Keuringsreglement COKZ kaas
gelet op artikel 10, eerste lid, onder e, van de Landbouwkwaliteitswet (Stb. 1971, 371), alsmede artikel 36, tweede lid, van de statuten van genoemde Stichting (Stcrt. 1992, 63),
heeft in zijn vergadering van 24 juni 1998 vastgesteld het navolgende Reglement
Hoofdstuk 1. Terminologie
Artikel 1
In dit reglement wordt, tenzij uitdrukkelijk anders is bepaald, de terminologie van de Landbouwkwaliteitsregeling kaas overgenomen en wordt voorts verstaan onder
regeling: Landbouwkwaliteitsregeling kaas (Stcrt. 1998, nr. 140).
kaas: kaas die is voorzien van een rijkskaasmerk of is bestemd om te worden voorzien van een rijkskaasmerk;
rijkskaasmerk: het rijkskaasmerk als bedoeld in artikel 4 van de regeling;
productdossier: productdossier als bedoeld in artikel 15, tweede lid van de regeling;
bereider: producent van kaas;
eerste bereider: producent van kaas, uitgezonderd boerenkaas;
opvolgende bereider: bedrijf anders dan een eerste bereider waarin kaas wordt opgeslagen gedurende de minimale bewaartermijn
doorleveren: afleveren van kaas van de eerste of opvolgende bereider aan een opvolgende bereider;
afleveren: afleveren van kaas na de verplichte bewaartermijn van de desbetreffende kaas;
directeur: directeur van het COKZ;
directeur Industrie en Handel: directeur Industrie en Handel van het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij;
bestuur: bestuur van het COKZ.
Hoofdstuk 2. Voorschriften inzake rijkskaasmerken
Artikel 2
Rijkskaasmerken worden gedrukt:
- a. op caseïneplaatjes welke tijdens de bereiding op de kazen worden aangebracht;
- b. op zelfklevende etiketten welke op de verpakkingen van kaas worden aangebracht;
- c. rechtstreeks op de buitenzijde van het verpakkingsmateriaal voor kaas op zodanige wijze dat, bij gebruik van dit materiaal overeenkomstig zijn bestemming, het rijkskaasmerk in zijn geheel zichtbaar is op één zijde van de verpakking.
Op de rijkskaasmerken, als bedoeld in het eerste lid onder a en b, worden met zwarte inkt gedrukt een doorlopend volgnummer van 00001 tot en met 99999 en daaronder een lettercombinatie of letter- en cijfercombinatie bestaande uit ten minste twee serieletters, welke onmiddellijk worden voorafgegaan door:
- a. de letter F, in geval van rijkskaasmerken bestemd voor kaas, uitgezonderd boerenkaas, bereid in de provincies Groningen, Friesland, Drenthe en Overijssel;
- b. de letters HB, in geval van rijkskaasmerken bestemd voor kaas, uitgezonderd boerenkaas, bereid in de provincies Zuid-Holland, Utrecht, Gelderland, Flevoland, Limburg, Noord-Brabant en Zeeland;
- c. de letters NH, ingeval van rijkskaasmerken bestemd voor kaas, uitgezonderd boerenkaas, bereid in de provincie Noord-Holland;
- d. de letter Z, in geval van rijkskaasmerken bestemd voor boerenkaas.
Het in het tweede lid genoemde volgnummer en de lettercombinatie of letter- en cijfercombinatie dienen, indien het rijkskaasmerk rechtstreeks op de verpakking, als bedoeld in het eerste lid onder c, wordt aangebracht, op de verpakking in het rijkskaasmerk of in de onmiddellijke nabijheid van het rijkskaasmerk te worden gedrukt.
Rijkskaasmerken in de vorm van caseïneplaatjes
Artikel 3
Rijkskaasmerken in de vorm van caseïneplaatjes worden door of namens het COKZ aan de bereider van kaas verstrekt, uitsluitend om te worden aangebracht op de in zijn bedrijf bereide kaas.
Het is de bereider van kaas verboden rijkskaasmerken op kaas aan te brengen, welke niet rechtstreeks door of namens het COKZ aan hem of te zijnen behoeve zijn verstrekt.
Voor zover kaas bij de bereiding van een rijkskaasmerk in de vorm van een caseïneplaatje wordt voorzien, is de bereider van kaas verplicht het rijkskaasmerk op de kaas aan te brengen op de eerste dag van de bereiding op zodanige wijze dat:
- a. de letteraanduiding op de aangebrachte rijkskaasmerken in overeenstemming is met het dienaangaande in artikel 2 bepaalde;
- b. de rijkskaasmerken worden aangebracht in volgorde van serieletters en volgnummers;
- c. op een kaas niet meer dan één rijkskaasmerk wordt aangebracht;
- d. de bedrukte zijde van het rijkskaasmerk in de kaas wordt geperst;
- e. geen beschadiging van het rijkskaasmerk optreedt.
De bereider van kaas is verplicht een administratie te voeren omtrent het verloop van de voorraad van de aan hem verstrekte rijkskaasmerken in de vorm van caseïneplaatjes. Door of namens het bestuur kunnen aanwijzingen worden gegeven omtrent de wijze waarop deze administratie moet worden gevoerd.
