Regeling duurzaam veilig

Type Ministeriële regeling
Publication 2002-01-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 185, eerste lid, van de Provinciewet;

Gelet op artikel 16 en 17 van de Financiële-verhoudingswet;

Gelet op artikel 2, derde lid, van het Besluit Infrastructuurfonds;

Gezien het convenant Startprogramma Duurzaam Veilig, gesloten op 15 december 1997 tussen Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, het Interprovinciaal Overleg, de Vereniging van Nederlandse Gemeenten, en de Unie van Waterschappen.

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Provincies, gemeenten en waterschappen kunnen een aanvraag voor de vaststelling van een subsidie indienen voor het treffen van fiets- en bromfietsmaatregelen.

2.

Waterschappen kunnen een aanvraag voor de verlening van een subsidie indienen voor de uitvoering van een of meer 60 km-projecten.

3.

Provincies en gemeenten kunnen een aanvraag voor de verlening van een subsidie indienen voor:

4.

Ten behoeve van een 30- of 60 km-project wordt slechts subsidie verstrekt voorzover:

§ 2. Het subsidiebedrag

Artikel 3
1.

Het subsidieplafond bedraagt in totaal € 88.487.142,00 waarvan:

2.

De minister kan na 31 december 1998 een subsidieplafond als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a tot en met c verhogen met het bedrag dat na behandeling van alle aanvragen resteert van een ander subsidieplafond.

3.

De minister doet hiervan mededeling in de Staatscourant.

Artikel 4
1.

De subsidie per aanvrager bedraagt:

2.

Indien volledige toekenning van alle aanvragen van een categorie als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, zou leiden tot overschrijding van het subsidieplafond, wordt, in afwijking van het eerste lid, het subsidiebedrag dat ten hoogste aan een aanvrager wordt verleend als volgt bepaald:

3.

Aanvragen die het bedrag, bedoeld in de aanhef van het tweede lid, niet overschrijden, blijven bij de verdere berekening van de subsidiebedragen waarvoor de overige aanvragers ten hoogste in aanmerking komen, buiten beschouwing.

4.

Voor de berekening, bedoeld in het derde lid, wordt het tweede lid zo vaak toegepast tot het totale subsidiebedrag onder de resterende aanvragers is verdeeld.

Artikel 5
1.

De subsidie voor de uitvoering van een 60 km-project bedraagt € 226,90 inclusief BTW per hele hectometer van de weglengte binnen een project.

2.

De subsidie voor de uitvoering van een 30 km-project bedraagt ten hoogste € 453,78 inclusief BTW per hele hectometer van de weglengte binnen een project, maar niet meer dan 40% van de projectkosten, gerekend over de gezamenlijke 30 km-projecten van de aanvrager.

3.

Als projectkosten worden uitsluitend in aanmerking genomen de kosten, bedoeld in artikel 5, eerste lid, onderdelen e tot en met g en j van het besluit met uitzondering van de kosten waarvoor reeds subsidie is verleend op grond van paragraaf 2 tot en met 7 van het besluit.

§ 3. De Aanvraag

Artikel 6
1.

Een subsidie-aanvraag voor het treffen van fiets- en bromfietsmaatregelen wordt uiterlijk 22 oktober 1998 ingediend.

2.

Een subsidie-aanvraag voor de uitvoering van een 30 km- of 60 km-project wordt uiterlijk 31 december 1998 ingediend.

Artikel 7
2.

Een aanvraag voor de uitvoering van een 30 km-project gaat tevens vergezeld van een raming van de totale projectkosten van omvorming, berekend volgens artikel 5, derde lid, en een opgave van het aantal om te vormen hectometers.

§ 4. De beslissing

Artikel 8

De minister beslist in ieder geval afwijzend op een aanvraag:

Artikel 9

De minister beslist uiterlijk 1 mei 1999 over de aanvragen voor subsidieverlening, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid.

Artikel 10
1.

De beschikking tot subsidieverlening bevat:

2.

De minister kan de subsidie-ontvanger bij de subsidieverlening verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

Artikel 11

De minister stelt de subsidie voor het treffen van fiets- en bromfietsmaatregelen uiterlijk 1 november 1998 vast.

Artikel 12
1.

De minister stelt de subsidie voor een project als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, ambtshalve vast binnen zestien weken nadat de subsidie-ontvanger heeft voldaan aan artikel 17. Indien niet wordt voldaan aan artikel 17 stelt de minister de subsidie ambtshalve uiterlijk 1 november 2003 vast.

2.

De subsidie wordt vastgesteld op basis van de weglengte binnen de gerealiseerde projecten en artikel 5.

Artikel 13

De beschikking tot subsidievaststelling bevat:

Artikel 14

De artikelen 4:46 en 4:47, onder c, en de artikelen 4:48 tot en met 4:50 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van toepassing.

§ 5. Verplichtingen

Artikel 15

De subsidie-ontvanger, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, is verplicht uiterlijk

31 december 1999 het volgende te overleggen aan de minister:

Artikel 16

De subsidie-ontvanger doet onverwijld schriftelijk mededeling aan de minister van:

Artikel 17
1.

De subsidie-ontvanger, bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid, is verplicht uiterlijk 1 september 2003 verantwoording aan de minister te overleggen, waarin het volgende is opgenomen:

2.

De verantwoording gaat vergezeld van een accountantsverklaring waarin duidelijk wordt aangegeven of de verantwoording voldoet aan de eisen gesteld in het eerste lid.

Artikel 18

De subsidie-ontvanger is verplicht medewerking te verlenen aan een onderzoek naar de rechtmatigheid van de besteding van de ontvangen subsidiegelden, verricht door de Minister van Verkeer en Waterstaat aan te wijzen personen.

§ 6. Betaling, terugvordering en voorschotten

Artikel 19
1.

Het subsidiebedrag wordt overeenkomstig de subsidievaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.

2.

Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald, tenzij bij de subsidievaststelling anders is bepaald.

Artikel 20

Onverschuldigd betaalde subsidiebedragen en voorschotten kunnen binnen vier weken na de subsidievaststelling, of de wijziging of intrekking daarvan worden teruggevorderd.

Artikel 21
1.

In het geval van een project als bedoeld in artikel 2, tweede en derde lid kan de minister op verzoek van een subsidie-ontvanger die voldaan heeft aan artikel 15, een voorschot verstrekken ter hoogte van maximaal 75% van het bedrag van de subsidieverlening.

2.

De minister wijst een verzoek als bedoeld in het eerste lid af, voorzover de subsidie-ontvanger niet heeft voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 22
1.

Het voorschot wordt binnen vier weken na de voorschotverlening betaald, tenzij bij de voorschotverlening anders bepaald is.

2.

De minister schort de betaling van een voorschot op indien de beschikking tot voorschotverlening ten gevolge van aan de subsidie-ontvanger te wijten onjuistheid of onvolledigheid van gegevens anders luidde dan het geval zou zijn geweest indien de gegevens juist en volledig zouden zijn.

§ 7. Slotbepalingen

Artikel 23

Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

Artikel 24

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling duurzaam veilig.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.