bijzondere aansprakelijkheid

Strafbepalingen

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Voordracht

§ 12.2. Wijziging regelgeving in verband met de Arbeidstijdenwet

§ 12.3

§ 12.4. Wijziging regelgeving samenhangende met de Inspectiedienst SZW

Leerplichtwet 1969

Wet op de loonvorming

Wet op de ondernemingsraden

Arbeidsomstandighedenwet

Wet op de economische delicten

§ 12.5. Slotbepalingen

Evaluatie

Tarifering

Inwerkingtreding

Citeertitel

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Arbeidstijd

Arbeid in nachtdienst

Consignatie

Plotseling onvoorziene situaties

Voordracht

Tarifering

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 9.2. Exameninstantie installateur en reparateur tachograaf

Aanwijzing overtredingen

§ 10.4. Inlichtingenplicht en terugbetaling

§ 10.5. Terugbetaling

Hoofdstuk 11. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

Toepasselijkheid Nederlandse strafwet

Toepasselijkheid Nederlandse strafwet

Toepasselijkheid Nederlandse strafwet

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Uitreiking gerechtelijke mededelingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 8.5. Gegevensuitwisseling

Hoofdstuk 9. Zelfstandige bestuursorganen

Dienst Wegverkeer

Hoofdstuk 10. Bestuursrechtelijke handhaving

§ 10.1. Overtredingen

§ 10.4. Inlichtingenplicht en terugbetaling

§ 10.4. Inlichtingenplicht en terugbetaling

§ 10.5. Terugbetaling

Toepasselijkheid van de paragraaf

Hoofdstuk 11. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4:1b. Tijdelijke aanpassing arbeidstijdpatroon na ouderschapsverlof

Vervallen

Mededeling arbeids- en rusttijdenpatroon

§ 4.3. Vrouwelijke werknemers

Arbeid en zwangerschap

Bevalling

Arbeid na bevalling

Voedingsrecht

Hoofdstuk 5. Arbeids- en rusttijden

§ 5.1. Algemene bepalingen

Gelijkstelling met de zondag

§ 5.2. Arbeids- en rusttijden

Dagelijkse onafgebroken rusttijd

Pauzeregeling

Wekelijkse onafgebroken rusttijd

§ 5.3. Bijzondere voorschriften

§ 5.5. Samenloop

Hoofdstuk 6. Medezeggenschapsaspecten

Beraadslaging

Informatierecht

Hoofdstuk 7. Overige bestuursrechtelijke aspecten

Vrijstelling en ontheffing

Nadere voorschriften inzake vrijstelling en ontheffing

Hoofdstuk 8. Toezicht

§ 8.2. Het bevel tot staken van de arbeid

Het bevel tot staken van de arbeid

Aansprakelijkheid

§ 8.3. Geheimhouding

§ 8.4. Controlemiddelen toezichthouders

Hoofdstuk 10. Bestuursrechtelijke handhaving

Aanwijzing overtredingen

§ 10.4. Inlichtingenplicht en terugbetaling

Inlichtingenplicht jegens de boeteoplegger

Begrippen

Hoofdstuk 11. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 8:3a. Bevel tot staken van de arbeid in verband met recidive

1.

Een daartoe door Onze Minister aangewezen, onder hem ressorterende ambtenaar kan, nadat een overtreding van een voorschrift of verbod bij of krachtens deze wet is geconstateerd die bestuurlijk beboetbaar is gesteld of op grond van de Wet op de economische delicten strafbaar is gesteld, aan de werkgever een schriftelijke waarschuwing geven dat bij herhaling van de overtreding of bij een latere overtreding van eenzelfde in de waarschuwing aangegeven wettelijke verplichting of verbod of bij of krachtens algemene maatregel van bestuur aan te wijzen soortgelijke verplichtingen of verboden, door hem een bevel kan worden opgelegd dat door hem aangewezen werkzaamheden voor ten hoogste drie maanden worden gestaakt dan wel niet mogen worden aangevangen. Artikel 8:1, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.

2.

Indien een waarschuwing als bedoeld in het eerste lid is gegeven en herhaling van de overtreding of een latere overtreding als bedoeld in het eerste lid is geconstateerd, kan door de ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, aan de werkgever bij beschikking een bevel als bedoeld in het eerste lid worden opgelegd dat wordt opgevolgd met ingang van het in de beschikking aangeven tijdstip. Deze beschikking wordt niet gegeven zolang wegens de eerste overtreding, bedoeld in het eerste lid, nog niet een bestuurlijke boete is opgelegd of een proces-verbaal is opgemaakt.

3.

De constatering van de overtreding, bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt vastgelegd in een boeterapport of proces-verbaal.

4.

De waarschuwing, bedoeld in het eerste lid, vervalt indien na de dagtekening van de waarschuwing vijf jaren zijn verstreken.

5.

De ambtenaar, bedoeld in het eerste lid, is bevoegd met betrekking tot het bevel, bedoeld in het tweede lid, met inbegrip van de oplegging van een last onder bestuursdwang, de nodige maatregelen te treffen, de nodige aanwijzingen te geven en de hulp van de sterke arm in te roepen.

6.

Ieder wie zulks aangaat is verplicht zich te gedragen overeenkomstig een bevel als bedoeld in het tweede lid en een maatregel of aanwijzing als bedoeld in het vijfde lid.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot het eerste en tweede lid.

Hoofdstuk 10. Bestuursrechtelijke handhaving

§ 10.2. Het boeterapport

§ 10.5. Terugbetaling

Hoofdstuk 11. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Citeertitel

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Hoofdstuk 10. Bestuursrechtelijke handhaving

§ 10.3. Oplegging van de boete

Artikel 9:3

1.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan een instantie aanwijzen die belast is met het afnemen van een examen en het afgeven van een diploma met betrekking tot het installeren, onderzoeken of herstellen van een apparaat ter controle als bedoeld in artikel 9:1, eerste lid.

2.

De instantie, aangewezen op grond van het eerste lid, kan een tarief vaststellen voor het examen, bedoeld in dat lid.

3.

Bij regeling van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het examen en het diploma, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 10. Bestuursrechtelijke handhaving

§ 10.3. Oplegging van de boete

§ 10.6. Bijzondere voorschriften voor bestuurders van motorrijtuigen zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland

Voorlopige maatregelen

Hoofdstuk 11. Strafbaarstelling en daarmee samenhangende bepalingen

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)