Wet van 24 april 1997, houdende overgangs- en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Invoeringswet nieuwe en gewijzigde arbeidsongeschiktheidsregelingen)

Type Wet
Publication 2021-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de invoering van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten te regelen, de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet in te trekken en in verband daarmee enige wetten te wijzigen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN

ARTIKEL I. ALGEMENE BEGRIPPEN
1.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

2.

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt gelijkgesteld met:

3.

Onder «Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» wordt verstaan: de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en de daarop berustende bepalingen, zoals die wet en die bepalingen luidden op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, met inbegrip van alle bij of krachtens wet met betrekking tot bepalingen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet getroffen invoerings- en overgangsbepalingen die op die dag van kracht waren.

ARTIKEL II. INTREKKING AAW
1.

De Algemene Arbeidsongeschiktheidswet wordt ingetrokken, onverminderd de artikelen VIII, zesde lid, IX, XIII, XIV, XXIV en XXV.

2.

De intrekking van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, bedoeld in het eerste lid, geldt met uitzondering van artikel 4, in combinatie met de artikelen 57, 57a, 58 en 59b, van die wet. Voor bepaalde categorieën van werknemers kan bij wet worden bepaald dat de uitzondering, bedoeld in de eerste zin, mede andere artikelen van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet betreft, in combinatie met de artikelen 57, 57a, 58 en 59b, van die wet.

3.

Bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat de toepasselijkheid van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, bedoeld in het tweede lid, met betrekking tot voorzieningen op grond van artikel 57, eerste en tweede lid, onderdelen b en c, van die wet, met ingang van een bij die regeling te bepalen datum eindigt.

4.

De algemene maatregel van bestuur, op grond van artikel 43 van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet getroffen, berust na de inwerkingtreding van deze wet op artikel 59, achtste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en artikel 51, negende lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten.

ARTIKEL III. TITEL 4.2. VAN DE ALGEMENE WET BESTUURSRECHT

Titel 4.2. van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing op aanspraken uit hoofde van de in artikel II, tweede lid, genoemde artikelen.

HOOFDSTUK 2. OVERGANGS- EN INVOERINGSBEPALINGEN MET BETREKKING TOT DE WET OP DE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING, DE ZIEKTEWET EN DE WERKLOOSHEIDSWET

ARTIKEL IV. INVOERINGSBEPALING INZAKE ARTIKEL 82 WAO/64 ZW
1.

Artikel 81, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat luidt op de dag van inwerkingtreding van deze wet, is tevens van toepassing op een persoon als bedoeld in dat onderdeel, die voor de dag van inwerkingtreding van deze wet, doch niet eerder dan 21 april 1997, de aldaar bedoelde werkzaamheden is gaan uitoefenen en overigens voldoet aan de in dat onderdeel gestelde voorwaarden.

2.

In afwijking van artikel 83, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt het verzoek om toelating tot de vrijwillige verzekering door de in het eerste lid bedoelde persoon gedaan binnen drie maanden, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wet.

3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing met betrekking tot de vrijwillige verzekering op grond van de Ziektewet, met dien verstande dat in plaats van het in het eerste lid genoemde artikel 81, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt gelezen «artikel 64, eerste lid, onderdeel c, van de Ziektewet» en dat in plaats van het in het tweede lid genoemde artikel 83, eerste lid, onderdeel a, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering wordt gelezen «artikel 66, eerste lid, onderdeel a, van de Ziektewet».

ARTIKEL V. BESCHIKKINGEN INZAKE VRIJWILLIGE ALGEMENE ARBEIDSONGESCHIKTHEIDSVERZEKERING
1.

Beschikkingen van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen op grond van artikel 59a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet worden aangemerkt als beschikkingen op grond van artikel 81, tweede lid, onderdeel b, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

2.

Op verzoek van een belanghebbende, die als gevolg van de overgang van de vrijwillige verzekering op grond van artikel 59a van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet naar de vrijwillige verzekering op grond van Hoofdstuk VI van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, met ingang van de dag van inwerkingtreding van deze wet:

3.

