Besluit van 22 december 1995, houdende regels ten aanzien van de inkomsten van militairen
Op de voordracht van de Staatssecretaris van Defensie van 11 augustus 1995, nr. PAV 6011/95014842;
Gelet op artikel 125 van de Ambtenarenwet en artikel 12 van de Militaire ambtenarenwet 1931;
De Raad van State gehoord (advies van 14 december 1995, nr. W07.95.0432);
Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Defensie van 20 december 1995, nr. PAV 6011/95023787;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- Arbodienst: een voor de militair aangewezen arbodienst als bedoeld in de Arbeidsomstandighedenwet;
- bezoldiging: het salaris, in voorkomend geval vermeerderd met de overbruggingstoelage, bedoeld in artikel 9, en de garantietoelage minimumloon, bedoeld in artikel 10;
- commandant: een bij ministeriële regeling aan te wijzen functionaris;
- de commandant operationeel commando: de Commandant Zeestrijdkrachten, de Commandant Landstrijdkrachten, de Commandant Luchtstrijdkrachten en de Commandant Koninklijke Marechaussee, voor het desbetreffende commando;
- deskundige persoon: een voor de militair aangewezen deskundige persoon als bedoeld in artikel 14, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet die belast is met de taken, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel b, van die wet;
- gewezen militair: de ontslagen militair, voor zover hij heeft behoort tot degenen die zijn aangesteld bij het beroepspersoneel of daarmee gelijk zijn gesteld;
- gezin en gezinsleden: de echtgenoot, respectievelijk echtgenote van de militair en de kinderen, stief- en pleegkinderen van de militair of van de echtgenoot respectievelijk echtgenote;
- hoofd defensieonderdeel:
- 1°. de Secretaris-Generaal, voor zover het betreft de Bestuursstaf;
- 2°. de commandant operationeel commando voor het desbetreffende commando;
- 3°. de directeur van de Defensie Materieel Organisatie, voor zover het betreft de Defensie Materieel Organisatie, met uitzondering van het deel ondergebracht in de Bestuursstaf;
- 4°. de commandant van het Commando Dienstencentra, voor zover het betreft het Commando Dienstencentra;
- inkomsten: alle bedragen waarop de militair aanspraak kan maken bij of krachtens dit besluit;
- maand: een kalendermaand;
- militair: de militaire ambtenaar in de zin van artikel 1, eerste en tweede lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931;
- Nagelaten betrekkingen:
- 1°. De echtgenoot, echtgenote of geregistreerd partner van de overleden militair;
- 2°. De achtergebleven partner die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt;
- 3°. Minderjarige kinderen of minderjarige pleegkinderen;
- Officier: de militair met de rang van luitenant ter zee der derde klasse, tweede luitenant of met een hogere rang;
- Onze Minister: Onze Minister van Defensie;
- Pensioengevend inkomen: de in de berekeningsgrondslag pensioenen opgenomen inkomensbestanddelen dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de militair is vastgesteld op grond van artikel 23a;
- rang: een militaire rang en stand of klasse, voor zover niet titulair toegekend;
- salaris: het bedrag dat met inachtneming van de bepalingen van dit besluit voor de militair is vastgesteld op grond van artikel 5;
- salarisschaal: een reeks van salarissen, behorende bij een bepaalde rang;
- salaristrede: het getal dat in een salarisschaal na een salaris is vermeld;
- verhoogde bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel 1, verhoogd met 8 procent vakantie-uitkering en het percentage vaste vergoeding extra beslaglegging als bedoeld in artikel 11b en de eindejaarsuitkering als bedoeld in artikel 15;
- werknemersverzekering: Werkloosheidswet, Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan wel de Ziektewet.
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder militair: degene die is aangesteld in burgerlijke openbare dienst om bij de krijgsmacht als geestelijk verzorger werkzaam te zijn.
