← Geldende tekst · Geschiedenis

Bedrijfshulpverleningsregeling VROM

Geldende tekst a fecha 2007-01-01

Gelet op artikel 58a van het Algemeen Rijksambtenarenreglement;

Gelet op het Besluit van 18 oktober 1988, houdende regeling van de functie en verantwoordelijkheid van de secretaris-generaal;

Gehoord de Bijzondere Commissie;

Besluit:

Artikel 1. Algemene bepalingen
1.

In dit besluit wordt verstaan onder:

a. minister: Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; b. ministerie: ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer; c. de dienst: de Centrale Sector; het Directoraat-Generaal van de Volkshuisvesting; de Rijksplanologische Dienst; het Directoraat-Generaal Milieubeheer; de Rijksgebouwendienst; d. het diensthoofd: de secretaris-generaal; de directeur-generaal van de Volkshuisvesting; de directeur-generaal van de Ruimtelijke Ordening; de directeur-generaal Milieubeheer; de directeur-generaal van de Rijksgebouwendienst; e. bedrijfshulpverlener: ambtenaar werkzaam bij het ministerie die bij besluit is aangewezen om conform artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet hulp in of rond de gebouwen van het ministerie te verlenen met een of meer van de volgende taken: ontruimer; basis-bedrijfshulpverlener; EHBO’er; brandwacht; ploegleider; plaatsvervangend hoofd bedrijfshulpverlening; hoofd bedrijfshulpverlening; f. BHV: bedrijfshulpverleningsorganisatie van het ministerie.

2.

Voor zolang de bedrijfshulpverlener nog in opleiding is, is deze aspirant-bedrijfshulpverlener.

3.

Een bedrijfshulpverlener kan tevens met leidinggevende taken worden belast.

Artikel 2. Aanwijzing als bedrijfshulpverlener
2.

In de aanwijzing wordt in ieder geval vermeld:

3.

In de aanwijzing wordt tevens vermeld ‐ indien van toepassing ‐ het zijn van bedrijfshulpverlener met leidinggevende taken.

4.

Intrekking van het besluit tot aanwijzing als bedrijfshulpverlener door het diensthoofd vindt plaats:

Artikel 3. Criteria voor BHV-werkzaamheden
1.

De bedrijfshulpverlener voert naast zijn normale werkzaamheden de bedrijfshulpverleningstaken naar behoren uit.

2.

Er is sprake van naar behoren uitvoeren van de bedrijfshulpverleningstaken naast de normale taak als de bedrijfshulpverlener voldoende inzetbaar is geweest voor de uitoefening van deze taken. Dat is het geval indien:

3.

De bedrijfshulpverlener is voldoende inzetbaar, indien de bedrijfshulpverlener zich vrijwillig gedurende een jaar verdienstelijk heeft gemaakt op het terrein van de bedrijfshulpverlening, conform het in artikel 3, tweede lid, per taak binnen de BHV-organisatie bepaalde, hetgeen blijkt uit het met gunstig gevolg afleggen van een proef van bekwaamheid inclusief het gevolgd hebben van de gebouwgebonden instructie. Voor de ontruimer geldt dat hij de voor hem geldende informatiebijeenkomst dient te volgen.

Vervolgens blijkt de voldoende inzetbaarheid jaarlijks uit het regelmatig en in voldoende mate, te weten minimaal 20 uren per jaar, deelnemen aan de herhalingslessen en oefeningen inclusief het gevolgd hebben van de gebouwgebonden instructie per taak. Voor de ontruimer geldt dat hij wederom de voor hem geldende informatiebijeenkomst dient te volgen.

4.

Het diensthoofd ziet, op voordracht van het hoofd bedrijfshulpverlening, toe op de inzetbaarheid voor de aangewezen taak.

5.

BHV-cursussen, -herhalingslessen en -oefeningen worden zoveel mogelijk tijdens de normale bedrijfstijd gehouden.

Artikel 4. Vergoedingen
1.

