Herzien stappenplan beëindigen opvangvoorzieningen ongedocumenteerde asielzoekers
Aan :
de Colleges van Burgemeesters en Wethouders,
de Korpschefs van politie,
Centraal Orgaan opvang asielzoekers
In vervolg op mijn brief van 3 juli 1997 zend ik u bijgaand een herzien stappenplan terzake het beëindigen van de opvangvoorzieningen van ondocumenteerde asielzoekers die beleidsmatig verwijderbaar zijn.
De herziening van het stappenplan is het gevolg van de verwerking van het door de regering overgenomen advies van de commissie-Van Dijk, die mij op 15 januari 1998 heeft geadviseerd over de criteria voor niet-meewerken van afgewezen asielzoekers.
Naar aanleiding van een discussie in de Tweede Kamer in november 1997 over een aantal in een tentenkamp verblijvende asielzoekers, heb ik een adviescommissie ingesteld onder voorzitterschap van de heer Mr. D.J. van Dijk, president van de Arrondissmentsrechtbank te Arnhem. Deze commissie kreeg tot taak de criteria aan de hand waarvan wordt beoordeeld of een te verwijderen asielzoeker meewerkt aan zijn terugkeer te inventariseren, deze zonodig nader te objectiveren en eventueel nadere criteria aan te dragen. Het advies van de commissie en de reactie van de regering daarop treft u als bijlage bij deze brief aan. Voor de belangrijkste bevindingen van de commissie verwijs ik u kortheidshalve naar de bijgevoegde brief aan de Voorzitter van de Tweede Kamer van 23 maart 1998.
Het stappenplan blijft onderverdeeld in twee trajecten. Traject A geeft de stappen weer die kunnen leiden tot de vaststelling door de vreemdelingendienst en/of de IND dat de betrokken vreemdeling medewerking weigert te verlenen aan het verkrijgen van de benodigde documenten. Traject B geeft de stappen weer die de gemeente, dan wel het COA, dient te nemen nadat is vastgesteld dat de betrokken vreemdeling medewerking weigert te verlenen.
Voorts treft u aan de gewijzigde check-list die u bij de uitvoering van het beleid kunt hanteren.
In bijgevoegd stappenplan is het advies van de commissie-Van Dijk verwerkt.
De belangrijkste punten uit het advies zijn:
Bij de IND zijn de taakgroepen Toezicht en Terugkeer belast met de uitvoering van het stappenplan. Zij kunnen daarbij ten behoeve van gemeenten en COA ondersteunende taken verrichten.
Het beleid met betrekking tot het beëindigen van ROA/RVA-voorzieningen wordt niet gewijzigd. De criteria zijn verduidelijkt en beter geordend beschreven in de bijgevoegde versie van het stappenplan. Gevallen waarin de beslissing tot beëindiging van de voorzieningen reeds is genomen conform de werkwijze tot nu toe worden niet opnieuw bezien. Het stappenplan van 3 juli 1997 wordt hierbij ingetrokken.
Ik verzoek u tot slot zorg te dragen voor de verdere verspreiding van bijgevoegde documenten binnen uw organisatie.
Instructie Stappenplan Beëindiging ROA/RVA-voorzieningen
Traject A
De procedure voor alle nationaliteiten
Rechtmatig verwijderbare asielzoekers moeten op de gebruikelijke wijze worden verwijderd. Wanneer de verwijdering niet mogelijk is door het ontbreken van de noodzakelijke reisdocumenten dan ziet de vreemdelingendienst erop toe dat deze worden aangevraagd door de vreemdeling zelf of volgens de door de buitenlandse autoriteiten gewenste procedure. Na het verstrijken van de vertrektermijn zal de vreemdeling alleen wanneer hij zijn medewerking verleent bij het verkrijgen van een reisdocument gebruik kunnen blijven maken van de voorzieningen. De vreemdeling heeft zelf een inspanningsverplichting. Hij dient alles te doen wat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd om de nationaliteit en identiteit vast te stellen.
Het stappenplan (traject A + B) geeft de verschillende stappen aan die er uiteindelijk toe kunnen leiden dat een vreemdeling de opvangvoorzieningen wordt onthouden.
