Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid
Gelet op de artikelen 16, 17, 19, 24, 103, vierde lid, 111 tot en met 116, 118, 145, onderdeel e, 191 en 193 van het Reglement rijbewijzen;
Besluit:
Artikel 1
De beperkingen met betrekking tot de rijbevoegdheid, bedoeld in de artikelen 16, 17, 19, 19a, 19c, 21, tweede lid, 24, 103, tiende tot en met twaalfde lid, 111 tot en met 116, 118, 118a, 145, onderdeel i, 191 en 193 van het Reglement rijbewijzen, worden in het rijbewijs aangeduid met de coderingen die zijn vastgesteld in de bij deze regeling behorende bijlage.
In het rijbewijs worden van de in de bij deze regeling behorende bijlage vastgestelde coderingen uitsluitend de hoofdcoderingen vermeld. De subcoderingen worden uitsluitend vermeld voor zover de vermelding op grond van richtlijn 2006/126/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 20 december 2006 betreffende het rijbewijs (Pb EU L 403) verplicht is.
In het rijbewijzenregister worden hoofdcoderingen en subcoderingen geregistreerd.
Artikel 2
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juni 1996.
Artikel 3
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid.
Bijlage. bij de Regeling coderingen beperkingen rijbevoegdheid
Geharmoniseerde communautaire codes
01.01 Bril
01.02 Contactlenzen
01.03 Beschermend glas
01.04 Ondoorschijnend glas of lens
01.05 Ooglap
01.06 Bril of contactlenzen
02.01 Gehoorprothese één oor
02.02 Gehoorprothese beide oren
03.01 Prothese/orthese arm
03.02 Prothese/orthese been
05.01 Alleen rijden bij daglicht (vanaf een uur na zonsopgang tot een uur voor zonsondergang)
05.02 Alleen rijden binnen een straal van … km vanaf de woonplaats van de rijbewijshouder of alleen binnen de stad/regio …
05.03 Alleen rijden zonder passagiers
05.04 Rijden met maximale snelheid van … km per uur
05.05 Rijden alleen toegestaan in gezelschap van andere rijbewijshouder
05.06 Rijden zonder aanhangwagen
05.07 Rijden op snelweg niet toegestaan
05.08 Alcohol niet toegestaan
10.01 Handschakeling
10.02 Automatische schakeling
10.03 Elektronisch bediende schakeling
10.04 Aangepaste hendel
10.05 Geen hulpversnellingsbak
15.01 Aangepast koppelingspedaal
15.02 Handkoppeling
15.03 Automatische koppeling
15.04 Afscherming vóór/opklapbaar/uitneembaar koppelingspedaal
20.01 Aangepast rempedaal
20.02 Groter rempedaal
20.03 Rempedaal geschikt voor bediening met linkervoet
20.04 Rempedaal met slof
20.05 Kantelbaar rempedaal
20.06 (Aangepaste) handbedrijfsrem
20.07 Maximale bedieningskracht bedrijfsrem...... N
20.08 Maximale bedieningskracht voor noodrem geïntegreerd in bedrijfsrem..... N
20.09 Aangepaste parkeerrem
20.10 Elektrisch bediende parkeerrem
20.11 (Aangepaste) voetbediende parkeerrem
20.12 Afscherming vóór/opklapbaar/uitneembaar rempedaal
20.13 Knierem
20.14 Elektrisch bediende bedrijfsrem
25.01 Aangepast gaspedaal
25.02 Gaspedaal met slof
25.03 Kantelbaar gaspedaal
25.04 Handmatig gas geven
25.05 Gas geven met de knie
25.06 Servo-acceleratiesysteem (elektronisch, pneumatisch, enz.)
25.07 Gaspedaal links van rempedaal
25.08 Gaspedaal aan linkerkant
25.09 Afscherming vóór/opklapbaar/uitneembaar gaspedaal
30.01 Parallelpedalen
30.02 Pedalen op (nagenoeg) gelijke hoogte
30.03 Gas geven en remmen door middel van schuifsysteem
30.04 Gas geven en remmen door middel van schuifsysteem met orthese
30.05 Opklapbare/uitneembare gas- en rempedalen
30.06 Vloerverhoging
30.07 Afscherming aan de kant van het rempedaal
30.08 Afscherming voor prothese aan de kant van het rempedaal
30.09 Afscherming vóór gas- en rempedalen
30.10 Hiel- of beenondersteuning
30.11 Gas geven en remmen via elektrische bediening
(verlichting, ruitenwisser, ruitensproeier, claxon, richtingaanwijzers, enz.)
35.01 Bedieningsorganen bedienbaar zonder dat het rijgedrag nadelig wordt beïnvloed
35.02 Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur en toebehoren los te laten (knop, gaffel, enz.)
