← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling aanvullende uitkering gemeentefonds

Geldende tekst a fecha 2007-01-01

Gelet op artikel 12 van de Financiële-verhoudingswet en artikel 8 van het Besluit financiële verhouding Rijk-gemeenten;

Besluiten:

Paragraaf 1. Begripsbepalingen

Artikel 1
1.

In deze regeling wordt verstaan onder:

a. de ministers: de Minister van Binnenlandse Zaken en de Minister van Financiën; b. de wet: de Financiële-verhoudingswet; c. het besluit: het Besluit financiële verhouding 2001; d. de gemeente: de gemeente die een aanvraag heeft ingediend op grond van artikel 12 van de wet.

2.

De waarden bedoeld in artikel 23, derde lid, van het besluit zijn:

Paragraaf 2. Voorschriften inzake het verslag van gedeputeerde staten en het toepassen van enkele begrippen

Artikel 2
1.

Het verslag van gedeputeerde staten, bedoeld in artikel 20 van het besluit, bevat in ieder geval:

2.

Bij het verslag worden betrokken:

3.

Gedeputeerde staten zenden het verslag gelijktijdig aan de ministers en de gemeenteraad.

Artikel 3

Vervallen

Artikel 4

Het tarief, bedoeld in artikel 24 , eerste lid onder a. van het besluit, bedraagt € 7,05 per € 2.268,- waarde van de onroerende zaken.

Paragraaf 3. Beleidsregels bij het gebruik van de bevoegdheid tot het verlenen van een aanvullende uitkering

Artikel 5
1.

Bij het nemen van een besluit omtrent de verstrekking van een aanvullende uitkering aan de gemeente laten de ministers bij de bepaling van de financiële positie van de gemeente buiten beschouwing de besluiten van de gemeente, genomen na de indiening van de aanvraag, die:

2.

De ministers kunnen afwijken van het eerste lid indien de gemeente het besluit neemt nadat de ministers te kennen hebben gegeven dat het besluit naar hun oordeel onontkoombaar en onuitstelbaar is en door de gemeente is voorzien van dekking.

3.

De ministers geven het in het tweede lid bedoelde oordeel op basis van een verzoek van de gemeente, dat hen bereikt door tussenkomst van gedeputeerde staten.

Artikel 6

De ministers verlenen slechts een aanvullende uitkering indien de eigen inkomsten van de gemeente vanaf het jaar waarover wordt aangevraagd ten minste liggen op het in artikel 24 van het besluit juncto artikel 4 van deze regeling bedoelde redelijk peil.

Artikel 7

De ministers verbinden aan een besluit tot verlening van een aanvullende uitkering aan de gemeente in ieder geval voorschriften die er toe strekken dat de eigen inkomsten van de gemeente ten minste op het in artikel 24 van het besluit juncto artikel 4 van deze regeling bedoelde redelijk peil blijven.

Paragraaf 4. Slotbepalingen

Artikel 8

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 1997.

Artikel 9

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanvullende uitkering gemeentefonds.

Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.