Wet van 5 juli 1997, houdende regels inzake het vervaardigen, verhandelen, vervoeren, voorhanden hebben, dragen enz. van wapens en munitie (Wet wapens en munitie)
De houder van een in Nederland afgegeven uitvoervergunning of van een in een andere lidstaat van de Europese Unie afgegeven uitvoervergunning, is verplicht vuurwapens, hun onderdelen, essentiële componenten en munitie tot aan de bestemming, respectievelijk het verlaten van het grondgebied van Nederland, te doen vergezellen van de uitvoervergunning.
Onze Minister stelt bij regeling procedures vast voor de gevallen bedoeld in artikel 9, tweede lid, van verordening (EU) nr. 258/2012.
Onze Minister kan met het oog op de uitvoer van geluiddempers zoals opgenomen in bijlage I van verordening (EU) nr. 258/2012, en onverminderd het bepaalde in artikel 13, tweede lid, ontheffing verlenen van een of meer verboden genoemd in artikel 13, eerste lid.
Artikel 20b
Onze Minister kan, na overleg met Onze Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking, bepalen dat op grond van de Algemene douanewet afgegeven vergunningen tevens gelden als uitvoervergunningen.
Een uitvoervergunning wordt verleend door het onderdeel van de Belastingdienst, de Centrale dienst voor in- en uitvoer.
§ 5. Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 6. Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7. Overdracht en verkrijging van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 9. Beroep
§ 10. Bepalingen over de uitvoering van de wet
§ 11. Toezicht op de naleving
§ 12. Strafbepalingen
§ 12. Strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 6a
Ontheffingen op grond van artikel 4, erkenningen op grond van artikel 9 en verloven op grond van de artikelen 28, 29 en 32 worden, onverminderd het bepaalde in de artikelen 6 en 7, en in afwijking van artikel 2:1, tweede en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht, slechts verleend indien:
- a. de aanvraag door de aanvrager in persoon is gedaan, onder overlegging van een geldig identiteitsbewijs;
- b. de aanvrager heeft meegewerkt aan een door Onze Minister aangewezen onderzoek op grond waarvan kan worden beoordeeld of er verhoogde kans is op de situatie bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel c;
- c. de aanvrager ten minste drie referenten heeft opgegeven, onder verstrekking van hun contactgegevens, bij wie navraag kan worden gedaan naar de aanvrager, en
- d. de aanvrager in persoon aanwezig is geweest bij de controle door de korpschef van de op het adres van de aanvrager getroffen voorzieningen voor de opslag van wapens en munitie.
Het eerste lid, met uitzondering van onderdeel a, is niet van toepassing op de aanvraag van een persoon die reeds in het bezit is van een in het eerste lid genoemde ontheffing, erkenning of verlof waarvan de geldigheidsduur nog niet is verstreken, tenzij de toepassing van de onderdelen b, c of d, naar het oordeel van de korpschef of Onze Minister, noodzakelijk is voor een deugdelijke beoordeling van het bepaalde in artikel 7, eerste lid, onderdeel c.
De in het eerste lid genoemde ontheffingen, erkenningen en verloven worden aan degene aan wie zij worden verleend, in persoon uitgereikt.
Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gegeven over het bepaalde in het eerste lid. Deze regels kunnen in elk geval betrekking hebben op het door Onze Minister aangewezen onderzoek, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, en de selectie van referenten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. Ook kan de plaats waar de aanvraag moet worden gedaan worden bepaald.
Artikel 7a
Over aanvragers van een ontheffing, erkenning of verlof als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, of een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit op grond van de Omgevingswet, wordt op verzoek van de korpschef informatie verstrekt door:
- a. de officier van justitie, over de hem op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg bekende gegevens als bedoeld in artikel 8:23, onderdelen a tot en met d, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
- b. de officier van justitie, over de hem op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten bekende gegevens inzake rechterlijke machtigingen tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 28a van die wet;
- c. het CIZ, genoemd in artikel 7.1.1 van de Wet langdurige zorg, over de haar op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten bekende gegevens inzake rechterlijke machtigingen tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 van die wet, voorwaardelijke machtigingen als bedoeld in artikel 28aa van die wet, beschikkingen tot inbewaringstellingen als bedoeld in artikel 29 van die wet, en machtigingen tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van die wet.
Over houders van een ontheffing, erkenning of verlof als bedoeld in artikel 6a, eerste lid, of een omgevingsvergunning voor een jachtgeweeractiviteit op grond van de Omgevingswet, wordt terstond informatie verstrekt door:
- a. de officier van justitie, over de hem op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg bekende gegevens als bedoeld in artikel 8:23, onderdelen a tot en met d, van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg;
- b. de officier van justitie, over de hem op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten bekende gegevens inzake rechterlijke machtigingen tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 28a van die wet;
- c. het CIZ, genoemd in artikel 7.1.1 van de Wet langdurige zorg, over de haar op grond van de Wet zorg en dwang psychogeriatrische en verstandelijk gehandicapte cliënten bekende gegevens inzake rechterlijke machtigingen tot opname en verblijf als bedoeld in artikel 24 van die wet, voorwaardelijke machtigingen als bedoeld in artikel 28aa van die wet, beschikkingen tot inbewaringstellingen als bedoeld in artikel 29 van die wet, en machtigingen tot voortzetting van de inbewaringstelling als bedoeld in artikel 37 van die wet.