Hieronder worden de verschillende stappen van het eerste deel (traject A) van het ’stappenplan beëindiging ROA/RVA-voorzieningen’ weergegeven en nader toegelicht. In dit eerste deel wordt vastgesteld of er sprake is van medewerking door de vreemdeling aan de verkrijging van vervangende reis- en identiteitsdocumenten. In deze versie van het stappenplan is het door de regering overgenomen advies van de commissie Van Dijk van 15 januari 1998 inzake de criteria voor niet-meewerken van afgewezen asielzoekers verwerkt.
Traject A gaat van start vanaf het moment dat de afgewezen asielzoeker rechtmatig verwijderbaar is.
Bij de uitvoering van het stappenplan verlenen de terugkeerteams van de IND (waar nodig aangevuld met medewerkers van de vreemdelingendienst, het COA en de betrokken gemeente) ondersteunende taken. Naast een voorlichtende en overredende taak heeft het terugkeerteam tot taak de vreemdelingendienst te ondersteunen bij de vaststelling of de betrokken vreemdeling al dan niet meewerkt aan zijn terugkeer. Dit zal steeds schriftelijk en gemotiveerd worden toegelicht.
Stap 1
Ter effectuering van de verwijdering vordert de vreemdelingendienst de vreemdeling om in persoon te verschijnen (Vc ’94, model D14):
De volgende mogelijkheden kunnen zich voordoen:
(Hierop volgt stap 2)
Stap 2
Nadat is gebleken dat de betrokkene niet op de vordering is verschenen, stelt de vreemdelingendienst een onderzoek in op het adres van de vreemdeling teneinde vast te stellen of deze daar nog woont.
De volgende mogelijkheden kunnen zich daarbij voordoen:
(Hierop volgt stap 3)
Stap 3a
Indien de verwijdering kan worden geëffectueerd, dient dat te geschieden.
Stap 3b
Zorgvuldige voorlichting over verlangde medewerking
De vreemdeling wordt meegedeeld dat hij, indien hij voor het vertrekcentrum Ter Apel wordt gemeld en aan de criteria voor plaatsing Ter Apel wordt voldaan, in de gelegenheid zal worden gesteld naar Ter Apel te verhuizen. Hem dient nadrukkelijk te worden aangegeven, dat het niet verhuizen naar Ter Apel zal worden opgevat als een niet-meewerken aan zijn terugkeer, hetgeen tot gevolg heeft dat stappen tot beëindiging van de voorzieningen zullen worden ondernomen.
Indien wegens het ontbreken van een reisdocument de verwijdering nog niet kan worden gerealiseerd dient van de vreemdeling te worden gevraagd dat hij alles doet wat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd om een reisdocument voor terugkeer te verkrijgen. Hij dient tijdig en goed te worden geïnformeerd. Hij moet worden gewezen op het feit dat hij gedurende de gehele procedure naar behoren antwoord moet geven op gestelde vragen. Ook dient hij op eigen initiatief, en op verzoek van de vreemdelingendienst, specifieke inspanningen te verrichten om documenten dan wel informatie te achterhalen. Zo kan van hem worden verlangd dat hij juiste en volledige gegevens verstrekt en tevens dat hij contact legt met familie of kennissen van wie kan worden verondersteld dat zij nadere informatie kunnen verschaffen, teneinde documenten of andere schriftelijke stukken te bemachtigen waaruit zijn nationaliteit en identiteit zou kunnen blijken. Uiteraard kan het leggen van een dergelijk contact in de eerste fase van de asielprocedure niet worden geëist indien aannemelijk is dat hijzelf of zijn familie of kennissen hierdoor in gevaar worden gebracht. De vreemdeling zal zelf moeten aantonen dat hij aan zijn inspanningsverplichting heeft voldaan.
Naast het geen gebruik maken van de mogelijkheid tot overplaatsing naar Ter Apel, is er verder sprake van niet-meewerken aan de vaststelling van de nationaliteit en identiteit indien de asielzoeker, na zorgvuldig over de consequenties van niet-meewerken te zijn geïnformeerd, aantoonbaar niet aan die inspanningsverplichting heeft voldaan.
