Wet van 22 mei 1997, houdende nieuwe regels omtrent de economische mededinging (Mededingingswet)
Een beschikking op grond van het eerste lid treedt niet eerder in werking dan zes weken na de datum van haar terinzagelegging overeenkomstig artikel 3:44, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 89b
Met het verlenen van bijstand bij een inspectie op grond van een mededingingsverordening door de Europese Commissie, zijn belast de krachtens artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren.
Artikel 5:12 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
Bij verzet tegen een inspectie door de Europese Commissie, verlenen de aangewezen ambtenaren de nodige bijstand om de Europese Commissie in staat te stellen de inspectie te verrichten, zo nodig met behulp van de sterke arm.
Artikel 89c
Voor het verlenen van de nodige bijstand indien een onderneming of ondernemersvereniging zich verzet tegen een inspectie op grond van een mededingingsverordening door de Europese Commissie is voor zover de inspectie een doorzoeking omvat, een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank Rotterdam. De machtiging wordt zo mogelijk getoond.
De rechter-commissaris gaat bij de toetsing van het verzoek tot machtiging na of de voorgenomen dwangmaatregelen niet willekeurig zijn of onevenredig zijn in verhouding tot het voorwerp van de inspectie, zoals is bepaald in de mededingingsverordeningen en het gemeenschapsrecht. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de Autoriteit Consument en Markt binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank Rotterdam.
De rechter-commissaris kan bij de inspectie aanwezig zijn.
Artikel 89d
Voor het uitvoeren van een inspectie als bedoeld in artikel 21, eerste lid, van verordening 1/2003 door de Europese Commissie in andere gebouwen, terreinen en vervoermiddelen dan die van ondernemingen en ondernemersverenigingen, waaronder de woningen van directeuren, bestuurders en andere personeelsleden, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank Rotterdam. De machtiging wordt zo mogelijk getoond.
De rechter-commissaris toetst het verzoek tot machtiging overeenkomstig artikel 21, derde lid, van verordening 1/2003. Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de Autoriteit Consument en Markt binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank Rotterdam.
De rechter-commissaris kan bij de inspectie aanwezig zijn.
Voor zover het een inspectie in een woning betreft, geldt dit artikel in afwijking van de artikelen 2, 3 en 8 van de Algemene wet op het binnentreden.
Artikel 89e
Een machtiging als bedoeld in artikel 89c, eerste lid, of artikel 89d, eerste lid, is met redenen omkleed en ondertekend en vermeldt:
- a. de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;
- b. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven;
- c. de beschikking waarbij de Europese Commissie de inspectie heeft gelast;
- d. de dagtekening.
Indien een inspectie dermate spoedeisend is dat de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling.
De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven.
Voor zover het een inspectie in een woning betreft, geldt dit artikel in afwijking van artikel 6 van de Algemene wet op het binnentreden.
Artikel 89f
De ambtenaar die bijstand heeft verleend bij een inspectie in een woning of bij een doorzoeking van een andere plaats dan een woning, maakt op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op omtrent de inspectie.
In het verslag vermeldt hij:
- a. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid;
- b. de dagtekening van de machtiging en de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;
- c. de beschikking waarbij de Europese Commissie de inspectie heeft gelast;
- d. de plaats van de inspectie en de naam van degene bij wie de inspectie is verricht;
- e. de wijze van binnentreden en het tijdstip waarop de inspectie is begonnen en is beëindigd;
- f. hetgeen tijdens de inspectie is verricht en overigens is voorgevallen;
- g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen die aan de inspectie hebben deelgenomen.
Het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop de inspectie is beëindigd, toegezonden aan de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven.
Een afschrift van het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop de inspectie is beëindigd, aan degene bij wie de inspectie is verricht, uitgereikt of toegezonden. Indien het doel van de inspectie daartoe noodzaakt, kan deze uitreiking of toezending worden uitgesteld.
Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel het toestaat. Indien het niet mogelijk is het afschrift uit te reiken of toe te zenden, houdt de rechter-commissaris of de ambtenaar die de bijstand heeft verleend, het afschrift gedurende zes maanden beschikbaar voor degene bij wie de inspectie is verricht.
Voor zover het een inspectie in een woning betreft, geldt dit artikel in afwijking van de artikelen 10 en 11 van de Algemene wet op het binnentreden.
Artikel 89g
Met het verrichten van een inspectie op grond van een mededingingsverordening door de Autoriteit Consument en Markt op verzoek van de Europese Commissie of op verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie, zijn belast de krachtens artikel 12a, eerste lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt aangewezen ambtenaren.
