Besluit van 14 februari 1998, houdende nadere regels inzake de arbeids- en rusttijden in of op voertuigen, aan boord van vaartuigen en voor loodsen (Arbeidstijdenbesluit vervoer)

Type AMvB
Publication 2025-09-16
State In force
Source BWB
artikelen 365
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Vliegwerktijd vóór bekorte rust Aanmeldingstijdenna bekorte rust(LT) van - t/m Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust
8.00 8.30 9.00 9.30 10.00 10.30 11.00 11.30 12.00
00.00-
06.29 1 = 0600-1259 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00 12.00 12.00
11 = 1300-1659 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00 11.00 11.00
0400-0559
111 = 1700-0259 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00 10.00 10.00
06.30-
07.29 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00 12.00
11 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00 11.00
111 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00 10.00
07.30-8.29 1 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00
11 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00
111 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00
08.30-
09.29 1 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00
11 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00
111 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00
09.30-
10.29 1 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00
11 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00
111 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
10.30-
11.29 1 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00
11 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
111 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15
meer dan 1 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
11.29 11 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15
111 0.00 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.4:15

Vervallen

§ 2.5. Arbeids- en rusttijden

Artikel 2.5:4a
1.

In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 of de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst van toepassing is.

2.

In plaats van artikel 5:8 van de wet wordt dit artikel toegepast.

3.

Ten aanzien van de werknemer die arbeid verricht die geheel of gedeeltelijk is gelegen in de periode tussen 01.00 en 05.00 uur, geldt dat zijn totale arbeidstijd niet meer bedraagt dan 10 uur in de periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van zijn arbeid.

4.

Van het derde lid kan, met inachtneming van het vijfde lid, slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig.

5.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer een dagelijkse arbeidstijd heeft die niet meer bedraagt dan 12 uur in elke periode van 24 achtereenvolgende uren, te rekenen vanaf het begin van zijn arbeid.

6.

De persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, neemt een maximale dagelijkse arbeidstijd in acht overeenkomstig het vijfde lid.

Pauze

Artikel 2.5:8
1.

In afwijking van de artikelen 2.2:2 en 2.3:1 is dit artikel uitsluitend van toepassing voor zover verordening (EG) nr. 561/2006 of de Handels- en Samenwerkingsovereenkomst van toepassing is.

2.

In plaats van artikel 5:7, tweede tot en met vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.

3.

De werknemer verricht ten hoogste 60 uren per week arbeid, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 16 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.

4.

Van het derde lid kan met inachtneming van het vijfde lid slechts bij collectieve regeling worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze dan in de vorige volzin is bepaald, wordt afgeweken van het derde lid, is nietig.

5.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer gedurende een periode van een week ten hoogste 60 uren arbeid verricht, met dien verstande dat hij gedurende een periode van 26 achtereenvolgende weken ten hoogste gemiddeld 48 uren per week arbeid verricht.

6.

De persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, neemt een maximale wekelijkse arbeidstijd in acht overeenkomstig het vijfde lid.

Artikel 2.5:9
1.

Voor de toepassing van de artikelen 2.5:4a, derde en vijfde lid, 2.5:6, derde lid, en 2.5:8, derde en vijfde lid, wordt niet als arbeidstijd aangemerkt:

  • a. ten aanzien van de bestuurder de perioden waarin deze een voertuig begeleidt dat wordt vervoerd;
  • b. wachttijden ten gevolge van rijverboden;
  • c. ten aanzien van de bijrijder of een tweede bestuurder: de perioden die deze gedurende de rit naast de bestuurder of in een slaapcabine doorbrengt; en
  • d. ten aanzien van de persoon, bedoeld in artikel 2:7, eerste lid, van de wet, de perioden waarin deze niet ter beschikking van de klant staat en algemeen administratief werk verricht dat niet direct verband houdt met het ten behoeve van de klant verrichte vervoer.
2.

Voor zover de verwachte duur voor de bestuurder van tevoren bekend is, dan wel bij regeling van Onze Ministers is vastgelegd, wordt voor de toepassing van de artikelen 2.5:4a, derde en vijfde lid, 2.5:6, derde lid, en 2.5:8, derde en vijfde lid, voor de bestuurder tevens niet als arbeidstijd aangemerkt de periode waarin deze voor eventuele oproepen beschikbaar moet zijn om een rit aan te vatten of te hervatten dan wel andere werkzaamheden moet uitvoeren.