Met inachtneming van artikel 1, derde en vierde lid, van het Algemeen militair ambtenarenreglement wordt in dit besluit en de daarop berustende bepalingen mede verstaan onder echtgenote of echtgenoot:
- 1°. de geregistreerde partner;
- 2°. degene die door de militair als partner is aangemeld bij de Stichting Pensioenfonds ABP en door het bestuur van dat fonds als zodanig is aangemerkt, op voorwaarde dat de militair een bewijs van die aanmelding heeft overgelegd aan de commandant;
Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:
- a. fase één: fase één als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel l van het Algemeen militair ambtenarenreglement;
- b. fase twee: fase twee als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel m van het Algemeen militair ambtenarenreglement;
- c. fase drie: fase drie als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel n van het Algemeen militair ambtenarenreglement.
Artikel 2. Afwijking van dit besluit
Onze Minister kan in geval van buitengewone omstandigheden, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden, tijdelijk afwijken van hetgeen bij of krachtens dit besluit is bepaald, indien en voor zolang dit met het oog op de goede uitvoering van de operationele taken van de krijgsmacht noodzakelijk wordt geacht.
Bij ministeriële regeling kunnen voorts afwijkende regelen worden gesteld ten aanzien van militairen, die zijn tewerkgesteld of ingezet:
- a. onder leiding of toezicht van een orgaan van de Verenigde Naties;
- b. bij of ten behoeve van een bondgenootschappelijk orgaan of bondgenootschappelijke strijdkrachten;
- c. ten behoeve van operaties in het kader van internationale overeenkomsten of andere verplichtingen door Nederland aangegaan;
- d. buiten het Ministerie van Defensie anders dan in de gevallen, bedoeld onder a, b en c.
Artikel 3. Vaststelling inkomsten
Voor zover in dit besluit niet anders is bepaald, heeft de militair aanspraak op inkomsten voor elke dag dat hij in werkelijke dienst is; daarbij wordt een gedeelte van een dag aangemerkt als een volle dag.
Bij de vaststelling van inkomsten die zijn uitgedrukt per maand wordt een maand gesteld op dertig dagen. Bij de berekening over een gedeelte van een maand wordt het bedrag per dag vastgesteld door het maandbedrag te delen door dertig. Een wijziging van inkomsten op de eenendertigste van een maand gaat in op de eerste dag van de volgende maand.
Tenzij anders is bepaald, kan op inkomsten die zijn uitgedrukt per dag of per tijdseenheid van langere duur en die niet tot de bezoldiging behoren, slechts aanspraak bestaan voor de tijd dat aanspraak bestaat op bezoldiging. Bedoelde inkomsten worden dan toegekend in evenredigheid met de bezoldiging waarop aanspraak bestaat.
De militair aangesteld bij het reservepersoneel, die in werkelijke dienst is op grond van artikel 12l, derde lid, van de Militaire ambtenarenwet 1931 heeft geen aanspraak op inkomsten.
De bezoldiging van de militair aangesteld bij het reservepersoneel in werkelijke dienst bedraagt per feitelijk gewerkt uur 1/165e van de maandbezoldiging, met een maximum van 165 uren per maand.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de vaststelling van de inkomsten van de militair aangesteld bij het reservepersoneel.
Artikel 3a. Nabetalingen
Vervallen
Artikel 3b. Berekening pensioen gevend inkomen
Vervallen
Hoofdstuk 2. Bezoldiging
Artikel 4. Toepasselijkheid opleidingstabel of salaristabel
De opleidingstabel, bedoeld in bijlage A, is van toepassing op militairen die het algemene deel van hun eerste initiële opleiding nog niet hebben afgerond.
De salaristabel, bedoeld in bijlage B, is van toepassing op militairen op wie de opleidingstabel, bedoeld in het eerste lid, niet van toepassing is.
Bij ministeriële regeling wordt per initiële opleiding vastgesteld wat onder het algemene deel van de initiële opleiding, bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan.
Artikel 5. Salaris
De militair heeft aanspraak op een salaris dat wordt bepaald met inachtneming van:
- a. het krijgsmachtdeel waartoe diegene behoort;
- b. diens rang en
- c. diens salaristrede.