Informatie over de gegeven voorlichting en de gevraagde specifieke inspanningen van de betrokkene wordt in de administratie (bij voorkeur in een proces-verbaal) van de vreemdelingendienst vastgelegd.
Stap 3c
a. Indien verwijdering nog niet aanstonds mogelijk is vanwege het ontbreken van de noodzakelijke reisdocumenten, dan kan de vreemdeling in de gelegenheid worden gesteld te verhuizen naar het vertrekcentrum in Ter Apel te gaan. De vreemdelingendienst benadert daartoe de selectiecommissie in Ter Apel. Die commissie beoordeelt of aan de plaatsingscriteria wordt voldaan. Plaatsing in Ter Apel is erop gericht de terugkeer van de betrokken asielzoeker middels een gespecialiseerde unit te realiseren. Indien aan de plaatsingscriteria is voldaan en indien in het VC Ter Apel voldoende capaciteit is, dient de COA-directeur van het betreffende centrum te worden ingelicht. Het COA zal vervolgens een beslissing omtrent het overplaatsen (art. 7 RVA) naar VC Ter Apel nemen.
Overplaatsing naar VC Ter Apel geschiedt in de regel vanuit de centrale opvang. Een uitzondering hierop vormen gezinnen met minderjarige kinderen. Gezinnen met minderjarige kinderen in de decentrale opvang dienen steeds na vaststelling dat geen medewerking wordt verleend aan terugkeer te worden overgeplaatst naar het VC Ter Apel, indien wordt verwacht dat de terugzending op korte termijn gerealiseerd kan worden.
Om vervolgens in aanmerking te komen voor plaatsing in het VC Ter Apel dient tevens aan de criteria genoemd in de voor het VC Ter Apel geldende TBV te zijn voldaan:
(Hierop volgt stap 4 of 5)
Stap 3d
Indien niet wordt voldaan aan de plaatsingscriteria voor VC Ter Apel of de capaciteit laat opname aldaar niet toe, zullen door de vreemdelingendienst en de terugkeerteams van de IND vanuit de opvang de nodige activiteiten worden ontplooid om de terugkeer te realiseren dan wel de voorzieningen te beëindigen. (Hierop volgt stap 6)
Stap 4
De vreemdeling weigert te voldoen aan de beslissing tot overplaatsing van het COA/ opvang verlenende instantie. Deze weigering wordt in beginsel opgevat als een weigering tot meewerken aan de terugkeer. Informatie over deze weigering dient schriftelijk (bij voorkeur in een proces-verbaal) in de administratie van de vreemdelingendienst te worden vastgelegd. Indien de asielzoeker niet binnen 48 uur in het nieuwe centrum arriveert, worden in het eerste centrum geen verstrekkingen meer aangeboden.
(Hierop volgt stap 11)
Stap 5
De vreemdeling meldt zich aan in het VC Ter Apel en volgt daar de speciaal op terugkeer gerichte procedure. De aanmeldingsprocedure voor het VC Ter Apel verloopt conform de daarop betrekking hebbende TBV.
Stap 6
Is verwijdering nog niet mogelijk vanwege het ontbreken van noodzakelijke reisdocumenten en/of indien niet is voldaan aan de plaatsingscriteria voor het VC Ter Apel , dan vraagt de korpschef aan de vreemdeling of hij bereid is medewerking te verlenen aan het verkrijgen daarvan. In een aantal gevallen betekent dit dat hem zal worden gevraagd een aanvraag voor een reisdocument of een verklaring van vrijwillige terugkeer te ondertekenen.
De Korpschef reikt aan betrokkene een BRV 1 uit. Een kopie van de uitgereikte BRV 1 wordt in de administratie van de vreemdelingendienst bewaard.
