Besluit van 25 juni 1997 tot uitvoering van de Huursubsidiewet, met uitzondering van de bepalingen van die wet betreffende de beheersing van de huurlasten en de huursubsidieuitgaven (Huursubsidiebesluit)

Type AMvB
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 25 maart 1997, nr. MJZ 97092973, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Gelet op de artikelen 4, derde lid, 11, tweede lid, 28, derde lid, en 46 van de Huursubsidiewet, alsmede op artikel 34, derde lid, van de Huisvestingswet, 70, vijfde en zesde lid, van de Woningwet, 34, vierde lid, van de Wet op de rechtsbijstand, 9, zevende lid, van de Wet rechtsbijstand aan on- en minvermogenden, 7a, tweede lid, van de Algemene Bijstandswet en 102 van de Organisatiewet sociale voorzieningen 1997;

De Raad van State gehoord (advies van 4 juni 1997, nr. W08.97.0165);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer van 20 juni 1997, nr. MJZ 97109564, Centrale Directie Juridische Zaken, Afdeling Wetgeving;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Werkt terug tot en met 1 juli 1997.

HOOFDSTUK 1. DEFINITIES

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder wet: Wet op de huurtoeslag.

Hoofdstuk 2. Bijzondere gevallen

Artikel 2
1.

Op verzoek blijft voor de toepassing van artikel 2 van de wet, van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de op die artikelen berustende bepalingen voor zover het betreft het toekennen van een huurtoeslag, een huurder, diens partner of een medebewoner buiten beschouwing indien:

2.

Als een bijzondere omstandigheid als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt aangemerkt een verblijf in:

Hoofdstuk 3. Onzelfstandige woonruimte

Artikel 3
1.

Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder b, van de wet, kan op voet van artikel 11, tweede lid, van de wet, slechts door de Dienst Toeslagen worden aangewezen indien:

2.

Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, kan voorts slechts worden aangewezen indien:

3.

Een woongebouw of een woning waarvan onzelfstandige woonruimte deel uitmaakt, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 2°, kan voorts slechts worden aangewezen indien:

4.

De Dienst Toeslagen kan de aanwijzing intrekken indien niet langer wordt voldaan aan het eerste, tweede of derde lid.

Hoofdstuk 4. Verklaring van de voorzitter van de huurcommissie

Artikel 4

Vervallen

Artikel 5

Vervallen

Artikel 6

De voorzitter van de huurcommissie vermeldt in de verklaring, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder b, van de Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, de hoogte van de huurprijs en of deze al dan niet redelijk is, beoordeeld naar de bij of krachtens die wet gestelde regels. Indien de voorzitter van oordeel is dat de huurprijs niet redelijk is, vermeldt hij tevens het puntenaantal van de woning op basis van het waarderingsstelsel, bedoeld in artikel 5 van het Besluit huurprijzen woonruimte.

HOOFDSTUK 5. INFORMATIEPLICHT

Artikel 7
1.

Het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder b, van de wet, is 65.

2.

Het percentage, bedoeld in artikel 21, eerste lid, onder c, van de wet, is 40.

HOOFDSTUK 6. WIJZIGING VAN ANDERE BESLUITEN

§ 1. Ministerie van Justitie

Artikel 8

Wijzigt het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand.

Artikel 9

Wijzigt het Besluit financiële toevoegingsgrenzen.

§ 1. Ministerie van Justitie

Artikel 10

Wijzigt het Bijstandsbesluit krediethypotheek.

Artikel 11

Wijzigt het Besluit gegevensverstrekking sociale verzekeringen 1997.

§ 2. Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid

Artikel 12

Wijzigt het Huisvestingsbesluit.

Artikel 13

Wijzigt het Besluit beheer sociale-huursector.

HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN

Artikel 14

Op subsidietijdvakken die zijn aangevangen onder de werking van de Wet individuele huursubsidie blijven van toepassing het Besluit individuele huursubsidie en het Besluit verklaring huurgegevens individuele huursubsidie.

Artikel 15
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 juli 1997.

2.

Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt gepubliceerd wordt uitgegeven op of na 1 juli 1997, werkt het terug tot en met 1 juli 1997.

Artikel 16

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit op de huurtoeslag.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2a
1.

Op verzoek blijft voor de toepassing van artikel 2 van de wet, van artikel 7 van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen en de op die artikelen berustende bepalingen voor zover het betreft het toekennen van een huurtoeslag, een partner of medebewoner buiten beschouwing indien sprake is van een verzorgingsbehoefte bij de huurder, diens partner of een medebewoner.

2.

Het eerste lid geldt uitsluitend ten aanzien van de partner of medebewoner die met het oog op de verzorgingsbehoefte van de huurder of van hemzelf als ingezetene op hetzelfde woonadres als de huurder staat ingeschreven in de basisregistratie personen en is van toepassing indien:

3.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt geen rekening gehouden met de verzorgingsbehoefte van een minderjarige eerstegraads bloed- of aanverwant in de neergaande lijn.

4.

Artikel 27, eerste lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de in het tweede lid, onderdelen b en c, vermelde bedragen, waarbij ten aanzien van het in het tweede lid, onderdeel c, vermelde bedrag het resultaat naar boven wordt afgerond op een veelvoud van € 25.

Artikel 2b
1.

Op verzoek blijven bij de toepassing van artikel 7, eerste en tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen voor zover het betreft het toekennen van een huurtoeslag, de navolgende bestanddelen van het toetsingsinkomen buiten beschouwing:

2.

Indien sprake is van een nabetaling die over de berekeningsjaren waarop deze nabetaling betrekking heeft gemiddeld meer dan € 2300 per jaar bedraagt, vindt het eerste lid, onderdeel b, uitsluitend toepassing indien over de berekeningsjaren waarop de nabetaling betrekking heeft minder huurtoeslag zou worden genoten dan indien de betrokken inkomsten niet als nabetaling zouden zijn uitbetaald.

3.

Indien de belanghebbende gedurende het gehele berekeningsjaar een partner heeft, wordt het in het eerste lid, onderdeel e, bedoelde drempelbedrag voor uitgaven voor specifieke zorgkosten verdubbeld.

Artikel 2c

Een verzoek als bedoeld in de artikelen 2, eerste lid, 2a, eerste lid, en 2b, eerste lid, onderdelen c en e, wordt geacht mede te zijn gedaan voor op het berekeningsjaar volgende berekeningsjaren.

Hoofdstuk 3. Onzelfstandige woonruimte

Hoofdstuk 4. Verklaring van de voorzitter van de huurcommissie

Hoofdstuk 5. Kwaliteitskorting

HOOFDSTUK 6. WIJZIGING VAN ANDERE BESLUITEN

§ 3. Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

HOOFDSTUK 7. SLOTBEPALINGEN

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.