Besluit van 20 mei 1997, houdende regelen inzake tuchtrechtspraak en maatregelen wegens ongeschiktheid (Tuchtrechtbesluit BIG)
Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 15 juli 1996, nr. CSZ/BenO-966209, gedaan mede namens Onze Minister van Justitie;
Gelet op de artikelen 52, 53, eerste lid, 54, tweede lid, 65, tweede lid, 70, vierde lid, 73, tweede lid, 79, derde lid, 83, dertiende lid, 84, derde en zesde lid, en 94 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;
De Raad van State gehoord (advies van 19 november 1996, no. W13.96.0306)
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 29 april 1997, CSZ/BenO-976120, uitgebracht mede namens Onze Minister van Justitie;
Hebben goedgevonden en verstaan:
HOOFDSTUK 1. BEGRIPSBEPALING
Artikel 1
ln dit besluit wordt verstaan onder «de wet»: de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg.
HOOFDSTUK 2. TUCHTRECHT
Paragraaf 1. Regionale tuchtcolleges
Artikel 2
Het rechtsgebied van het regionale tuchtcollege dat is gevestigd te Amsterdam omvat de provincies Noord-Holland en Zuid-Holland.
Het rechtsgebied van het regionale tuchtcollege dat is gevestigd te ’s-Hertogenbosch omvat de provincies Limburg, Noord-Brabant, Utrecht en Zeeland.
Het rechtsgebied van het regionale tuchtcollege dat is gevestigd te Zwolle omvat de provincies Drenthe, Flevoland, Friesland, Gelderland, Groningen en Overijssel.
Artikel 3
Vervallen
Paragraaf 2. Procedure in eerste aanleg
Artikel 4
Het klaagschrift bevat:
-
- a. de naam, de voornamen en het adres van de klager;
- b. de klacht en de feiten en gronden waarop deze berust;
- c. de naam, het werkadres en, voor zover bekend, het woonadres van degene over wie wordt geklaagd;
- d. indien het enig handelen of nalaten, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onder a, aanhef, van de wet betreft en de in dat onderdeel, onder 1° of 2°, bedoelde persoon niet de klager is, diens naam en, zo mogelijk, diens adres;
- e. indien geklaagd wordt door:
- 1°. een rechtstreeks belanghebbende: een duidelijke aanduiding van het belang dat de klager bij het onderwerp van de klacht heeft;
- 2°. de beroepsbeoefenaar die aan degene over wie wordt geklaagd een opdracht heeft gegeven: een duidelijke omschrijving van de onderlinge verhouding;
- 3°. een persoon of een orgaan als bedoeld in artikel 65, eerste lid, onder c, van de wet: een duidelijke omschrijving van de verhouding tot degene over wie wordt geklaagd;
- 4°. de inspecteur als bedoeld in artikel 65, eerste lid, onder d, van de wet: vermelding van diens hoedanigheid.
Het klaagschrift is ondertekend door de klager, zijn advocaat of een andere gemachtigde.
De secretaris van het tuchtcollege tekent onverwijld de datum van ontvangst op het klaagschrift aan.
Artikel 5
Indien het klaagschrift niet voldoet aan artikel 4, eerste of tweede lid, deelt het tuchtcollege de klager, indien deze bekend is, mede in hoeverre het klaagschrift onvolledig is en nodigt hem uit het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen.
Artikel 6
Van het verhandelde tijdens het vooronderzoek, bedoeld in artikel 66 van de wet, maakt degene die optreedt als secretaris, proces-verbaal op.
Het proces-verbaal bevat de zakelijke inhoud van de verklaringen van de klager, degene over wie is geklaagd, de getuigen en de deskundigen. Degene die het vooronderzoek verricht, kan ambtshalve of op verzoek van een in de eerste volzin bedoeld persoon bepalen dat een verklaring geheel of gedeeltelijk woordelijk zal worden opgenomen.
