Wet van 24 december 1997, houdende het onder de werkingssfeer van de wettelijke werknemersverzekeringen brengen van het overheidspersoneel (Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen)

Type Wet
Publication 2018-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben dat wenselijk is het overheidspersoneel onder de werkingssfeer van de wettelijke werknemersverzekeringen te brengen;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Overgang naar de werknemersverzekeringen

Paragraaf 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Paragraaf 2. Ziekte

Artikel 2
1.

De ZW wordt met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 48, van toepassing op de gewezen overheidswerknemer die op de dag voorafgaande aan dat tijdstip geen wachtgeld geniet en evenmin bezoldiging of uitkering ingeval van ziekte ontvangt, maar die op dat tijdstip uit hoofde van zijn voormalige dienstverband als overheidswerknemer recht zou krijgen op een uitkering op grond van de WW, en die niet op de dag voorafgaande aan dat tijdstip maar wel op dat tijdstip ongeschikt tot werken is wegens ziekte.

2.

De ZW wordt met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 3, bedoeld in artikel 49, van toepassing op de gewezen overheidswerknemer die op de dag voorafgaande aan het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 48, recht heeft op:

3.

De ZW wordt met ingang van de datum van eindiging van het dienstverband van toepassing op de gewezen overheidswerknemer:

4.

De ZW wordt met ingang van de datum van het intreden van de ongeschiktheid tot werken, doch niet eerder dan met ingang van het tijdstip van aanvang van fase 2, bedoeld in artikel 48, van toepassing op:

Artikel 3
1.

Voor de vaststelling van het recht op ziekengeld op grond van de ZW, alsmede voor de toelating tot de vrijwillige verzekering op grond van de ZW, worden de volgende personen, vanaf de dag van aanvang van hun dienstverband tot de datum waarop de ZW op grond van deze wet of de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 8b van de ZW, op hen van toepassing wordt, aangemerkt als verplicht verzekerd op grond van de ZW:

2.

Voor de vaststelling van het recht op ziekengeld op grond van de ZW, alsmede voor de toelating tot de vrijwillige verzekering, wordt de gewezen overheidswerknemer, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdeel a, vanaf de dag van aanvang van zijn dienstverband tot de datum waarop het dienstverband is geëindigd, aangemerkt als verplicht verzekerd op grond van de ZW.

3.

Voor de vaststelling van het recht op ziekengeld op grond van de ZW, alsmede voor de toelating tot de vrijwillige verzekering, wordt de gewezen overheidswerknemer, bedoeld in artikel 2, vierde lid, onderdelen b en c, vanaf de dag van aanvang van zijn dienstverband tot de datum waarop het recht op wachtgeld is geëindigd, aangemerkt als verplicht verzekerd op grond van de ZW.

4.

Aan het eerste tot en met derde lid kunnen geen rechten worden ontleend over tijdvakken, die gelegen zijn voor de datum waarop de ZW ingevolge deze wet van toepassing wordt.

Artikel 4
1.

Indien hij op die datum nog niet 52 weken ongeschikt is tot werken wegens ziekte, heeft recht op ziekengeld op grond van de ZW:

2.

Een op grond van het eerste lid toegekend recht op ziekengeld op grond van de ZW wordt toegekend voor de duur van 52 weken van ongeschiktheid tot werken, verminderd met de periode beginnende met de eerste dag van de ongeschiktheid tot werken wegens ziekte tot en met de dag voorafgaande aan de datum waarop de ZW ingevolge deze wet van toepassing wordt op de betrokken overheidswerknemer of gewezen overheidswerknemer. Voor zover er sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 29a, vijfde lid, van de ZW, geldt in afwijking van de eerste volzin de termijn van 16 weken, bedoeld in dat vijfde lid.

3.

Voor het bepalen van de in het eerste en het tweede lid bedoelde periode van 52 onderscheidenlijk 16 weken, worden perioden van arbeidsongeschiktheid samengeteld, indien zij elkaar met een onderbreking van minder dan vier weken opvolgen.

4.

Voor het bepalen van de in het eerste en het tweede lid bedoelde periode van 52 onderscheidenlijk 16 weken, worden steeds perioden in aanmerking genomen, gedurende welke aanspraak bestaat op bezoldiging of uitkering in geval van ziekte.

Artikel 5

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.