Besluit van 30 mei 1996, houdende uitvoering van de Wegenverkeerswet 1994 (Reglement rijbewijzen)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 17 november 1993, nr. R 163248, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Gelet op richtlijn nr. 91/439/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 29 juli 1991 betreffende het rijbewijs (PbEG L 237) en op de Wegenverkeerswet 1994;

De Raad van State gehoord (advies van 5 april 1994, nr. W09.93.0755);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 28 mei 1996, nr. R 219195, Hoofddirectie van de Waterstaat, Hoofdafdeling Bestuurlijke en Juridische Zaken;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Uitzonderingen rijbewijsplicht

Artikel 2
1.

Voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie AM, bromfietsen op twee wielen, is geen rijbewijs vereist:

2.

Voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie A1 is geen rijbewijs vereist:

3.

Voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie A2 is geen rijbewijs vereist:

4.

Voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorie A is geen rijbewijs vereist:

5.

De in het eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel a, derde lid, onderdeel a, of vierde lid, onderdeel a, bedoelde bestuurders zijn verplicht op de eerste vordering van de in artikel 159, onderdeel a, van de wet bedoelde personen de door het CBR verstrekte verklaring ter inzage af te geven.

Artikel 3

Voor het besturen van motorrijtuigen van de rijbewijscategorieën C1, C, D1, D, E en T is geen rijbewijs vereist bij het uitvoeren van de van het praktijk-examen deel uitmakende bijzondere verrichtingen voor zover het motorrijtuig daarbij niet onder toezicht wordt bestuurd:

Artikel 4

Voor het besturen van motorrijtuigen is geen rijbewijs vereist tijdens het afleggen van de in de artikelen 101, eerste lid, aanhef, en 103, negende lid, bedoelde rijproef, mits de bestuurder in het bezit is van een oproep voor die rijproef.

§ 3. Minimumleeftijd voor het besturen van motorrijtuigen

Artikel 5
1.

Voor het besturen van motorrijtuigen gelden de volgende minimumleeftijden:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.