De vaststelling van het andere dagloon, bedoeld in het tweede lid, geschiedt zodanig dat het bedrag dat ten grondslag zou liggen aan de uitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, indien betrokkene op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet recht zou hebben gehad op een uitkering op grond van die wet, elk jaar na de inwerkingtreding van deze wet geleidelijk lager wordt vastgesteld. De vaststelling van het andere premiebedrag, bedoeld in het tweede lid, geschiedt zodanig dat het premiebedrag, zoals dat op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet ten aanzien van betrokkene gold op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van deze wet, elk jaar na de inwerkingtreding van deze wet geleidelijk hoger wordt vastgesteld.

4.

Uiterlijk met ingang van de dag gelegen vijf jaar na inwerkingtreding van deze wet worden het dagloon en de premie voor de belanghebbende, bedoeld in het tweede lid, vastgesteld op grond van artikel 84, eerste lid, onderdeel b, en derde lid van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

5.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot het tweede en derde lid. Bij die regels kan voor situaties, waarin het tweede of derde lid onvoldoende voorziet, worden afgeweken van die leden.

ARTIKEL VI. VERHOGING WAO-UITKERING
1.

De persoon die op de dag voor inwerkingtreding van deze wet recht had op verhoging van de arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van artikel 46a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, behoudt deze verhoging zolang hij daar op grond van dat artikel recht op zou hebben als dat artikel en de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet nog van kracht zouden zijn geweest. De verhoging wordt aangemerkt als uitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

2.

Indien de persoon, bedoeld in het eerste lid, recht zou hebben op een arbeidsongeschiktheidsuitkering van 70% van de grondslag, bedoeld in de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, wanneer deze wet nog van kracht zou zijn geweest, wordt bij de berekening van de verhoging, bedoeld in het eerste lid, uitgegaan van een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet van 75% van die grondslag.

ARTIKEL VIA. WIJZIGING GRONDSLAG AMVB EX WAO

De algemene maatregel van bestuur, op grond van artikel 52 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaande aan de inwerkingtreding van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, getroffen, berust na de inwerkingtreding van die wet op artikel 65, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering.

ARTIKEL VII. SAMENLOOP AAW- EN WAO-UITKERING VRIJWILLIG VERZEKERDEN

Artikel 84a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, zoals dat artikel luidde op de dag voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet, blijft van toepassing op de persoon, bedoeld in artikel XII, ten aanzien van wie de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet op grond van artikel XIII van toepassing blijft, met dien verstande dat in artikel 84a van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering in plaats van «Algemene Arbeidsongeschiktheidswet» wordt gelezen: Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen.

ARTIKEL VIII. OVERGANG VERMOGENSBESTANDDELEN AAF EN FAOP
1.

Met uitzondering van de vermogensbestanddelen die noodzakelijk zijn ter financiering van de toekenningen in het kader van de besluiten van het Landelijk instituut sociale verzekeringen op grond van de artikelen 57, 57a, 58 en 59b van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet, met inbegrip van kosten van uitvoering, beheer en administratie van die besluiten, gaan alle vermogensbestanddelen die door het Landelijk instituut sociale verzekeringen afzonderlijk worden beheerd en geadministreerd in de vorm van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, over op het Arbeidsongeschiktheidsfonds en het Arbeidsongeschiktheidsfonds zelfstandigen, overeenkomstig door Onze Minister te stellen regels.

2.

De bepalingen, betrekking hebbend op het beheer en de administratie van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds, zoals die voor de datum van inwerkingtreding van deze wet in de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 en de Wet financiering volksverzekeringen voorkomen, blijven van kracht voor zolang dit beheer en deze administratie nog plaatsvinden ter uitvoering van hetgeen bij en krachtens het eerste lid is bepaald.

ARTIKEL IX. AAW-DECLARATIES

De op basis van artikel 8, derde lid, van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ingediende declaraties die op de datum van inwerkingtreding van deze wet nog niet zijn afgehandeld worden met ingang van die datum afgehandeld door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ten laste van het Algemeen Arbeidsongeschiktheidsfonds.

ARTIKEL X. OVERGANGSBEPALING INZAKE ARTIKEL 17 WAJONG
1.

Artikel 17, eerste lid, onderdeel c, van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten is niet van toepassing ten aanzien van de jonggehandicapte die op de dag vóór de inwerkingtreding van deze wet recht had op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Algemene Arbeidsongeschiktheidswet en niet in Nederland woonde, zolang laatstgenoemde omstandigheid voortduurt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.