Circulaire Overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (OOW-operatie)

Type Circulaire
Publication 1997-07-04
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

«Circulaire aan de Ministers»

1. Inleiding/managementinformatie

Deze circulaire strekt tot het verschaffen van nadere informatie over de operatie ’Overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen’ (OOW). Op grond van de voorgestelde Wet OOW zoals die op 27 maart 1997 is ingediend bij de Tweede Kamer (Tweede Kamer, vergaderjaar 1996-1997, 25 282, nrs. 1-3), worden de werknemersverzekeringen voor het overheidspersoneel vanaf 1 januari 1998 gefaseerd ingevoerd. Een integrale invoering van alle werknemersverzekeringen op één moment is complex en met name uitvoeringstechnisch risicovol. Om de invoeringsrisico’s te beperken, heeft het kabinet ervoor gekozen om de werkne-mersverzekeringen op verschillende tijdstippen van toepassing te verklaren op verschillende categorieën overheidspersoneel.

Kort samengevat houdt het voorgestelde invoeringsscenario van OOW het volgende in.

– Met ingang van 1 januari 1998 wordt de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) inclusief de maatregelen van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Pemba) ingevoerd. Bestaande WAO-conforme uitkeringen worden daarbij omgezet in WAO-uitkeringen.

Het bovenstaande is in onderhavige circulaire als volgt nader uitgewerkt.

In hoofdstuk 2 wordt in herinnering gebracht wat het doel is van de OOW-operatie.

In hoofdstuk 3 wordt stilgestaan bij de voor u van belang zijnde wijzigingen na het van kracht worden van de Wet OOW wat betreft de arbeidsongeschiktheid. Hierbij wordt tevens ingegaan op de van u in dit kader in de loop van 1997 gevraagde activiteiten.

Hoofdstuk 4 betreft de gevolgen van de voorgestelde wet OOW voor de regelingen terzake van werkloosheid en ziekte.

In hoofdstuk 5 wordt ingegaan op de toepassing van de Toeslagenwet en de Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers; de uitvoering van de werknemersverzekeringen voor het overheidspersoneel, de ziektekostenverzekering en de bovenwettelijke regelingen.

Hoofdstuk 6 geeft tot slot in grote lijnen een schets van het tijdpad van de van u gevraagde activiteiten tot 1 januari 1998.

Als bijlage1De genoemde bijlage in deze circulaire is niet geplaatst omdat inmiddels bij het ministerie van SZW een nieuwe brochure over de Wet Pemba is verschenen: ’De nieuwe WAO-financiering’ (met een versie voor werkgevers en één voor werknemers). De brochure is gratis verkrijgbaar bij het ministerie van SZW, Informatietelefoon: 0800-9051.Vrijdag 4 juli 1997 is voor uw informatie bijgevoegd een nieuwsbrief van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid over de bovengenoemde wet Pemba. Daarin vindt u algemene informatie over de inhoud en betekenis van de maatregelen van de Wet Pemba. Toen deze nieuwsbrief werd geschreven, lag de Wet Pemba nog in de Eerste Kamer der Staten-Generaal. Inmiddels is de Wet Pemba door de Eerste Kamer aanvaard en zal die wet in werking treden per 1 januari 1998. Ook is intussen de Osv 1997 in werking getreden, zodat, waar in die nieuwsbrief wordt gesproken van bedrijfsverenigingen, gelezen moet worden: het Lisv.

Wat betreft specifiek uitvoeringstechnische onderwerpen betreffende de WAO en Pemba zal u spoedig nog nader worden geïnformeerd door de USZO. Van de ontwikkelingen ten aanzien van de invoering van de WW en de ZW zal ik u op de hoogte houden.

2. De operatie ’overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen’

2.1. Doel

In het kader van de operatie ’Overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen’ (OOW) wordt het overheidspersoneel onder de werkingssfeer van de wettelijke werknemersverzekeringen gebracht. Het voorstel van wet waarbij dit wordt geregeld, de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Wet OOW), is 27 maart 1997 ingediend bij de Tweede Kamer (wetsvoorstel 25 282).

De werknemersverzekeringen worden ingevoerd voor alle overheidswerknemers, alsmede de gewezen overheidswerknemers die bij de invoering van OOW reeds in het genot zijn van een uitkering op grond van een ambtelijke uitkeringsregeling (de zogenoemde ’oude gevallen’).

Om dit te bereiken, worden de overheidswerknemers en de bedoelde gewezen overheidswerknemers opgenomen in de kring van verzekerden op grond van de Ziektewet (ZW), de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Werkloosheidswet (WW), de Toeslagenwet (TW), de Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (BIA) en de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW).

