Wet van 24 oktober 1997 tot vaststelling van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in een afzonderlijke wet regels te stellen voor particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, ter vervanging van de regelgeving terzake bij of krachtens de Wet op de weerkorpsen en de particuliere beveiligingsorganisaties, teneinde voorwaarden te scheppen voor een goed functioneren van deze organisaties en bureaus;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Paragraaf 1. Algemeen
Artikel 1
In deze wet wordt verstaan onder:
- a. Onze Minister: Onze Minister van Veiligheid en Justitie;
- b. korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
- c. beveiligingswerkzaamheden: het bewaken van de veiligheid van personen en goederen of het waken tegen verstoring van de orde en rust op terreinen en in gebouwen;
- d. beveiligingsorganisatie: een door een of meer personen in stand gehouden particuliere organisatie die gericht is op het verrichten van beveiligingswerkzaamheden;
- e. recherchewerkzaamheden: het vergaren en analyseren van gegevens;
- f. recherchebureau: een natuurlijke persoon of rechtspersoon die in de uitoefening van een beroep of bedrijf met winstoogmerk recherchewerkzaamheden verricht, voor zover die werkzaamheden worden verricht op verzoek van een derde, in verband met een eigen belang van deze derde en betrekking hebben op een of meer bepaalde natuurlijke personen;
- g. alarminstallateur: een persoon die
- 1°. alarmapparatuur, installeert of zorgdraagt voor het onderhoud van alarmapparatuur,
- 2°. een plan voor de installatie van alarmapparatuur ontwerpt of
- 3°. assistentie verleent aan een persoon als bedoeld onder 1° of 2°;
- h. alarmapparatuur: apparatuur, daaronder begrepen delen daarvan, die alleen of in combinatie met andere apparatuur een systeem vormt, dat door middel van detectoren via telecommunicatie signalen, die duiden op de aanwezigheid van personen, doorgeeft aan een of meer centrale punten, waar die signalen worden ontvangen en beoordeeld en van waaruit assistentie kan worden gevraagd aan derden;
- i. luchtvaartterrein: een luchtvaartterrein als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onder c, van de Politiewet 2012;
- j. verordening: Verordening (EU) Nr. 1214/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L 316).
Geen beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid, onder d, is een organisatie die:
- a. wordt aangemerkt als weerkorps in de zin van artikel 1, tweede lid, van de Wet op de weerkorpsen;
- b. ter uitvoering van een haar bij wettelijk voorschrift opgedragen taak, of in de uitoefening van een beroep dat aan een wettelijk voorschrift is onderworpen, beveiligingswerkzaamheden verricht.
Geen recherchebureau als bedoeld in het eerste lid, onder f, is een organisatie die ter uitvoering van een haar bij wettelijk voorschrift opgedragen taak of in de uitoefening van een beroep dat aan een wettelijk voorschrift is onderworpen, recherchewerkzaamheden verricht.
Het tweede lid, aanhef en onder b, en het derde lid zijn niet van toepassing voor zover een organisatie ook andere beveiligingswerkzaamheden onderscheidenlijk recherchewerkzaamheden verricht dan de in dit onderdeel of lid bedoelde.
Onder een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt mede verstaan een bestuursorgaan dat ten behoeve van derden beveiligingswerkzaamheden verricht waarbij in hoofdzaak gebruik wordt gemaakt van personen en deze personen de werkzaamheden verrichten op grond van de Wet sociale werkvoorziening.
Artikel 2
Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister door de instandhouding van een beveiligingsorganisatie of recherchebureau beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden te verrichten of aan te bieden.
Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg uit te voeren, bedoeld in de verordening.
Onze Minister kan beveiligingsorganisaties of recherchebureaus van dit verbod bij ministeriële regeling vrijstelling verlenen, indien de aard van de werkzaamheden niet noodzaakt tot de toepassing van de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften verbonden worden.
Met een vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een vergunning afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale vergunning wordt nagestreefd.
Artikel 3
Een vergunning voor een beveiligingsorganisatie kan worden verleend voor één van de volgende categorieën:
- a. een particulier beveiligingsbedrijf, zijnde een onderneming of een onderdeel daarvan die in de uitoefening van beroep of bedrijf ten behoeve van derden beveiligingswerkzaamheden verricht en daarbij in hoofdzaak gebruik maakt van personen;
- b. een particuliere alarmcentrale, zijnde een onderneming die in de uitoefening van beroep of bedrijf ten behoeve van derden in een centraal alarmmeldpunt, de door alarmapparatuur verzonden signalen ontvangt en beoordeelt en zonodig assistentie vraagt aan de politie, andere overheidsinstanties of particulieren;
- c. een particulier geld- en waardetransportbedrijf, zijnde een onderneming die in de uitoefening van beroep of bedrijf ten behoeve van derden geld en grote waarden met een beperkt volume vervoert;
- d. een bedrijfsbeveiligingsdienst, zijnde een door een particuliere organisatie in stand gehouden organisatie die ten behoeve van de eigen organisatie beveiligingswerkzaamheden verricht;
- e. overige beveiligingsorganisaties: particuliere organisaties die beveiligingswerkzaamheden verrichten, anders dan omschreven onder a tot en met d, alsmede bestuursorganen als bedoeld in artikel 1, vijfde lid.
