Regeling tot vaststelling van nieuwe regelen inzake vliegplannen

Type Ministeriële regeling
Publication 2024-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 31, eerste en vierde lid, van het Luchtverkeersreglement;

Besluiten:

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Aanwijzing gebieden, routes met vliegplanverplichting en uitzonderingen op vliegplanverplichting
1.

Onverminderd het bepaalde in paragraaf SERA.4001 van verordening (EU) nr. 923/2012 wordt voor aanvang van de vlucht een vliegplan ingediend voor:

2.

Geen vliegplan is vereist voor VFR-vluchten van of naar een staat binnen het Schengengebied, tenzij:

Artikel 3. Vliegplangegevens en de wijze van indienen van het vliegplan
1.

Voor het opgeven van de gegevens van een vliegplan wordt gebruik gemaakt van het vliegplan-formulier, en de daarbij behorende aanwijzingen, als aangegeven in de bijlage A1 en A2 onder verwijzing naar de bladzijden in de luchtvaartgids, hoofdstuk ENR 1-10. Van wijzigingen in deze bladzijden van de luchtvaartgids wordt mededeling gedaan in de Staatscourant. Bijlage A1 en A2 liggen ter inzage bij de Luchtverkeersleiding Nederland, FSC.

2.

Voor het opgeven van de gegevens van een vliegplan voor een VFR-vlucht waarvoor geen vliegplan is vereist, met het doel eventuele opsporing en redding te vergemakkelijken, volstaat een melding van de volgende gegevens:

3.

Een vliegplan kan tijdens de vlucht per radio worden gezonden, indien het vliegplan slechts betrekking heeft op een deel van de vlucht. Dit is niet van toepassing op vluchten, waarvan delen worden uitgevoerd:

4.

Een vliegplan voor een vlucht uitgevoerd met een luchtvaartuig ten behoeve van zoek- en reddingsactiviteiten kan voorafgaande aan of tijdens de vlucht bij de relevante luchtverkeersmeldingspost worden ingediend.

Artikel 4. Plaats en moment van indienen van het vliegplan
1.

Een vliegplan voor een GAT IFR-vlucht of een gedeelte daarvan wordt door middel van een vliegplanverzendsysteem vanaf de luchthaven van vertrek ingediend bij FSC. Indien op de luchthaven van vertrek geen vliegplanverzendsysteem beschikbaar is, wordt het vliegplan ingediend bij een luchtverkeersmeldingspost, als bedoeld in bijlage B.

2.

Een vliegplan voor andere vluchten als bedoeld in het eerste lid, wordt ingediend bij een luchtverkeersmeldingspost op de luchthaven van vertrek. Indien op de luchthaven van vertrek geen luchtverkeersmeldingspost aanwezig is wordt het vliegplan ingediend bij een luchtverkeersmeldingspost, als bedoeld in bijlage B.

3.

Wanneer op de voorgenomen route maatregelen van kracht zijn met betrekking tot ATFM, wordt een vliegplan ten minste drie uur vóór de aanvang van de vlucht ingediend.

4.

In afwijking van het tweede lid, wordt een vliegplan als bedoeld in artikel 3, tweede lid, voor de aanvang van de vlucht ingediend, bij de havendienst van de luchthaven van vertrek en bij de havendienst van de luchthaven van bestemming.

Artikel 5. Wijzigen en annuleren van het ingediende vliegplan

Onverminderd het bepaalde in paragraaf SERA.4015 van de verordening (EU) 923/2012 worden wijzigingen en annuleringen van het ingediende vliegplan overeenkomstig de volgende condities meegedeeld:

Artikel 6. Afsluiten vliegplan en aankomstmelding

Indien op de luchthaven van bestemming geen verlener van luchtverkeersdiensten is gevestigd, wordt de aankomstmelding zo spoedig mogelijk na aankomst en op de snelst mogelijke wijze gedaan aan de verlener van luchtverkeersdiensten als vermeld in bijlage B.

Afwijkingen voor bepaalde vluchten

Artikel 7

De artikelen 3, eerste lid, en 4, eerste lid, zijn in het vluchtinformatiegebied Amsterdam niet van toepassing op een vlucht vertrekkend van een gecontroleerde luchthaven, indien de betrokken verlener van luchtverkeersdiensten anders heeft bepaald, met dien verstande dat geen afbreuk wordt gedaan aan de volledigheid en tijdige verzending van vliegplangegevens ten behoeve van andere verleners van luchtverkeersdiensten.

