Besluit van 4 december 1995, houdende nadere regels inzake de arbeids- en rusttijden

Type AMvB
Publication 2024-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op voordracht van Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 11 juli 1995, AV/RV/95/1620;

Gelet op de Richtlijnen van de Raad van de Europese Unie van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (PbEG 1993, L 307) en van 22 juni 1994 betreffende de bescherming van jongeren op het werk (PbEG 1994, L 216);

Gelet op de artikelen 2:1, eerste lid, 2:7, eerste lid, 4:3, tweede en vierde lid, en 5:12, eerste lid, van de Arbeidstijdenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 4 september 1995, no. W12.95 0352);

Gezien het nader rapport van voornoemde minister van 28 november 1995, Directie Wetgeving, Bestuurlijke en Juridische Aangelegenheden, nr. WBJA/W2/95/1377;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Begrip alternatieve sanctie

Artikel 1:1. Begrippen

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Overige begrippen

Artikel 1:2

Vervallen

Gelijkstelling rusttijd

Artikel 1:3

Vervallen

Hoofdstuk 2. Toepassingsgebied van de wet

§ 2.1. Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet

Leidinggevenden en hoger personeel

Artikel 2.1:1
1.

De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder:

2.

Het eerste lid, onder a, is niet van toepassing op de werknemer die:

3.

De hoogte van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, bedraagt:

Bij een werknemer die in deeltijd werkt wordt het bedrag naar rato van zijn deeltijdfactor toegepast.

4.

Het jaarlijks in geld vastgesteld loon, bedoeld in het eerste lid, wordt jaarlijks door of namens Onze Minister medegedeeld in de Staatscourant.

Vrijwilligers, vrijwillige brandweer, sport, wetenschappelijk onderzoek, gezinshuisouder, podiumkunstenaars, medisch specialisten en school- en vakantiekampen

Artikel 2.1:2
1.

De artikelen 4:1, 4:2 en 4:3, hoofdstuk 5 en hoofdstuk 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 16 jaar of ouder, die vrijwilliger is als bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de Wet op de loonbelasting 1964. Voor zover de werknemer, bedoeld in de eerste zin, een jeugdige werknemer is, verricht hij geen arbeid tussen 23.00 uur en 06.00 uur.

2.

De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de vrijwillige brandweer, voor zover deze arbeid het repressief optreden bij brand of ongeval betreft en die arbeid voortvloeit uit een oproep, waaraan die werknemer niet verplicht is gehoor te geven.

3.

De artikelen 4:2 en 4:3 en de hoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder, die:

Dienst Koninklijk Huis

Artikel 2.1:3

Paragraaf 5.2 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn van toepassing op arbeid verricht door een werknemer van 18 jaar of ouder in dienst van de Dienst Koninklijk Huis, tenzij bijzondere omstandigheden om redenen van veiligheid en privacy samenhangend met de leden van het Koninklijk Huis de toepassing van die paragraaf en de daarop berustende bepalingen belemmeren.

Handelsondernemingen en kantoren

Artikel 2.1:4
1.

Artikel 5:5, tweede lid, onder b, van de wet, is niet van toepassing op arbeid verricht door werknemers in handelsondernemingen en kantoren.

2.

Het eerste lid blijft buiten toepassing indien de aard van de arbeid of de bedrijfsomstandigheden dit met zich brengen.

3.

Het tweede lid kan uitsluitend bij collectieve regeling of, indien geen collectieve regeling van toepassing is dan wel de collectieve regeling geen bepalingen terzake bevat, telkens met instemming van de betrokken werknemer worden toegepast. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige zin of het tweede lid is bepaald, het eerste lid buiten toepassing wordt gelaten, is nietig.

Geestelijk ambt

Artikel 2.1:5

Artikel 5:6 van de wet is niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer in verband met het vervullen van een geestelijk ambt alsmede op arbeid verricht door de werknemer die hem in de uitoefening van dat ambt bijstaat.

Loonbepaling

Artikel 2.1:6

De hoogte van het bedrag, bedoeld in artikel 2.1:5, eerste lid, bedraagt:

Podiumkunstenaars

Artikel 2.1:7

Deartikelen 4:2 en 4:3 en dehoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder, die uitsluitend of in hoofdzaak als acteur, artiest of musicus in zijn levensonderhoud voorziet.

School- en vakantiekampen

Artikel 2.1:8

Deartikelen 4:2 en 4:3 en dehoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn op ten hoogste 14 dagen in elke periode van 26 achtereenvolgende weken niet van toepassing op werknemers van 18 jaar of ouder die arbeid verrichten welke bestaat uit het leiden of begeleiden van leerlingen onderscheidenlijk personen tijdens schoolkampen of -reizen onderscheidenlijk vakantiedagen of -kampen, welke in het kader van de onderwijsinstelling, een accommodatie waarin verblijf als bedoeld in artikel 4 van het Uitvoeringsbesluit Wet op de jeugdzorg wordt geboden, of een inrichting voor verpleging of verzorging worden georganiseerd en welke arbeid buiten die instelling, accommodatie, onderscheidenlijk inrichting wordt verricht, mits die werknemer na het verrichten van deze arbeid een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren, welke rusttijd dient in te gaan uiterlijk op de derde dag na terugkeer van de bedoelde schoolkampen of -reizen onderscheidenlijk vakantiedagen of -kampen.

Sport

Artikel 2.1:9

Deartikelen 4:2 en 4:3 en dehoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder, die uitsluitend of in hoofdzaak door middel van het beoefenen van sport in zijn levensonderhoud voorziet.

Vrijwillige brandweer en politie

Artikel 2.1:10
1.

Deartikelen 5:9, eerste lid, eerste volzin, 5:11, derde lid, onderdeel d, en vierde lid, en 5:15, met uitzondering van het vijfde lid, van de wet zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder die zich als vrijwilliger beschikbaar heeft gesteld voor de gemeentelijke brandweer en als zodanig door burgemeester en wethouders is aangesteld en werkzaam is.

2.

Deartikelen 5:9, eerste lid, eerste volzin, en 5:15, met uitzondering van het vijfde lid, van de wet zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, van de Politiewet 1993.

Wetenschappelijk onderzoek

Artikel 2.1:11

Deartikelen 4:2 en 4:3 en dehoofdstukken 5 en 6 van de wet en de daarop berustende bepalingen zijn niet van toepassing op arbeid verricht door de werknemer van 18 jaar of ouder, die wetenschappelijk onderzoek verricht, voor zover de aard van dit onderzoek of de in het onderzoek toe te passen processen dit noodzakelijk maken.

Specialisten

Artikel 2.1:12

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.