Door of namens de directeur kan ontheffing worden verleend van het bepaalde in het tweede lid.
Rijkskaasmerken in de vorm van etiketten of rechtstreeks aangebracht op de verpakking
Artikel 4
Door of namens het COKZ worden aan de bereider van kaas verstrekt:
- a. met een rijkskaasmerk bedrukte etiketten als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder b, uitsluitend om te worden aangebracht op de verpakking van de in zijn bedrijf bereide kaas;
- b. met een rijkskaasmerk bedrukt verpakkingsmateriaal, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, uitsluitend om te worden gebruikt voor het verpakken van de in zijn bedrijf bereide kaas.
Het is de bereider van kaas verboden
- a. met een rijkskaasmerk bedrukte etiketten op de verpakking van kaas aan te brengen;
- b. met een rijkskaasmerk bedrukt verpakkingsmateriaal te gebruiken voor het verpakken van kaas; welke niet rechtstreeks door of namens het COKZ aan hem of te zijnen behoeve zijn verstrekt.
Voor zover de verpakking van kaas bij de bereiding van een rijkskaasmerk wordt voorzien, als bedoeld in het eerste lid onder a en b, is de bereider van kaas verplicht het rijkskaasmerk op de verpakking van kaas aan te brengen uiterlijk op de dag van aflevering op zodanige wijze dat:
- a. de letteraanduiding op de aangebrachte rijkskaasmerken in overeenstemming is met het dienaangaande in artikel 2 bepaalde;
- b. de rijkskaasmerken worden aangebracht in volgorde van serieletters en volgnummers;
- c. op een verpakking van kaas niet meer dan één rijkskaasmerk wordt aangebracht;
- d. geen beschadiging van het rijkskaasmerk optreedt.
In afwijking van het bepaalde in het eerste lid kan het rijkskaasmerk op een andere plaats dan bij de bereider worden aangebracht, zulks uitsluitend na toestemming van het COKZ. Aan een dergelijke toestemming worden nadere voorwaarden verbonden.
Indien de kaas niet direct bij de bereiding wordt voorzien van een rijkskaasmerk, dient elke kaas te zijn voorzien van een unieke codering.
De bereider van kaas is verplicht een administratie te voeren omtrent het verloop van de voorraad van:
- a. de aan hem verstrekte met een rijkskaasmerk bedrukte etiketten;
- b. het aan hem verstrekte met een rijkskaasmerk bedrukt verpakkingsmateriaal.
Door of namens het bestuur kunnen aanwijzingen worden gegeven omtrent de wijze waarop deze administratie moet worden gevoerd.
Door of namens de directeur kan ontheffing worden verleend van het bepaalde in het tweede en het vijfde lid.
Artikel 5
Van de kaas of van zijn verpakking verwijderde of losgelaten rijkskaasmerken mogen niet opnieuw worden gebruikt.
Het van de kaas verwijderde verpakkingsmateriaal, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder c, mag niet opnieuw worden gebruikt.
De bereider van kaas is verplicht:
- a. onbruikbaar geworden rijkskaasmerken, als bedoeld in artikel 2, eerste lid onder a en b, bij het eerstvolgende bezoek af te geven aan het door of namens het COKZ met keuring en toezicht belaste personeel. Onder onbruikbaar geworden rijkskaasmerken worden tevens de van de kaas of van zijn verpakking verwijderde of losgelaten merken begrepen.
- b. een administratie te voeren van onbruikbaar geworden met een rijkskaasmerk bedrukt verpakkingsmateriaal. In deze administratie dient ten minste te worden vermeld:
- -. de hoeveelheid verpakkingsmateriaal;
- -. de letters en volgnummers van het rijkskaasmerk, dan wel van het eerste en het laatste rijkskaasmerk van het verpakkingsmateriaal;
- -. de wijze van vernietiging van het verpakkingsmateriaal.
Hoofdstuk 3. Voorschriften inzake kaas, uitgezonderd boerenkaas
A. Voorschriften inzake grondstoffen, hulpstoffen en toevoegingen met betrekking tot kaas, uitgezonderd boerenkaas
Artikel 6
De eerste bereider van kaas, uitgezonderd boerenkaas is verplicht van elke zending grondstoffen, welke ingevolge het bepaalde in artikel 7, eerste lid onder a en b resp. artikel 16, tweede lid van de regeling is toegelaten voor de bereiding van kaas, direct bij ontvangst een monster te nemen ter grootte van 1 liter en dit te bewaren bij een temperatuur van ten minste 0 °C en ten hoogste 5 °C totdat de betreffende grondstof geheel is verwerkt, doch ten minste gedurende twee etmalen na ontvangst van de zending.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op rauwe melk, welke rechtstreeks wordt ontvangen van een melkveehouder en welke is onderworpen aan een regeling inzake uitbetaling naar kwaliteit.
B. Administratieve voorschriften met betrekking tot kaas, uitgezonderd boerenkaas en voorschriften inzake het afleveren van kaas, uitgezonderd boerenkaas
Artikel 7
Een productdossier dient minimaal 5 werkdagen voordat de in het productdossier beschreven kaas voor het eerst wordt bereid, te worden ingediend bij het COKZ.
