Regeling verkeerslichten
Gelet op artikel 14 van de Wegenverkeerswet 1994;
Besluit:
Artikel 1
Ten aanzien van de toepassing, inrichting, plaatsing, kleur, afmeting en materiaal van verkeersregelinstallaties worden de volgende voorschriften vastgesteld:
-
- Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:
- a. verkeerslichten, driekleurige verkeerslichten, tweekleurige verkeerslichten en tram/bus-lichten: hetgeen daaronder wordt verstaan in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;
- b. driekleurige fietslichten: driekleurige verkeerslichten waarin afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht;
- c. tweekleurige fietslichten: tweekleurige verkeerslichten waarin afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht;
- d. rijstrooklichten: verkeerslichten als bedoeld in artikel 73 van het RVV 1990;
- e. voetgangerslichten: verkeerslichten als bedoeld in artikel 74 van het RVV 1990;
- f. bruglichten: verkeerslichten als bedoeld in artikel 72 van het RVV 1990;
- g. verkeerslantaarns: toestellen voor het tonen van verkeerslichten;
- h. norm NEN 3322: de norm NEN 3322:2010, Verkeersregelinstallaties – Verkeerslantaarns – Aanvullende eisen, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidt op 1 mei 2010;
- i. norm NEN 3384: de norm NEN 3384:2017, Verkeersregelinstallaties – Aanvullende eisen, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidt op 1 september 2017;
- j. conflictpunt: het punt, waar het eerste conflict optreedt van een verkeersbeweging met een andere verkeersbeweging, met het oog waarop de verkeersregeling plaatsvindt;
- k. norm NEN-EN 12368: de norm NEN-EN 12368:2006, Verkeersregelinstallaties – Verkeerslantaarns, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidt op 1 september 2006;
- l. verkeersregelinstallatie: voorziening voor het regelen van het verkeer door het tonen van verkeerslichten aan weggebruikers;
- m. toeritdoseringslichten: verkeerslichten voor het doseren van verkeer op een toerit;
- n. rotondedoseerlichten: verkeerslichten voor het doseren van verkeer bij nadering van een rotonde;
- o. lensmiddellijn: middellijn van het licht uitstralende deel van de lens van een verkeerslicht.
-
- Bij de plaatsing van verkeerslichten moet worden vermeden dat weggebruikers door het verkeerslicht dan wel door de verkeerslantaarn worden gehinderd in de waarneming van het overige verkeer.
-
- Verkeerslichten moeten zodanig worden geplaatst, dat het voor weggebruikers duidelijk is naar welk licht zij zich moeten richten.
-
- Om verblindingsverschijnselen te voorkomen moet bij nacht de lichtsterkte worden gereduceerd, tenzij de omgevingsverlichting dit onnodig of ongewenst maakt.
-
- Verkeersregelinstallaties moeten voldoen aan de in de normen NEN-EN 12368 en NEN 3322 gestelde eisen, met dien verstande dat bij toepassing van de eisen van de norm NEN-EN 12368:
- a. lantaarns worden toegepast die geschikt zijn voor het temperatuurgebied volgens klasse B (§ 5.1 NEN-EN 12368);
- b. brede bundellichten worden toegepast van type W (§ 6.4 NEN-EN 12368) met:
- –. lichtsterkteniveau (§ 6.3/6.4 NEN-EN 12368) volgens A 3/1;
- –. maximum fantoomeffect (§ 6.6 NEN-EN 12368) volgens minimaal klasse 4 of hoger;
- –. optisch niveau bij toepassing van symbolen (§ 6.8 NEN-EN 12368) volgens klasse S1; en
- –. achtergrondschilden (§ 6.9 NEN-EN 12368) volgens klasse C4.
-
- Bij de regeling van het verkeer door middel van drie- of tweekleurige verkeerslichten, drie- of tweekleurige fietslichten, tram/bus-lichten, voetgangerslichten, rotondedoseerlichten en toeritdoseringslichten moet worden voldaan aan de gestelde eisen in hoofdstuk 4 en hoofdstuk 5, paragraaf 1, 2 en 4, van NEN 3384.
- 6a. Bij driekleurige verkeerslichten die incidenteel het verkeer regelen nabij het inrijden van een tunnel, maar geen conflicterende verkeersstromen regelen, en bij toeritdoseringslichten, mag de in de NEN 3384, paragraaf 4.4.3, bedoelde geelknipperfase korter duren dan 15 seconden, maar moet deze minimaal 6 seconden bedragen.
Driekleurige verkeerslichten
-
- De verkeerslantaarns van driekleurige verkeerslichten zijn samengesteld uit een rood, een geel en een groen licht, die in een verticaal vlak zijn aangebracht; het rode licht boven, het gele licht in het midden en het groene licht onder.