§ 2.6. Vrijstellingen

Bijrijder

Hoofdstuk 3. Spoorvervoer

§ 3.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 4. Luchtvaart

§ 4.1. Algemene bepalingen

§ 4.2. Toepassingsgebied van de wet

Bekorte rusttijd

Toepasselijkheid van de paragraaf

Toepasselijkheid van de paragraaf

Overeenkomstige van toepassingverklaring

§ 4.8. Arbeids-, rust- en reservetijd cockpitpersoneel helikopters

Toepasselijkheid van de paragraaf

Begrip landing

Rusttijden

Bekorte rust

Hoofdstuk 5. Binnenvaart

§ 5.2. Toepasselijkheid van de wet

§ 6.1. Algemene bepalingen

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 6.4. Algemene verplichtingen

Wekelijkse onafgebroken rusttijd zeevarenden van 18 jaar of ouder

Dagelijkse rusttijd zeevarenden van 18 jaar of ouder

§ 6.6. Arbeids- en rusttijden zeeschepen in havensleepdienst

Consignatie

Hoofdstuk 6A. Zeevisserij

§ 6A.1. Algemene bepalingen

Werkrooster

§ 6A.2. Arbeids- en rusttijden

Afwijkingen

Verplichtingen van de scheepsbeheerder

Vrijstelling en ontheffing

Verplichtingen van de scheepsbeheerder

§ 7.1. Algemene bepaling

Begrippen registerloods, loodsen op afstand en week

Toepasselijkheid op registerloodsen

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

Toepasselijkheid van de paragraaf

Toepasselijkheid van de paragraaf

Overtredingen wegvervoer

Toepasselijkheid van de paragraaf

Hoofdstuk 8. Beboetbare feiten en daarmee samenhangende bepalingen

Overtredingen loodsen

Vorderen van afgifte van een bestuurderskaart

Citeertitel

Citeertitel

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Inwerkingtreding

Citeertitel

Voorbeelden voor het gebruik van Tabel C

II. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

III. Correctie voor overige verzwaarde omstandigheden

BIJLAGE F

III. Voorzover het gestelde onder IV, V en VI van deze bepaling en het gestelde in artikel 4.5:5, tweede lid, niet van toepassing is, wordt de maximale vliegwerktijd vastgesteld;

IV. In het geval, behoudens het gestelde onder VII, dat een beroep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

V. Indien tijdens de uitvoering van een vlucht blijkt, dat de vliegwerktijd meer zal bedragen dan de geplande maximale vliegwerktijd ingevolge artikel 4.6:3, tweede lid, onderdelen a en b, en indien, door de aanwezigheid van een verzwaarde cockpitbemanning, de mogelijkheid bestaat de vlucht tot boven dit maximum voort te zetten, dan is zulks toegestaan, mits aan het cabinepersoneel een onafgebroken rust wordt gegeven, die ten minste gelijk is aan de verwachte overschrijding van genoemd maximum; deze rust dient te worden genoten op een wijze die identiek is aan die van het cockpitpersoneel.

Deze overschrijding zal echter de 1½ uur niet te boven mogen gaan.

Indien alsnog aan het cabinepersoneel een onafgebroken rust van 3 uur kan worden gegeven mag de vlucht worden voortgezet tot een maximale vliegwerktijd ingevolge artikel 4.6:3, tweede lid, onderdelen c en d.

VI.

VII. In het geval dat – na een bekorte rust – een oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

VIII. Indien de onafgebroken rust wordt genoten op een daartoe geschikte zitplaats, wordt daaronder verstaan: een zitplaats ten minste gelijkwaardig aan een passagiersstoel, waarbij de hinder door passagiers en overige storende invloeden zo veel mogelijk moet worden beperkt.

Tabel D. maximum gecorrigeerde vliegwerktijd (geen reservetijd)

BIJLAGE G. Maximum vliegwerktijden

I. De maximum vliegwerktijd is afhankelijk van het aanvangstijdstip van de vliegwerktijd, uitgedrukt in lokale tijd, en wordt vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom I.

II. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. in een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden na de eerste drie uren van de reservetijd dan wordt behoudens het gestelde in lid 3 van dit artikel de maximum vliegwerktijd vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom II.

III. Indien de oproep tot aanmelding plaatsvindt in een reservetijd en de aanmelding dient plaats te vinden meer dan 8 uren na die oproep, onder gelijktijdige opheffing van de reserveverplichting, dan wordt de maximum vliegwerktijd bepaald volgens tabel G, Kolom I.

IV. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. voor de aanvang van een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden binnen 8 uren na afloop van die reservetijd, dan wordt de opdracht geacht te zijn ontvangen op het tijdstip direct voorafgaande aan het einde van de reservetijd; voor het bepalen van de maximum vliegwerktijd is tabel G, Kolom II van toepassing.

Tabel G

Aanmeldtijdstip Max. vlwt (geen reserve) Na 3 uur reserve
Aanmeldtijdstip I II
00.00-02.59 uur 10.00 uur 8 uur
03.00-03.59 uur 10.30 uur 8 uur
04.00-04.59 uur 11.00 uur 10 uur
05.00-05.59 uur 10.30 uur 11 uur
06.00-12.59 uur 12.00 uur 12 uur
13.00-14.59 uur 11.30 uur 11 uur
15.00-16.59 uur 11.00 uur 10 uur
17.00-18.59 uur 10.30 uur 9 uur
19.00-23.59 uur 10.00 uur 8 uur

Maximum vliegwerktijden over een langere periode

V. Op de eerste dag, dat een vliegwerktijd meer dan 6 uur bedraagt, dan wel een reservetijd of een combinatie van vliegwerktijd en reservetijd meer dan 7 uur bedraagt, vangt een periode aan van maximaal 15 dagen, waarin het totaal aantal uren vliegwerktijd en het totaal aantal uren vliegwerktijd plus reservetijd op geen enkele dag de waarde in tabel H, kolom «maximum vliegwerktijd» resp. «vliegwerktijd plus reservetijd», behorende bij die dag, overschrijdt.