Het proces-verbaal wordt ondertekend door degene die het vooronderzoek verricht en degene die optreedt als secretaris.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
De secretaris nodigt de klager en degene over wie is geklaagd, schriftelijk uit op de terechtzitting te verschijnen, onder mededeling van de plaats, de dag en het uur van aanvang van het onderzoek op de terechtzitting, de samenstelling van het tuchtcollege, de plaats waar en de tijdstippen waarop de processtukken ter inzage liggen, en de namen van de getuigen en de deskundigen die zijn uitgenodigd of opgeroepen.
Bij de uitnodiging wordt een termijn van ten minste drie weken in acht genomen. Indien de inspecteur een verzoek als bedoeld in artikel 65, zesde lid, van de wet heeft gedaan, mag een kortere termijn in acht worden genomen. In dat geval bepaalt het tuchtcollege welke termijnen in plaats van die genoemd in de artikelen 9 en 18, in acht moeten worden genomen. Van het verzoek van de inspecteur en van de door het tuchtcollege vastgestelde termijnen wordt door de secretaris mededeling gedaan in de uitnodiging.
Artikel 9
De namen van de getuigen en de deskundigen die door de klager of degene over wie is geklaagd, zijn uitgenodigd of opgeroepen, worden ten minste een week vóór de terechtzitting aan de secretaris van het tuchtcollege meegedeeld. De secretaris brengt de klager en degene over wie is geklaagd, onverwijld op de hoogte van de namen van de getuigen en deskundigen die nog niet bij hen bekend zijn.
Processtukken kunnen uiterlijk tot twee weken vóór de terechtzitting bij de secretaris worden ingediend.
Artikel 10
De samenstelling van het tuchtcollege blijft van de eerste behandeling ter terechtzitting af tot de beslissing in raadkamer onveranderd.
Indien wijziging van de samenstelling noodzakelijk is, wordt de behandeling van de zaak op de terechtzitting opnieuw aangevangen. Artikel 8 is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 11
De voorzitter opent, leidt en sluit de terechtzitting.
Hij handhaaft de orde op de zitting en kan daartoe de hulp van de sterke arm inroepen.
De voorzitter kan degene die tijdens de zitting de stilte of orde verstoort dan wel tekenen van goed- of afkeuring geeft, laten verwijderen.
Artikel 12
De voorzitter beslist de ter terechtzitting voorkomende geschillen betreffende de wijze waarop de zaak wordt behandeld.
Artikel 13
Alle verschenen getuigen en deskundigen worden gehoord. De voorzitter bepaalt de volgorde van het horen.
De getuigen en deskundigen worden gehoord door de voorzitter. De andere leden van het tuchtcollege kunnen eveneens vragen stellen.
Door tussenkomst van de voorzitter kunnen de klager en degene over wie is geklaagd, vragen stellen aan de getuigen en de deskundigen.
Artikel 14
Het horen van de klager en degene over wie is geklaagd geschiedt door de voorzitter. De andere leden van het tuchtcollege kunnen eveneens vragen stellen.
Door tussenkomst van de voorzitter kunnen de klager en degene over wie is geklaagd, elkaar vragen stellen.
Artikel 15
Van het verhandelde op de terechtzitting maakt de secretaris procesverbaal op. Artikel 6, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing.
Het proces-verbaal wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris.
Artikel 16
Het tuchtcollege beraadslaagt en beslist in raadkamer en grondt de uitspraak uitsluitend op hetgeen ter terechtzitting heeft plaatsgevonden en op de processtukken.
Het college beslist bij meerderheid van stemmen. De secretaris heeft een adviserende stem.
Wanneer drie of meer opvattingen zijn gegeven, wordt beslist in de zin die het meest overeenkomt met de opvatting van de meerderheid.
Artikel 17
Onverminderd artikel 69, tweede en derde lid, van de wet, bevat de eindbeslissing van het tuchtcollege:
- a. de naam, de voornamen en de woonplaats van de klager;
- b. de naam, de voornamen en, voor zover bekend, het werkadres van degene over wie is geklaagd;
- c. de naam en de voornamen van de raadsman van de klager en van die van degene over wie is geklaagd, alsmede de plaats waar deze personen hun beroep uitoefenen;
- d. een omschrijving van de feiten en omstandigheden die naar aanleiding van de klacht zijn onderzocht;
- e. de namen van de voorzitter en de andere leden van het tuchtcollege die de zaak hebben behandeld, en van de secretaris.