-
- De volgorde, waarin de lichten verschijnen is: groen, geel, rood, groen, enz.
-
- De verkeerslantaarns van driekleurige verkeerslichten zijn samengesteld uit lichten met een gelijke lensmiddellijn van 200 mm (±10%) of 300 mm (±10%). Indien buiten de bebouwde kom richtingpijlen worden gebruikt bedraagt de lensmiddellijn 300 mm (±10%).
-
- Onder een niet boven de rijbaan aangebrachte verkeerslantaarn van een driekleurig verkeerslicht mag een extra verkeerslantaarn van een driekleurig verkeerslicht worden aangebracht; deze extra verkeerslantaarn is samengesteld uit lichten met een gelijke lensmiddellijn van 80 mm (±10%).
-
- Achtergrondschilden worden aangebracht om of achter de verkeerslantaarns van driekleurige verkeerslichten. De achtergrondschilden mogen slechts achterwege blijven, indien de beschikbare ruimte zo gering is dat het schild zich te dicht naast de rijbaan zou bevinden.
-
- Driekleurige verkeerslichten worden, gezien vanuit de richting waaruit het verkeer nadert, aan de rechterzijde van de rijbaan geplaatst. Bij een rijbaanbreedte van meer dan 5 m of indien daaraan uit een oogpunt van waarneembaarheid behoefte bestaat, worden dergelijke lichten eveneens aan de linkerzijde van de rijbaan geplaatst.
-
- In afwijking van punt 12 kan, op wegen waarvan de rijbaan voor de betreffende rijrichting slechts één rijstrook heeft, indien de waarneembaarheid niet in het gedrang komt, worden volstaan met één driekleurig verkeerslicht aan de linkerzijde van de rijbaan in de richting van de verkeerslichten, met dien verstande dat tussen dit verkeerslicht en de betreffende rijstrook geen rijstrook, busstrook of busbaan aanwezig is.
-
- In plaats van of als aanvulling op driekleurige verkeerslichten aan de linker- en/of rechterzijde van de rijbaan worden driekleurige verkeerslichten boven de rijbaan aangebracht, indien dit met het oog op de waarneembaarheid en herkenbaarheid van de verkeerslichten dan wel door het ontbreken van voldoende ruimte noodzakelijk is.
-
- Driekleurige verkeerslichten worden gezien vanuit de richting waaruit het verkeer nadert aangebracht vóór het conflictpunt. Hiervan mag met betrekking tot boven de rijbaan aangebrachte lichten worden afgeweken indien tevens rechts van de rijbaan vóór het conflictpunt een driekleurig verkeerslicht is geplaatst, en mits vóór laatstbedoeld verkeerslicht een stopstreep is aangebracht.
-
- Is bij een driekleurig verkeerslicht een oversteekplaats voor voetgangers of (brom)fietsen aanwezig, dan mag, in afwijking van het bepaalde in punt 15, het driekleurige verkeerslicht worden aangebracht voorbij het conflictpunt tot een punt direct na de oversteekplaats, mits vóór de oversteekplaats een stopstreep is aangebracht.
-
- Bij plaatsing van een driekleurig verkeerslicht ter zijde van de rijbaan bevindt de onderkant van het achtergrondschild, dan wel de onderkant van de verkeerslantaarn, indien geen achtergrondschild aanwezig is, zich ten minste 2,20 m en ten hoogste 2,40 m boven het wegdek, met uitzondering van toeritdoseringslichten. De zijkant van de verkeerslantaarn dan wel van het achtergrondschild bevindt zich ten minste 0,60 m naast het overrijdbare gedeelte van het wegdek.
-
- Is een driekleurig verkeerslicht aangebracht boven de rijbaan, dan moet de onderkant van het achtergrondschild zich binnen de bebouwde kom ten minste 4,50 m en buiten de bebouwde kom ten minste 5 m boven het wegdek bevinden.
-
- Bij plaatsing van een driekleurig verkeerslicht ter zijde van de rijbaan bedraagt de afstand tot de daarvóór aangebrachte stopstreep voor het gemotoriseerde verkeer ten minste 3 m. Indien verkeerslantaarns met een geel knipperend voetgangerslicht als bedoeld in punt 72 worden toegepast bedraagt de afstand tot de daarvóór aangebrachte stopstreep ten minste 6 meter.
-
- Bij plaatsing van een driekleurig verkeerslicht boven de rijbaan bedraagt de afstand van een punt op het wegdek loodrecht onder de verkeerslantaarn tot de daarvóór aangebrachte stopstreep voor het gemotoriseerde verkeer binnen de bebouwde kom ten minste 8 m en buiten de bebouwde kom ten minste 12 m. De afstand bedraagt maximaal 20 m.