De aangewezen ambtenaren beschikken voor het verrichten van de inspectie over de bevoegdheden die hun ingevolge hoofdstuk 3, paragraaf 1, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt en hoofdstuk 6 zijn toegekend ter uitoefening van het toezicht op de naleving.
Artikel 89h
Vervallen
Artikel 89i
Vervallen
Artikel 89j
Vervallen
Hoofdstuk 11. Gebruik van gegevens
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 9. Voorlopige last onder dwangsom
Hoofdstuk 12. Rechtsbescherming
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
§ 1. Algemeen
Artikel 4a
Vervallen
Artikel 4b
Vervallen
§ 1. Verbod van mededingingsafspraken
Artikel 5a
Vervallen
Artikel 5b
Onze Minister kan de Autoriteit Consument en Markt opdragen werkzaamheden te verrichten in het kader van de uitvoering van regelgeving op het gebied van de mededinging op grond van het Verdrag, voor zover daarin niet reeds bij of krachtens de wet is voorzien, alsmede werkzaamheden op het gebied van de mededinging in verband met andere verdragen of internationale afspraken.
Onze Minister kan de Autoriteit Consument en Markt instructies geven met betrekking tot het verrichten van de in het eerste lid bedoelde werkzaamheden, alsmede met betrekking tot het door de Autoriteit Consument en Markt in te nemen standpunt in een adviescomité als bedoeld in artikel 14, tweede lid, van verordening 1/2003 en artikel 19, vierde lid, van verordening 139/2004, met dien verstande dat een instructie inzake een standpunt in een adviescomité geen betrekking heeft op de mededingingsaspecten van een individueel geval.
Artikel 5c
Onze Minister kan, al dan niet op verzoek van een van Onze andere Ministers, de Autoriteit Consument en Markt opdragen een rapportage uit te brengen inzake de effecten voor de mededinging van voorgenomen of geldende regelgeving of van een voorgenomen of een geldend besluit.
De Autoriteit Consument en Markt kan een in het eerste lid bedoelde rapportage ook uit eigen beweging uitbrengen.
Het uitbrengen van een rapportage aan een van Onze andere Ministers geschiedt door tussenkomst van Onze Minister.
Op verzoek van een of beide Kamers van de Staten-Generaal brengt de Autoriteit Consument en Markt met tussenkomst van Onze Minister een rapportage uit aan de beide Kamers der Staten-Generaal. Onze Minister zendt de rapportage onverwijld naar de beide Kamers der Staten-Generaal. Onze Minister kan de rapportage doen vergezellen van zijn bevindingen.
Artikel 5d
Beleidsregels met betrekking tot de uitoefening van de in deze wet aan de Autoriteit Consument en Markt toegekende bevoegdheden kunnen betrekking hebben of mede betrekking hebben op de wijze waarop de Autoriteit Consument en Markt bij toepassing van artikel 6, derde lid, andere belangen dan economische belangen in haar afweging moet betrekken.
Artikel 5e
Vervallen
Artikel 5f
Vervallen
Artikel 5g
Vervallen
Artikel 5h
Vervallen
Artikel 5i
Vervallen
Artikel 5j
Vervallen
Artikel 5k
Vervallen
Artikel 5l
De raad legt voorgenomen beleidsregels ten minste vier weken voor vaststelling daarvan aan Onze Minister voor.
Indien de voorgenomen beleidsregels naar het oordeel van Onze Minister in strijd zijn met het belang van een goede taakuitoefening door de raad, deelt Onze Minister dit gemotiveerd mee aan de raad binnen twee weken nadat de regels aan hem zijn voorgelegd.
Indien Onze Minister een kennisgeving als bedoeld in het tweede lid heeft gedaan, stelt de raad de beleidsregels niet vast.
De raad maakt door hem vastgestelde beleidsregels bekend in de Staatscourant.
Hoofdstuk 3. Mededingingsafspraken
§ 4. Ontheffingen
§ 4. Ontheffingen
Hoofdstuk 4. Economische machtsposities
§ 1. Verbod van misbruik van economische machtsposities
§ 2. Uitzondering in verband met het vervullen van bijzondere taken
Hoofdstuk 5. Concentraties
Hoofdstuk 4b. Overheden en overheidsbedrijven
§ 1. Begripsbepalingen
§ 3. Melding
§ 3. Melding
§ 3. Melding
Hoofdstuk 5b. Gebruik van gegevens door partijen
§ 2. Onderzoek
Artikel 54a
De werkzaamheden in verband met het opleggen van een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom worden verricht door personen die niet betrokken zijn geweest bij de opstelling van het in artikel 59, eerste lid, onderscheidenlijk 77, eerste lid, bedoelde rapport en het daaraan voorafgaande onderzoek.
