Wet van 24 oktober 1997 tot vaststelling van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Type Wet
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is in een afzonderlijke wet regels te stellen voor particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, ter vervanging van de regelgeving terzake bij of krachtens de Wet op de weerkorpsen en de particuliere beveiligingsorganisaties, teneinde voorwaarden te scheppen voor een goed functioneren van deze organisaties en bureaus;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Paragraaf 1. Algemeen

Artikel 1
1.

In deze wet wordt verstaan onder:

2.

Geen beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid, onder d, is een organisatie die:

3.

Geen recherchebureau als bedoeld in het eerste lid, onder f, is een organisatie die ter uitvoering van een haar bij wettelijk voorschrift opgedragen taak of in de uitoefening van een beroep dat aan een wettelijk voorschrift is onderworpen, recherchewerkzaamheden verricht.

4.

Het tweede lid, aanhef en onder b, en het derde lid zijn niet van toepassing voor zover een organisatie ook andere beveiligingswerkzaamheden onderscheidenlijk recherchewerkzaamheden verricht dan de in dit onderdeel of lid bedoelde.

5.

Onder een beveiligingsorganisatie als bedoeld in het eerste lid, onder d, wordt mede verstaan een bestuursorgaan dat ten behoeve van derden beveiligingswerkzaamheden verricht waarbij in hoofdzaak gebruik wordt gemaakt van personen en deze personen de werkzaamheden verrichten op grond van de Wet sociale werkvoorziening.

Artikel 2
1.

Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister door de instandhouding van een beveiligingsorganisatie of recherchebureau beveiligingswerkzaamheden of recherchewerkzaamheden te verrichten of aan te bieden.

2.

Het is verboden zonder vergunning van Onze Minister grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg uit te voeren, bedoeld in de verordening.

3.

Onze Minister kan beveiligingsorganisaties of recherchebureaus van dit verbod bij ministeriële regeling vrijstelling verlenen, indien de aard van de werkzaamheden niet noodzaakt tot de toepassing van de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels. Aan een vrijstelling kunnen voorschriften verbonden worden.

4.

Met een vergunning, bedoeld in het eerste lid, wordt gelijkgesteld een vergunning afgegeven in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgt dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale vergunning wordt nagestreefd.

Artikel 3

Een vergunning voor een beveiligingsorganisatie kan worden verleend voor één van de volgende categorieën:

Artikel 4
1.

Een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste of tweede lid, wordt verleend indien, gelet op de voornemens en antecedenten van de aanvrager of van de personen die het beleid van de aanvrager bepalen, naar redelijke verwachting zal worden voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 6 tot en met 10 gestelde regels en ook overigens zal worden gehandeld in overeenstemming met hetgeen van een goede beveiligingsorganisatie of een goed recherchebureau in het maatschappelijk verkeer mag worden verwacht.

2.

De aanvraag van een vergunning bevat ten minste de volgende gegevens:

3.

Onze Minister kan de aanvrager daarnaast verzoeken nadere gegevens te verstrekken, die voor een goede beoordeling van de aanvraag van belang kunnen zijn.

4.

Een vergunning wordt verleend voor een periode van ten hoogste vijf jaren en kan telkens worden verlengd voor een periode van eveneens ten hoogste vijf jaren.

5.

Een vergunning kan worden beperkt tot een bepaald territoir.

6.

Aan een vergunning kunnen voorschriften worden verbonden met betrekking tot:

7.

Een vergunning wordt verleend of verlengd na de betaling van een vergoeding van kosten. Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels voor de hoogte van de vergoeding.

8.

Onze Minister beslist binnen dertien weken op de aanvraag van een vergunning.

9.

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 2, eerste lid.

Artikel 5
1.

Bestuursorganen verrichten geen beveiligingswerkzaamheden voor derden, tenzij dit bij of krachtens de wet is toegestaan.

2.

Een ambtenaar als bedoeld in de artikelen 141 onderscheidenlijk 142, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering verricht geen werkzaamheden voor een beveiligingsorganisatie of recherchebureau en houdt, hetzij alleen, hetzij met andere personen, geen beveiligingsorganisatie of recherchebureau in stand.

3.

Het tweede lid is niet van toepassing op buitengewoon opsporingsambtenaren die behoren tot een particuliere beveiligingsorganisatie die, of een onderdeel daarvan dat door Onze Minister is aangewezen als een categorie of eenheid als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onder b, van het Wetboek van Strafvordering.

4.

Van het verbod, bedoeld in het tweede lid, kan Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister die het aangaat in bijzondere omstandigheden ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden. Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een ontheffing.

5.

Onze Minister stelt bij ministeriële regeling regels met betrekking tot de kwaliteitseisen waaraan personen in dienst van een bestuursorgaan moeten voldoen indien zij in de uitoefening van hun functie beveiligingswerkzaamheden verrichten.

6.

Van de regels, bedoeld in het vijfde lid, kan Onze Minister in bijzondere gevallen ontheffing verlenen. Aan een ontheffing kunnen beperkingen en voorschriften worden verbonden.

Paragraaf 2. Uitvoering van de werkzaamheden en het personeel

Artikel 6
1.

Onze Minister kan ter bevordering van de kwaliteit van beveiligingsorganisaties en recherchebureaus aan welke een vergunning is verleend bij ministeriële regeling regels stellen met betrekking tot:

2.

Bij ministeriële regeling wordt bepaald welke op grond van artikel 13, eerste en tweede lid, van de verordening toegestane opties worden toegelaten op Nederlands grondgebied.

3.

Onze Minister kan laboratoria aanwijzen die tests uitvoeren met het oog op de goedkeuring van een intelligent systeem voor de neutralisatie van bankbiljetten als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van de verordening.

Artikel 7
1.

Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau aan welke een vergunning is verleend stelt geen personen te werk die belast zullen worden met de leiding van de organisatie of het bureau, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.

2.

Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau als bedoeld in het eerste lid stelt geen personen te werk die belast zullen worden met werkzaamheden, anders dan bedoeld in het eerste lid, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van de korpschef. Indien de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau dan wel een onderdeel daarvan is gevestigd op een luchtvaartterrein, wordt de toestemming, bedoeld in de eerste volzin, verleend door de commandant van de Koninklijke marechaussee.

3.

Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau, zonder vestiging in Nederland, aan welke een vergunning is verleend als bedoeld in artikel 2, eerste en derde lid, laat personen als bedoeld in het tweede lid, geen beveiligingsonderscheidenlijk recherchewerkzaamheden in Nederland verrichten, dan nadat voor hen toestemming is verkregen van Onze Minister.

4.

De toestemming, bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, wordt onthouden indien de desbetreffende persoon niet beschikt over de bekwaamheid en betrouwbaarheid die nodig zijn voor het te verrichten werk. Indien de desbetreffende persoon een ambtenaar is als bedoeld in artikel 5, derde lid, wordt de toestemming slechts onthouden indien deze persoon niet beschikt over de benodigde bekwaamheid. Voor de tewerkstelling van de overige opsporingsambtenaren wordt de toestemming slechts verleend na het overleggen van de ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, en indien de desbetreffende persoon beschikt over de benodigde bekwaamheid.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.