VI. De onder V genoemde periode eindigt op die dag, dat gerekend vanaf het begin van die periode, het totaal van de vliegwerktijd en het totaal van de vliegwerktijd plus reservetijd gelijk is aan, dan wel minder is dan de bij die dag vermelde normwaarden.

Tabel H

Na (binnen) Max. vlwtijd Norm. vlwtijd Max. vlwt + reservetijd Norm. vlwtijd + reservetijd
1 12*Indien bekorte rust wordt toegepast ingevolge artikel 4.8:9, uit te breiden tot 15.29 uur. 6 24 7
2 24 12 34 14
3 36 18 39 21
4 44 24 52 28
5 50 30 55 35
6 60 36 66 42
7 65 42 72 49
8 70 48 78 56
9 75 54 84 63
10 80 60 90 70
11 85 66 96 77
12 90 72 105 84
13 90 78 105 91
14 90 84 105 98
15 90 90 105 105

VII. Verzwarende omstandigheden

1.

Bij het uitvoeren van een vliegwerktijd worden de volgende omstandigheden als verzwarend voor de werkzaamheden van het cockpitpersoneel aangemerkt:

  • –. de «single-pilot»-operaties;
  • –. de «sling»-operaties;
  • –. de «hoist»-operaties.
2.

Indien de onder 1. genoemde omstandigheden zich voordoen, worden de volgende correcties te worden toegepast:

  • a. Indien de duur van een single-pilot-operatie meer dan 1 uur bedraagt, zal de helft van de single-pilot-vliegtijd in mindering worden gebracht op de volgens artikel 4.8:5, eerste lid, toegestane limiet; deze vermindering zal maximaal 2 uur bedragen.
  • b. in geval van een sling-operatie wordt op de maximum vliegtijd tweemaal de tijdsduur van deze operatie in mindering gebracht.
  • c. in geval van een hoist-operatie wordt iedere z.g. hoist-cycle gerekend als één landing.
3.

Indien de ongecorrigeerde vliegtijd minder dan 5 uur bedraagt, mogen de in dit artikel voorgeschreven correcties achterwege blijven.

VIII. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens tabel A ten hoogste twee en half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

2.

Alle in onder 1. genoemde uren grondtijd worden als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

Bijlage H

Tabel I

Aantal landingen bij dag Reduktie Gecorr. max. vliegtijd
0-25 0 09.00 uur
26-30 15 min 08.45 uur
31-35 30 min 08.30 uur
36-40 45 min 08.15 uur
41-45 01.00 uur 08.00 uur
46-50 01.30 uur 07.30 uur
51-55 02.00 uur 07.00 uur
56-60 02.30 uur 06.30 uur
meer dan 60 03.00 uur 06.00 uur

Bijlage I

Aantal landingen

Nacht Dag
25 10
24 12
23 14
22 16
21 18
20 20
19 22
18 24
17 26
16 28
15 30
14 32
13 34
12 36
11 38
10 40
9 42
8 44
7 46
6 48
0-5 onbeperkt

T.g.v. een oneven aantal landingen bij daglicht wordt van het naasthogere even aantal landingen uitgegaan.

Bijlage J. Maximale vliegwerktijd na bekorte rust

Vliegwerktijd vóór bekorte rust Aanmeldingstijdenna bekorte rust(LT) van - t/m Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust
8.00 8.30 9.00 9.30 10.00 10.30 11.00 11.30 12.00
00.00-
06.29 1 = 0600-1259 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00 12.00 12.00
11 = 1300-1659 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00 11.00 11.00
0400-0559
111 = 1700-0259 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00 10.00 10.00
06.30-
07.29 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00 12.00
11 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00 11.00
111 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00 10.00
07.30-8.29 1 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00
11 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00
111 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00
08.30-
09.29 1 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00
11 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00
111 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00
09.30-
10.29 1 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00
11 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00
111 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
10.30-
11.29 1 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00
11 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
111 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15
meer dan 1 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
11.29 11 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15
111 0.00 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 4.1:5

In § 4.5 wordt verstaan onder:

  • a. EG-verordening 3922/91: verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart (PbEG L 373);
  • b. vliegdienstperiode: een vliegdienstperiode (FDP) als bedoeld in EG-verordening 3922/91, bijlage III, onderdeel 1.1095, onder 1.6;
  • c. Onze Ministers: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat en Onze Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

§ 4.1. Algemene bepalingen

Begrippen vliegwerktijd, reservetijd, rusttijd, grondtijd en rustgelegenheid

§ 4.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 4.5. Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91

§ 4.6. Arbeids-, rust en reservetijden cabinepersoneel vleugelvliegtuigen van verkeersvluchten met uitzondering van rondvluchten

