Wijziging van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968 en van de ministeriële regeling van 22 december 1995 in verband met de bestrijding van constructies met betrekking tot onroerende zaken (Stcrt. 250) alsmede intrekking van twee ministeriële regelingen

Type Ministeriële regeling
Publication 1996-06-09
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 2a, eerste lid, onderdeel m, 7, vierde lid, 11, eerste lid, onderdeel a, onder 2º, en onderdeel b, onder 5°, 23, eerste lid, 25, zesde lid, 28d, 28i en 31, van de Wet op de omzetbelasting 1968, op onderdeel a, posten 7 en 8, van de bij die wet behorende tabel II, op artikel V, achtste lid en negende lid, onderdeel c, van de Wet van 18 december 1995 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968, de Wet op belastingen van rechtsverkeer en enkele andere belastingwetten in verband met de bestrijding van constructies met betrekking tot onroerende zaken (Stb. 659), op artikel II van de Wet van 24 december 1992 tot wijziging van de Wet op de omzetbelasting 1968 in verband met de afschaffing van de fiscale grenzen (Stb. 713), alsmede op de artikelen 4, eerste lid, onderdeel c, 24b, achtste lid, en 24ba, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit omzetbelasting 1968;

Besluit:

Artikel I

Wijzigt de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

Artikel II

Wijzigt de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968

Artikel III

Wijzigt de ministeriële regeling van 22 december 1995 in verband met de bestrijding van constructies met betrekking tot onroerende zaken (Stcrt. 250)

Artikel IV
1.

Ingeval de termijn gedurende welke de verhuur van onroerende zaken met toepassing van het keuzerecht voor belasting is uitgezonderd van de vrijstelling van omzetbelasting, is aangevangen vóór 31 maart 1995, 18.00 uur, behoeft de verklaring, bedoeld in artikel 6a, tweede lid, tweede volzin, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968, niet te worden overgelegd.

2.

Ingeval het boekjaar waarin de huurder de onroerende zaak met toepassing van het keuzerecht voor belasting is gaan huren, is geëindigd vóór 31 maart 1995, 18.00 uur, behoeft de verklaring, bedoeld in artikel 6a, zevende lid, eerste volzin, van de Uitvoeringsbeschikking omzetbelasting 1968, niet te worden overgelegd.

3.

Voor de toepassing van dit artikel geldt als boekjaar het boekjaar van de huurder.

Artikel V

De ministeriële regeling van 24 december 1992 ter uitvoering van de Richtlijn van de Raad van de EG van 14 december 1992 tot wijziging van Richtlijn 77/388/EEG (btw) (Stcrt. 252) wordt ingetrokken.

Artikel VI

De ministeriële regeling wijziging heffing omzetbelasting van 22 december 1993 (Stcrt. 251) wordt ingetrokken.

Artikel VII

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt voor ARTIKEL I, onderdelen E en F, en ARTIKEL IV terug tot en met 31 maart 1995, 18.00 uur, en voor ARTIKEL III terug tot en met 29 december 1995.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.