Regeling van de Minister van Verkeer en Waterstaat, houdende toepassing van de artikelen 6, eerste lid en 8, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen voor de verontreinigingsheffing rijkswateren
Gelet op artikel 20, tweede lid, van de Wet verontreiniging oppervlaktewateren, de artikelen 19 en 20, van het Uitvoeringsbesluit verontreiniging rijkswateren en de artikelen 6, eerste lid, en 8, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen;
Besluit:
Artikel 1
Het uitnodigen tot het doen van aangifte, bedoeld in artikel 6, eerste lid van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, geschiedt door het uitreiken van een aangiftebiljet.
Artikel 2
Het doen van aangifte, bedoeld in artikel 8, eerste lid, onderdeel a, Algemene wet inzake rijksbelastingen, geschiedt door het inleveren van het uitgereikte aangiftebiljet met de daarbij gevraagde beschieden.
Artikel 3
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.