← Geldende tekst · Geschiedenis

Regeling van de Minister van Justitie houdende de eisen waaraan een verblijfsruimte voor gedetineerden in een penitentiaire inrichting dient te voldoen

Geldende tekst a fecha 2004-09-13

Gelet op artikel 16, vijfde lid, van de Penitentiaire beginselenwet;

Gezien het advies van de Centrale Raad voor Strafrechtstoepassing van 10 december 1998, kenmerk 735266/98;

Besluit:

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2. Algemeen
1.

De verblijfsruimte is zodanig uitgevoerd en ingericht dat zij voldoet aan de eisen die het karakter van de inrichting, de Arbowet en de brandveiligheidsvoorschriften daaraan stellen.

2.

Bij plaatsing wordt de verblijfsruimte schoon opgeleverd aan de gedetineerde, die haar tijdens zijn verblijf zelf schoon houdt.

§ 2. De inrichting van de verblijfsruimte bestemd voor één of twee gedetineerden

Artikel 3. Ruimtelijke eisen

Met een afwijkingsmarge van 10% heeft de verblijfsruimte minimaal een vloeroppervlak van 10 vierkante meter, een breedte van 2 meter en een vrije hoogte van 2,5 meter.

Artikel 4. Buitenwandopening
1.

In een wand of het plafond van de verblijfsruimte bevindt zich een beveiligd raam.

2.

Het raam heeft een oppervlak van minstens 0,75 vierkante meter, tenzij hieraan op grond van een wettelijke bepaling niet kan worden voldaan.

Artikel 5. Binnenwandopening
1.

In de binnenwand van de verblijfsruimte bevindt zich een slechts van buitenaf afsluitbare deur.

2.

In de deur is een observatieluikje aangebracht dat van buitenaf wordt afgeschermd.

Artikel 6. Verwarming en ventilatie
1.

In de verblijfsruimte is een voorziening voor centrale verwarming aangebracht.

2.

De verwarming heeft een zodanige capaciteit dat in de verblijfsruimte een temperatuur van minimaal 20 graden C kan worden bereikt.

3.

De verblijfsruimte is voorzien van een ventilatiemogelijkheid waardoor op natuurlijke dan wel mechanische wijze de lucht voor de individuele gedetineerde voldoende kan worden ververst.

Artikel 7. Communicatie

De verblijfsruimte is voorzien van:

Artikel 8. Verlichting

De verblijfsruimte is voorzien van een van binnenuit en al dan niet van buitenaf bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte, al dan niet gecombineerd met een van buitenaf bedienbare nachtverlichting.

Artikel 9. Sanitair
1.

De verblijfsruimte is voorzien van een toilet en een wasgelegenheid, die zodanig kunnen worden afgeschermd dat de privacy van de gedetineerde voldoende is gewaarborgd.

2.

Bij het toilet bevindt zich een ventilatierooster.

Artikel 10. Inrichting
1.

De verblijfsruimte is ingericht met tenminste:

2.

De verblijfsruimte waarin twee gedetineerden worden ondergebracht is, in afwijking van de in het eerste lid genoemde onderdelen d en f, ingericht met ten minste twee stoelen respectievelijk een persoonlijke slaapgelegenheid voor de individuele gedetineerde. Daarnaast is deze verblijfsruimte ingericht met ten minste een af te sluiten opbergruimte voor de individuele gedetineerde.

Artikel 10a
1.

Een verblijfsruimte kan zijn uitgerust met een observatiecamera.

2.

De camera is zodanig aangebracht dat observatie van de gehele verblijfsruimte mogelijk is.

Artikel 10b
1.

De directeur kan bepalen dat de gedetineerde, die in een individueel regime is geplaatst als bedoeld in artikel 22 van de wet of die in een extra beveiligde inrichting als bedoeld in artikel 13, eerste lid, onder e, van de wet is geplaatst, dag en nacht door middel van een camera wordt geobserveerd:

2.

Indien cameraobservatie wordt toegepast op de grond van het eerste lid, onder c, wordt, alvorens de beslissing daartoe wordt genomen advies ten dien aanzien uitgebracht door een gedragsdeskundige onderscheidenlijk de inrichtingsarts, tenzij dit advies niet kan worden afgewacht. In dat geval wint de directeur het advies zo spoedig mogelijk na zijn beslissing in.

3.

De cameraobservatie, bedoeld in het eerste lid, duurt ten hoogste twee weken. De directeur kan de cameraobservatie telkens voor ten hoogste twee weken verlengen, indien hij tot het oordeel is gekomen dat de noodzaak daartoe nog bestaat.

4.

De artikelen 57 en 58 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing. Van de beslissing tot cameraobservatie hetzij de verlenging daarvan, worden de aan de inrichting verbonden commissie van toezicht en de inrichtingsarts terstond in kennis gesteld.

Artikel 10c

Ten minste eenmaal per week stelt de inrichtingsarts of een aan de inrichting verbonden gedragsdeskundige zich op de hoogte van de toestand van de gedetineerde die door middel van een camera dag en nacht wordt geobserveerd.

§ 3. Algemene uitzonderingen

Artikel 11. Uitzonderingen

Deze regeling is, met uitzondering van de artikelen 10a, 10b en 10c niet van toepassing op verblijfsruimten waarin een gedetineerde tijdelijk wordt ondergebracht of op ruimten die worden gebruikt voor onderzoek van gedetineerden.