Bij ministeriële regeling worden regels gegeven over de wijze van verstrekking van de in het eerste en tweede lid bedoelde gegevens.
Artikel 7b
Op de gegevens die ter uitvoering van het bepaalde in artikel 6a, eerste lid, onderdeel b en c, en artikel 7a, eerste en tweede lid, worden verwerkt zijn de artikelen 8 tot en met 12, 16, en 17a tot en met 20 van de Wet politiegegevens niet van toepassing, tenzij sprake is van verstrekking aan Onze Minister ter uitoefening van een bevoegdheid op grond van deze wet.
§ 2. Erkenning
§ 3. Bepalingen voor wapens van categorie I
§ 4. Binnenkomen en uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 4a. Uitvoer van vuurwapens en munitie opgenomen in bijlage I van verordening (EU) nr. 258/2012
§ 5. Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 6. Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 7a. Markering van vuurwapens en munitie
§ 9. Beroep
§ 9a. Registratie ter uitvoering van Richtlijnverplichtingen
§ 11. Toezicht op de naleving
§ 12. Strafbepalingen
§ 12. Strafbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 44
Vervallen
§ 11. Toezicht op de naleving
§ 13. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 55a
Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in artikel 55, vijfde lid, kan ontzetting van het in artikel 28, eerste lid, onder 3°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde recht worden uitgesproken.
Bij veroordeling wegens een der misdrijven omschreven in artikel 55, derde tot en met zevende lid, kan ontzetting van de in artikel 28, eerste lid, onder 1°, 2° en 4°, van het Wetboek van Strafrecht vermelde rechten worden uitgesproken en kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf heeft gepleegd.
Artikel 1a
Een wijziging van de Richtlijn gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop aan de betrokken wijziging uitvoering moet zijn gegeven.
Artikel 6b
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen ontheffingen op grond van artikel 4 en verloven op grond van de artikelen 28, 29 en 32 worden aangewezen die, onverminderd het bepaalde in de artikelen 6, 6a en 7, worden geweigerd indien de aanvrager geen bewijs van lidmaatschap overlegt van een door Onze Minister erkende vereniging.
Onze Minister erkent slechts een vereniging die:
- a. is ingeschreven in het handelsregister;
- b. zich blijkens zijn statuten ten doel stelt zijn leden in de gelegenheid te stellen een of meer erkende of gereglementeerde schietsportdisciplines te beoefenen;
- c. een presentieregister, een wapenuitgifteregister, een munitie-uitgifteregister en een introducé-register bijhoudt, overeenkomstig door Onze Minister vastgestelde modellen;
- d. ten minste één lid verantwoordelijk voor het beheer van wapens op de vereniging heeft gesteld en dat beheer voldoet aan nadere bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen regels, en;
- e. van zijn leden die geen verlof als bedoeld in artikel 28, eerste lid, van de wet hebben, een verklaring omtrent het gedrag overgelegd heeft gekregen.
Onze Minister weigert, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, de erkenning indien er reden is om te vrezen dat door de vereniging of zijn leden misbruik wordt of zal worden gemaakt van wapens of munitie, zoals bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel d.
Artikel 9a
De houder van een erkenning of de beheerder meldt verdachte transacties rond de verwerving van munitie, als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Richtlijn bij de korpschef.
Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald wat in elk geval onder verdachte transacties wordt verstaan.
§ 3. Bepalingen voor wapens van categorie I
§ 4. Binnenkomen en uitgaan van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 5. Vervoer van wapens en munitie van de categorieën II en III
§ 6. Voorhanden hebben en dragen van wapens en munitie van de categorieën II, III en IV
§ 8. Veiligheidseisen
§ 9. Beroep
§ 11. Toezicht op de naleving
§ 13. Maatregelen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 56a
Op vordering van het openbaar ministerie kan de rechter bepalen dat aan degene die is veroordeeld wegens een feit strafbaar gesteld in de artikelen 54 of 55, de verplichting wordt opgelegd tot het vergoeden van de kosten die ten laste van de staat komen, in verband met de vernietiging van voorwerpen die ernstig gevaar opleveren voor de leefomgeving of voor de volksgezondheid en ten aanzien waarvan:
- a. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, wordt opgelegd
- b. de maatregel, bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, had kunnen worden opgelegd maar waarvan door de veroordeelde afstand is gedaan op de wijze bedoeld in artikel 116, tweede lid, aanhef en onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering; of
- c. een machtiging tot vernietiging als bedoeld in artikel 117, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering is verleend, voor zover het voorwerpen betreft die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of het algemeen belang.
De rechter kan het te betalen bedrag lager vaststellen dan de kosten, bedoeld in het eerste lid. Artikel 36e, vijfde lid, vijfde en zesde volzin, van het Wetboek van Strafrecht is van overeenkomstige toepassing.
De tenuitvoerlegging van de maatregel, bedoeld in het eerste lid, geschiedt op de wijze van tenuitvoerlegging van de maatregel, bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.
§ 14. Slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)