Het COKZ beoordeelt het productdossier aan het gestelde in artikel 14 van de regeling.
-
- Een productdossier dient minimaal 5 werkdagen voordat de in het productdossier beschreven kaas voor het eerst wordt bereid, te worden ingediend bij het COKZ.
-
- Het COKZ beoordeelt het productdossier aan het gestelde in artikel 14 van de regeling.
Artikel 8
De eerste bereider van kaas, uitgezonderd boerenkaas is verplicht, dagelijks, voor elke bak of charge kaas een unieke codering toe te kennen en per bak of charge afzonderlijk, aantekening te houden van:
- a. bij de bereiding:
- -. de datum van de eerste dag van de bereiding;
- -. de kaassoort danwel de naam van de kaas;
- -. het aantal kazen;
- -. indien de kaas is voorzien van een rijkskaasmerk, de letters en volgnummers van de, in de vorm van een caseïneplaatje, aangebrachte rijkskaasmerken;
- -. indien de kaas niet direct bij de bereiding is voorzien van een rijkskaasmerk, de unieke codering per kaas. Zodra het rijkskaasmerk is aangebracht dient de koppeling tussen het rijkskaasmerk en de unieke codering per kaas duidelijk te zijn.
- b. het totale gewicht van de kaas op de vijftiende dag volgend op de eerste dag van de bereiding, dan wel indien het kaas betreft, welke op een ouderdom van minder dan vijftien dagen wordt afgeleverd, het totale gewicht van de kaas op de dag van aflevering;
- c. bij aflevering voor elke aflevering afzonderlijk:
- -. de datum van aflevering;
- -. het aantal kazen en het totale gewicht van de kaas;
- -. de naam en de plaats van vestiging van de afnemer.
Door of namens het bestuur kunnen aanwijzingen worden gegeven omtrent de wijze waarop de in het eerste lid bedoelde administratie moet worden gevoerd.
Doorlevering van kaas, uitgezonderd boerenkaas, van de eerste bereider aan de opvolgende bereider
Artikel 9
Doorlevering van kaas, uitgezonderd boerenkaas, binnen de voor de onderscheiden kaassoorten voorgeschreven minimale rijpingsduur als bedoeld in bijlage 2 van de regeling resp. binnen de voor de desbetreffende kaas in het product-dossier genoemde minimale rijpingsduur, door de eerste bereider aan de opvolgende bereider, mag slechts plaatsvinden:
- a. in hoeveelheden van ten minste tien kazen van dezelfde bak of charge bijeen;
- b. op een zodanig tijdstip dat de verplaatsing van de kaas is beëindigd op de voorlaatste dag van de voor de onderscheiden kaassoorten voorgeschreven minimale rijpingsduur als bedoeld in bijlage 2 van de regeling resp. op de voorlaatste dag van de voor de desbetreffende kaas in het productdossier genoemde minimale rijpingsduur des middags om twaalf uur;
- c. in geval van doorlevering voor de veertiende dag na de eerste dag van de bereiding des morgens om tien uur, naar maximaal vier opslagadressen, met dien verstande dat kaas van een dagproductie bij niet meer dan twee opslagadressen mag worden opgeslagen.
In geval van doorlevering van kaas, uitgezonderd boerenkaas, als in het eerste lid bedoeld, is de eerste bereider van de kaas, welke is voorzien van een rijkskaasmerk, verplicht van elke aflevering schriftelijk kennis te geven aan het COKZ, onder vermelding van, per bak of charge of gedeelte daarvan afzonderlijk:
- a. de datum van aflevering;
- b. de kaassoort danwel de naam van de kaas als bedoeld in het productdossier;
- c. de datum van de eerste dag van de bereiding;
- d. het bak- of chargenummer;
- e. het aantal kazen;
- f. de letters en volgnummers van het eerste en het laatste rijkskaasmerk, dat op kazen van de desbetreffende bak of bakken of op de verpakkingen van de kazen is aangebracht;
- g. de naam en het adres van de opvolgende bereider, alsmede het opslagadres van de kaas, indien dit afwijkt van het eerstgenoemde adres.
Onverminderd het bepaalde in artikel 11 dient deze kennisgeving met betrekking tot kaas, waarvoor de voor de onderscheiden kaassoorten voorge-schreven minimale rijpingsduur als bedoeld in bijlage 2 van de regeling resp. voor de desbetreffende kaas in het productdossier genoemde minimale rijpingsduur meer is dan 21 dagen plaats te vinden binnen twee werkdagen na aflevering en voor kaas, waarvoor de voorgeschreven minimale rijpingsduur als bedoeld in bijlage 2 van de regeling resp. de minimale rijpingsduur als bedoeld in het desbetreffende productdossier 21 dagen of minder is, op de dag van aflevering.
In afwijking van het bovenstaande dient de kennisgeving van doorlevering van kaas als bedoeld in het eerste lid onder c, twee werkdagen voor doorlevering plaats te vinden.
De opvolgende bereider is verplicht:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.