Hoofdstuk 7. Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
§ 1. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom
§ 2. Procedure
§ 1. Overtredingen medewerkingsplicht
Hoofdstuk 8. Overige overtredingen
§ 3. Beschikkingen
§ 1. Overtredingen medewerkingsplicht
§ 1a. Overtreding verplichtingen inzake financiële transparantie
§ 2. Overtredingen concentratietoezicht
Hoofdstuk 9. Voorlopige last onder dwangsom
Hoofdstuk 10. Toepassing van de EG-mededingingsregels
Hoofdstuk 10. Europese mededingingsregels
Hoofdstuk 12a. Bijdragen
Artikel 93a
Vervallen
Artikel 93b
Vervallen
Hoofdstuk 9. Voorlopige last onder dwangsom
Hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 12. Rechtsbescherming
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 6. Bevoegdheden in het kader van toezicht
§ 1. Toezicht
§ 2. Onderzoek
Artikel 55a
Voor het betreden of het doorzoeken, bedoeld in artikel 55, eerste lid, is een voorafgaande machtiging vereist van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken bij de rechtbank Rotterdam. De machtiging kan bij wijze van voorzorgsmaatregel worden gevraagd. De machtiging wordt zo mogelijk getoond.
Artikel 171 van het Wetboek van Strafvordering is van overeenkomstige toepassing. De rechter-commissaris kan het openbaar ministerie horen alvorens te beslissen.
Tegen de beslissing van de rechter-commissaris staat voor zover het verzoek om een machtiging niet is toegewezen, voor de Autoriteit Consument en Markt binnen veertien dagen beroep open bij de rechtbank Rotterdam.
Het betreden of het doorzoeken vindt plaats onder toezicht van de rechter-commissaris.
De artikelen 2 en 3 van de Algemene wet op het binnentreden zijn niet van toepassing.
Artikel 55b
Een machtiging als bedoeld in artikel 55a is met redenen omkleed en ondertekend en vermeldt:
- a. de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;
- b. de naam of het nummer en de hoedanigheid van degene aan wie de machtiging is gegeven;
- c. de wettelijke bepalingen waarop de doorzoeking en het binnentreden berusten;
- d. het doel en voorwerp van het onderzoek;
- e. de dagtekening.
Indien het betreden of het doorzoeken dermate spoedeisend is dat de machtiging niet tevoren op schrift kan worden gesteld, zorgt de rechter-commissaris zo spoedig mogelijk voor de opschriftstelling.
De machtiging blijft ten hoogste van kracht tot en met de derde dag na die waarop zij is gegeven.
Artikel 6 van de Algemene wet op het binnentreden is niet van toepassing.
Artikel 55c
De ambtenaar die is binnengetreden of een doorzoeking als bedoeld in artikel 55 heeft verricht, maakt op zijn ambtseed of -belofte een schriftelijk verslag op omtrent het binnentreden of de doorzoeking.
In het verslag vermeldt hij:
- a. zijn naam of nummer en zijn hoedanigheid;
- b. de dagtekening van de machtiging en de naam van de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven;
- c. de wettelijke bepalingen waarop de doorzoeking en het binnentreden berusten;
- d. de plaats waar is binnengetreden of is doorzocht en de naam van degene bij wie is binnengetreden of de doorzoeking is verricht;
- e. de wijze van binnentreden en het tijdstip waarop de doorzoeking is begonnen en is beëindigd;
- f. hetgeen tijdens het onderzoek is verricht en overigens is voorgevallen;
- g. de namen of nummers en de hoedanigheid van de overige personen die zijn binnengetreden of aan de doorzoeking hebben deelgenomen.
Het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop is binnengetreden of de doorzoeking is beëindigd, toegezonden aan de rechter-commissaris die de machtiging heeft gegeven.
Een afschrift van het verslag wordt uiterlijk op de vierde dag na die waarop is binnengetreden of de doorzoeking is beëindigd, aan degene bij wie is binnengetreden of bij wie de doorzoeking is verricht, uitgereikt of toegezonden. Indien het doel van het onderzoek daartoe noodzaakt, kan deze uitreiking of toezending worden uitgesteld. Uitreiking of toezending geschiedt in dat geval, zodra het belang van dit doel het toestaat. Indien het niet mogelijk is het afschrift uit te reiken of toe te zenden, houdt de rechter-commissaris of de ambtenaar die is binnengetreden of de doorzoeking heeft verricht, het afschrift gedurende zes maanden beschikbaar voor degene bij wie is binnengetreden of bij wie de doorzoeking is verricht.
De artikelen 10 en 11 van de Algemene wet op het binnentreden zijn niet van toepassing.
