← Geldende tekst · Geschiedenis

Wet van 24 december 1998, houdende regels inzake de verstrekking van subsidies door de Minister van Buitenlandse Zaken en de Minister voor Ontwikkelingssamenwerking (Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken)

Geldende tekst a fecha 2009-07-01

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat de totstandkoming van de derde tranche van de Algemene wet bestuursrecht het nodig maakt wettelijke regels op te stellen voor de verstrekking van subsidies door Onze Minister van Buitenlandse Zaken en Onze Minister voor Ontwikkelingssamenwerking;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk wij goed vinden en verstaan bij deze:

Artikel 1

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 2

Onze Minister kan dan wel Onze Ministers kunnen subsidies verstrekken voor activiteiten welke passen in het beleid ten aanzien van:

Artikel 3
1.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling worden de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt nader bepaald en worden nadere regels voor die verstrekking vastgesteld.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur of bij ministeriële regeling kunnen voorts regels worden vastgesteld met betrekking tot:

Artikel 4
1.

Deze wet is niet van toepassing op subsidies waarvan de verstrekking bij afzonderlijke wet is geregeld.

2.

Deze wet en afdeling 3.3 tot en met 3.7 en de hoofdstukken 4, 5, 6, 7, 8 en 10 van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de verstrekking van financiële middelen aan natuurlijke personen en rechtspersonen buiten de Europese Unie door een Nederlandse vertegenwoordiging buiten de Europese Unie namens Onze Minister dan wel namens Onze Ministers.

Artikel 5
1.

Een aanvraag voor een subsidie kan worden afgewezen en een beschikking inhoudende de verstrekking van een subsidie kan door Onze Minister dan wel Onze Ministers worden ingetrokken of gewijzigd voor zover subsidieverstrekking in strijd zou zijn met volkenrechtelijke verplichtingen rustend op de staat.

2.

Bij de intrekking of wijziging kan worden bepaald, dat over onverschuldigd betaalde subsidiebedragen een rentevergoeding verschuldigd is.

3.

De artikelen 4:49, derde lid, en 4:57, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zijn niet van toepassing op de intrekking of wijziging, bedoeld in het eerste lid.

4.

Onze Minister kan dan wel Onze Ministers kunnen in een beschikking tot subsidieverlening bepalen dat het instellen van bezwaar en beroep tegen een verleende subsidie schorsende werking heeft.

Artikel 6
1.

Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze wet aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van Onze Minister dan wel Onze Ministers aangewezen personen.

2.

De toezichthouder beschikt niet over de bevoegdheden, vermeld in de artikelen 5:18 en 5:19 van de Algemene wet bestuursrecht.

3.

Van een besluit als bedoeld in het eerste lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

4.

De subsidieontvanger is aan een toezichthouder alle medewerking verschuldigd die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden conform artikel 5:20 van de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 7

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.

Artikel 8

Deze wet wordt aangehaald als: Kaderwet subsidies Ministerie van Buitenlandse Zaken.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.