Mandaatregeling VWS

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Besluit:

Hoofdstuk 1. Definities en reikwijdte

Artikel 1. Definities

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 1a. Personeelsaangelegenheden

Vervallen

Artikel 1b. Machtiging

Hetgeen in deze regeling is bepaald met betrekking tot mandaat is van overeenkomstige toepassing op machtiging.

Hoofdstuk 2. Algemene bepalingen

Artikel 2. Uitoefening bevoegdheid door mandaatgever
1.

De mandaatgever blijft bevoegd de gemandateerde bevoegdheid uit te oefenen.

2.

De mandaatgever kan het mandaat te allen tijde beëindigen.

Artikel 3. Aanwijzingen en inlichtingen
1.

De mandaatgever kan ter zake van de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid zowel algemene als bijzondere aanwijzingen geven.

2.

De gemandateerde verschaft de mandaatgever op diens verzoek inlichtingen over de uitoefening van de bevoegdheid.

Artikel 4. Toerekening aan mandaatgever

Een door de gemandateerde binnen de grenzen van zijn bevoegdheid genomen besluit geldt als een besluit van de mandaatgever.

Artikel 5. Beperking uitoefening mandaat

Vervallen

Artikel 6. Vermelden mandaatgever

Een krachtens mandaat genomen besluit vermeldt namens welk bewindspersoon het besluit is genomen.

Artikel 7. Vervanging
1.

Bij afwezigheid of verhindering van een gemandateerde wordt, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, diens bevoegdheid uitgeoefend door de plaatsvervanger, behoudens de bevoegdheid tot het verlenen, wijzigen of intrekken van een ondermandaat.

2.

Indien een gemandateerde geen plaatsvervanger heeft is, voor de duur van de afwezigheid of verhindering, ieder ander lid van diens collegiaal managementteam dan wel ieder hoofd van een direct onder de betrokken gemandateerde ressorterende organisatie-eenheid bevoegd tot de uitoefening van de bevoegdheid, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk 3. Verlening algemeen mandaat

Artikel 8. De Secretaris-Generaal

De Secretaris-Generaal heeft mandaat ten aanzien van alle stukken met uitsluiting van de stukken die ingevolge artikel 11 door de Minister dienen te worden ondertekend.

Artikel 9. De plaatsvervangend Secretaris-Generaal

Behoudens artikel 12, heeft de plaatsvervangend Secretaris-Generaal mandaat ten aanzien van dezelfde stukken als de Secretaris-Generaal, voor zover die behoren tot zijn werkterrein.

Artikel 10
1.

Behoudens de artikelen 12 tot en met 15b hebben de volgende functionarissen mandaat ten aanzien van stukken die tot hun werkterrein behoren:

2.

Indien een directie of eenheid niet is verdeeld in organisatie-eenheden, heeft ieder ander lid van het collegiaal managementteam mandaat ten aanzien van stukken die tot het werkterrein van zijn directie of eenheid behoren.

Hoofdstuk 4. Beperkingen algemeen mandaat

Artikel 11. Minister
1.

De Minister ondertekent de stukken gericht aan:

2.

Ten aanzien van de in het eerste lid, onder d en e, genoemde colleges geldt het in de aanhef van het eerste lid gestelde niet voor zover het gaat om bestuursrechtelijke procedures onderscheidenlijk stukken van ondergeschikt beleidsmatig of politiek belang.

3.

Voorts worden de volgende stukken door de Minister ondertekend:

Artikel 12. Secretaris-Generaal

In afwijking van de artikelen 9 en 10 heeft de Secretaris-Generaal het mandaat met betrekking tot de stukken bestemd voor de Nationale ombudsman.

Artikel 13

In afwijking van artikel 10 hebben de Secretaris-Generaal, de Directeuren-Generaal van het kernministerie en de functionarissen genoemd in artikel 10, eerste lid, onder b, c en e, ieder mandaat ten aanzien van beleidsregels, alsmede ten aanzien van circulaires die tot hun werkterrein behoren en die worden gebruikt voor:

Artikel 14
1.

In afwijking van artikel 10 hebben ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften ten behoeve van procedures bij de bestuursrechter en machtigingen om de Minister daarin te vertegenwoordigen de volgende functionarissen mandaat:

2.

In afwijking van artikel 10 hebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar, behoudens de gevallen genoemd in het derde lid.

