Wijziging Regeling kentekenbewijzen en Regeling kentekens en kentekenplaten
Gelet op de artikelen 36, derde lid, en 40, derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994 en artikel 55 van het Kentekenreglement;
Besluit:
Artikel I
Wijzigt de Regeling kentekenbewijzen.
Artikel II
Kentekenbewijzen volgens de modellen 1.1, 2.1 en 5.1 tot en met 10.1, overschrijvingsbewijzen en registratiebewijzen volgens de modellen 13.1, 14.1 en 17.1, alsmede ontvangstbewijzen volgens model C.1, afgegeven op grond van de Regeling kentekenbewijzen zoals deze luidde vóór 1 april 1998, behouden hun geldigheid tot het moment waarop zij op basis van de Wegenverkeerswet 1994 hun geldigheid verliezen.
Artikel III
Artikel 8 van de Regeling kentekens en kentekenplaten vervalt met ingang van 1 april 1998.
Met toepassing van artikel 8 van de Regeling kentekens en kentekenplaten zoals dit artikel luidde vóór 1 april 1998, afgegeven kentekenbewijzen behouden hun geldigheid gedurende de in artikel 20, vierde lid, van het Kentekenreglement bedoelde periode.
Artikel IV
Voor wat betreft aanvullingsbladen wordt het in artikel 55, eerste lid, van het Kentekenreglement bedoelde tijdstip vastgesteld op 1 april 1998.
Vóór de in het eerste lid genoemde datum afgegeven aanvullingsbladen behouden hun geldigheid.
Artikel V
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1998.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.