Hoofdstuk 5. Binnenvaart

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 6.2. Toepassingsgebied van de wet

Jeugdige bemanningsleden

§ 6.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 6.5. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk 6A. Zeevisserij

§ 6A.1. Algemene bepalingen

§ 6A.1. Algemene bepalingen

§ 6A.3. Overige bepalingen

Rusttijd van vissers van 18 jaar of ouder

Maximale wekelijkse arbeidstijd

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

§ 6A.3. Overige bepalingen

Hoofdstuk 8. Beboetbare feiten en daarmee samenhangende bepalingen

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Overtredingen spoorvervoer

Overtredingen luchtvaart

BIJLAGE F

Vervallen

BIJLAGE G. Maximum vliegwerktijden

I. De maximum vliegwerktijd is afhankelijk van het aanvangstijdstip van de vliegwerktijd, uitgedrukt in lokale tijd, en wordt vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom I.

II. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. in een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden na de eerste drie uren van de reservetijd dan wordt behoudens het gestelde in lid 3 van dit artikel de maximum vliegwerktijd vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom II.

III. Indien de oproep tot aanmelding plaatsvindt in een reservetijd en de aanmelding dient plaats te vinden meer dan 8 uren na die oproep, onder gelijktijdige opheffing van de reserveverplichting, dan wordt de maximum vliegwerktijd bepaald volgens tabel G, Kolom I.

IV. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. voor de aanvang van een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden binnen 8 uren na afloop van die reservetijd, dan wordt de opdracht geacht te zijn ontvangen op het tijdstip direct voorafgaande aan het einde van de reservetijd; voor het bepalen van de maximum vliegwerktijd is tabel G, Kolom II van toepassing.

Tabel G

Aanmeldtijdstip Max. vlwt (geen reserve) Na 3 uur reserve
Aanmeldtijdstip I II
00.00-02.59 uur 10.00 uur 8 uur
03.00-03.59 uur 10.30 uur 8 uur
04.00-04.59 uur 11.00 uur 10 uur
05.00-05.59 uur 10.30 uur 11 uur
06.00-12.59 uur 12.00 uur 12 uur
13.00-14.59 uur 11.30 uur 11 uur
15.00-16.59 uur 11.00 uur 10 uur
17.00-18.59 uur 10.30 uur 9 uur
19.00-23.59 uur 10.00 uur 8 uur

Maximum vliegwerktijden over een langere periode

V. Op de eerste dag, dat een vliegwerktijd meer dan 6 uur bedraagt, dan wel een reservetijd of een combinatie van vliegwerktijd en reservetijd meer dan 7 uur bedraagt, vangt een periode aan van maximaal 15 dagen, waarin het totaal aantal uren vliegwerktijd en het totaal aantal uren vliegwerktijd plus reservetijd op geen enkele dag de waarde in tabel H, kolom «maximum vliegwerktijd» resp. «vliegwerktijd plus reservetijd», behorende bij die dag, overschrijdt.

VI. De onder V genoemde periode eindigt op die dag, dat gerekend vanaf het begin van die periode, het totaal van de vliegwerktijd en het totaal van de vliegwerktijd plus reservetijd gelijk is aan, dan wel minder is dan de bij die dag vermelde normwaarden.

Tabel H

Na (binnen) Max. vlwtijd Norm. vlwtijd Max. vlwt + reservetijd Norm. vlwtijd + reservetijd
1 12*Indien bekorte rust wordt toegepast ingevolge artikel 4.8:9, uit te breiden tot 15.29 uur. 6 24 7
2 24 12 34 14
3 36 18 39 21
4 44 24 52 28
5 50 30 55 35
6 60 36 66 42
7 65 42 72 49
8 70 48 78 56
9 75 54 84 63
10 80 60 90 70
11 85 66 96 77
12 90 72 105 84
13 90 78 105 91
14 90 84 105 98
15 90 90 105 105

VII. Verzwarende omstandigheden

1.

Bij het uitvoeren van een vliegwerktijd worden de volgende omstandigheden als verzwarend voor de werkzaamheden van het cockpitpersoneel aangemerkt:

  • –. de «single-pilot»-operaties;
  • –. de «sling»-operaties;
  • –. de «hoist»-operaties.
2.

Indien de onder 1. genoemde omstandigheden zich voordoen, worden de volgende correcties te worden toegepast:

  • a. Indien de duur van een single-pilot-operatie meer dan 1 uur bedraagt, zal de helft van de single-pilot-vliegtijd in mindering worden gebracht op de volgens artikel 4.8:5, eerste lid, toegestane limiet; deze vermindering zal maximaal 2 uur bedragen.
  • b. in geval van een sling-operatie wordt op de maximum vliegtijd tweemaal de tijdsduur van deze operatie in mindering gebracht.
  • c. in geval van een hoist-operatie wordt iedere z.g. hoist-cycle gerekend als één landing.
3.