In de BRV 1 wordt de vreemdeling nogmaals meegedeeld dat hij Nederland dient te verlaten. Tevens krijgt de vreemdeling een BRV 2 ter ondertekening of een formulier ter invulling voorgelegd. Aan de vreemdeling wordt een kopie van de BRV 2 uitgereikt. De vreemdeling wordt meegedeeld dat hij alleen van de voorzieningen gebruik kan blijven maken als hij meewerkt om een paspoort vervangend reisdocument te verkrijgen. Van meewerken is in dit verband sprake indien de vreemdeling alles doet wat redelijkerwijs van hem kan worden verlangd (zie dit stappenplan onder 3).
De inhoud en strekking van de BRV 1, BRV 2 en het ter invulling voorgelegde formulier wordt te allen tijde aan de betrokkene kenbaar gemaakt in een voor hem begrijpelijke taal (zonodig via een tolk). Aan de vreemdeling wordt een ’redelijke bedenktijd’ van in beginsel maximaal 7 kalenderdagen gegund en hem wordt de mogelijkheid geboden zich tot een rechtshulpverlener te wenden.
De volgende mogelijkheden kunnen zich vervolgens voordoen:
(Hierop volgt stap 8a of 8b)
Vc ter apel
In het VC Ter Apel wordt bij de uitvoering van het stappenplan geen gebruik gemaakt van de formulieren BRV 1, 2 en 3. In plaats daarvan worden meerdere interviews gehouden waarbij de asielzoeker volledig wordt geïnformeerd over de mogelijkheden van terugkeer, die hem voorbereiden op de terugkeer naar het land van herkomst of een ander land waar zijn toelating is gewaarborgd. De interviews worden schriftelijk vastgelegd.
Stap 7
De vreemdelingendienst (of de vreemdeling indien de procedure voor het verkrijgen van een reisdocument vereist dat de vreemdeling zelf de aanvraag ondertekent) onderneemt stappen om een reisdocument te verkrijgen. Zolang de vreemdeling meewerkt aan de verkrijging van vervangende reisdocumenten blijft hij in de opvang.
(Hierop volgt stap 9)
Stap 8a
Indien de vreemdelingendienst of het terugkeerteam constateert dat de vreemdeling een aanvraagformulier voor een reisdocument niet geheel juist of onvolledig heeft ingevuld, wordt de vreemdeling in de gelegenheid gesteld een en ander te herstellen. Dit geldt onverminderd de herstelmogelijkheden zoals opgenomen in stap 9a.
Onverminderd het bepaalde in stap 4 is er, voordat er contact is geweest met de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging in ieder geval sprake van niet-meewerken indien de vreemdeling:
(Hierna volgt stap 11)
Stap 8b
Nadat er contact is geweest met de buitenlandse diplomatieke vertegenwoordiging kan niet-meewerken zich o.a. manifesteren indien de vreemdeling:
(Hierop volgt stap 11)
Stap 9
Nadat een reisdocument is aangevraagd kunnen zich de volgende mogelijkheden voor doen:
Stap 10
De vreemdeling vertrekt zelf of wordt door de vreemdelingendienst uit Nederland verwijderd.
Hierna volgt melding door de vreemdelingendienst middels formulier BRV 3.
(Zie stap 11)
Stap 11
Motivering
Beslissingen en adviezen tot beëindiging van de opvang dienen zorgvuldig te worden voorbereid en deugdelijk te worden gemotiveerd. Alvorens over te gaan tot het opstellen van een formulier BRV 3, voert een medewerker van een terugkeerteam een terugkeergesprek met de betrokken vreemdeling. De gronden op basis waarvan tot niet-meewerken wordt geconcludeerd, dienen expliciet door de vreemdelingendienst te worden vermeld op formulier BRV 3. Het verdient de voorkeur alle belangrijkste stappen zo goed als mogelijk schriftelijk vast te leggen, bij voorkeur in een proces-verbaal. Op die wijze kan worden nagegaan in hoeverre een vreemdeling is voorgelicht en op grond van welke feiten tot een weigering wordt geconcludeerd.
Aanzegging tot vertrek
Indien is vastgesteld dat de vreemdeling niet meewerkt aan het verkrijgen van de voor terugkeer naar zijn land van herkomst benodigde reis- en identiteitspapieren, wordt hij schriftelijk door de Korpschef aangezegd Nederland binnen 7 dagen te verlaten. Op formulier BRV 3 dient de datum te worden ingevuld, waarop hij Nederland dient te hebben verlaten.