Hoofdstuk 7. Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
Artikel 58a
De last onder dwangsom kan worden opgelegd in de vorm van een corrigerende structurele maatregel als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1, indien die maatregel evenredig is aan de gepleegde overtreding en noodzakelijk is om aan de overtreding daadwerkelijk een einde te maken.
Indien er ter correctie van een overtreding meerdere even effectieve corrigerende structurele of gedragsmaatregelen als bedoeld in artikel 10, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1 zijn, wordt de maatregel opgelegd die voor de betrokken onderneming of ondernemersvereniging het minst belastend is.
Artikel 12r, tweede lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is niet van toepassing.
§ 1. Bestuurlijke boete, last onder dwangsom en bindende aanwijzing
Artikel 59a
Vervallen
§ 2. Procedure
§ 1. Overtredingen medewerkingsplicht
Artikel 68a
Vervallen
Hoofdstuk 8. Overige overtredingen
§ 1a. Overtreding verplichtingen inzake financiële transparantie
§ 1c. Overtredingen van verplichtingen aangaande overheden en overheidsbedrijven
§ 2. Overtredingen concentratietoezicht
Artikel 75a
Vervallen
§ 2a. Overtreding toezeggingsbesluit
§ 2b. Overtreding gebruik van gegevens
Artikel 77a
Vervallen
Hoofdstuk 10. Toepassing van de EG-mededingingsregels
Hoofdstuk 9. Voorlopige last onder dwangsom
Hoofdstuk 12a. Bijdragen
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 11. Gebruik van gegevens
Hoofdstuk 11. Gebruik van gegevens
Hoofdstuk 12a. Bijdragen
Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 49a
Vervallen
Artikel 49b
Vervallen
Artikel 49c
Vervallen
Artikel 49d
Vervallen
Hoofdstuk 7. Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
§ 1. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom
Hoofdstuk 7. Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
§ 1a. Overtreding verplichtingen inzake financiële transparantie
§ 1. Overtredingen medewerkingsplicht
§ 1a. Overtreding verplichtingen inzake financiële transparantie
Hoofdstuk 8. Overige overtredingen
§ 1c. Overtredingen van verplichtingen aangaande overheden en overheidsbedrijven
§ 5. Invordering van de bestuurlijke boete
§ 1b. Overtreding verzegeling
Artikel 70b
Vervallen
§ 2. Overtredingen concentratietoezicht
§ 1c. Overtredingen van verplichtingen aangaande overheden en overheidsbedrijven
Artikel 76a
Vervallen
§ 2. Overtredingen concentratietoezicht
Hoofdstuk 10. Toepassing van de EG-mededingingsregels
Hoofdstuk 12. Rechtsbescherming
Hoofdstuk 12a. Bijdragen
Hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 5. Concentraties
§ 3. Melding
§ 4. Vergunningen
§ 4. Vergunningen
Hoofdstuk 6. Toezicht en onderzoek
§ 1. Toezicht
§ 1. Bestuurlijke boete en last onder dwangsom
Hoofdstuk 7. Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
§ 3. Procedure
§ 1b. Overtreding verzegeling
§ 2a. Overtreding toezeggingsbesluit
§ 2a. Overtreding toezeggingsbesluit
§ 3. Procedure
Artikel 82b
Vervallen
Hoofdstuk 10. Europese mededingingsregels
Hoofdstuk 10. Toepassing van de EG-mededingingsregels
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 25g
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder overheidsbedrijf:
- a. een onderneming met privaatrechtelijke rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te bepalen;
- b. een onderneming in de vorm van een personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke rechtspersoon deelneemt.
Een publiekrechtelijke rechtspersoon is alleen in staat in een onderneming het beleid te bepalen in de zin van het eerste lid, onder a:
- a. indien hij, al dan niet tezamen met een of meer andere publiekrechtelijke rechtspersonen, beschikt over de meerderheid van de stemrechten, verbonden aan de door de rechtspersoon van de onderneming uitgegeven aandelen;
- b. indien meer dan de helft van de leden van het bestuur of het toezichthoudend orgaan wordt benoemd door een of meer publiekrechtelijke rechtspersonen of door leden of aandeelhouders die een publiekrechtelijke rechtspersoon zijn;
- c. indien de onderneming een dochtermaatschappij in de zin van artikel 24a van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek is van een rechtspersoon waarvoor onderdeel a of b van toepassing is; of
- d. in andere gevallen, voor zover bij algemene maatregel van bestuur bepaald.
