← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen

Geldende tekst a fecha 2002-01-01

Gelet op artikel 3, tweede lid, van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers;

Overwegende:

dat er ingevolge de inwerkingtreding van de Koppelingswet een noodzaak is ontstaan te voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor een drietal categorieën vreemdelingen;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het orgaan is belast met het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor de volgende categorieën vreemdelingen gedurende de daarbij aangegeven termijn:

2.

De schriftelijke verklaring, bedoeld in het eerste lid, houdt in dat de vreemdeling:

Artikel 2a

De regeling is uitsluitend van toepassing op de in artikel 2, eerste lid, onderdeel c, bedoelde vreemdeling:

Artikel 3
1.

Het voorzien in de noodzakelijke bestaansvoorwaarden voor vreemdelingen als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b en c, houdt in het voorzien in de volgende verstrekkingen:

2.

De in artikel 2, eerste lid, onderdeel a, b en c, bedoelde categorieën vreemdelingen wordt geen onderdak in een opvangcentrum als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a, van de Wet, geboden.

Artikel 4

In het kader van deze regeling worden de volgende categorieën vreemdelingen onderscheiden:

Artikel 5

Geen recht op de financiële toelage bestaat indien:

Artikel 6
1.

De berekeningsbasis is het bedrag, bedoeld in artikel 30, eerste lid onderdeel c, van de Algemene bijstandswet.

2.

De financiële toelage bedraagt:

Artikel 7
1.

Het treffen van een ziektekostenregeling als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, houdt in het afsluiten van een ziektekostencontract ter dekking van de kosten van het door de Minister vastgestelde pakket medische verstrekkingen.

2.

In de verstrekking als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel b, wordt ten behoeve van de vreemdeling uitsluitend voorzien indien een toelage als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel a wordt toegekend.

Artikel 8
1.

Op het in aanmerking te nemen inkomen en vermogen zijn de artikelen 42 tot en met 49 en 51 tot en met 54 van de Algemene bijstandswet, juncto de artikelen 3 en 4 van die wet, van overeenkomstige toepassing.

2.

Tot het in aanmerking te nemen inkomen wordt tevens gerekend het recht op algemene bijstand op grond van de Algemene bijstandswet.

3.

Niet tot het in aanmerking te nemen inkomen wordt gerekend de bijzondere bijstand op grond van de Algemene bijstandswet.

Artikel 9
1.

De toelage wordt binnen een termijn van twee weken nadat aanspraak van de vreemdeling op de toelage is ontstaan, door de vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, dan wel door een persoon die door een van hen daartoe is gemachtigd, aangevraagd.

2.

Het orgaan kan in bijzondere gevallen afwijken van het bepaalde in het eerste lid.

3.

De vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, doet aan het orgaan op verzoek of onverwijld uit eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn op het recht op de toelage, het geldend maken van het recht op de toelage, de hoogte of de duur van de toelage, of op het bedrag van de toelage dat aan hem wordt uitbetaald.

4.

Voor de aanvraag van de toelage en de verstrekking van gegevens wordt gebruik gemaakt van een door het orgaan verstrekt formulier.

5.

De vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, is verplicht aan het orgaan desgevraagd de medewerking te verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van deze regeling.

6.

Het orgaan bepaalt welke gegevens ten behoeve van de verlening van de toelage dan wel de voortzetting daarvan door de vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, in ieder geval dienen te worden verstrekt, welke bewijsstukken dienen te worden overlegd en de wijze en het tijdtip waarop de ver-strekking van de gegevens dient plaats te vinden.

7.

De toelage wordt maandelijks vastgesteld over dat deel van de kalendermaand waarover recht op de toelage bestaat.

Artikel 10
1.

De toelage wordt uitbetaald aan de vreemdeling, diens ouder of bloedverwant, of aan een door een van hen, blijkens een schriftelijke verklaring, aangewezen persoon of instantie.

2.

Het orgaan betaalt de toelage maandelijks achteraf.

3.

Het orgaan is bevoegd de toelage over een kortere of langere periode te betalen, indien dit gelet op de omstandigheden van de vreemdeling wenselijk is.

Artikel 11

Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Koppelingswet in werking treedt.

Artikel 12

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 13

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen, afgekort als Rvb.