← Geldende tekst · Geschiedenis

Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger verkeer en vervoer in het stedelijk gebied

Geldende tekst a fecha 2002-01-01

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De minister stelt een programma vast, waarin het beleidsvoornemen ten aanzien van de ondersteuning van stiller, schoner en zuiniger verkeer en vervoer in het stedelijk gebied is neergelegd voor de periode van een aantal kalenderjaren.

2.

De minister stelt ieder kalenderjaar een actieplan vast waarin de doelstellingen van het programma, bedoeld in het eerste lid, voor dat jaar concreet worden uitgewerkt.

3.

Het programma, bedoeld in het eerste lid, en het actieplan, bedoeld in het tweede lid, worden direct na vaststelling door terinzagelegging in de bibliotheek van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat bekend gemaakt. De minister doet daarvan mededeling in de Staatscourant.

4.

De minister maakt ieder kalenderjaar in de Staatscourant bekend:

Artikel 3

Op een overeenkomstig deze regeling ingediende aanvraag wordt slechts subsidie verstrekt indien het project:

Artikel 4
1.

De hoogte van de subsidie wordt bepaald met inachtneming van:

2.

De subsidie bedraagt ten hoogste:

3.

In een actieplan als bedoeld in artikel 2, tweede lid, kan een lager maximumpercentage of een lager maximumbedrag per project worden vastgesteld.

Artikel 5
1.

De in artikel 4, tweede lid, gestelde maximumpercentages voor onderzoeks- of ontwikkelingsproject, praktijkexperiment of demonstratieproject kunnen worden verhoogd met:

2.

De subsidie op grond van het eerste lid, juncto artikel 4, tweede lid, be-draagt in geval van een onderzoeks- of ontwikkelingsproject ten hoogste 75 procent van de projectkosten, en in geval van een praktijkexperiment of een demonstratieproject ten hoogste 50 procent van de projectkosten

3.

Een wijziging van de kaderregeling, bedoeld in het eerste lid, onder a, treedt voor de toepassing van deze regeling in werking met ingang van de dag waarop de betrokken wijziging in werking treedt.

Artikel 6
1.

Indien aan een aanvrager subsidie wordt verleend voor een combinatie van projecten die betrekking hebben op dezelfde verkeer- en vervoertechniek bedraagt die subsidie ten hoogste het gewogen gemiddelde van de voor de desbetreffende projecten geldende maximumpercentages, bedoeld in artikel 4 en 5.

2.

Indien door een aanvrager afzonderlijke aanvragen zijn ingediend voor projecten die betrekking hebben op dezelfde verkeer- en vervoertechniek is het eerste lid van overeenkomstige toepassing.

3.

Indien ter zake van de projectkosten of een deel daarvan reeds uit andere hoofde vanwege de overheid of de Commissie van de Europese Gemeen-schappen een subsidie is verleend dan wel anderszins een financiële tege-moetkoming is gegeven, wordt slechts een zodanige subsidie verleend dat het totale bedrag aan subsidies niet meer bedraagt dan de ingevolge artikel 4, tweede en derde lid, artikel 5, eerste en tweede lid, en artikel 6, eerste en tweede lid, maximaal geldende percentages voor de desbetreffende projectsoorten.

4.

In een programma of een actieplan kan worden bepaald dat een aanvrager niet voor een subsidie in het kader van dat programma of actieplan in aanmerking komt indien aan die aanvrager reeds een subsidie is verleend in het kader van deze regeling of van een andere met name te noemen regeling vanwege de overheid.

5.

Voor de projecten, bedoeld in artikel 1, onder f, g, h, i, en d wordt geen subsidie verleend indien de projectkosten minder dan € 11.344,51 bedragen.

Artikel 7
1.

Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen:

2.

Indien machines en apparatuur worden aangeschaft door middel van een lease-overeenkomst, is het vereiste dat de projectkosten zijn betaald niet van toepassing en wordt als kosten van aanschaf in aanmerking genomen de contante waarde van de in totaal verschuldigde lease- termijnen, verdisconteerd op jaarbasis tegen een door de minister vast te stellen percentage.

3.

Indien de kosten van de aanschaf van machines en apparatuur slechts gedeeltelijk aan het project zijn toe te rekenen, wordt als projectkosten in aanmerking genomen een evenredig deel van de kosten van afschrijving van de machines en apparatuur, berekend op basis van historische aanschafwaar-de exclusief winstopslagen bij transacties binnen een groep, een lineaire afschrijvingsmethode en een levensduur behorende bij de aard van de apparatuur.

4.

Indien geen loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, onder 1°, worden gemaakt, maar niettemin arbeid ten behoeve van het project wordt verricht, kan de programmabeheerder een redelijk bedrag voor de kosten van de arbeid vaststellen.

5.

In afwijking van het eerste lid, kan de programmabeheerder toestaan dat het uurloon en de opslag voor algemene kosten worden vastgesteld overeenkomstig een in de gehele organisatie van de aanvrager gebruikelijke, controleerbare methodiek. De methodiek en de berekening worden bij de aanvraag aan de programmabeheerder overgelegd en bevatten uitsluitend kostensoorten als genoemd in het eerste lid.