Indien de ongecorrigeerde vliegtijd minder dan 5 uur bedraagt, mogen de in dit artikel voorgeschreven correcties achterwege blijven.

VIII. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens tabel A ten hoogste twee en half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

2.

Alle in onder 1. genoemde uren grondtijd worden als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

Bijlage H

Tabel I

Aantal landingen bij dag Reduktie Gecorr. max. vliegtijd
0-25 0 09.00 uur
26-30 15 min 08.45 uur
31-35 30 min 08.30 uur
36-40 45 min 08.15 uur
41-45 01.00 uur 08.00 uur
46-50 01.30 uur 07.30 uur
51-55 02.00 uur 07.00 uur
56-60 02.30 uur 06.30 uur
meer dan 60 03.00 uur 06.00 uur

BIJLAGE A

Vervallen

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

§ 3.2. Registratie

Bewaren gegevens en bescheiden

Artikel 3.3:1
1.

In plaats van de artikelen 5:3, tweede en derde lid, en 5:8, vierde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.

2.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer een dagelijkse onafgebroken rusttijd heeft van:

  • a. ten minste 12 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren indien de rusttijd in de normale woonplaats kan worden doorgebracht;
  • b. ten minste 8 uren in elke aaneengesloten periode van 24 uren indien de rusttijd niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht.
3.

De rusttijd, bedoeld in het tweede lid, onder a, mag gedurende een periode van 7 maal 24 uren eenmaal worden ingekort tot ten minste 9 uren, mits de tijd waarmee deze rusttijd is ingekort, wordt toegevoegd aan de eerstvolgende rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht.

4.

De rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht, wordt niet aanzienlijk ingekort indien deze wordt voorafgegaan en wordt gevolgd door een rusttijd die niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht.

5.

De werknemer heeft na een dagelijkse onafgebroken rusttijd die niet in de normale woonplaats kan worden doorgebracht een dagelijkse onafgebroken rusttijd die in de normale woonplaats kan worden doorgebracht.

6.

Bij collectieve regeling kan, met inachtneming van het zevende lid, van het vijfde lid worden afgeweken. Elk beding waarbij op andere wijze wordt afgeweken van het vijfde lid, is nietig.

7.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer ten hoogste 2 achtereenvolgende dagelijkse onafgebroken rusttijden heeft die niet in de normale woonplaats kunnen worden doorgebracht.

8.

De in het tweede lid bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer een dienst als bedoeld in artikel 3.1:1 verricht.

Artikel 3.3:2
1.

In plaats van artikel 5:5, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.

2.

De werkgever organiseert de arbeid zodanig, dat de werknemer in elke aaneengesloten periode van 7 maal 24 uren, waarin hij ten minste één dienst verricht als bedoeld in artikel 3.1:1, een onafgebroken rusttijd heeft van ten minste 36 uren.

3.

De in het tweede lid bedoelde periode vangt aan op het eerste tijdstip van de dag, waarop de werknemer een dienst als bedoeld in artikel 3.1:1 verricht.

4.

In elke periode van 52 aaneengesloten weken waarin een werknemer ten minste 52 diensten als bedoeld in artikel 3.1:1 verricht, organiseert de werkgever de arbeid zodanig, dat de werknemer 104 perioden heeft van ten minste 24 uren onafgebroken rusttijd.

5.

De in het vierde lid bedoelde 104 perioden omvatten ten minste 24 aaneengesloten perioden van ten minste 60 uren, van welke 24 perioden ten minste 12 perioden de gehele zaterdag en de gehele zondag omvatten.

Artikel 3.3:3
1.

In plaats van artikel 5:4, tweede en derde lid, van de wet wordt dit artikel toegepast.

2.

De werkgever organiseert de arbeid van de machinist zodanig, dat indien hij:

  • a. meer dan 6 uur arbeid per dienst verricht, zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze van ten minste 30 minuten;
  • b. meer dan 8 uur arbeid per dienst verricht, zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze van ten minste 45 minuten;
  • c. een gedeelte van de pauze, bedoeld onder a en b, wordt genoten tussen het derde en het zesde uur waarin arbeid wordt verricht.
3.

Het tweede lid, onderdeel b en c, is niet van toepassing ingeval van aanwezigheid van twee dienstdoende machinisten in het spoorvoertuig.

4.

De werkgever organiseert de arbeid van het overige personeel in of op het spoorvoertuig zodanig dat indien meer dan 6 uur per dienst arbeid wordt verricht, deze arbeid wordt onderbroken door een pauze van ten minste 30 minuten.

Pauze

Artikel 3.3:4
1.

De werkgever organiseert de arbeid van de machinist zodanig, dat zijn rijtijd:

  • a. ten hoogste 9 uren per dienst bedraagt, dan wel ten hoogste 8 uren indien er 3 of meer uren arbeid wordt verricht in de periode tussen 00.00 en 07.00 uur;
  • b. ten hoogste 80 uur bedraagt in elke aaneengesloten periode van 14 maal 24 uren, waarin hij ten minste twee diensten verricht als bedoeld in artikel 3.1:1.
2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt als rijtijd aangemerkt:

  • a. de duur van de ingeroosterde activiteit waarbij de machinist verantwoordelijk is voor het besturen van een locomotief, en
  • b. ingeroosterde onderbrekingen waarin de machinist verantwoordelijk blijft voor de locomotief.
3.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt niet als rijtijd aangemerkt de tijd die is voorzien voor het in- en uitschakelen van de locomotief.