3.

In afwijking van artikel 10 hebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland.

4.

In afwijking van het tweede lid en derde blijft aan de Minister voorbehouden de bevoegdheid tot het nemen van een besluit inzake een bezwaar tegen een besluit dat door de Minister dan wel door de Secretaris-Generaal namens de Minister is genomen.

5.

Op machtigingen, verleend ten behoeve van het vertegenwoordigen van de Minister in procedures bij de bestuursrechter, zijn de artikelen 16, vijfde lid, voor zover het de goedkeuring van de Secretaris-Generaal betreft, en 17 niet van toepassing.

6.

Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar.

7.

In afwijking van het tweede lid hebben de inspecteur-generaal, de directeur Strategie, het divisiehoofd Juridische Zaken en de teamleiders van de teams Bezwaar & Beroep 1 en Bezwaar & Beroep 2 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren.

8.

In aanvulling op het eerste lid, onder c, hebben de directeur Strategie en Organisatie en het hoofd Juridische Zaken van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd mandaat ten aanzien van verweerschriften met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren.

9.

In aanvulling op het eerste lid, onder c, hebben het divisiehoofd Juridische Zaken en de teamleiders van de teams Bezwaar & Beroep 1 en Bezwaar & Beroep 2 van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit mandaat ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften ten behoeve van procedures bij de bestuursrechter en machtiging om de Minister daarin te vertegenwoordigen met betrekking tot besluiten die tot hun werkterrein behoren.

10.

Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en het verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar, voor zover behorend tot het werkterrein van de directie Zorg en Jeugd in Caribisch Nederland.

Artikel 15. Wet open overheid
1.

In afwijking van artikel 10 hebben de Secretaris-Generaal, de plaatsvervangend Secretaris-Generaal en de Directeur Open Overheid ieder mandaat tot het nemen van besluiten in het kader van de Wet open overheid.

2.

In afwijking van artikel 14, tweede lid, hebben de Secretaris-Generaal en de Directeur Open Overheid mandaat tot het nemen van beslissingen op bezwaar in het kader van de Wet open overheid.

3.

In afwijking van artikel 14, eerste lid, hebben ten aanzien van verweerschriften en beroepschriften in het kader van de Wet open overheid ten behoeve van procedures bij de bestuursrechter en machtigingen om de Minister daarin te vertegenwoordigen de volgende functionarissen mandaat:

4.

Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Open Overheid hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een besluit in het kader van de Wet open overheid.

5.

Alle functionarissen ondergeschikt aan de Directeur Wetgeving en Juridische Zaken en de Directeur Open Overheid hebben mandaat met betrekking tot het nemen van beslissingen en verrichten van handelingen betreffende de voorbereiding van een beslissing op bezwaar.

Hoofdstuk 5. Ondermandaat

Artikel 16. Ondermandaat
1.

De directeur van een directie of eenheid is bevoegd ondermandaat of ondertekeningsmandaat te verlenen aan de Directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel met betrekking tot stukken ter zake van onderwerpen die tot het werkterrein van de Directie Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel behoren.

2.

De Directeur Organisatie, Bedrijfsvoering en Personeel kan aan andere ondergeschikten dan hoofden van direct onder hem ressorterende organisatie-eenheden ondermandaat verlenen. Deze bevoegdheid komt ook toe aan de andere functionarissen, genoemd in artikel 10, eerste lid, onder a tot en met j, en als bedoeld in artikel 10, tweede lid.

3.

De functionarissen, bedoeld in artikel 14, eerste en tweede lid, en artikel 15, eerste tot en met derde lid, zijn bevoegd om hoofden van direct onder hen ressorterende organisatie-eenheden, dan wel indien geen sprake is van een verdeling in organisatie-eenheden, de andere leden van het betrokken collegiale managementteam, ondermandaat dan wel machtiging te verlenen tot het geheel of gedeeltelijk uitoefenen van de daar genoemde bevoegdheden.

4.

Ondermandaat kan hetzij algemeen hetzij voor een bepaald geval verleend worden.

5.

Elk ondermandaat wordt schriftelijk verleend en behoeft goedkeuring van de Secretaris-Generaal.

6.

Op ondermandaat zijn de bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Hoofdstuk 5. Ondermandaat

Artikel 16a. Bijzonder ondermandaat

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.