Tijdelijke beleidsregeling bijdragen vaarwegaansluitingen

Type Ministeriële regeling
Publication 1996-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Besluit:

§ 1. Algemeen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

De Minister kan bijdragen verstrekken in de investeringskosten ten behoeve van vaarwegaansluitingen, waaronder mede begrepen de uitbreiding of verbetering van bestaande vaarwegaansluitingen of het reactiveren van in onbruik geraakte vaarwegaansluitingen in het kader van de stimulering van intermodaal en multimodaal vervoer. De bijdrage kan worden verstrekt voor zowel investeringen ten behoeve van de infrastructuur als ten behoeve van de vast geïnstalleerde en mobiele uitrusting die nodig is voor de overslag van en naar de vaarweg.

Artikel 3
1.

Het subsidieplafond bedraagt voor het jaar 1996 f 5.000.000,‐.

2.

De Minister stelt in het meerjarenprogramma, bedoeld in artikel 1 van de Wet Infrastructuurfonds, het subsidieplafond vast voor het eerstvolgende kalenderjaar, beginnend met het jaar 1997.

§ 2. Aanvraag om een bijdrage

Artikel 4
1.

De aanvraag om een bijdrage wordt ingediend door tussenkomst van de Hoofdingenieur-Directeur van Rijkswaterstaat in de betrokken regio.

2.

Bij een aanvraag verstrekt de aanvrager, onverminderd artikel 4, eerste lid, van het Besluit:

3.

Indien een aanvraag niet volledig is, stelt de Minister de aanvrager in de gelegenheid binnen vier weken de aanvraag aan te vullen. Indien na ommekomst van deze termijn de aanvraag niet volledig is, besluit de Minister de aanvraag niet te behandelen.

§ 3. Beslissing op de aanvraag

Artikel 5

De Minister beslist niet op de aanvraag zolang op een verzoek tot surséance van betaling of faillissement van de aanvrager de rechter niet onherroepelijk heeft beslist.

Artikel 6

De Minister wijst de aanvraag in ieder geval af, indien:

Artikel 7
1.

De bijdrage voor een project bedraagt ten hoogste 50% van de geraamde kosten van infrastructuur en van de vast geïnstalleerde en mobiele uitrusting die nodig is voor de overslag van en naar de vaarweg, doch niet meer dan f 1.500.000,-.

2.

De Minister kan aan de verlening van een bijdrage nadere voorschriften verbinden.

3.

Bij de vaststelling van de bijdrage bepaalt de Minister tevens de hoeveelheid goederen die de aanvrager redelijkerwijs via de te subsidiëren vaarwegaansluiting ten minste moet overslaan. Deze vervoersgarantie wordt van kracht op het tijdstip dat het betrokken project in gebruik wordt genomen en geldt voor een periode van vijf jaar.

§ 4. Verplichtingen van de aanvrager

Artikel 8

De aanvrager:

§ 5. Toezicht

Artikel 9
1.

De Minister wijst toezichthouders aan, die bevoegd zijn inlichtingen te verlangen en inzage te verlangen van zakelijke gegevens en bescheiden, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

2.

Zij zijn bevoegd van de gegevens en bescheiden kopieën te maken.

3.

Indien het maken van kopieën niet ter plaatse kan geschieden, zijn zij bevoegd de gegevens en bescheiden voor dat doel gedurende korte tijd mee te nemen tegen een bewijs van ontvangst.

Artikel 10
1.

De door de Minister aangewezen toezichthouders zijn bevoegd elke plaats te betreden, met uitzondering van een woning zonder toestemming van de bewoner, voor zover dat voor de vervulling van hun taak redelijkerwijs nodig is.

2.

Zij zijn bevoegd zich te doen vergezellen door personen die daartoe door hen zijn aangewezen, voor zover dit voor het doel van het betreden redelijkerwijs noodzakelijk is.

§ 6. Vaststelling, uitbetaling en verantwoording van de bijdrage

Artikel 11
1.

De Minister stelt de definitieve bijdrage vast binnen vier weken na de indiening van de stukken, bedoeld in artikel 14, tweede lid, van het Besluit.

2.

De Minister betaalt de in het eerste lid bedoelde bijdrage uit binnen tien weken na de vaststelling onder verrekening van de reeds betaalde bedragen (slotdeclaratie).

3.

Voor zover de reeds betaalde bedragen de vastgestelde bijdrage overschrijden, zijn deze terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar.

4.

Vaststelling vindt niet plaats zolang op een verzoek tot surséance van betaling of faillissement van de aanvrager niet onherroepelijk is beslist door de rechter.

§ 7. Beëindiging van het project

Artikel 12

Het project kan met toestemming van de Minister tussentijds worden beëindigd. Aan deze toestemming kan de Minister nadere voorwaarden verbinden.

§ 8. Intrekking van de bijdrage

Artikel 13
1.

In ieder geval kan de Minister de bijdrage geheel of gedeeltelijk intrekken, indien:

2.

De reeds betaalde bedragen zijn bij intrekking van de bijdrage terstond en zonder enige ingebrekestelling opeisbaar.

§ 9. Evaluatiebepaling

Artikel 14

In 2001 brengt de Minister een rapport uit, houdende evaluatie van de doelmatigheid en doeltreffendheid van deze regeling.

§ 10. Slotbepalingen

Artikel 15
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1996.

2.

De Minister geeft voor het laatst in 2000 toepassing aan § 3.

Artikel 16

Deze beleidsregeling wordt aangehaald als: Tijdelijke beleidsregeling bijdragen vaarwegaansluitingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.