Hoofdstuk 4. Luchtvaart

Begrippen vlieguren, vliegtijd, verkeersvlucht, rondvlucht en luchtarbeid

§ 4.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 4.6. Arbeids-, rust en reservetijden cabinepersoneel vleugelvliegtuigen van verkeersvluchten met uitzondering van rondvluchten

Vliegwerktijd en maximum gecorrigeerde vliegwerktijd

Arbeidstijd, rusttijd en reservetijd

§ 4.7. Arbeids- en rusttijden boordpersoneel rondvluchten met helikopters

Arbeids- en rusttijden

Gelijkstelling met vliegwerktijd

§ 4.9. Ontheffing

Hoofdstuk 5. Binnenvaart

Gelijkstelling met rusttijd

§ 5.3. Toepasselijkheid van dit hoofdstuk

§ 5.5. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 6.6. Arbeids- en rusttijden zeeschepen in havensleepdienst

Arbeidstijd van zeevarenden van 18 jaar of ouder

Jeugdige zeevarenden

Consignatie

Verplichtingen van de scheepsbeheerder

Ontheffing

Hoofdstuk 6A. Zeevisserij

Begrippen

Gelijkstelling met rusttijd

Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 6A.2. Arbeids- en rusttijden

Toepasselijkheid van deze paragraaf

Jeugdige vissers

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

Vrijstelling en ontheffing

§ 7.2. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

Uitbreiding van de toepasselijkheid van het hoofdstuk

Toepasselijkheid van de paragraaf

Hoofdstuk 8. Overtredingen en daarmee samenhangende bepalingen

Overtredingen spoorvervoer

Overtredingen wegvervoer

Overtredingen loodsen

Vorderen van afgifte van een bestuurderskaart

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

BIJLAGE B

Vervallen

BIJLAGE C

Vervallen

BIJLAGE A

Vervallen

BIJLAGE B

Vervallen

BIJLAGE G. Maximum vliegwerktijden

I. De maximum vliegwerktijd is afhankelijk van het aanvangstijdstip van de vliegwerktijd, uitgedrukt in lokale tijd, en wordt vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom I.

II. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. in een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden na de eerste drie uren van de reservetijd dan wordt behoudens het gestelde in lid 3 van dit artikel de maximum vliegwerktijd vastgesteld zoals aangegeven in tabel G, Kolom II.

III. Indien de oproep tot aanmelding plaatsvindt in een reservetijd en de aanmelding dient plaats te vinden meer dan 8 uren na die oproep, onder gelijktijdige opheffing van de reserveverplichting, dan wordt de maximum vliegwerktijd bepaald volgens tabel G, Kolom I.

IV. Indien de oproep tot aanmelding voor een vliegwerktijd valt:

  • –. voor de aanvang van een reservetijd en
  • –. de aanmelding moet plaatsvinden binnen 8 uren na afloop van die reservetijd, dan wordt de opdracht geacht te zijn ontvangen op het tijdstip direct voorafgaande aan het einde van de reservetijd; voor het bepalen van de maximum vliegwerktijd is tabel G, Kolom II van toepassing.

Tabel G

Aanmeldtijdstip Max. vlwt (geen reserve) Na 3 uur reserve
Aanmeldtijdstip I II
00.00-02.59 uur 10.00 uur 8 uur
03.00-03.59 uur 10.30 uur 8 uur
04.00-04.59 uur 11.00 uur 10 uur
05.00-05.59 uur 10.30 uur 11 uur
06.00-12.59 uur 12.00 uur 12 uur
13.00-14.59 uur 11.30 uur 11 uur
15.00-16.59 uur 11.00 uur 10 uur
17.00-18.59 uur 10.30 uur 9 uur
19.00-23.59 uur 10.00 uur 8 uur

Maximum vliegwerktijden over een langere periode

V. Op de eerste dag, dat een vliegwerktijd meer dan 6 uur bedraagt, dan wel een reservetijd of een combinatie van vliegwerktijd en reservetijd meer dan 7 uur bedraagt, vangt een periode aan van maximaal 15 dagen, waarin het totaal aantal uren vliegwerktijd en het totaal aantal uren vliegwerktijd plus reservetijd op geen enkele dag de waarde in tabel H, kolom «maximum vliegwerktijd» resp. «vliegwerktijd plus reservetijd», behorende bij die dag, overschrijdt.

VI. De onder V genoemde periode eindigt op die dag, dat gerekend vanaf het begin van die periode, het totaal van de vliegwerktijd en het totaal van de vliegwerktijd plus reservetijd gelijk is aan, dan wel minder is dan de bij die dag vermelde normwaarden.