Artikel 25h
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op:
- a. openbare scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, en artikel 1.1 van de Wet voortgezet onderwijs 2020;
- b. openbare instellingen als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs;
- c. openbare instellingen als bedoeld in artikel 1.1, onder h, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- d. de instellingen, bedoeld in artikel 1.5 van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek, en de organisaties, bedoeld in artikel 3 van de TNO-wet en in artikel 2 van de Wet op de Nederlandse organisatie voor wetenschappelijk onderzoek;
- e. publieke media-instellingen als bedoeld in artikel 1.1 van de Mediawet 2008.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op het aanbieden van goederen of diensten door bestuursorganen aan andere bestuursorganen of aan overheidsbedrijven voor zover deze goederen of diensten zijn bestemd voor de uitvoering van een publiekrechtelijke taak.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op bestuursorganen als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, onder b, van de Algemene wet bestuursrecht en op bestuursorganen van openbare lichamen van beroep en bedrijf die zijn ingesteld op grond van artikel 134 van de Grondwet.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing indien het economische activiteiten van een bestuursorgaan betreft ten aanzien waarvan een maatregel is getroffen die naar het oordeel van het bestuursorgaan kan worden aangemerkt als een steunmaatregel die voldoet aan de criteria van artikel 107, eerste lid, van het Verdrag.
Dit hoofdstuk is niet van toepassing op economische activiteiten en op een bevoordeling als bedoeld in artikel 25j, welke plaatsvinden respectievelijk plaatsvindt in het algemeen belang.
De vaststelling of economische activiteiten of een bevoordeling plaatsvinden respectievelijk plaatsvindt in het algemeen belang geschiedt voor provincies, gemeenten en waterschappen door provinciale staten, de gemeenteraad respectievelijk het algemeen bestuur en voor het Rijk en voor zelfstandige bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen door de minister die het aangaat.
Artikel 25i
Een bestuursorgaan dat economische activiteiten verricht, brengt de afnemers van een product of dienst ten minste de integrale kosten van dat product of die dienst in rekening.
Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. indien de economische activiteiten strekken ter uitoefening van een bijzonder of uitsluitend recht in de zin van artikel 25a, onder c, respectievelijk b, en reeds voorschriften gelden omtrent de voor de desbetreffende activiteiten in rekening te brengen prijzen;
- b. indien de economische activiteiten inhouden het verstrekken van gegevens die het bestuursorgaan heeft verkregen in het kader van de uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheden of het verstrekken van gegevensbestanden die uit de genoemde gegevens zijn samengesteld;
- c. op economische activiteiten die worden verricht door een onderneming die belast is met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening, voor zover op deze activiteiten artikel 5 van die wet van toepassing is.
Bij de vaststelling van de integrale kosten, bedoeld in het eerste lid, wordt voor de financiering met vreemd vermogen en met eigen vermogen voor zover dat redelijkerwijs aan de economische activiteiten kan worden toegerekend, een bedrag in aanmerking genomen dat niet lager is dan de lasten die in het normale handelsverkeer gebruikelijk zijn voor de financiering van ondernemingen.
Op verzoek van de Autoriteit Consument en Markt toont een bestuursorgaan aan dat het heeft voldaan aan de in het eerste lid bedoelde verplichting.
Artikel 25j
Een bestuursorgaan bevoordeelt niet een overheidsbedrijf, waarbij hij in de zin van artikel 25g, eerste lid, is betrokken, boven andere ondernemingen waarmee dat overheidsbedrijf in concurrentie treedt en kent evenmin een dergelijk overheidsbedrijf anderszins voordelen toe die verder gaan dan in het normale handelsverkeer gebruikelijk is.
Als bevoordeling als bedoeld in het eerste lid wordt in ieder geval ook aangemerkt:
- a. het toestaan van het gebruik door het overheidsbedrijf van de naam en het beeldmerk van de publiekrechtelijke rechtspersoon van het bestuursorgaan op een wijze waardoor verwarring bij het publiek is te duchten over de herkomst van goederen en diensten;
- b. het leveren van goederen aan, het verrichten van diensten voor en het ter beschikking stellen van middelen aan het overheidsbedrijf tegen een vergoeding die lager is dan de integrale kosten.
Het eerste lid is niet van toepassing:
- a. indien de bevoordeling verband houdt met economische activiteiten ter uitoefening van een bijzonder of uitsluitend recht in de zin van artikel 25a, onder c, respectievelijk b, en reeds voorschriften gelden omtrent de voor de desbetreffende activiteiten in rekening te brengen prijzen;
- b. indien naar het oordeel van het bestuursorgaan de bevoordeling kan worden aangemerkt als een steunmaatregel die voldoet aan de criteria van artikel 87, eerste lid, van het Verdrag;
- c. op economische activiteiten die worden verricht door een onderneming die belast is met de uitvoering van de Wet sociale werkvoorziening, voor zover op deze activiteiten artikel 5 van die wet van toepassing is.