Artikel 4
Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, wordt verleend indien, gelet op de voornemens en antecedenten van de aanvrager of van de personen die het beleid van de aanvrager bepalen, naar redelijke verwachting zal worden voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels en ook overigens zal worden gehandeld in overeenstemming met hetgeen van een goede beveiligingsorganisatie of een goed recherchebureau in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht.
De aanvraag van een vergunning bevat ten minste de volgende gegevens:
- a. indien de aanvraag betrekking heeft op een beveiligingsorganisatie: de categorie waarop de aanvraag betrekking heeft;
- b. indien de aanvrager een rechtspersoon is: de statuten van de rechtspersoon;
- c. een opgave van de werkzaamheden die de aanvrager voornemens is te gaan verrichten.
Onze Minister kan de aanvrager daarnaast verzoeken nadere gegevens te verstrekken, die voor een goede beoordeling van de aanvraag van belang kunnen zijn.
Een vergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste vijf jaren en kan telkens worden verlengd voor een periode van eveneens ten hoogste vijf jaren.
Een vergunning kan worden beperkt tot een bepaald territoir.
Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met betrekking tot:
- a. het waarborgen van een goed samenspel met overheidsinstellingen;
- b. de in artikel 6 bedoelde onderwerpen.
Een vergunning wordt verleend of verlengd na de betaling van een vergoeding van kosten. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels voor de hoogte van de vergoeding.
Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag van een vergunning.
Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid.
Artikel 5
Bestuursorganen verrichten geen beveiligingswerkzaamheden voor derden, tenzij dit bij of krachtens de wet is toegestaan.
Een ambtenaar als bedoeld in de artikelen 141 onderscheidenlijk 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering verricht geen werkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau en houdt, hetzij alleen, hetzij met andere personen, geen beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand.
Het tweede lid is niet van toepassing op buitengewoon opsporingsambtenaren die behoren tot een particuliere beveiligingsorganisatie die, of een onderdeel daarvan dat door Onze Minister is aangewezen als een categorie of eenheid als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering.
Van het verbod, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een ontheffing.
Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot de kwaliteitseisen waaraan personen in dienst van een bestuursorgaan moeten voldoen indien zij in de uitoefening van hun functie beveiligingswerkzaamheden verrichten.
Van de regels, bedoeld in het vijfde lid, kan Onze Minister in bijzondere gevallen ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.
Paragraaf 2. Uitvoering van de werkzaamheden en het personeel
Artikel 6
Onze Minister kan ter bevordering van de kwaliteit van beveiligingsorganisaties en recherchebureaus aan welke een vergunning is verleend bij ministeriële regeling regels stellen met betrekking tot:
- a. het materieel en de uitrusting waarvan bij de uitvoering van de werkzaamheden gebruik wordt gemaakt;
- b. het gebouw en de inrichting van het gebouw waarin een beveiligingsorganisatie is gevestigd, die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 3, onder b;
- c. de overname van de ontvangst en beoordeling van signalen van een centraal alarmmeldpunt van een beveiligingsorganisatie die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 3, onder b, door een ander centraal alarmmeldpunt, indien het eerste centraal alarmmeldpunt door het wegvallen van telecommunicatieverbindingen niet meer functioneert;
- d. de goedkeuring van, zoveel mogelijk eenduidige, modellen van uniformen;
- e. de vaststelling van modellen van legitimatiebewijzen, de afgifte van deze bewijzen en de kostenvergoeding die voor de afgifte gevraagd kan worden;
- f. de verslaglegging;
- g. de mogelijkheden om bij de uitvoering van de werkzaamheden gebruik te maken van een hond;
- h. de behandeling van klachten;
- i. andere onderwerpen die de kwaliteit raken.
Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke op grond van artikel 13, eerste en tweede lid, van de verordening toegestane opties worden toegelaten op Nederlands grondgebied.
Onze Minister kan laboratoria aanwijzen die tests uitvoeren met het oog op de goedkeuring van een intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de verordening.
Artikel 7
Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend stelt geen personen te werk die belast zullen worden met de leiding van de organisatie of het bureau, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.
Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid stelt geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef. Indien de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd op een luchtvaartterrein, wordt de toestemming, bedoeld in de eerste volzin, verleend door de commandant van de Koninklijke marechaussee.
Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau, zonder vestiging in Nederland, aan welke een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, laat personen als bedoeld in het tweede lid, geen beveiligingsonderscheidenlijk recherchewerkzaamheden in Nederland verrichten, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.
De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. Indien de desbetreffende persoon een ambtenaar is als bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt de toestemming slechts onthouden indien deze persoon niet beschikt over de benodigde bekwaamheid. Voor de tewerkstelling van de overige opsporingsambtenaren wordt de toestemming slechts verleend na het overleggen van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en indien de desbetreffende persoon beschikt over de benodigde bekwaamheid.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.