Tabel H

Na (binnen) Max. vlwtijd Norm. vlwtijd Max. vlwt + reservetijd Norm. vlwtijd + reservetijd
1 121 6 24 7
2 24 12 34 14
3 36 18 39 21
4 44 24 52 28
5 50 30 55 35
6 60 36 66 42
7 65 42 72 49
8 70 48 78 56
9 75 54 84 63
10 80 60 90 70
11 85 66 96 77
12 90 72 105 84
13 90 78 105 91
14 90 84 105 98
15 90 90 105 105

1Indien bekorte rust wordt toegepast ingevolge artikel 4.8:9, uit te breiden tot 15.29 uur.

VII. Verzwarende omstandigheden

1.

Bij het uitvoeren van een vliegwerktijd worden de volgende omstandigheden als verzwarend voor de werkzaamheden van het cockpitpersoneel aangemerkt:

  • –. de «single-pilot»-operaties;
  • –. de «sling»-operaties;
  • –. de «hoist»-operaties.
2.

Indien de onder 1. genoemde omstandigheden zich voordoen, worden de volgende correcties te worden toegepast:

  • a. Indien de duur van een single-pilot-operatie meer dan 1 uur bedraagt, zal de helft van de single-pilot-vliegtijd in mindering worden gebracht op de volgens artikel 4.8:5, eerste lid, toegestane limiet; deze vermindering zal maximaal 2 uur bedragen.
  • b. in geval van een sling-operatie wordt op de maximum vliegtijd tweemaal de tijdsduur van deze operatie in mindering gebracht.
  • c. in geval van een hoist-operatie wordt iedere z.g. hoist-cycle gerekend als één landing.
3.

Indien de ongecorrigeerde vliegtijd minder dan 5 uur bedraagt, mogen de in dit artikel voorgeschreven correcties achterwege blijven.

VIII. Correctie voor grondtijd zonder werkzaamheden

1.

Van een grondtijd langer dan twee en een half uren, kunnen voor de berekening van de gecorrigeerde vliegwerktijd i.v.m. toetsing aan het daarvoor geldende maximum volgens tabel G ten hoogste twee en half uren buiten beschouwing worden gelaten, voor zover het lid van het cockpitpersoneel gedurende deze uren geen werkzaamheden voor zijn maatschappij heeft verricht en waarbij ten minste twee en een half uren als vliegwerktijd worden aangemerkt.

2.

Alle in onder 1. genoemde uren grondtijd worden als vliegwerktijd in aanmerking genomen.

3.

De onder 1. genoemde berekening wordt per vliegwerktijd slechts op één grondtijd toegepast.

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.7:5. Overgangsregeling chauffeursvakbekwaamheid

Vervallen

Artikel 2.7:6. Wijzigingen chauffeursvakbekwaamheid met ingang van 10 september 2009

Wijzigt dit besluit.

Hoofdstuk 3. Spoorvervoer

Rijtijd

Hoofdstuk 4. Luchtvaart

§ 4.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 4.7. Arbeids- en rusttijden boordpersoneel rondvluchten met helikopters

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 6.1. Algemene bepalingen

§ 6.2. Toepassingsgebied van de wet

§ 6.6. Arbeids- en rusttijden zeeschepen in havensleepdienst

Consignatie

Ontheffing

Hoofdstuk 6A. Zeevisserij

§ 6A.1. Algemene bepalingen

§ 6A.2. Arbeids- en rusttijden

§ 6A.3. Overige bepalingen

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

§ 7.2. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

Hoofdstuk 8. Overtredingen en daarmee samenhangende bepalingen

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage H

Tabel I

Aantal landingen bij dag Reduktie Gecorr. max. vliegtijd
0-25 0 09.00 uur
26-30 15 min 08.45 uur
31-35 30 min 08.30 uur
36-40 45 min 08.15 uur
41-45 01.00 uur 08.00 uur
46-50 01.30 uur 07.30 uur
51-55 02.00 uur 07.00 uur
56-60 02.30 uur 06.30 uur
meer dan 60 03.00 uur 06.00 uur

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 5.4:3. Bekrachtiging en bewaartermijn van geregistreerde arbeids- en rusttijden
1.

De gezagvoerend schipper en de werkgever bewaren de in de artikelen 5.4:1 en 5.4:2 bedoelde registratie van arbeids- en rusttijden ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de desbetreffende gegevens en bescheiden betrekking hebben, aan boord.

2.

De registratie van de arbeidstijden en rusttijden van een bemanningslid dat werknemer is wordt uiterlijk aan het einde van de volgende maand gezamenlijk door de werkgever of zijn vertegenwoordiger en de werknemer gecontroleerd en bekrachtigd.

3.

Het bemanningslid dat werknemer is ontvangt een kopie van de registratie van zijn arbeids- en rusttijden en bewaart deze ten minste 52 weken, gerekend vanaf de datum waarop de gegevens betrekking hebben.

Artikel 5.5:5a. Arbeids- en rustdagen

De werkgever en de gezagvoerend schipper nemen bij de vaststelling van het aantal arbeids- en rustdagen van een bemanningslid dat werknemer is, clausule 5 van de overeenkomst in acht.

