← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 17 maart 1998, houdende regels inzake de opleiding tot en de deskundigheid van de gezondheidszorgpsycholoog (Besluit gezondheidszorgpsycholoog)

Geldende tekst a fecha 2024-01-01

Op de voordracht van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 30 juni 1997, CSZ/BenO-979473;

Gelet op de artikelen 24 en 25 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg;

Gezien de adviezen van de Raad voor de beroepen in de individuele gezondheidszorg van september 1995 en van mei 1996;

De Raad van State gehoord (advies van 7 januari 1998, no. W13.97.0384);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 16 maart 1998, GVM/GGZ/981425;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Om in het krachtens artikel 3 van de wet ingestelde register van gezondheidszorgpsychologen te kunnen worden ingeschreven, is vereist het bezit van een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene met goed gevolg het examen ter afsluiting van een opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog heeft afgelegd, uitgereikt door een krachtens artikel 6, eerste lid, aangewezen opleidingsinstelling.

§ 2. Opleidingseisen

Artikel 3
1.

De opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog bestaat uit ten minste 3600 uren, die als volgt zijn verdeeld:

2.

Het onderwijs, bedoeld in het eerste lid, onder a, omvat in elk geval psychodiagnostiek, indicatiestelling en het toepassen van psychologische, pedagogische en psychotherapeutische behandelingsmethoden ten aanzien van de volgende categorieën van personen:

3.

De werkervaring, bedoeld in het eerste lid, onder b, is gespreid over ten minste twee jaren en wordt in elk geval opgedaan met het uitvoeren van psychodiagnostisch onderzoek, het stellen van indicaties en het toepassen van psychologische, pedagogische en psychotherapeutische behandelingsmethoden.

Artikel 4
1.

Het onderwijs, bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, omvat ten minste:

2.

Het cursorische onderwijs omvat ten minste:

Artikel 5
1.

Tot de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog worden slechts toegelaten degenen die in het bezit zijn van een getuigschrift waaruit blijkt dat zij het doctoraalexamen of een masteropleiding psychologie, pedagogische wetenschappen of gezondheidswetenschappen met als afstudeerrichting geestelijke gezondheidskunde aan een instelling voor wetenschappelijk onderwijs met goed gevolg hebben afgerond.

2.

Voor zover opleidingsonderdelen als bedoeld in het derde lid geen deel uitmaakten van de opleiding die recht geeft op een getuigschrift als bedoeld in het eerste lid, is voor de toelating tot de opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog vereist het bezit van een ander bewijsstuk waaruit blijkt dat zij voor die onderdelen met goed gevolg een proeve van bekwaamheid op het niveau van een masteropleiding van een instelling voor wetenschappelijk onderwijs hebben afgelegd.

3.

De opleidingsonderdelen, bedoeld in het tweede lid zijn:

§ 3. Aanwijzing opleidingsinstellingen

Artikel 6
1.

Onze Minister kan, op hun daartoe strekkende verzoek, opleidingsinstellingen aanwijzen die een opleiding tot gezondheidszorgpsycholoog verzorgen die naar zijn oordeel voldoet aan de artikelen 3 en 4.

2.

De aanwijzing vindt niet plaats voordat Onze Minister de CRT heeft uitgenodigd om, met inachtneming van de vereiste onafhankelijkheid ten opzichte van de opleidingsinstelling, binnen een door Onze Minister aan te geven termijn advies uit te brengen over de vraag of de opleidingsinstelling voldoet aan artikel 7 en deze termijn is verstreken.

3.

De aangewezen opleidingsinstelling verstrekt Onze Minister ten behoeve van de beoordeling of de opleidingsinstelling op enig moment voldoet aan artikel 7 van dit besluit de daarvoor noodzakelijke informatie en verleent medewerking aan een in dit kader in opdracht van Onze Minister door of namens de CRT uit te voeren visitatie.

4.

Onze Minister kan een aanwijzing intrekken indien de opleidingsinstelling naar zijn oordeel niet meer voldoet aan artikel 7.

5.

Van een aanwijzing of een intrekking van een aanwijzing wordt kennis gegeven in de Staatscourant.

Artikel 7

Voor aanwijzing komen in aanmerking opleidingsinstellingen waarvan in redelijkheid verwacht mag worden dat zij:

Artikel 8
1.

De opleidingsinstelling stelt jaarlijks een plan vast waarin de in de artikelen 3 en 4 omschreven opleidingsonderdelen nader zijn uitgewerkt.

2.

Belanghebbenden kunnen het opleidingsplan, desgevraagd, inzien en daarvan afschrift verlangen.

Artikel 9
2.

In aanvulling op het eerste lid legt de opleidingsinstelling in het opleidings- en examenreglement een procedure vast in geval van een verschil van mening tussen de hoofdopleider en de aspirant-gezondheidszorgpsycholoog over de begeleiding tijdens de opleiding.

Artikel 10
1.

De opleidingsinstelling wijst een hoofdopleider aan die verantwoordelijk is voor de opleiding van een persoon die tot de opleiding is toegelaten.

2.

De hoofdopleider is gezondheidszorgpsycholoog, beschikt over aantoonbaar relevante wetenschappelijke en didactische expertise en heeft gedurende ten minste vijf jaren ingeschreven gestaan:

§ 4. Behandelingsmethoden

Artikel 11
1.

De psychologische behandelingsmethoden, bedoeld in artikel 25 van de wet, houden in:

2.

De methoden, bedoeld in het eerste lid, zijn gebaseerd op het wetenschapsgebied van de psychologie en de orthopedagogiek en worden steeds toegepast op basis van psychodiagnostiek en indicatiestelling.

§ 5. Slotbepalingen

Artikel 12

Dit besluit treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit gezondheidszorgpsycholoog.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.