De eindbeslissing wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Bij verhindering van een van hen wordt diens plaats ter zake van de ondertekening ingenomen door een ander lid van het college dan de voorzitter dat de behandeling van de zaak op de terechtzitting heeft bijgewoond.
Op het afschrift van de eindbeslissing, bedoeld in artikel 72, eerste lid, van de wet, wordt het rechtsmiddel vermeld dat tegen die beslissing voor de klager of degene over wie is geklaagd, openstaat.
Artikel 18
Het regionale tuchtcollege draagt ervoor zorg dat er ten minste acht dagen voor de dag van de behandeling van een zaak op een openbare terechtzitting of van een openbare uitspraak, in het gebouw waarin het tuchtcollege zitting houdt, een rollijst ter inzage ligt waarop is aangegeven de plaats, de dag en het uur van de openbare terechtzitting of uitspraak, met een aanduiding van de desbetreffende zaak.
Plaats, dag en uur van een niet-openbare uitspraak worden ten minste acht dagen voor de uitspraak schriftelijk meegedeeld aan de klager en degene over wie is geklaagd.
Paragraaf 3. Procedure in beroep
Artikel 19
Het beroepschrift bevat:
- a. de naam, de voornamen en het adres van degene die het beroep instelt;
- b. een duidelijke aanduiding van de eindbeslissing waartegen het beroep is gericht;
- c. de gronden van het beroep.
Het beroepschrift is ondertekend door degene die het beroep instelt, zijn advocaat of een andere gemachtigde.
Het beroepschrift wordt ingezonden bij het regionale tuchtcollege dat de eindbeslissing waartegen beroep wordt ingesteld, heeft gegeven.
Indien het beroepschrift is ingezonden bij het centrale tuchtcollege, wordt het onverwijld doorgezonden aan het desbetreffende regionale tuchtcollege, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan degene die beroep heeft ingesteld. In het geval, bedoeld in de eerste volzin, geldt als datum van indiening van het beroepschrift die van indiening bij het centrale tuchtcollege.
Artikel 20
De secretaris van het regionale tuchtcollege tekent onverwijld de datum van ontvangst op het beroepschrift aan en zendt de op de zaak betrekking hebbende processtukken zo spoedig mogelijk aan het centrale tuchtcollege.
De secretaris van het regionale tuchtcollege stelt degenen die op grond van artikel 72, eerste lid, van de wet een afschrift van de eindbeslissing ontvangen, ervan in kennis dat tegen die beslissing beroep is ingesteld.
Artikel 21
Indien het beroepschrift niet voldoet aan artikel 19, eerste en tweede lid, deelt het centrale tuchtcollege aan de indiener van het beroep mede in hoeverre het beroepschrift onvolledig is en nodigt hem uit het verzuim binnen een bepaalde termijn te herstellen.
Artikel 22
Op de procedure in beroep zijn deartikelen 6 tot en met 16, 17 eerste en tweede lid, en 18 van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK 3. HERZIENING
Artikel 23
Herziening van een onherroepelijk geworden eindbeslissing als bedoeld in artikel 52 van de wet, wordt schriftelijk verzocht bij het centrale tuchtcollege door degene over wie was geklaagd.
Het verzoekschrift vermeldt de gronden waarop het berust, met bijvoeging van de bescheiden waaruit van die gronden kan blijken.
Het verzoekschrift is ondertekend door de indiener van het verzoek, zijn advocaat of een andere gemachtigde.
Artikel 24
Indien het verzoek tot herziening niet voldoet aan het vereiste, bedoeld in artikel 23, tweede lid, verklaart het centrale tuchtcollege bij met redenen omklede beslissing de indiener niet-ontvankelijk.
Artikel 25
Indien geen toepassing wordt gegeven aan artikel 24, gelast de voorzitter van het centrale tuchtcollege dat het verzoek verder wordt behandeld op een openbare terechtzitting op een door hem te bepalen dag.
Zodra de behandeling op de terechtzitting is gelast, benoemt de voorzitter een ander lid of een plaatsvervangend lid van het college tot rapporteur.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.