Regeling particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus
gelet op de artikelen 4, 5, 6, 7, 8, 9 en 10 van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;
Besluit:
1. Algemene bepalingen
Artikel 1. (definitiebepalingen)
In deze regeling wordt verstaan onder:
- de minister: de Minster van Veiligheid en Justitie;
- de korpschef: de korpschef, bedoeld in artikel 27 van de Politiewet 2012;
- de commandant: de commandant van de Koninklijke marechaussee;
- een horecabedrijf: een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Alcoholwet, of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig is bij het Bedrijfschap Horeca, of een bordeel, uitgezonderd logiesverstrekkende ondernemingen, voor zover het logiesverstrekking betreft;
- de aanvraag: de aanvraag van een migrerende beroepsbeoefenaar tot het verkrijgen van erkenning van EU-beroepskwalificaties, bedoeld in de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;
- de aanvrager: de migrerende beroepsbeoefenaar die een aanvraag indient;
- een gereglementeerd beroep: een beroep waarvoor ingevolge artikel 8 of artikel 10 van de wet opleidingseisen worden gesteld;
- een compenserende maatregel of een maatregel: een aanpassingsstage of een proeve van bekwaamheid;
- de stagiair: de migrerende beroepsbeoefenaar die een aanpassingsstage volgt;
- Justis: de Justitiële Uitvoeringsdienst Toetsing, Integriteit en Screening;
- de dienstverrichter: de dienstverrichter als bedoeld in artikel 21 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties;
- j. verordening: Verordening (EU) Nr. 1214/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende professioneel grensoverschrijdend transport van eurocontanten over de weg tussen lidstaten van de eurozone (PbEU 2011, L 316).
Overige in deze regeling voorkomende begrippen hebben dezelfde betekenis als in de wet.
Artikel 2. (optreden naar buiten)
De wijze van acquisitie en promotie door een beveiligingsorganisatie en een recherchebureau, alsmede het optreden naar buiten, de presentatie en de uitvoering van de werkzaamheden, zijn niet in strijd met de belangen van de veiligheidszorg of de goede naam van de bedrijfstak.
Artikel 3. (opzet en inrichting)
De opzet en de inrichting van een beveiligingsorganisatie of recherchebureau zijn zodanig dat regelmatige, continue en volledige uitoefening van de beveiligings- dan wel recherchewerkzaamheden waartoe de organisatie of het bureau zich heeft verbonden, is gewaarborgd.
Het eerste lid is niet van toepassing op een beveiligingsorganisatie die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 3, onder d, van de wet.
Artikel 4. (vertrouwelijke gegevens)
Een beveiligingsorganisatie of recherchebureau treft maatregelen om te voorkomen dat persoons- en andere vertrouwelijke gegevens in handen van onbevoegden komen.
2. Opleidingseisen
Artikel 5. (algemene opleiding)
Een beveiligingsorganisatie belast uitsluitend een persoon met beveiligingswerkzaamheden, indien deze in het bezit is van een op zijn naam gesteld diploma Beveiliger van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties.
De verplichting in het eerste lid geldt niet voor een periode van maximaal 12 maanden, te rekenen van af de dag dat de betrokkene voor het eerst bij een particuliere beveiligingsorganisatie met beveiligingswerkzaamheden wordt belast, indien betrokkene door middel van een verklaring van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties kan aantonen dat hij de praktijkopleiding voor het diploma Beveiliger volgt.
Op de uitvoering van de praktijkopleiding wordt toezicht uitgeoefend door de Stichting eX:plain. Leerbedrijven zijn aan de Stichting eX:plain een bedrag verschuldigd voor de uitoefening van dit toezicht. De hoogte van dit bedrag wordt jaarlijks door de Sociaal Fonds Particuliere Beveiliging (SFPB) vastgesteld, na overleg met de Stichting eX:plain.