Na het van kracht worden van de Wet OOW hebben de overheidswerknemers met inachtneming van de in de ZW, de WAO, de WW, de TW, de BIA en de IOAW opgenomen voorwaarden rechtstreeks recht op uitkeringen en overige verstrekkingen op grond van die wetten.

2.2. Doelgroep

Uw ’zittende’ werknemers alsmede uw voormalige werknemers met een bestaande uitkering (’oude gevallen’) behoren tot de doelgroep van de OOW-operatie voor zover zij:

De volgende groep (gewezen) werknemers blijft buiten de OOW en dus buiten de werknemersverzekeringen: (gewezen) overheidswerknemers die recht hebben op een uitkering wegens functioneel leeftijdsontslag (FLO) of op een uitkering wegens vrijwillig vervroegd uittreden (VUT/FPU).

3. Arbeidsongeschiktheid

3.1. Invoeringsdatum WAO/Pemba

Aan de Tweede Kamer is voorgesteld dat de WAO met ingang van een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip wordt opengesteld voor het overheidspersoneel. Hierbij wordt door het kabinet uitgegaan van 1 januari 1998. Het gaat dan om de WAO inclusief de maatregelen van de Wet premiedifferentiatie en marktwerking bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (Pemba). De Eerste Kamer der Staten-Generaal heeft recentelijk Pemba aanvaard en Pemba zal per 1 januari 1998 van kracht worden.

Pemba leidt er toe dat de AAW vervalt als volksverzekering en dat die voor werknemers wordt geïntegreerd in de WAO. Pemba leidt ook tot een andere financiering van de WAO. Deze nieuwe financiering van de WAO moet ook voor de overheid gelden en daarom is 1 januari 1998 voor het kabinet een harde datum voor de invoering van de WAO voor het overheidspersoneel.

3.2. Beoogde situatie per 1 januari 1998

Met ingang van 1 januari 1998 heeft het overheidspersoneel ingeval van arbeidsongeschiktheid recht op een WAO-uitkering. Zowel de AAW als de WAO-conforme regeling komen te vervallen. Voor het overheidspersoneel gelden verder alle in de WAO opgenomen overige rechten en verplichtingen. Achtereenvolgens wordt hieronder ingegaan op de wijzigingen in de financiering van de WAO, de verantwoordelijkheid voor de uitvoering en de loonkosten- en inkomensneutraliteit invoering Pemba.

a. Wijzigingen in de financiering van de WAO

In de financiering van de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen treden als gevolg van Pemba wijzigingen op. Kort samengevat ziet de financiering van de WAO na het van kracht worden van Pemba er met ingang van 1 januari 1998 als volgt uit:

b. Wijzigingen in de verantwoordelijkheid voor de uitvoering

Het Lisv is verantwoordelijk voor de uitvoering van de WAO (inclusief overheidspersoneel). Het sluit voor die uitvoering een overeenkomst met een uitvoeringsinstelling in de zin van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 (Osv 1997). Naar verwachting zal dat de USZO zijn. Verder is het Lisv beheerder van de sociale fondsen waaronder het AOF en de AOK.

De invoering van de WAO betekent het einde van de WAO-conforme regeling. Het Fonds arbeidsongeschiktheidsverzekering overheidspersoneel (FAOP) heeft derhalve per 1 januari 1998 geen taak meer. De financiering van de WAO-lasten van zowel de overheid als de marktsector geschiedt vervolgens vanuit het AOF en de AOK.

Een deel van het beschikbare FAOP-vermogen, dat is opgebouwd uit werkgeverspremies, zal als bijdrage in de wettelijke reserve worden overgeheveld naar de WAO-fondsen. Het daarna resterende vermogen van het FAOP zal in 1998 worden teruggegeven aan de overheidswerkgevers. De wijze waarop dat zal gebeuren en de omvang van de terug te geven gelden zullen in overleg met het FAOP nog nader bekend worden gemaakt.

c. Loonkosten- en koopkrachtneutraliteit invoering Pemba

Per 1 januari 1998 geldt wat betreft de arbeidsongeschiktheid een uniform financieringsregime voor overheid en marktsector. Dat zal het financierings-regime zijn zoals dat geldt na de inwerkingtreding van Pemba. De invoering van Pemba zal zoveel mogelijk loonkosten- en koopkrachtneutraal verlopen. Om dat te bereiken:

Omdat het arbeidsongeschiktheidsrisico van de overheid lager is dan dat van de markt, betekent de overgang van eigen-risicodragerschap naar de verevening die het uniforme financierings-regime inhoudt, voor de overheid extra kosten. Voor zover de loonkosten van de overheidswerkgevers worden gefinancierd vanuit de algemene middelen worden zij in de kosten van deze verevening tegemoetgekomen.