Inname W-document
Zolang de kosten van levensonderhoud voor de vreemdeling op grond van de ROA/RVA worden vergoed, dient de asielzoeker in het bezit te worden gelaten van zijn W-document.
Verzenden BRV 3
De vreemdelingendienst informeert COA/gemeente/IND-regio per BRV 3 over het vertrek van de vreemdeling of de weigering om medewerking te verlenen aan het verkrijgen van reisdocumenten en de aanzegging om Nederland te verlaten.
Einde traject A
Met deze stap is traject A beëindigd en wordt traject B in werking gesteld.
Instructie traject B
Inleiding
In deze instructie worden de verschillende stappen behorende tot het tweede deel (traject B) van het ’stappenplan tot de verwijdering van afgewezen technisch moeilijk-verwijderbare asielzoekers die weigeren mee te werken aan het verkrijgen van reisdocumenten’ weergegeven en vervolgens nader toegelicht.
Deze instructie beoogt verschillende doelen te dienen. Het voornaamste doel van de instructie is de lezer ervan, met name medewerkers van het COA en de gemeenten, te informeren over de verschillende tot Traject B behorende stappen. Deze stappen kunnen er uiteindelijk toe leiden dat de opvangvoorzieningen aan een afgewezen en rechtmatig verwijderbare asielzoeker die weigert medewerking te verlenen aan het verkrijgen van de benodigde reis- of identiteitsdocumenten worden beëindigd en de betrokken vreemdeling uiteindelijk uit de door de gemeente ter beschikking gestelde ROA-woonruimte of zijn woonruimte in een opvangcentrum wordt gezet. In die zin kan de instructie worden beschouwd als een handleiding voor het COA en gemeenten bij de beëindiging van de ROA/RVA-verstrekkingen, nadat de Vreemdelingendienst heeft vastgesteld dat een rechtmatig verwijderbare, afgewezen asielzoeker weigert zijn medewerking te verlenen bij het verkrijgen van de benodigde reis- of identiteitsdocumenten. De instructie schrijft weliswaar voor welke stappen en activiteiten hiertoe door het COA of de gemeente moeten worden genomen, de instructie beoogt evenwel niet tot in detail en uitputtend de betrokken bestuursorganen dwingend voor te schrijven hoe moet worden gehandeld. Dit laat overigens onverlet dat voorop staat dat het doel van de toepassing van de instructie de beëindiging van de ROA/RVA-verstrekkingen is, en de instructie in zoverre een nadere uitwerking is van artikel 8, eerste lid, onder b Rva 1997 en artikel 15, derde lid, onder c ROA. Vele ’voorschriften’ die in deze instructie zijn opgenomen volgen overigens direct uit de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB), zodat afwijking hiervan minder voor de hand ligt.
De instructie bevat daarnaast ’beleidsuitgangspunten’ daar waar beschreven is onder welke voorwaarden en in welke gevallen de door het COA of de gemeente gemaakte kosten door Justitie worden vergoed. Met name op de laatste pagina van de instructie worden hierover nadere opmerkingen gemaakt.
Traject B gaat van start vanaf het moment dat is vastgesteld dat de betrokken vreemdeling weigert zijn medewerking te verlenen aan het verkrijgen van een benodigd (vervangend) reis- of identiteitsdocument.
De terugkeerteams van de IND verrichten ondersteunende taken ten behoeve van de gemeenten bij de uitvoering van het stappenplan. Dat gebeurt overigens in nauwe samenwerking met de vreemdelingendienst, het COA en de betrokken gemeente. Zoals in de terugkeernotitie van 3 juni 1997 is aangegeven voeren de terugkeerteams de regie bij de uitvoering van het stappenplan. Zij hebben bij de uitvoering tevens een voorlichtende en overredende taak.
In Traject A is beschreven wanneer en op welke wijze het terugkeerteam tot de vaststelling van niet-meewerken kan komen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.