Regeling kentekens en kentekenplaten

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 36, achtste lid en 40, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, artikel 2, tweede lid, van het Kentekenreglement en de artikelen 5.2.1, onderdeel d, 5.3.1, onderdeel e, 5.4.1, onderdeel e, 5.5.1, onderdeel d, en 5.12.1, onderdeel e, van het Voertuigreglement;

Besluit:

Artikel 1
1.

Kentekens bestaan uit een samenstel van:

2.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bestaan:

3.

Voor een bedrijfsauto of bus waarvan de toegestane maximum massa niet meer bedraagt dan 3500 kg wordt een kenteken opgegeven:

4.

Voor een bedrijfsauto of bus waarvan de toegestane maximum massa meer bedraagt dan 3500 kg wordt een kenteken opgegeven waarvan de eerste letter een B is.

5.

Indien door een wijziging van een bedrijfsauto of bus waarvoor een kenteken is opgegeven de toegestane maximum massa niet meer dan 3500 kg dan wel meer dan 3500 kg is komen te bedragen, wordt voor dat voertuig, met toepassing van het bepaalde in het derde en vierde lid, een nieuw kenteken opgegeven.

Artikel 2
1.

Het type en de afmetingen van letters, cijfers en horizontale streep alsmede de onderlinge afstand daarvan, moeten overeenkomen met de modellen A.1, A.2, B.1, B.2, C.1, C.2 of C.3 van de bijlage. Het Europese embleem en de landenindicator moeten in geel respectievelijk in wit zijn aangebracht op een blauwe retroreflecterende achtergrond overeenkomstig de modellen D1 of D2 van de bijlage.

2.

Het type en de afmetingen van de kentekenplaat moeten overeenkomen met de modellen 1.1 tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.26E, 27.30A tot en met 27.31E en 30.1A tot en met 30.16 van de bijlage.

3.

Het type en de afmetingen van het hologram moeten overeenkomen met model F van de bijlage.

Artikel 3
1.

Kentekens moeten zijn aangebracht op kentekenplaten in zwarte, onuitwisbare tekens op retroreflecterende achtergrond, volgens de modellen 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.26E, 30.1A tot en met 30.2D en 30.5 tot en met 30.16 van de bijlage. De kleur van de achtergrond is geel voor de modellen 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.10E en 30.1A tot en met 30.2D, lichtgroen voor de modellen 27.11 tot en met 27.14, 30.5 en 30.6 en wit voor de modellen 27.15A tot en met 27.26E en 30.7 tot en met 30.16. De kleur van de rand in de modellen 27.1A tot en met 27.2H, 27.10A tot en met 27.13, 27.15A tot en met 27.17E, 27.24A tot en met 27.26E, 30.1A tot en met 30.2D, 30.5 tot en met 30.8 en 30.13 tot en met 30.16 is zwart. De kentekenplaten volgens de modellen 27.18 tot en met 27.20 en 30.9 tot en met 30.12 mogen zijn voorzien van een zwarte rand. De in dit lid genoemde kleuren moeten voldoen aan de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.

2.

In afwijking van het bepaalde in het eerste lid:

3.

Met betrekking tot motorrijtuigen die voor 1 februari 2000 in gebruik zijn genomen mogen kentekens, niet zijnde handelaarskentekens of kentekens als bedoeld in artikel 4, derde lid, onderdeel b, van het Kentekenreglement, in afwijking van het eerste lid zijn aangebracht op een gele achtergrond volgens de modellen 11.1, 12.1, 13.1, 14.1, en 18.1 van de bijlage en, voor zover het betreft kentekens behorende tot de lettergroep AA en CDJ alsmede vóór 1 februari 1991 opgegeven kentekens bevattende de lettergroep CD, volgens de modellen 15.1, 16.1, 17.1, 17.2 en 17.3 van de bijlage. Deze afwijkingsmogelijkheid geldt:

Indien van deze afwijkingsmogelijkheid gebruik wordt gemaakt mogen de modellen C1 of C2 worden toegepast.

5.