Artikel 25k
Een bestuursorgaan gebruikt gegevens die hij heeft verkregen in het kader van de uitvoering van zijn publiekrechtelijke bevoegdheden alleen voor economische activiteiten die niet dienen ter uitvoering van de publiekrechtelijke bevoegdheden, indien deze gegevens ook aan derden beschikbaar kunnen worden gesteld.
Artikel 25l
Indien een bestuursorgaan een publiekrechtelijke bevoegdheid uitoefent ten aanzien van economische activiteiten die door hetzelfde of een ander bestuursorgaan van de desbetreffende publiekrechtelijke rechtspersoon worden verricht, wordt voorkomen dat dezelfde personen betrokken kunnen zijn bij zowel de uitoefening van de bevoegdheid als bij het verrichten van de economische activiteiten.
Artikel 25m
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld inzake de toepassing van de artikelen 25i en 25j.
De in het eerste lid bedoelde nadere regels hebben in elk geval betrekking op de kosten die bij de in artikel 25i, eerste lid, bedoelde kostendoorberekening in aanmerking worden genomen en op beginselen voor de toerekening van indirecte kosten.
De nadere regels op grond van het eerste lid worden gesteld na overleg met:
- a. de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor zover de regels betrekking hebben op gemeenten of provincies, en
- b. de Minister van Infrastructuur en Milieu voor zover de regels betrekking hebben op waterschappen.
Hoofdstuk 5. Concentraties
§ 1. Begripsbepalingen
§ 4. Vergunningen
Hoofdstuk 7. Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
Hoofdstuk 6. Toezicht en onderzoek
§ 1. Toezicht
Hoofdstuk 7. Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
§ 1. Bestuurlijke boete, last onder dwangsom en bindende aanwijzing
Hoofdstuk 8. Overige overtredingen
§ 3. Procedure
Artikel 70c
De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van artikel 25i, eerste lid, 25j, eerste lid, artikel 25k of artikel 25l:
- a. verklaren dat zij de overtreding heeft vastgesteld, of
- b. de overtreder een last onder dwangsom opleggen.
Van de beschikking wordt mededeling gedaan in de Staatscourant.
§ 2a. Overtreding toezeggingsbesluit
§ 3. Procedure
Hoofdstuk 10. Toepassing van de EG-mededingingsregels
Hoofdstuk 12a. Bijdragen
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 12a. Bijdragen
Hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Hoofdstuk 3. Mededingingsafspraken
§ 2. Uitzondering in verband met het vervullen van bijzondere taken
§ 2a. Uitzondering in verband met het gemeenschappelijke landbouw- en visserijbeleid
§ 4. Ontheffingen
Hoofdstuk 4. Economische machtsposities
§ 1. Verbod van misbruik van economische machtsposities
§ 1. Verbod van misbruik van economische machtsposities
Hoofdstuk 4a. Financiële transparantie binnen bepaalde ondernemingen
Hoofdstuk 4b. Overheden en overheidsbedrijven
Artikel 25ma
Hoofdstuk 3 van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt is van toepassing op de handhaving van de bepalingen in dit hoofdstuk, met uitzondering van § 2. en de artikelen 12j, 12k, 12l, 12m, eerste lid, onderdelen a en b, en tweede lid, 12o en 12v van dat hoofdstuk.
§ 2. Toepassingsbereik concentratietoezicht
§ 3. Melding
Hoofdstuk 5a. Toezeggingsbesluit
Hoofdstuk 5b. Gebruik van gegevens door partijen
§ 1a. Boete-immuniteit of boetereductie
Hoofdstuk 8. Overige overtredingen
§ 1b. Overtreding verzegeling
Hoofdstuk 9. Voorlopige last onder dwangsom
Hoofdstuk 11. Gebruik van gegevens
Hoofdstuk 12. Rechtsbescherming
Hoofdstuk 11. Gebruik van gegevens
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 49e
Gegevens als bedoeld in artikel 31, vierde lid, van richtlijn (EU) 2019/1 worden door een partij uitsluitend gebruikt wanneer dat noodzakelijk is om haar rechten van verdediging uit te oefenen in een procedure bij een rechterlijke instantie die rechtstreeks verband houdt met de zaak waarvoor toegang is verleend en enkel wanneer die procedure betrekking heeft op de verdeling van een hoofdelijk opgelegde geldboete tussen deelnemers van het kartel of de vaststelling door de Autoriteit Consument en Markt van een overtreding van de artikelen 6, eerste lid of 24, eerste lid, dan wel de artikelen 101 of 102 van het Verdrag.
