Regeling van de Minister van Justitie houdende vaststelling van de regels aangaande het tijdelijk verlaten van de inrichting bij wijze van verlof of strafonderbreking

Type Ministeriële regeling
Publication 2025-11-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 26, derde lid, van de Penitentiaire beginselenwet, en artikel 570b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 6 november 1998 (nr. 724485/98);

Besluit:

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Verzoek om verlof en ontvangst

De directeur neemt het verzoek om verlof in ontvangst.

Artikel 3. Inlichtingen en adviezen
1.

Na ontvangst van het verzoek om verlof wint de directeur alle benodigde inlichtingen en adviezen in. De directeur wint in ieder geval het advies in van de plaatsings- en vrijhedencommissie.

2.

Betreft het een verzoek om verlof van een gedetineerde in voorlopige hechtenis, of van een gedetineerde ten aanzien van wie het openbaar ministerie eerder in een advies als bedoeld in artikel 6:1:10 van het Wetboek van Strafvordering heeft aangegeven bij een verzoek om verlof wenst te worden benaderd, dan vraagt de directeur het openbaar ministerie om een advies.

3.

De directeur kan het Adviescollege levenslanggestraften om advies vragen over toekenning van re-integratieverlof aan een levenslanggestrafte.

4.

De directeur kan zich tevens laten adviseren door de reclassering, de politie of hulpverleners. Inlichtingen van niet aan de inrichting verbonden artsen, psychiaters en psychologen kunnen slechts worden ingewonnen met schriftelijke toestemming van de betrokkene.

5.

De directeur vraagt de selectiefunctionaris om advies in geval hij bevoegd is namens de minister te beslissen op een verzoek van een gedetineerde om re-integratieverlof.

6.

Indien de selectiefunctionaris namens de minister bevoegd is de beslissing op het verzoek om verlof te nemen, stuurt de directeur het verzoek met zijn advies onverwijld naar de minister.

7.

Bij de beslissing op een verzoek om verlof, niet zijnde incidenteel verlof, van een gedetineerde die is veroordeeld voor een ernstig gewelds- en zedenmisdrijf en waarbij sprake is geweest van een indicatiestelling als bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van het Besluit forensische zorg, betrekt de directeur een delictanalyse en risicotaxatie als bedoeld in artikel 1.1 van het Besluit forensische zorg.

8.

De directeur laat zich adviseren door de reclassering omtrent een verzoek om verlof van een veroordeelde voor ernstige gewelds- en zedenmisdrijven die is overgebracht op basis van artikel 43, vierde lid, van de wet.

Artikel 4. Weigeringsgronden

Het verlof wordt geweigerd in geval van:

Artikel 5. Voorwaarden
1.

Tenzij hij zijn verlofadres redelijkerwijs alleen over buitenlands grondgebied kan bereiken, is het de gedetineerde niet toegestaan tijdens het re-integratieverlof of incidenteel verlof Nederland te verlaten. In bijzondere omstandigheden en in geval van de toepassing van artikel 40a kan de minister toestaan dat de gedetineerde aan wie strafonderbreking is verleend in het buitenland verblijft.

2.

Bij de verlening van het verlof kunnen bijzondere voorwaarden worden gesteld, die het gedrag van de gedetineerde betreffen.

3.

Indien de reclassering in het advies, bedoeld in artikel 3, achtste lid, adviseert bijzondere voorwaarden te stellen, worden deze bij het verlenen van het verlof gesteld door de directeur van de inrichting. De gedetineerde is gehouden zijn medewerking te verlenen aan het reclasseringstoezicht.

Artikel 6. Afhandeling door de directeur
1.

Indien de directeur bevoegd is over het verlof te beslissen, stelt hij de gedetineerde schriftelijk in kennis van zijn beslissing.

2.

Bij afwijzing van het verzoek wordt de beslissing kort gemotiveerd; zo nodig wordt zij mondeling toegelicht.

3.

Alvorens advies aan de minister uit te brengen, hoort de directeur de gedetineerde.

Artikel 7. Afhandeling door de minister
1.

De beslissing van de minister wordt onverwijld schriftelijk en zo nodig ook telefonisch meegedeeld aan de directeur van de inrichting waar de betrokken gedetineerde verblijft.

2.

Bij een positieve beslissing geeft de minister in de schriftelijke mededeling aan de gedetineerde de aanvangsdatum van het verlof en eventuele bijzondere voorwaarden aan. Een schriftelijke mededeling houdende een afwijzende beslissing op een verlofaanvraag houdt een korte motivering in.

Artikel 8. Tenuitvoerlegging straf tijdens verlof

Gedurende het re-integratieverlof het incidenteel verlof en het verlof tijdens verblijf in een inrichting voor stelselmatige daders loopt de tenuitvoerlegging van de straf ofwel de maatregel door, gedurende de strafonderbreking wordt de tenuitvoerlegging van de straf opgeschort. In het geval bedoeld in artikel 10, tweede lid onder b, en in geval van ziekte wordt de tenuitvoerlegging geschorst vanaf het moment dat de gedetineerde terug had moeten keren.

Artikel 9. Overplaatsing
1.

Wordt de gedetineerde tussen de verlening en het plaatsvinden van het verlof overgeplaatst naar een andere inrichting, dan voert de directeur van de laatstgenoemde inrichting de beslissing uit, tenzij gewijzigde omstandigheden hem aanleiding tot heroverweging geven.

2.

Wordt de gedetineerde na indiening van het verzoek om verlof maar voordat daarop beslist is overgeplaatst naar een andere inrichting, dan neemt de directeur van de laatstgenoemde inrichting de behandeling van het verzoek over. De directeur van de inrichting van herkomst verstrekt hem daartoe alle inlichtingen en informatie. Betreft het een verzoek waarover de minister beslist, dan informeert de directeur van de inrichting van herkomst ook de minister.

Artikel 10. Incidenten
1.

Indien zich tijdens het verlof een incident voordoet, kan de directeur, afhankelijk van de aard van het incident en het verlof, en de bestemming van de inrichting:

2.

Van een incident als bedoeld in het eerste lid is in elk geval sprake wanneer de gedetineerde:

3.

Onverminderd de verplichting om het incident elders te signaleren, worden gegevens over incidenten tijdens verlof opgenomen in het penitentiair dossier.

Artikel 11. Ziekte
1.

Indien de gedetineerde wegens ziekte niet in staat is tijdig naar de inrichting terug te keren, meldt hij dat onverwijld aan de inrichting. De gedeti-

neerde dient aan te tonen dat hij om medische redenen niet in staat is terug te keren.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.