6.

De projectkosten worden in aanmerking genomen met inbegrip van omzetbelasting, indien de aanvrager de omzetbelasting niet kan verrekenen met door hem af te dragen omzetbelasting.

§ 2. Aanvraag en subsidieverlening

Artikel 8
1.

Een aanvraag wordt ingediend bij de programmabeheerder met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier, en gaat vergezeld van de in dit formulier aangegeven bewijsstukken.

2.

Op de aanvragen die voldoen aan het eerste lid wordt door de programmabeheerder in volgorde van ontvangst beslist.

Artikel 9
1.

De aanvrager is verplicht de programmabeheerder, of door hem aangewezen personen,

2.

De programmabeheerder kan, alvorens op een aanvraag te beslissen advies van derden inwinnen.

Artikel 10

De programmabeheerder beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:

Artikel 11
1.

De beschikking tot subsidieverlening bevat:

2.

De programmabeheerder kan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

3.

Artikel 9, eerste lid, is van toepassing.

Artikel 12
1.

De subsidie-ontvanger is verplicht:

2.

Een verzoek als bedoeld in het eerste lid, wordt schriftelijk bij de programmabeheerder ingediend.

3.

De programmabeheerder kan bij de toestemming als bedoeld in het eerste lid, verplichtingen opleggen aan de subsidie-ontvanger.

Artikel 13

De subsidie-ontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister of de programmabeheerder van:

Artikel 14

De subsidie-ontvanger is verplicht:

Artikel 15

Rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de subsidieverlening kunnen door de aanvrager uitsluitend na toestemming van de minister worden overgedragen.

Artikel 16
1.

Zolang de subsidie niet is vastgesteld, kan de programmabeheerder de subsidieverlening intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen, indien:

2.

De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is verleend.

§ 3. Voorschotten

Artikel 17
1.

Op verzoek van de subsidie-ontvanger verleent de programmabeheerder ten hoogste eenmaal per maand een voorschot op basis van de bij het verzoek gevoegde declaraties.

2.

Een verzoek wordt schriftelijk ingediend bij de programmabeheerder met gebruikmaking van een bij de programmabeheerder verkrijgbaar formulier. Het verzoek gaat vergezeld van alle bescheiden die blijkens het formulier moeten worden meegezonden.

3.

Een voorschot betreft de door de subsidie-ontvanger gemaakte en betaalde projectkosten. In totaal is het bedrag aan verleende voorschotten niet groter dan 80 procent van de subsidieverlening.

Artikel 18

De programmabeheerder weigert een voorschot indien de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 19
1.

Het voorschot wordt binnen vier weken na de voorschotverlening betaald.

2.

De programmabeheerder schort de betaling van een voorschot op indien de betaling ten gevolge van aan de subsidie-ontvanger te wijten onjuistheid of onvolledigheid van gegevens anders luidde dan het geval zou zijn geweest, indien de gegevens juist en volledig zouden zijn.

§ 4. Subsidievaststelling

Artikel 20
1.

De aanvrager dient binnen dertien weken na afloop van de periode, bedoeld in artikel 11, eerste lid, onder e, bij de minister een verzoek tot vaststelling van de subsidie in dat vergezeld gaat van:

2.

Indien het bedrag van de subsidieverlening minder dan € 45.378,00 bedraagt, wordt in afwijking van het eerste lid, onder b, volstaan met een financieel eindverslag.

3.

Op verzoek kan de minister de termijn, bedoeld in het eerste lid, verlengen met ten hoogste dertien weken.

4.

Indien de aanvrager niet binnen de termijnen, bedoeld in het eerste en het derde lid, een verzoek tot vaststelling van de subsidie indient, stelt de programmabeheerder de subsidie ambtshalve vast.

Artikel 21
1.

De programmabeheerder stelt de subsidie vast overeenkomstig de beschikking tot subsidieverlening.

2.

De subsidie kan lager worden vastgesteld indien:

3.

Kosten die gelet op de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend in redelijkheid niet als noodzakelijk kunnen worden beschouwd, worden bij de vast-stelling van de subsidie niet in aanmerking genomen.

Artikel 22
1.

De programmabeheerder kan de subsidievaststelling in ieder geval intrekken of ten nadele van de subsidie-ontvanger wijzigen:

2.

De intrekking of wijziging werkt terug tot en met het tijdstip waarop de subsidie is vastgesteld, tenzij bij de intrekking of wijziging anders is bepaald.

§ 5. Betaling

Artikel 23
1.

Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.

2.

Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald, tenzij bij de subsidievaststelling anders is bepaald.

Artikel 24

Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen binnen vier weken na de subsidievaststelling, of de wijziging of intrekking daarvan worden teruggevorderd.

§ 6. Uitvoeringsbepaling

Artikel 25

Voor het kalenderjaar 1997 treedt de Nederlandse Onderneming Voor Energie en Milieu B.V. op als programmabeheerder.

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 26

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 27

Deze regeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling stiller, schoner en zuiniger.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.