Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-02-05
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 35, vierde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 19 mei 1998 (nr. 697460/98);

Besluit:

Artikel 1

In deze instructie wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

Het gebruik van een geweldsmiddel is uitsluitend toegestaan aan een daartoe door de directeur aangewezen ambtenaar of medewerker:

2.

Aan het gebruik van een geweldmiddel gaat zo mogelijk een waarschuwing vooraf.

Artikel 3
1.

De inrichtingsdirecteur stelt een voor zijn inrichting geldende dienstinstructie voor het personeel vast.

2.

De directeur geeft daarin aan onder welke omstandigheden, welke ambtenaren of medewerkers bevoegd zijn, binnen en buiten de inrichting, jegens een gedetineerde geweld te gebruiken dan wel vrijheidsbeperkende middelen aan te wenden en van welk geweldsmiddel dan wel vrijheidsbeperkend middel daarbij gebruik mag worden gemaakt.

Artikel 4
1.

De directeur of de daartoe door hem aangewezen ambtenaar of medewerker kan de eenheid inzetten.

2.

De ambtenaar of medewerker zet de eenheid slechts in na toestemming van de directeur.

Artikel 5

Het gebruik van een semi-automatisch pistool is slechts geoorloofd:

Artikel 6

De ambtenaar of medewerker mag in verband met zijn eigen veiligheid of die van anderen slechts uit voorzorg een vuurwapen ter hand nemen indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat een situatie ontstaat waarin hij bevoegd is het vuurwapen te gebruiken. Zodra blijkt dat een dergelijke situatie zich niet voordoet, wordt het vuurwapen terstond opgeborgen.

Artikel 7
1.

De ambtenaar of medewerker geeft onmiddellijk voordat hij gericht met een vuurwapen zal schieten een waarschuwing. De waarschuwing kan worden vervangen door een waarschuwingsschot, wanneer omstandigheden de waarschuwing niet toelaten.

2.

Een waarschuwingsschot moet op zodanige wijze worden afgevuurd dat gevaar voor personen of zaken zoveel mogelijk wordt vermeden.

Artikel 8
1.

Het gebruik van CS-traangas is slechts geoorloofd:

2.

Het gebruik van CS-traangas is slechts geoorloofd in opdracht van de directeur.

3.

De directeur die bevel geeft tot het verspreiden van CS-traangas geeft bij dit bevel aan hoeveel CS-traangasgranaten worden gebruikt.

Artikel 9
1.

De ambtenaar of medewerker die geweld heeft gebruikt of vrijheidsbeperkende middelen heeft aangewend, meldt dit onverwijld schriftelijk aan de directeur van de betrokken inrichting of de selectiefunctionaris. De schriftelijke melding dient duidelijkheid te verschaffen over de redenen die tot het aanwenden van geweld hebben geleid, de daaruit voortvloeiende gevolgen en op wiens last dit aanwenden van geweld heeft plaatsgevonden.

2.

Indien de aanwending van het geweld bij een gedetineerde heeft geleid tot lichamelijk letsel van meer dan geringe betekenis en in alle gevallen waarin van een vuurwapen, een wapenstok of CS-traangasgranaten of traangasverspreidende middelen gebruik is gemaakt, dient deze melding tevens ter kennis te worden gebracht van het hoofd van de Dienst Justitiële Inrichtingen en het Openbaar Ministerie. De directeur van de betrokken inrichting of de selectiefunctionaris dient in een dergelijk geval tevens zo spoedig mogelijk schriftelijk advies in te winnen bij een arts.

3.

De melding, bedoeld in het eerste en tweede lid, geschiedt in de vorm van een rapport indien:

Artikel 10

De ambtenaar of medewerker kan een gedetineerde ten behoeve van het vervoer, een broekstok, of ten behoeve van het vervoer of interne verplaatsing, handboeien aanleggen.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Geweldsinstructie penitentiaire inrichtingen.

Artikel 12

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.

Artikel 13

De Geweldsinstructie gestichtspersoneel van 25 mei 1966, nr. GW 12, met de bijbehorende handleiding van 30 juni 1966, van de Directie Gevangeniswezen/ Bureau Beveiliging, de besluiten van 31 mei 1985, nr.195/ P385, van de Directie Gevangeniswezen, Staf. J.Z., tot wijziging van de Geweldsinstructie gestichtspersoneel, en het besluit van 19 maart 1991, nr. 47988/91 DJ, van de Dir. D&J, worden ingetrokken.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 8a
1.

Het gebruik van pepperspray is slechts geoorloofd voorzover dit noodzakelijk is ter aanhouding van een gedetineerde indien redelijkerwijs mag worden aangenomen dat hij ernstig geweld tegen personen zal gebruiken.

2.

Pepperspray wordt tegen een persoon per geval ten hoogste twee maal voor ten hoogste enkele seconden gebruikt op een afstand van ten minste een meter.

3.

Pepperspray mag niet worden gebruikt tegen:

4.

Pepperspray mag niet worden gebruikt in de nabijheid van baby’s.

5.

De ambtenaar of medewerker die pepperspray heeft gebruikt is verantwoordelijk voor het verlenen van nazorg.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 10a

De ambtenaar of medewerker kan een gedetineerde ten behoeve van het vervoer met een verhoogd veiligheidsrisico, van een blinderingsmiddel voorzien.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 5a

Het gebruik van een semi-automatisch schoudervuurwapen is slechts geoorloofd om direct gevaar voor het leven van personen of voor het ontstaan van zwaar lichamelijk letsel af te wenden.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.