Gegevens als bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van richtlijn (EU) 2019/1 die in het kader van een onderzoek of procedure met het oog op de vaststelling van een overtreding van de artikelen 6, eerste lid, of 24 eerste lid, dan wel de artikelen 101 of 102 van het Verdrag door een partij zijn verkregen, worden door die partij niet gebruikt in een procedure bij een rechterlijke instantie tot het moment waarop de Autoriteit Consument en Markt of een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie haar onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding afsluit door een besluit als bedoeld in de artikelen 10 of 12 van richtlijn (EU) 2019/1 te nemen of oordeelt dat er geen redenen zijn om verder op te treden.
Artikel 53a
Artikel 51 tot en met 53 zijn van overeenkomstige toepassing op inspecties van ruimten, terreinen of vervoermiddelen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1, niet zijnde woningen.
Artikel 58b
In dringende gevallen waarin volgens een eerste onderzoek dat op een overtreding van artikel 6, eerste lid of 24, eerste lid wijst, de mededinging op ernstige en onherstelbare wijze dreigt te worden geschaad, kan de Autoriteit Consument en Markt aan een onderneming of ondernemersvereniging een zelfstandige last in de vorm van een voorlopige maatregel als bedoeld in artikel 11, eerste lid, van richtlijn (EU) 2019/1, opleggen.
De zelfstandige last is evenredig en van toepassing:
- a. gedurende een bepaalde tijdspanne die kan worden verlengd voor zover dat noodzakelijk en passend is; of
- b. tot het moment dat bij besluit is vastgesteld of er een overtreding is van artikel 6, eerste lid of 24, eerste lid.
Artikel 58c
Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete of het verminderen van een bestuurlijke boete bij overtreding van artikel 6, eerste lid.
§ 3. Beschikkingen
Hoofdstuk 8. Overige overtredingen
§ 1b. Overtreding verzegeling
Artikel 76b
De Autoriteit Consument en Markt kan ingeval van overtreding van artikel 49e, eerste of tweede lid, de overtreder een bestuurlijke boete opleggen van ten hoogste € 900.000 of, indien dat meer is, van ten hoogste 1% van de omzet van de onderneming dan wel, indien de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken.
§ 2b. Overtreding gebruik van gegevens
Hoofdstuk 9. Voorlopige last onder dwangsom
Artikel 89ga
Indien de Autoriteit Consument en Markt overeenkomstig artikel 22 van verordening 1/2003 een inspectie of een verhoor namens en voor rekening van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie verricht, kunnen ambtenaren en andere door die mededingingsautoriteit daartoe aangewezen personen onder toezicht van de ambtenaren van de Autoriteit Consument en Markt de inspectie of het verhoor bijwonen en tijdens de inspectie of het verhoor bijstand verlenen aan de Autoriteit Consument en Markt wanneer zij de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 12b tot en met 12d van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, of artikel 50, uitoefent.
De Autoriteit Consument en Markt kan namens en voor rekening van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie de bevoegdheden, bedoeld in de artikelen 5:15 tot en met 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht, de artikelen 12b tot en met 12d Instellingswet Autoriteit Consument en Markt, of artikel 50 uitoefenen om vast te stellen of gevolg is gegeven aan onderzoeksmaatregelen of besluiten als bedoeld in de artikelen 6 en 8 tot en met 12 van richtlijn (EU) 2019/1 van die mededingingsautoriteit.
Artikel 12, tweede en derde lid, van verordening 1/2003 zijn van overeenkomstige toepassing indien de Autoriteit Consument en Markt met het oog op de toepassing van het tweede lid gegevens of inlichtingen verstrekt aan of ontvangt van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie.
Artikel 89gb
Na een daartoe strekkend verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie stelt de Autoriteit Consument en Markt een adressaat in kennis van informatie als bedoeld in artikel 25, onderdelen a, b of c, van richtlijn (EU) 2019/1.
Artikel 89gc
De Autoriteit Consument en Markt legt na een daartoe strekkend verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie een definitief besluit tot oplegging van een geldboete als bedoeld in artikel 13 van richtlijn (EU) 2019/1 of een besluit tot oplegging van een dwangsom als bedoeld in artikel 16 van richtlijn (EU) 2019/1 ten uitvoer, voor zover die mededingingsautoriteit na redelijke inspanningen op haar eigen grondgebied te hebben geleverd, heeft vastgesteld dat de onderneming of ondernemersvereniging jegens welke de geldboete of dwangsom invorderbaar is, in de lidstaat van die mededingingsautoriteit niet over voldoende activa beschikt om invordering van de geldboete of dwangsom mogelijk te maken.
In gevallen anders dan bedoeld in het eerste lid, kan de Autoriteit Consument en Markt na een daartoe strekkend verzoek van een mededingingsautoriteit van een andere lidstaat van de Europese Unie een definitief besluit tot oplegging van een geldboete als bedoeld in artikel 13 van richtlijn (EU) 2019/1 of een besluit tot oplegging van een dwangsom als bedoeld in artikel 16 van richtlijn (EU) 2019/1 ten uitvoer leggen.