-
- Indien zowel ter zijde van een rijstrook als boven die rijstrook een driekleurig verkeerslicht is geplaatst bedraagt de afstand tot de daarvóór aangebrachte stopstreep voor het gemotoriseerde verkeer ten minste 3 m, met uitzondering van toeritdoseringslichten.
-
- Indien in een verkeerslantaarn van een driekleurig verkeerslicht een licht van een pijl is voorzien, moet dezelfde pijl ook in de andere lichten van deze verkeerslantaarn zijn aangebracht.
- 22a. Als in een terzijde van de rijbaan geplaatst driekleurig verkeerslicht pijlen aanwezig zijn, dan zijn in een daaronder aanwezig extra driekleurig verkeerslicht als bedoeld in paragraaf 2 punt 10, dezelfde pijlen aanwezig.
-
- In een licht mag zich slechts één pijl bevinden. De pijl mag (schuin) omhoog of horizontaal naar links of naar rechts zijn gericht.
-
- Aan een verkeerslantaarn van een driekleurig verkeerslicht kan een afzonderlijke verkeerslantaarn met een groen licht, waarin een pijl is aangebracht, worden toegevoegd.
-
- Dit licht wordt naast het groene licht van de verkeerslantaarn, waaraan het is toegevoegd, aangebracht.
-
- Het toegevoegde groene licht mag worden ontstoken gelijktijdig met het ontsteken van het gele licht dan wel gedurende de tijd dat het rode licht van de verkeerslantaarn, waaraan het is toegevoegd, brandt. Het wordt gedoofd gelijktijdig met het doven van het rode licht van de verkeerslantaarn waaraan het is toegevoegd.
-
- Vervallen.
-
- Indien bestuurders die afslaan een verkeersstroom die hen kruist op grond van de in het RVV 1990 vervatte regels voor moeten laten gaan moeten, in geval de verkeersstroom van deze bestuurders wordt geregeld met een verkeerslicht voorzien van een richtingpijl, beide richtingen worden beschouwd als conflictrichtingen volgens norm NEN 3384 en als zodanig in de verkeerslichtenregeling worden behandeld.
Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij of rechtsaf voor fietsers vrij bij verkeerslichten
- 28a. Onder de verkeerslantaarn van een driekleurig verkeerslicht kan een bord met de tekst ’Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij’ of ’Rechtsaf voor fietsers vrij’ aanwezig zijn.
- 28b. In plaats van het bord als genoemd in punt 28a kan rechts naast de verkeerslantaarn van een driekleurig verkeerslicht een bord in verschijnuitvoering met de tekst ’Rechtsaf voor (brom)fietsers vrij’ of ’Rechtsaf voor fietsers vrij’ aanwezig zijn.
Driekleurige fietslichten
-
- Het gestelde in de punten 7, 8, 10, 22, 24 tot en met 28c is van overeenkomstige toepassing op driekleurige fietslichten.
-
- De verkeerslantaarns van driekleurige fietslichten zijn samengesteld uit lichten met een gelijke lensmiddellijn van 200 mm (±10%).
-
- Driekleurige fietslichten worden, gezien vanuit de richting waaruit het (brom)fietsverkeer nadert, rechts van de rijbaan, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de fietsstrook geplaatst.
-
- In plaats van of als aanvulling op het driekleurige fietslicht rechts van de rijbaan, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de fietsstrook mag, indien dit met het oog op de waarneembaarheid en de herkenbaarheid van fietslichten dan wel door het ontbreken van voldoende ruimte noodzakelijk is, een driekleurig fietslicht boven dan wel links van het fietspad, het fiets/bromfietspad of boven de fietsstrook of de rijbaan worden aangebracht.
-
- Driekleurige fietslichten worden gezien vanuit de richting waaruit het (brom)fietsverkeer nadert aangebracht vóór het conflictpunt.
-
- Is bij een driekleurig fietslicht een oversteekplaats voor voetgangers aanwezig, dan mag, in afwijking van het bepaalde in punt 33, het driekleurig fietslicht worden aangebracht voorbij het conflictpunt tot een punt direct na de oversteekplaats, mits vóór de oversteekplaats een stopstreep is aangebracht.
-
- Bij plaatsing van een driekleurig fietslicht ter zijde van de rijbaan, het fietspad, het fiets/bromfietspad of de fietsstrook moet de onderkant van de verkeerslantaarn dan wel de onderkant van het achtergrondschild zich ten minste 2,20 m boven het wegdek en de zijkant zich ten minste 0,60 m naast die rijbaan, dat fietspad, het fiets/bromfietspad of die fietsstrook bevinden.
