← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 21 oktober 1996, houdende regeling van de taakuitoefening door het RIVM (Wet op het RIVM)

Geldende tekst a fecha 2024-01-01

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is wettelijk te regelen dat het Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu zijn taken ten behoeve van de beleidsontwikkeling en het toezicht op het terrein van de volksgezondheid en het terrein van het milieu zelfstandig uitoefent;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

HOOFDSTUK 2. INSTELLING, TAAK EN WERKWIJZE

Artikel 2
1.

Er is een Rijksinstituut voor volksgezondheid en milieu, dat ressorteert onder Onze Minister.

2.

De leiding van het RIVM berust bij de directeur-generaal.

Artikel 3
1.

Het RIVM heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, tot taak:

2.

Het RIVM kan in overeenstemming met Onze Minister andere taken dan die, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, alsmede andere werkzaamheden dan die, bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, verrichten indien dat uit oogpunt van algemeen belang nuttig is te achten. De kosten van zodanig onderzoek of zodanige werkzaamheden brengt het RIVM in rekening bij degene, in wiens opdracht het onderzoek of de werkzaamheden worden verricht.

3.

Voor zover noodzakelijk voor de uitvoering van de in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde taak, is het RIVM bevoegd tot verwerking van gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming en is het RIVM verwerkingsverantwoordelijke als bedoeld in artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming. Deze gegevens worden alleen verwerkt door personen die uit hoofde van ambt, beroep of wettelijk voorschrift dan wel krachtens een overeenkomst tot geheimhouding zijn verplicht.

Artikel 4

De directeur-generaal stelt periodiek een meerjarenprogramma voor onderzoek, innovatie en expertiseontwikkeling op dat hij noodzakelijk acht voor het verwerven van inzichten en de ontwikkeling van methoden om de taken, bedoeld in artikel 3, eerste lid, adequaat te kunnen uitvoeren.

Artikel 5

Onze Minister geeft aan de directeur-generaal geen aanwijzingen met betrekking tot de methoden, volgens welke de onderzoeken, bedoeld in artikel 3, worden uitgevoerd en de resultaten daarvan worden gerapporteerd.

Artikel 6

Onze Minister zendt rapporten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, en meerjarenbeleidsplannen aan de Staten-Generaal.

Artikel 7
1.

Er is een commissie van toezicht die tot taak heeft het wetenschappelijk niveau van het RIVM en de onafhankelijkheid van het onderzoek, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, te bewaken. De commissie rapporteert hierover jaarlijks aan Onze Minister.

2.

Onverminderd het vierde lid bestaat de commissie van toezicht uit ten hoogste zeven leden, waaronder de voorzitter.

3.

De leden worden door Onze Minister in overeenstemming met Onze Ministers van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en Infrastructuur en Waterstaat benoemd voor een periode van vier jaar. De leden kunnen worden herbenoemd voor eenzelfde periode. De voorzitter en één ander lid worden benoemd op de voordracht van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

4.

Indien dat voor een specifieke onderzoeksopdracht wenselijk is, kan Onze Minister na overleg met Onze Ministers die het mede aangaat, op verzoek van de voorzitter voor de duur van het onderzoek één of meer leden aan de commissie toevoegen met deskundigheid op een specifiek terrein van wetenschappelijk onderzoek.

HOOFDSTUK 3. COMMISSIE VAN TOEZICHT

Artikel 8

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

HOOFDSTUK 4. SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 9

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het RIVM.

Artikel 10

Het koninklijke besluit van 30 december 1983, houdende instelling van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (Stb. 728) wordt ingetrokken.

Artikel 11

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 12

Deze wet wordt aangehaald als: Wet op het RIVM.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

HOOFDSTUK 3. COMMISSIE VAN TOEZICHT

HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.