Afdeling 4.4.4 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.
De verjaringstermijn voor de tenuitvoerlegging van een besluit als bedoeld in het eerste of tweede lid, wordt bepaald overeenkomstig artikel 26, vierde lid, van richtlijn (EU) 2019/1.
Artikel 89gd
Een verzoek als bedoeld in de artikelen 25 of 26, eerste of tweede lid, van richtlijn (EU) 2019/1 voldoet aan en wordt uitgevoerd overeenkomstig artikel 27, tweede, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van richtlijn (EU) 2019/1.
Artikel 89ge
De Autoriteit Consument en Markt geeft uitvoering aan artikel 27, zevende lid en achtste lid, eerste, derde en vierde alinea, van richtlijn (EU) 2019/1.
De Autoriteit Consument en Markt geeft in afwijking van het eerste lid geen uitvoering aan artikel 27, achtste lid, eerste alinea, van richtlijn (EU) 2019/1, indien de baten naar verwachting niet opwegen tegen de kosten die de Autoriteit Consument en Markt maakt om de in artikel 27 bedoelde kosten te verhalen.
Artikel 89gf
De bevoegdheid inzake geschillen ten aanzien van de toepassing van de artikelen 25 of 26, eerste of tweede lid, van richtlijn (EU) 2019/1 en het recht dat op die geschillen van toepassing is, wordt bepaald overeenkomstig artikel 28 van richtlijn (EU) 2019/1.
Artikel 89gg
Indien de Autoriteit Consument en Markt, na toepassing te hebben gegeven aan artikel 11, derde lid, van verordening 1/2003 concludeert dat er geen gronden zijn om een onderzoek of procedure met betrekking tot de overtreding voort te zetten, stelt zij de Europese Commissie hiervan in kennis.
Indien de Autoriteit Consument en Markt een besluit neemt als bedoeld in artikel 56, aanhef en onderdeel b, of artikel 58b, eerste lid, stelt zij het European Competition Network hiervan in kennis.
§ 3. Vrijstellingen
§ 4. Ontheffingen
Hoofdstuk 4. Economische machtsposities
§ 2. Uitzondering in verband met het vervullen van bijzondere taken
Hoofdstuk 4a. Financiële transparantie binnen bepaalde ondernemingen
Hoofdstuk 4b. Overheden en overheidsbedrijven
Hoofdstuk 5. Concentraties
§ 1. Begripsbepalingen
§ 2. Toepassingsbereik concentratietoezicht
Hoofdstuk 5a. Toezeggingsbesluit
Hoofdstuk 5b. Gebruik van gegevens door partijen
Hoofdstuk 7. Overtredingen verbod van mededingingsafspraken en verbod van misbruik van een economische machtspositie
§ 2. Procedure
§ 3. Beschikkingen
§ 1b. Overtreding verzegeling
Hoofdstuk 13. Wijzigingen in andere wetten
Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 11a
Voor overeenkomsten, besluiten en gedragingen als bedoeld in artikel 6, eerste lid, die betrekking hebben op de voortbrenging van en de handel in landbouwproducten, bedoeld in artikel 42 van het Verdrag, geldt artikel 6, eerste lid, uitsluitend in de gevallen ten aanzien waarvan bij of krachtens een verordening van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie is bepaald dat artikel 101 van het Verdrag van toepassing is op die overeenkomsten, besluiten en gedragingen.
Onze Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit doet mededeling in de Staatscourant van de gevallen, bedoeld in het eerste lid.
§ 3. Vrijstellingen
Hoofdstuk 4. Economische machtsposities
§ 2. Uitzondering in verband met het vervullen van bijzondere taken
Hoofdstuk 4a. Financiële transparantie binnen bepaalde ondernemingen
Hoofdstuk 4b. Overheden en overheidsbedrijven
Hoofdstuk 5. Concentraties
§ 1. Begripsbepalingen
§ 2. Toepassingsbereik concentratietoezicht
§ 4. Vergunningen
Hoofdstuk 5a. Toezeggingsbesluit
Hoofdstuk 6. Bevoegdheden in het kader van toezicht
Hoofdstuk 8. Overige overtredingen
§ 3. Procedure
Hoofdstuk 9. Voorlopige last onder dwangsom
Hoofdstuk 10. Europese mededingingsregels
Hoofdstuk 11. Gebruik van gegevens
Hoofdstuk 12. Rechtsbescherming
Hoofdstuk 14. Overgangsbepalingen
Hoofdstuk 15. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)