Artikel 8
1.

Indien op de luchthaven van vertrek geen luchtverkeersmeldingspost aanwezig is dan wel gesloten is, wordt vóór de aanvang van de in artikel 16, eerste lid, van het Besluit luchtverkeer 2014 genoemde vlucht het vliegplan bij de havenmeester of de vliegcoördinator van de luchthaven van vertrek ingediend.

2.

De in artikel 3, tweede lid, opgenomen vliegplangegevens worden vóór de aanvang van de in het eerste lid genoemde vlucht gemeld aan de havenmeester of de vliegcoördinator van de luchthaven van bestemming.

3.

De aankomstmelding wordt gedaan aan de havenmeester of de vliegcoördinator van de luchthaven van aankomst tenzij de landing plaatsvindt op een gecontroleerde militaire luchthaven tijdens de openstellingsuren van de plaatselijke verlener van luchtverkeersleidingsdiensten.

4.

Indien de aankomst plaats vindt op een luchthaven anders dan de luchthaven van bestemming volgens het geldende vliegplan, wordt de aankomstmelding zo spoedig mogelijk na afloop van de vlucht telefonisch gedaan aan de havenmeester, de vliegcoördinator of de luchtverkeersmeldingspost van de luchthaven van bestemming.

Artikel 9. Initiëren van alarmering voor vluchten naar ongecontroleerde luchtvaartterreinen
1.

Voor een vlucht met als bestemming een ongecontroleerde luchthaven in Nederland, of een gecontroleerde militaire luchthaven in het vluchtinformatiegebied Amsterdam waarvoor recreatief burgermedegebruik is toegestaan, is de havenmeester of de vliegcoördinator buiten de openstellingsuren van de plaatselijke verlener van luchtverkeersleidingsdiensten van de luchthaven van bestemming, als de vlucht bij hem bekend is, belast met het initiëren van de alarmering.

2.

De havenmeester of de vliegcoördinator van de luchthaven van bestemming, vraagt, als de vlucht bij hem bekend is en de aankomstmelding van het luchtvaartuig niet is verkregen binnen dertig minuten na de verwachte tijd van aankomst volgens het ingediende vliegplan, de actuele tijd van vertrek alsmede de van belang zijnde gegevens van het geldende vliegplan telefonisch op bij de havenmeester, de vliegcoördinator of de luchtverkeersmeldingspost van de luchthaven van vertrek.

3.

Indien de aankomstmelding niet is verkregen binnen dertig minuten na de verwachte tijd van aankomst volgens het geldend vliegplan, waarschuwt de havenmeester, de vliegcoordinator of de luchtverkeersmeldingspost van de luchthaven van bestemming zo spoedig mogelijk de supervisor van AOCS Nieuw Milligen.

De supervisor stelt zo spoedig mogelijk de havenmeester of de vliegcoördinator, van de luchthaven van vertrek van de alarmering in kennis.

4.

Voor een vlucht met als bestemming een ongecontroleerde luchthaven buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam stelt de havenmeester, de vliegcoördinator of de luchtver-keersmeldingspost van de luchthaven van vertrek, wanneer een bericht als bedoeld in het derde lid, wordt ontvangen van een luchthaven buiten het vluchtinformatiegebied Amsterdam, zo spoedig mogelijk de supervisor van AOCS Nieuw Milligen van de alarmering in kennis.

Artikel 10. Gebruik RPL
1.

De artikelen 3, 4 en 5 zijn niet van toepassing op een IFR-vlucht waarvoor een RPL is ingediend. Een RPL kan worden gebruikt voor een IFR-vlucht die regelmatig wordt uitgevoerd op dezelfde dagen van opeenvolgende weken voor ten minste 10 keer, dan wel op elke dag over een periode van ten minste 10 opeenvolgende dagen.

2.

Een RPL wordt slechts gebruikt voor vluchten, die vanaf de luchthaven van vertrek tot de luchthaven van bestemming worden uitgevoerd.

Artikel 11. Het indienen van een RPL

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.