← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 16 januari 1998, houdende regels over de veiligheid en de deugdelijkheid van draagbare blustoestellen (Besluit draagbare blustoestellen 1997)

Geldende tekst a fecha 2002-01-01

Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Brandweer en Rampenbestrijding, van 1 september 1997, nr. EB97/1121;

Gelet op artikel 17, eerste lid, van de Brandweerwet 1985;

De Raad van State gehoord (advies van 27 oktober 1997, nr. W04.97.0579);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken, directoraat-generaal voor Openbare Orde en Veiligheid, directie Brandweer en Rampenbestrijding, van 12 januari 1998, nr. EB97/2134;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

§ 2. Bewijs van typekeuring

Artikel 2

Het is verboden draagbare blustoestellen met bijbehorende vullingen die niet behoren tot een type, waarvoor Onze Minister een bewijs heeft verleend, met het oog op gebruik in Nederland te vervaardigen, in te voeren of te verhandelen.

Artikel 3

Voor elk type draagbaar blustoestel met bijbehorende vulling is een afzonderlijk bewijs vereist. Het type wordt bepaald door de soort vulling en de wijze, waarop het draagbare blustoestel in werking wordt gesteld en gehouden.

Artikel 4
1.

In afwijking van artikel 2 is het toegestaan met een machtiging van Onze Minister draagbare blustoestellen met bijbehorende vullingen in te voeren, indien de draagbare blustoestellen uitsluitend:

2.

Bij de aanvraag voor een machtiging worden overgelegd:

3.

Onze Minister beslist binnen twee weken na de ontvangst van de aanvraag over de afgifte van een machtiging.

Artikel 5

De invoer van draagbare blustoestellen met bijbehorende vullingen kan geschieden langs alle plaatsen waar de aangifte tot plaatsing onder de douaneregeling in het vrije verkeer brengen, bedoeld in artikel 4, zestiende lid, onder a, van de verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het Communautair douanewetboek (PbEG L 302), mag worden gedaan.

Artikel 6
1.

Bij de aanvraag voor een bewijs worden de volgende bescheiden overgelegd:

2.

De bescheiden, bedoeld in het eerste lid, onder b tot en met f, worden in tweevoud overgelegd.

3.

Bij de aanvraag wordt aan het Rijk een bedrag van € 680,67 betaald.

Artikel 7
1.

Onze Minister beslist binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag over de afgifte van een bewijs.

2.

Onze Minister kan de termijn, bedoeld in het eerste lid, eenmaal met ten hoogste acht weken verlengen.

3.

Onze Minister doet van de afgifte van een bewijs mededeling in de Nederlandse Staatscourant.

Artikel 8
1.

Onze Minister verleent het bewijs voor vijf jaar.

2.

Het bewijs omvat:

3.

De houder bewaart de bescheiden, bedoeld in het tweede lid, in ongeschonden staat. Hij is gehouden deze op eerste aanwijzing van Onze Minister te tonen.

Artikel 9
1.

Op aanvraag van de houder wijzigt Onze Minister een bewijs.

3.

Het bewijs, bedoeld in het eerste lid, omvat een door Onze Minister gewaarmerkt exemplaar van de bij de wijzigingsaanvraag overgelegde technische beschrijving en constructietekening van het gewijzigde onderdeel of de gewijzigde onderdelen van het draagbare blustoestel.

4.

Onze Minister doet van de wijziging van een bewijs mededeling in de Nederlandse Staatscourant.

Artikel 10
1.

Op aanvraag van de houder schrijft Onze Minister een bewijs over op naam van een derde, die schriftelijk de wens te kennen heeft gegeven houder te willen worden.

2.

Onze Minister schrijft het bewijs binnen acht weken over.

3.

Onze Minister doet van de overschrijving mededeling in de Nederlandse Staatscourant.

Artikel 11

De wijziging, bedoeld in artikel 9, en de overschrijving, bedoeld in artikel 10, brengen geen verandering in de termijn waarvoor het bewijs is verleend.

§ 3. Dwang- en strafbepalingen

Artikel 12
1.

Onze Minister kan het bewijs van de houder intrekken, indien:

2.

Onze Minister doet van de intrekking mededeling in de Nederlandse Staatscourant.

Artikel 13

Als strafbare feiten, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Brandweerwet 1985, worden aangemerkt:

§ 4. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 14

De bewijzen die zijn afgegeven vóór de datum van inwerkingtreding van dit besluit blijven geldig gedurende de termijn waarvoor zij zijn verleend.

Artikel 15

Het Besluit draagbare blustoestellen wordt ingetrokken.

Artikel 16

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst.

Artikel 17

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit draagbare blustoestellen 1997.

Artikel 18

Vervallen

Artikel 19

Vervallen

Artikel 20

Vervallen

Bijlage. behorende bij artikel 8, tweede lid, onder a, van het Besluit draagbare blustoestellen 1997

Het rijkskeurmerk is ingericht naar het volgende model:

1.

In de binnenste ellips wordt het rangnummer vermeld, met een cijferhoogte van 6 mm.

2.

In de buitenste ellips worden de volgende zaken vermeld, met een letter- en cijferhoogte van 3 mm:

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.