Wet van 26 januari 1996, houdende wijziging van onder meer de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (bestuursorganisatie van en medezeggenschap in hogescholen)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de bestuursorganisatie van en de medezeggenschap in hogescholen te versterken;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel I
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel II
Het instellingsbestuur stelt uiterlijk 1 jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet het bestuursreglement vast.
Artikel III
Het instellingsbestuur draagt zorg dat uiterlijk 1 jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet verkiezingen voor de medezeggenschapsraad, bedoeld in artikel 10.17 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, plaatsvinden.
Totdat de medezeggenschapsraad overeenkomstig het eerste lid tot stand is gekomen, treden de leden van de bij inwerkingtreding van deze wet bestaande medezeggenschapsraad op als leden van de medezeggenschapsraad in de zin van artikel 10.17 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek zoals dat artikel luidt na de inwerkingtreding van deze wet.
Het eerste en het tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op deelraden en gemeenschappelijke medezeggenschapsraden.
Artikel IV
Het instellingsbestuur legt uiterlijk vier maanden na het tijdstip waarop de verkiezingen ingevolge artikel III, eerste lid, hebben plaatsgevonden, een ontwerp van het medezeggenschapsreglement voor aan de medezeggenschapsraad. De raad spreekt zich binnen vier maanden uit over het voorstel. Het instellingsbestuur stelt het reglement slechts vast voor zover het, na overleg al dan niet gewijzigde, voorstel de instemming van twee derden van het aantal leden van de raad heeft verworven.
Het medezeggenschapsreglement, bedoeld in artikel 10.17 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, vervalt op het tijdstip waarop het instellingsbestuur het medezeggenschapsreglement, bedoeld in het eerste lid, vaststelt, tenzij het instellingsbestuur met instemming van de raad bepaalt dat het geheel of gedeeltelijk op een eerder tijdstip vervalt.
Artikel V
Ten aanzien van geschillen die voor de inwerkingtreding van deze wet door het instellingsbestuur zijn voorgelegd aan een commissie voor geschillen als bedoeld in artikel 10.23 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, zoals dat luidde op de dag voor de inwerkingtreding van deze wet, blijft het recht zoals het gold voor de inwerkingtreding van deze wet van toepassing.
Artikel VI
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel VII
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel VIII
Bevat wijzigingen in andere regelgeving.
Artikel IX
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.