Artikel 11a. Experiment Amerswiel
1.

Er is een experiment Amerswiel te Heerhugowaard dat loopt van 1 januari 2001 tot 1 januari 2005. Het experiment wordt tussentijds en aan het einde van de aangegeven periode geëvalueerd.

2.

De Minister van Justitie wijst de inrichting of afdeling aan waar het experiment plaatsvindt.

3.

De inrichting Amerswiel bestaat uit huizen. In een huis bevinden zich verblijfsruimten voor persoonlijk gebruik, een gezamenlijke keuken, huiskamer en ruimten met toilet en douche al dan niet voor gezamenlijk gebruik.

4.

Op het experiment Amerswiel zijn de artikelen 3 tot en met 9, 12 en 13 niet van toepassing.

5.

De huizen zijn voorzien van een van buitenaf afsluitbare deur en in elke verblijfsruimte bevindt zich een beveiligd raam. Elke verblijfsruimte is voorzien van een deur die slechts van buitenaf kan worden afgesloten.

6.

De huizen, verblijfsruimten en gezamenlijke ruimten zijn zodanig uitgevoerd en ingericht dat zij de individuele gedetineerde voldoende ruimte, daglicht, verwarming en ventilatie bieden.

7.

De huizen zijn voorzien van een intercom of bel waarmee ten allen tijde een ambtenaar of medewerker van de inrichting kan worden opgeroepen. In het huis is een radio- en tv aansluitpunt aanwezig.

§ 4. Bijzondere bepalingen voor verblijfsruimten

Artikel 12. Verblijfsruimten in beperkt beveiligde en zeer beperkt beveiligde inrichtingen
1.

Op verblijfsruimten in beperkt beveiligde en zeer beperkt beveiligde inrichtingen is het bepaalde in de artikelen 3 en 4, tweede lid, niet van toepassing, terwijl op verblijfsruimten in beperkt beveiligde inrichtingen ook het bepaalde in artikel 9 en op verblijfsruimten in zeer beperkt beveiligde inrichtingen ook het bepaalde in de artikelen 5 en 7 niet van toepassing is.

2.

Op verblijfsruimten in beperkt beveiligde en zeer beperkt beveiligde inrichtingen, bestemd voor de onderbrenging van meer dan één gedetineerde, is het bepaalde in de artikelen 3 en 4, tweede lid, niet van toepassing, terwijl op dergelijke verblijfsruimten in zeer beperkt beveiligde inrichtingen ook het bepaalde in de artikelen 5, 7 en 9 niet van toepassing is.

3.

De in het eerste en tweede lid genoemde verblijfsruimten zijn zodanig uitgevoerd en ingericht dat zij de individuele gedetineerde voldoende ruimte, daglicht, verwarming en ventilatie bieden.

4.

Is de verblijfsruimte zelf niet voorzien van sanitair, dan is dat elders in het pand in voldoende mate beschikbaar.

§ 5. Overgangsbepalingen

Artikel 13. Overgangsbepaling

Verblijfsruimten bestemd voor één of twee gedetineerden, genoemd in paragraaf 2, in inrichtingen waarvan de bouw is aangevangen voor 1996, moeten in elk geval voldoen aan de eisen gesteld in de artikelen 2, 4, 5, 6, 7, 8 en 10, en moeten in elk geval voor 1 januari 2006 voldoen aan de eisen vermeld in artikel 9.

§ 6. Slotbepalingen

Artikel 14. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op 1 januari 1999.

Artikel 15. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling eisen verblijfsruimte penitentiaire inrichtingen.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 12a. Verblijfsruimten in andere dan beperkt beveiligde en zeer beperkt beveiligde inrichtingen bestemd voor meer dan twee gedetineerden
1.

De verblijfsruimten in normaal beveiligde inrichtingen bestemd voor de onderbrenging van meer dan twee gedetineerden, zijn zodanig uitgevoerd en ingericht dat zij de individuele gedetineerde voldoende ruimte en daglicht bieden.

2.

In de binnenwand van de verblijfsruimte bevindt zich slechts een buitenaf afsluitbare deur. In de deur is een observatieluikje aangebracht dat van buitenaf wordt afgeschermd.

3.

In de verblijfsruimte is een voorziening voor centrale verwarming aangebracht. De verwarming heeft een zodanige capaciteit dat in de verblijfsruimte een temperatuur van minimaal 20 graden C kan worden bereikt. De verblijfsruimte is voorzien van een ventilatiemogelijkheid waardoor op natuurlijke dan wel mechanische wijze de lucht voor de individuele gedetineerde voldoende kan worden ververst.

4.

De verblijfsruimte is voorzien van:

5.

De verblijfsruimte is voorzien van een van binnenuit en al dan niet van buitenaf bedienbare verlichting met voldoende lichtsterkte, al dan niet gecombineerd met een slechts van buitenaf bedienbare nachtverlichting.

6.

Indien de verblijfsruimte is voorzien van een toilet en een wasgelegenheid, dienen die zodanig afgeschermd te kunnen worden dat de privacy van de gedetineerde voldoende is gewaarborgd. Bij het toilet bevindt zich een ventilatierooster. Is de verblijfsruimte zelf niet voorzien van sanitair, dan is dat elders in het pand in voldoende mate beschikbaar.

7.

De verblijfsruimte is ingericht met ten minste:

§ 5. Overgangsbepalingen

§ 6. Slotbepalingen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.