35.03 Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur en toebehoren (knop, gaffel, enz.) met de linkerhand los te laten
35.04 Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur en toebehoren (knop, gaffel, enz.) met de rechterhand los te laten
35.05 Bedieningsorganen bedienbaar zonder het stuur en toebehoren (knop, gaffel, enz.) en de gecombineerde gas- en remmechanismen los te laten
40.01 Standaard stuurbekrachtiging
40.02 Extra stuurbekrachtiging
40.03 Stuurinrichting met back-upsysteem
40.04 Verlengde stuurkolom
40.05 Aangepast stuurwiel (groter en/of dikker stuurwiel, kleinere diameter stuurwiel, enz.)
40.06 Kantelbaar stuurwiel
40.07 Verticaal stuurwiel
40.08 Horizontaal stuurwiel
40.09 Voetbediend stuur
40.10 Eventuele andere aangepaste stuurinrichting (joystick, enz.)
40.11 Stuurknop
40.12 Handspalk op stuurwiel
40.13 Polsspalk op stuurwiel
42.01 Linker- of rechterbuitenspiegel
42.02 Buitenspiegel op voorspatbord
42.03 Extra binnenspiegel voor goed zicht op het verkeer
42.04 Panoramische binnenspiegel
42.05 Dodehoekspiegel
42.06 Elektrisch bediende buitenspiegel(s)
43.01 Bestuurdersstoel op een goede kijkhoogte en op normale afstand van het stuurwiel en de pedalen
43.02 Bestuurdersstoel aangepast aan lichaamsvorm
43.03 Bestuurdersstoel met zijsteun voor goede zitstabiliteit
43.04 Bestuurdersstoel met armleuningen .........
43.05 Verlengde stoelslede van bestuurdersstoel
43.06 Aangepaste veiligheidsgordel
43.07 Vierpuntsveiligheidsgordel
44.01 Eén remelement voor alle remhandelingen
44.02 (Aangepaste) handbediende rem (voorwiel)
44.03 (Aangepaste) voetbediende rem (achterwiel)
44.04 (Aangepaste) gashendel
44.05 (Aangepaste) handschakeling en handkoppeling
44.06 (Aangepaste) achteruitkijkspiegel(s)
44.07 (Aangepaste) bedieningsorganen (richtingaanwijzers, remlichten, enz.)
44.08 Zithoogte waarbij de bestuurder in zittende positie beide voeten tegelijk op de grond kan plaatsen
Administratieve vermeldingen
79.01: beperkt tot tweewielige voertuigen met of zonder zijspan.
79.02: beperkt tot drie- of vierwielige voertuigen van de categorie AM.
79.03: beperkt tot driewielige voertuigen.
79.04: beperkt tot driewielige voertuigen met een aanhangwagen waarvan de toegestane maximum massa ten hoogste 750 kg bedraagt;
79.05: voertuigen van de categorie A1, waarvan de vermogen/gewichtsverhouding meer bedraagt dan 0,1 kW per kg.
79.06: voertuigen van de categorie BE met een aanhangwagen of oplegger waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3.500 kg.
90.01: links van
90.02: rechts van
90.03: links
90.04: rechts
90.05: hand
90.06: voet
90.07: bedienbaar
De hulptekens die bij de vermelding van de subcodes mogen worden gebruikt zijn:
« , » wordt gebruikt als separator tussen codes; voorbeeld: 01.06,05.02 Ede,10.02,20.01,25.01;
« / » wordt gebruikt bij keuzemogelijkheid tussen twee (sub)codes of bij elkaar behoren de codes; voorbeeld: 40.01/(50 12345678)
« ( ) » wordt gebruikt om een aantal codes als eenheid samen te voegen bij gebruik van het « / » keuzeteken;
Bestuurder, houder van het getuigschrift, voldoet tot de achter de code vermelde einddatum aan de vakbekwaamheidsvereisten, bedoeld in de richtlijn vakbekwaamheid bestuurders (richtlijn 2003/59/EG) (bijvoorbeeld: 95.01.01.2012);
-
- Alleen tijdens privé-gebruik
-
- Tijdens privé-gebruik, en tijdens beroepsmatig gebruik, niet zijnde vervoer van personen of het onder toezicht doen besturen van derden, voor maximaal vier uren per dag
-
- Met gebruik van een monoculair bioptisch telescoopsysteem
-
- alleen rijden in een motorrijtuig waarin een alcoholslot als bedoeld in artikel 132e, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 is ingebouwd en waarvan het kenteken is gekoppeld aan de naam van de rijbewijshouder
-
- uitgezonderd beroepsmatig personenvervoer of het onder toezicht doen besturen van derden
Deze regeling zal worden geplaatst in de Staatscourant.