Artikel 5.5:5b. Arbeids- en rustdagen bij seizoensarbeid passagiersvaart
1.

Dit artikel is uitsluitend van toepassing op een bemanningslid dat werknemer is en seizoensarbeid in de passagiersvaart verricht.

2.

De werkgever en de gezagvoerend schipper nemen bij de vaststelling van het aantal arbeids- en rustdagen van een bemanningslid dat werknemer is clausule 6 van de overeenkomst in acht.

3.

Toepassing van dit artikel is slechts mogelijk bij collectieve regeling. Elk beding waarbij wordt afgeweken van de vorige zin is nietig.

Artikel 5.5:5c. Pauze

De werkgever en de gezagvoerend schipper organiseren de arbeid van een bemanningslid dat werknemer is zodanig, dat indien hij meer dan 6 uren arbeid per dienst verricht, zijn arbeid wordt onderbroken door een pauze.

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 2.3:3

Vervallen

§ 2.4. Registratie

Verwerking van gegevens

Boordcomputer

Dienstrooster

Controlemiddelen

Aanwijzing autoriteiten

Aanvraag, verlening, weigering, intrekking of schorsing tachograafkaart

Aanwijzing autoriteiten

§ 2.5. Arbeids- en rusttijden

Arbeid in nachtdienst

Pauze

§ 2.6. Vrijstellingen

§ 2.7. Overige bepalingen

Jaagpremieverbod

Chauffeursvakbekwaamheid

Hoofdstuk 3. Spoorvervoer

§ 3.3. Arbeids- en rusttijden

Hoofdstuk 4. Luchtvaart

§ 4.1. Algemene bepalingen

§ 4.5. Vlieg- en diensttijdbeperkingen en rusttijden voor vluchten die vallen onder EG-verordening 3922/91

§ 4.6. Arbeids-, rust en reservetijden cabinepersoneel vleugelvliegtuigen van verkeersvluchten met uitzondering van rondvluchten

Toepasselijkheid van de paragraaf

§ 4.9. Ontheffing

Hoofdstuk 5. Binnenvaart

Gedeeltelijke uitsluiting van de toepasselijkheid van de wet

Hoofdstuk 6. Zeevaart

§ 6.1. Algemene bepalingen

§ 6.3. Toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 6.4. Algemene verplichtingen

§ 6.5. Arbeids- en rusttijden

§ 6A.2. Arbeids- en rusttijden

§ 6A.3. Overige bepalingen

Vrijstelling en ontheffing

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

Uitbreiding van de toepasselijkheid van het hoofdstuk

§ 7.3. Arbeids- en rusttijden

Uitbreiding van de toepasselijkheid van het hoofdstuk

Hoofdstuk 8. Overtredingen en daarmee samenhangende bepalingen

Artikel 6a.2:1a
1.

De artikelen 6A.2:2, tweede lid, 6A.2:3, 6A.2:4, met uitzondering van het eerste lid, onder b en het derde lid, onder b, 6A.2:5 en 6A.2:7, zijn uitsluitend van toepassing op de visser die werknemer is, of, de visser die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn, samen met werknemers op hetzelfde vissersvaartuig arbeid verricht.

2.

Artikel 6A.2:2, eerste en derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de visser van 16 jaar en ouder die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn arbeid verricht aan boord van een vissersvaartuig dat langer dan drie dagen op zee blijft.

3.

Artikel 6A.2:4, eerste lid, onder b en derde lid, onder b, is van overeenkomstige toepassing op de jeugdige visser die zonder werkgever of werknemer in de zin van de wet te zijn arbeid verricht aan boord van een vissersvaartuig.

Hoofdstuk 7. Registerloodsen

Hoofdstuk 8. Overtredingen en daarmee samenhangende bepalingen

Hoofdstuk 9. Overgangs- en slotbepalingen

Inwerkingtreding

Citeertitel

Bijlage J. Maximale vliegwerktijd na bekorte rust

Vliegwerktijd vóór bekorte rust Aanmeldingstijdenna bekorte rust(LT) van - t/m Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust Lengte bekorte rust
8.00 8.30 9.00 9.30 10.00 10.30 11.00 11.30 12.00
00.00-
06.29 1 = 0600-1259 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00 12.00 12.00
11 = 1300-1659 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00 11.00 11.00
0400-0559
111 = 1700-0259 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00 10.00 10.00
06.30-
07.29 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00 12.00
11 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00 11.00
111 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00 10.00
07.30-8.29 1 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00 12.00
11 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00 11.00
111 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00 10.00
08.30-
09.29 1 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00 12.00
11 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 11.00
111 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 10.00
09.30-
10.29 1 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00 12.00
11 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00
111 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
10.30-
11.29 1 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30 11.00
11 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
111 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15
meer dan 1 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15 9.30
11.29 11 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00 8.15
111 0.00 1.00 2.00 3.00 4.00 5.00 6.00 7.00

Lasten en bevelen, dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)