3.3. Uitkeringsgrondslag WAO: in 1998 dagloon

De WAO-conforme regeling is nagenoeg gelijk aan de WAO. Er zijn echter wel verschillen, met name wat betreft het dagloon en de grondslag voor de premieheffing. De deeltijdfactor wordt niet gehanteerd in het systeem van de sociale verzekeringen waartoe ook de WAO behoort. In dat systeem is het gebruikelijk om zowel de aanspraken als de premieheffing te bepalen op basis van het loon per dag en het aantal gewerkte dagen in een bepaald tijdvak.

Wat de grondslag voor de WAO-uitkering betreft (de uitkeringsgrondslag) wordt per 1 januari 1998 het dagloon van de WAO ingevoerd. Voor de WAO-uitkering is het dagloon het loon dat de werknemer over de periode van een jaar gemiddeld per dag kan verdienen in het beroep dat hij gewoonlijk uitoefende voor de aanvang van de WAO-uitkering.

De thans nog bestaande mogelijkheid van bepaling van het WAO-conforme dagloon met toepassing van de deeltijdfactor komt door de invoering van de WAO te vervallen.

De invoering van het WAO-dagloon betekent voor de salarisadministraties dat zij derhalve met ingang van 1 januari 1998 gegevens over het dagloon voor de berekening van de WAO-uitkering moeten kunnen opleveren (voor zover zij dat niet nu al kunnen in het kader van de WAO-conforme regeling). In die administraties zal per overheidswerknemer voor het dagloon bijgehouden moeten worden op hoeveel dagen in de week arbeid verricht wordt. Het loon per dag hoeft niet te worden bijgehouden. Om het dagloon WAO vast te stellen dient namelijk het totale loon per kalenderjaar te worden gedeeld door het aantal gewerkte dagen.

Deze registratie van gewerkte dagen zal overigens later ook gebruikt moeten worden om in het kader van de WW-beoordeling aan de arbeidsverleden-eis te toetsen. Over de uitvoeringsspecifieke aspecten zal de USZO u nader informeren.

3.4. Premieloon WAO: in 1998 nog deeltijdfactor i.p.v. loon per dag

Het bij de Tweede Kamer ingediende wetsvoorstel OOW houdt nog in dat de werkgevers met ingang van 1 januari 1998, bij de invoering van de WAO, ook bij de premieheffing zouden moeten omschakelen op de dagensystematiek (dat wil zeggen: premieheffing per dag over het op die dag door de werknemer verdiende loon). Inmiddels is echter sprake van nieuwe ontwikkelingen die er toe zullen leiden dat dit element van het wetsvoorstel bij nota van wijziging zal worden geschrapt.

Het ministerie van SZW werkt sinds enige tijd aan vervanging van de dagensystematiek bij de premieheffing door een vereenvoudigde systematiek. Er wordt naar gestreefd die vereenvoudigde systematiek per 1 januari 1999 in te voeren. Voorkomen moet worden dat de overheidswerkgevers kort na elkaar geconfronteerd worden met twee wijzigingen in de systematiek van de premieheffing.

In het wetsvoorstel OOW zal daarom bij nota van wijziging worden opgenomen dat de premieheffing bij overheidswerkgevers vooralsnog zal plaatsvinden met toepassing van de deeltijdfactor.

Dit betekent dat er bij inwerkingtreding van de Wet OOW voor de overheid geen sprake zal zijn van invoering van de dagensystematiek bij de premieheffing WAO per 1 januari 1998. Vooralsnog zal het premieloon WAO worden bepaald met toepassing van de deeltijdfactor.

Ik merk voor de duidelijkheid op dat de nota van wijziging nog door het kabinet moet worden aanvaard en nog niet is ingediend bij de Tweede Kamer. Deze mededelingen over de deeltijdfactor in relatie tot de premieheffing WAO zijn dan ook onder voorbehoud.

3.5. Het begrip ’werkgever’

In de sociale verzekeringen is de werkgever het aangrijpingspunt van de premieplicht van de WAO (en later ook van de WW). Dit aangrijpingspunt is van belang voor de afbakening van de loonsom van de verschillende werkgevers, voor de verplichtingen op grond van de WAO van de werkgever, e.d. Zo is de basispremie WAO verschuldigd door de werkgever. In het kader van Pemba wordt bij de individuele werkgever verder een gedifferentieerde premie in rekening gebracht voor de op of na 1 januari 1998 ingegane, nieuwe WAO-uitkeringen van zijn werknemers. Voor de vaststelling van de verschillende premies moet de loonsom per werkgever worden vastgesteld.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.