In afwijking van het eerste en derde lid moeten kentekens die zijn opgegeven voor motorrijtuigen die op of na 1 juli 2000 voor de eerste keer worden gebruikt voor taxivervoer in de zin van de Wet personenvervoer 2000, zijn aangebracht op kentekenplaten in zwarte, onuitwisbare tekens op retroreflecterende achtergrond, volgens de modellen 27.30A tot en met 27.31C, onverminderd het bepaalde in het tweede lid, onderdeel b, aanhef en onder 2°. De kleur van de achtergrond is lichtblauw. De kleur van de rand is zwart. De in dit lid genoemde kleuren moeten voldoen aan de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.

Dit lid geldt niet voor motorrijtuigen die moeten zijn voorzien van kentekenplaten volgens de modellen 27.15A tot en met 27.16E van de bijlage.

6.

Indien het kenteken van een motorrijtuig op meer dan drie wielen is aangebracht op een kentekenplaat volgens het model 18.2A tot en met 18.2E of 27.15A tot en met 27.16E van de bijlage, is het motorrijtuig aan de voor- en achterzijde voorzien van een kentekenplaat volgens hetzelfde model dan wel, voor wat betreft de modellen 27.15A tot en met 27.16E, van een kentekenplaat volgens één van deze modellen.

7.

In afwijking van de voorgaande leden moeten kentekens welke zijn opgegeven voor bromfietsen die geconstrueerd zijn voor een maximumsnelheid van ten hoogste 25 km/h niet zijnde speed-pedelecs, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 zijn aangebracht op kentekenplaten in witte, onuitwisbare tekens op retroreflecterende achtergrond, volgens de modellen 30.3A tot en met 30.4D en 31.1 en 31.5 van de bijlage. De kleur van de achtergrond is lichtblauw. De kleur van de rand is wit. De in dit lid genoemde kleuren moeten voldoen aan de Regeling eisen goedkeuring kentekenplaten 2000.

Artikel 4
1.

Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee cijfers voorafgegaan door één letter of één groep van twee letters, wordt de letter of lettergroep voor of in het midden boven de cijfergroepen geplaatst.

2.

Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee cijfers gevolgd door één letter of één groep van twee letters, wordt de letter of lettergroep achter of in het midden onder de cijfergroepen geplaatst.

3.

Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee cijfers gescheiden door één letter of één groep van twee letters wordt de letter of lettergroep geplaatst tussen de cijfergroepen of links naast de tweede cijfergroep. In het laatste geval wordt de eerste cijfergroep in het midden boven de letter of lettergroep en de tweede cijfergroep geplaatst.

4.

Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee letters en één groep van twee cijfers, worden de groepen achter elkaar geplaatst of wordt de eerste groep in het midden boven de twee andere groepen geplaatst.

5.

Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van twee cijfers en één groep van twee letters of uit twee groepen van twee letters en één groep van twee cijfers, wordt het kenteken, indien dit wordt aangebracht op een kentekenplaat volgens model 18.1 van de bijlage, gesplitst in twee groepen van drie tekens, waarbij de eerste groep tekens boven de tweede groep tekens wordt geplaatst.

6.

Indien het kenteken bestaat uit de lettergroepen AA of CD en één groep van ten hoogste drie cijfers, wordt de lettergroep voor of in het midden boven de cijfergroep geplaatst. Indien dit kenteken voor een bromfiets is opgegeven, wordt de lettergroep rechts boven de cijfergroep geplaatst.

7.

Indien het kenteken bestaat uit de lettergroep CDJ en één groep van ten hoogste drie cijfers, wordt de lettergroep voor of in het midden boven de cijfergroep geplaatst dan wel, indien het een kenteken betreft dat vóór 1 februari 1991 is opgegeven, worden de letters CD voor de letter A of J en de cijfergroep of in het midden boven de letter A of J en de cijfergroep geplaatst. Indien dit kenteken voor een bromfiets is opgegeven wordt de lettergroep boven de cijfergroep geplaatst.

8.

Indien het kenteken bestaat uit twee groepen van drie letters en cijfers of een combinatie daarvan, wordt de eerste groep van drie tekens voor of boven de tweede groep van drie tekens geplaatst.

9.

Indien het kenteken bestaat uit één groep van twee letters, één groep van drie cijfers en één letter, dan wel één groep van twee cijfers, één groep van drie letters en één cijfer:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.