-
- Is een driekleurig fietslicht aangebracht boven een fietspad respectievelijk boven een fiets/bromfietspad of fietsstrook of boven de rijbaan, dan moet de onderkant van de verkeerslantaarn dan wel de onderkant van het achtergrondschild zich ten minste 2,50 m respectievelijk binnen de bebouwde kom 4,50 m en buiten de bebouwde kom 5 m boven het wegdek bevinden.
-
- Indien bij een fietslicht een drukknop is aangebracht, kan bij deze drukknop een afbeelding worden aangebracht overeenkomstig afbeelding 1 van bijlage I, behorende bij deze regeling.
-
- De drukknop moet vóór de bij het driekleurige fietslicht behorende stopstreep en op een hoogte van ongeveer 1,25 m worden aangebracht.
- 38a. Indien aan conflicterende richtingen voor (brom)fietsers gelijktijdig groen wordt getoond, kan nabij elk driekleurig fietslicht een bord volgens bijlage I, afbeelding 3 geplaatst worden.
Tweekleurige verkeerslichten
-
- Het gestelde in de punten 9 tot en met 23, 28a en 28b is van overeenkomstige toepassing op tweekleurige verkeerslichten.
-
- De verkeerslantaarns van tweekleurige verkeerslichten zijn samengesteld uit een rood en een geel licht, die in een verticaal vlak zijn aangebracht: het rode licht boven en het gele licht onder.
-
- De volgorde, waarin de lichten verschijnen, is: geel en rood; na het tonen van het rode licht wordt geen licht getoond.
-
- Voordat het gele licht verschijnt moet gedurende korte tijd knipperend geel worden getoond, indien ter plaatse de toegestane maximumsnelheid hoger is dan 50 km per uur. In andere gevallen mag knipperend geel vooraf worden getoond, indien een waarschuwing vooraf gewenst wordt geacht.
-
- Tweekleurige verkeerslichten mogen worden toegepast in situaties waarin slechts bepaalde verkeersstromen moeten worden gestopt en wel In deze gevallen worden ten behoeve van het overige verkeer geen verkeerslichten toegepast. In de ruststand van een dergelijke regeling zijn de lichten van de tweekleurige verkeerslichten gedoofd.
- –. op kruisingen en splitsingen van wegen nabij beveiligde overwegen en beweegbare bruggen. Alleen die richtingen, die de ontruiming van de overweg of de brug in de weg staan mogen worden voorzien van tweekleurige verkeerslichten;
- –. in geval van automatische hoogtedetectie;
- –. bij uitritten van hulpverleningsdiensten;
- –. bij beweegbare bruggen in de plaats van bruglichten. In afwijking van het bepaalde in punt 39 zijn in dit geval de punten 9, 10, 12, 14, 17, 18, 19, 20, 21, 22, 23, 88, 89, 97, 98 en 99 van overeenkomstige toepassing.
-
- Tweekleurige verkeerslichten mogen voorts worden toegepast in situaties waarin een incidenteel voorkomende verkeersstroom onderling regelen van conflicterende verkeersstromen met verkeerslichten tijdelijk noodzakelijk maakt en wel In deze gevallen worden op de hoofdrichting tweekleurige verkeerslichten toegepast en op de zijrichting al naar gelang het geval driekleurige verkeerslichten, driekleurige fietslichten, voetgangerslichten, tram/bus-lichten dan wel een combinatie van deze lichten. Zolang zich geen verkeer op de zijrichting heeft gemeld zijn de lichten van de tweekleurige verkeerslichten gedoofd en wordt in de op de zijrichting geplaatste verkeerslichten het rode licht getoond.
- –. bij het oversteken van een weg of rijbaan door langzaam verkeer;
- –. bij het oversteken of afbuigen van of naar een weg of rijbaan door openbaar vervoer;
- –. bij het oversteken van een weg of rijbaan door ander verkeer bij zeer lage verkeersintensiteiten;
- –. bij het gebruik van een uitrit door openbaar vervoer.
-
- In andere situaties dan genoemd in de punten 43 en 44 worden tweekleurige verkeerslichten niet toegepast.
Tweekleurige fietslichten
-
- Het gestelde in de punten 10, 22, 28a, 28b, 30 tot en met 36, 37, 38, 40, 41 en 43 tot en met 45 is van overeenkomstige toepassing op tweekleurige fietslichten.
Rijstrooklichten
-
- De verkeerslantaarns van rijstrooklichten zijn samengesteld uit:
- a. een rood licht voorzien van een kruis;
- b. een groen licht voorzien van een loodrecht naar beneden wijzende pijl;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.