Indien de bedrijfshulpverlener heeft voldaan aan de voor hem geldende criteria van artikel 3 en tijdig mutaties in zijn omstandigheden betreffende de BHV doorgeeft ontvangt de bedrijfshulpverlener een toelage. De toelage bestaat voor de ontruimer uit een basisgratificatie en voor de overige bedrijfshulpverleners uit een basisgratificatie en - indien aan de nadere voorwaarden wordt voldaan - een taaktoeslag, een wedstrijdtoeslag, een toeslag wegens langdurige deelname, een BHV-uurvergoeding, een EHBO-toelage en een beschikbaarheidstoeslag. De in dit artikel genoemde bedragen zijn bruto-bedragen.

2.

De toelage van de ontruimer wordt per jaar of naar rato van het aantal maanden dat de aanwijzing geldt betaald. Ingeval de ontruimer in deeltijd werkt vindt vergoeding naar rato van het dienstverband plaats.

De toelage van de overige bedrijfshulpverleners wordt per jaar of - met uitzondering van het eerste jaar van aanwijzing als bedrijfshulpverlener - naar rato van het aantal maanden dat de aanwijzing geldt betaald.

3.

De basisgratificatie wordt verleend aan een bedrijfshulpverlener die voldoet aan een of meer van de onderdelen, genoemd in artikel 3, tweede lid, onder a tot en met g. De basisgratificatie bedraagt € 195,35. Indien de bedrijfshulpverlener voldoet aan artikel 3, tweede lid, onder c en d gezamenlijk wordt een bedrag van € 113,45 extra toegekend.

4.

Een taaktoeslag, ten bedrage van € 195,35 wordt toegekend indien de bedrijfshulpverlener als leidinggevende, zoals bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder e tot en met g, is aangewezen.

5.

Wegens deelname aan een of meer wedstrijden per jaar wordt € 68,07 toegekend.

6.

De bedragen, bedoeld in artikel 4, derde en vierde lid, kunnen cumuleren tot een maximum van € 390,70.

7.

De bedragen, bedoeld in artikel 4, derde, vierde en vijfde lid, kunnen cumuleren tot een maximum van € 390,70.

8.

Wegens langdurig deelnemerschap wordt elke vijf jaren vanaf het eerste 5-jarig deelnemerschap € 249,58 toegekend.

9.

Een BHV-uurvergoeding, ten bedrage van € 11,76 per uur, wordt toegekend indien de voorgeschreven BHV-aktiviteiten worden gehouden buiten de voor de betreffende BHV-er vastgestelde werktijd.

10.

Een EHBO-toelage, ten bedrage van € 7,27 per maand, wordt toegekend indien een bedrijfshulpverlener reeds een EHBO-taak vervulde vóór invoering van het BBRA 1984 en na 1 januari 1984 voor hem niet een salarisschaal geldt met een hoger maximum-salaris dan de per genoemde datum voor hem geldende salarisschaal.

11.

Een beschikbaarheidstoeslag, waarvan de hoogte wordt vastgesteld door het diensthoofd, ten bedrage van maximaal € 453,78, wordt toegekend indien de bedrijfshulpverlener minimaal 75% van de volgens het BHV-rooster geldende tijd beschikbaar is geweest voor zijn BHV-taak.

12.

Door of namens de Minister kunnen de in dit artikel genoemde bedragen worden verhoogd.

Artikel 5. Aansprakelijkheid
1.

In afwijking van de bepalingen van het Algemeen Rijksambtenarenregle-ment ten aanzien van een dienstongeval, geldt bij BHV-aktiviteiten dat de schade die de bedrijfshulpverlener of aspirant-bedrijfshulpverlener ondervindt als gevolg van een dienstongeval voor rekening van het ministerie komt, indien de bedrijfshulpverlener zich aan de voorgeschreven veiligheidsvoor-schriften heeft gehouden en de schade niet is te wijten aan zijn grove schuld of onvoorzichtigheid.

2.

Indien de bedrijfshulpverlener in het kader van BHV-aktiviteiten ondeskundig of onrechtmatig handelt, is de schade dientengevolge jegens derden voor rekening van het ministerie conform de algemene regels omtrent aansprakelijkheid.

Artikel 6. Intrekking

De circulaire van 9 september 1996, M 85-39, betreffende wijzigingen van de vergoedingen in verband met de bedrijfszelfbescherming, wordt ingetrokken.

Artikel 7. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst en werkt terug tot en met 1 januari 1997.

Artikel 8. Naamgeving

Deze regeling wordt aangehaald als: Bedrijfshulpverleningsregeling VROM.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.