Artikel 5a. Vaste vergoeding extra beslaglegging
Ter zake van extra beslaglegging ontvangt de militair een maandelijkse toelage, bestaande uit een percentage van de voor hem geldende bezoldiging.
In afwijking van het eerste lid wordt voor de militair die aanspraak heeft op een afwijkende bezoldiging de toelage verminderd overeenkomstig de mate waarin die bezoldiging afwijkt van de bezoldiging bedoeld in het eerste lid.
Het percentage bedoeld in het eerste lid, wordt bepaald aan de hand van het maandbedrag van de bezoldiging, volgens onderstaande tabel:
per 1 juli 2008
| bezoldiging | bezoldiging | percentage | ||
|---|---|---|---|---|
| t/m | € 2.797,84 | 9,3% | ||
| van | € 2.797,85 | t/m | € 3.198,46 | 8,8% |
| van | € 3.198,47 | t/m | € 3.749,09 | 7,7% |
| van | € 3.749,10 | t/m | € 6.222,81 | 6,3% |
| vanaf | € 6.222,82 | 4,6% |
Onder een afwijkende bezoldiging bedoeld in het tweede lid wordt verstaan de bezoldiging in geval van:
- a. ongeoorloofde afwezigheid;
- b. vermissing;
- c. verlof;
- d. ziekte;
- e. schorsing, vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis;
- f. wachtgeld als bedoeld in het Tijdelijk besluit uitstroom bevorderende maatregel Defensie.
Vervallen
Artikel 7. Toekennen salaris of salaristrede
Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair op wie de opleidingstabel van toepassing is met gebruikmaking van deze opleidingstabel een salaris toe op basis van de alsdan geldende rang en leeftijd.
Het hoofd defensieonderdeel kent aan de militair op wie de salaristabel van toepassing is met gebruikmaking van deze salaristabel een salaristrede toe binnen de bij diens rang behorende salarisschaal op basis van de kennis en ervaring van de militair.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de uitvoering van het tweede lid van dit artikel.
Artikel 8. Toekenning salaristrede bij bevordering
Aan de militair op wie de salaristabel van toepassing is, wordt bij een bevordering als bedoeld in de artikelen 24 en 24a van het Algemeen militair ambtenarenreglement met gebruikmaking van deze salaristabel met ingang van de eerste dag van de maand waarin de bevordering plaatsvindt, de salaristrede toegekend van het naast hogere bedrag in de salarisschaal van diens rang na de bevordering.
Bij samenloop in dezelfde maand van de toekenning van een salaristrede, bedoeld in het eerste lid, en de verhoging van de salaristrede, bedoeld in artikel 7c, eerste lid, wordt eerst uitvoering gegeven aan de toekenning van een salaristrede op grond het eerste lid en daarna wordt uitvoering gegeven aan de verhoging van de salaristrede op grond van artikel 7c, eerste lid.
Bij de Koninklijke landmacht, Koninklijke luchtmacht en Koninklijke marechaussee wordt de salaristrede binnen de salarisschaal met één verhoogd bij de bevordering van:
- a. korporaal naar korporaal der eerste klasse;
- b. marechaussee der tweede klasse naar marechaussee der eerste klasse;
- c. sergeant naar sergeant der eerste klasse;
- d. wachtmeester naar wachtmeester der eerste klasse en
- e. tweede luitenant naar eerste luitenant.
Bij de Koninklijke marine wordt, na dezelfde periode waarop vergelijkbare rangen van de andere krijgsmachtdelen als bedoeld in het derde lid worden bevorderd, aan de matroos der eerste klasse, de korporaal dan wel de luitenant ter zee der 2e klasse de salaristrede binnen de salarisschaal met één verhoogd.
De verhoging van de salaristrede, bedoeld in het derde of het vierde lid, vindt onverkort plaats naast de verhoging van de salaristrede, bedoeld in artikel 7c, eerste en derde lid.
Artikel 8a. Overgangsbepaling 1 juni 2001
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.