Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen
Gelet op artikel 10 van Richtlijn 96/49/EG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 23 juli 1996 betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lid-Staten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor (PbEG L 235), op artikel 4b, tweede lid, onderdeel a, van de Wegenverkeerswet 1994 en op artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen;
Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. Minister: Minister van Infrastructuur en Milieu;
- b. bevoegde autoriteit:
- 1°. Minister,
- 2°. een in bijlage 3 bij deze regeling erkende instantie, of
- 3°. een met toepassing van de Regeling erkende instanties vervoer gevaarlijke stoffen erkende instantie.
- c. COTIF: Convention relative aux transports internationaux ferroviaires;
- d. richtlijn nr. 2008/68/EG: richtlijn nr. 2008/68/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 24 september 2008 betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen over land (PbEU L 260).
De in bijlage 1 opgenomen begripsbepalingen zijn van toepassing op de bijlagen 2 en 3 voorzover daarin niet anders is bepaald.
Artikel 2
Bij deze regeling behoren drie bijlagen:
- a. bijlage 1: voorschriften betreffende het vervoer van gevaarlijke stoffen op Nederlands grondgebied over de spoorweg, zijnde de Nederlandse vertaling van het RID;
- c. bijlage 3: erkende instanties, bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b, 2°.
Artikel 3
Met voorwaardelijk tot het vervoer over de spoorweg toegelaten gevaarlijke stoffen als bedoeld in bijlage 1 mogen de handelingen, bedoeld in artikel 2 van het Besluit vervoer gevaarlijke stoffen, worden verricht, mits de in deze regeling gestelde voorschriften in acht worden genomen.
Artikel 4
De Minister kan voorschriften vaststellen die afwijken van de bijlagen 1, 2 of 3, met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen per spoor van en naar landen die partij zijn bij de Organisation for Cooperation of Railways (OSJD), indien door passende maatregelen en voorschriften handhaving van eenzelfde veiligheidsniveau als dat van het RID wordt gegarandeerd.
De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, gelden alleen voor het in die republieken toegelaten vervoer met spoorwegwagons van gevaarlijke goederen in colli, in bulk of in containers.
Artikel 5
De door de bevoegde autoriteiten op voet van het RID overeengekomen tijdelijke afwijkingen worden in de vorm van een multilaterale overeenkomst aan de bevoegde autoriteiten van de andere lidstaten van de Europese Unie voorgelegd door de bevoegde autoriteit die het initiatief tot de overeenkomst neemt. Van dergelijke afwijkingen doet de Minister mededeling aan de Europese Commissie.
De afwijkingen, bedoeld in het eerste lid, worden verleend zonder onderscheid naar nationaliteit of vestigingsplaats van de verzender, de vervoerder of de ontvanger, hebben een looptijd van ten hoogste vijf jaar en zijn niet hernieuwbaar.
Artikel 6
Met de in de bij deze regeling behorende bijlagen 1 en 2 vastgestelde technische normen of technische eisen worden gelijkgesteld daaraan gelijkwaardige technische normen of technische eisen, vastgesteld door of vanwege een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel door of vanwege een staat die partij is bij de overeenkomst inzake de Europese Economische Ruimte.
Artikel 7
Bijlage 1 wordt bekendgemaakt op https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-en-waterstaat.
Artikel 8
Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.
Artikel 9
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen.
Bijlage 1. als bedoeld in de artikelen 2, onderdeel a, en 3 van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen
Gepubliceerd op https://www.rijksoverheid.nl/ministeries/ministerie-van-infrastructuur-en-waterstaat.
Bijlage 2. bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen
Artikel 1. Bewaartermijn opleidingsdossiers
Artikel 2. Implementatie van richtlijn nr. 96/49/EG betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der Lidstaten inzake het vervoer van gevaarlijke goederen per spoor
Artikel 2. Ontheffingen
De Minister verleent een ontheffing als bedoeld in artikel 9 van de Wet vervoer gevaarlijke stoffen slechts op voorwaarden dat de veiligheid niet in gevaar komt en het vervoer waarvoor de ontheffing wordt verleend duidelijk is gespecificeerd en van tijdelijke aard is.
Het is toegestaan dat de in randnummer 5.4.1.4.1 van bijlage 1 voorgeschreven aanduidingen in de vrachtbrief uitsluitend in de Nederlandse taal zijn gesteld.
De voorschriften onder randnummer 1.8.3 van bijlage 1 zijn niet van toepassing op ondernemingen als bedoeld in randnummer 1.8.3.2.
Vervallen.
Bijlage 3. , bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel b en artikel 2, onderdeel c van de Regeling vervoer over de spoorweg van gevaarlijke stoffen
Artikel 1. Erkende instanties
In de onderstaande tabel zijn de instanties opgenomen met betrekking tot de uitvoering van de voorschriften in de vermelde randnummers van bijlage 1 voorzover bedoelde handelingen worden uitgevoerd door Nederlandse instanties.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.