De in het tweede lid genoemde periode van maximaal 12 maanden wordt niet onderbroken of verlengd. In afwijking hiervan kan de korpschef de periode van 12 maanden
- a. onderbreken;
- b. eenmalig met maximaal 12 maanden verlengen voor aspiranten die beschikken over het certificaat Beveiliger B.
Aan de onderbreking of verlenging kunnen voorwaarden worden verbonden.
Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing indien de betrokkene is geboren vóór 1 december 1937 en van 1 december 1980 tot en met 30 november 1982 onafgebroken werkzaam is geweest bij een op grond van de wet toegelaten beveiligingsorganisatie.
Als gelijkwaardig aan het diploma bedoeld in het eerste lid worden erkend:
- a. het Vakdiploma Bedrijfsbeveiliging en Bewakingsdienst van de Unie van Beveiligings- en Bewakingspersoneel (UBB);
- b. het Vakdiploma Bedrijfsbeveiliging en Bewakingsdienst van de Nederlandse Bond van Onbezoldigd opsporingsambtenaren en Bewakingspersoneel (NBOB);
- c. de diploma's Beveiligingsbeambte B, C en D van de Leidse Onderwijs Instellingen, behaald voor 1 februari 1986;
- d. het diploma Beveiliging en Bewaking van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, behaald voor 1 februari 1986;
- e. het Vakdiploma Basiscursus Marine Bewakingskorps tezamen met het diploma van het Marine Bewakingskorps voor onbezoldigd ambtenaar van het Korps Rijkspolitie, beide behaald voor 1 februari 1986;
- f. het Certificaat Begincursus voor de bedrijfsbewaking, afgegeven door de Stichting Vervoer- en Havenopleidingen te Rotterdam, behaald voor 1 februari 1986;
- g. het Basisdiploma Beveiliging van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, behaald voor 1 januari 1998;
- h. het Ecabodiploma leerlingwezen Algemeen Beveiligingsmedewerker;
- i. het IVOB-diploma A en B;
- j. het diploma Algemeen Beveiligingsmedewerker van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties / de Stichting Ecabo.
- k. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, voor werkzaamheden als beveiliger.
Artikel 6. (bestuursorganen)
Artikel 5, eerste tot en met vijfde lid, van deze regeling, is van overeenkomstige toepassing op personen in dienst van een bestuursorgaan, die in de uitoefening van hun functie beveiligingswerkzaamheden verrichten.
Artikel 7. (horecaportiers)
In afwijking van artikel 5, eerste lid, van deze regeling, kan een beveiligingsorganisatie een persoon met beveiligingswerkzaamheden belasten ten behoeve van een horecabedrijf, indien deze in het bezit is van een op naam gesteld diploma horecaportier van de Stichting Vakbekwaamheid Horeca of van het Horeca Branche Instituut, dan wel van de Stichting Nationaal Onderwijscentrum van de Bedrijfstak Horeca, dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, voor werkzaamheden als horecaportier.
Artikel 8. (voetbalorganisaties)
In afwijking van artikel 5, eerste lid, kan een beveiligingsorganisatie een persoon die niet beschikt over het in artikel 7a, eerste lid, genoemde certificaat met beveiligingswerkzaamheden belasten bij voetbalwedstrijden in het betaald voetbal als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a. hij is aangesteld bij een vereniging in het betaald voetbal;
- b. hij is in het bezit van een op zijn naam gesteld certificaat Voetbalsteward afgegeven door de directeur betaald voetbal van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, dan wel een erkenning als beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties voor werkzaamheden als voetbalsteward;
- c. het betreft beveiligingswerkzaamheden kort voor, tijdens of kort na de wedstrijd van de voetbalorganisatie, in en rond het stadion waar de wedstrijden, bedoeld in de aanhef, plaatsvinden.
In afwijking van artikel 5, eerste lid, kan een beveiligingsorganisatie een persoon die niet beschikt over het in artikel 7a, eerste lid, genoemde certificaat met beveiligingswerkzaamheden belasten bij voetbalwedstrijden in het amateurvoetbal als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- a. hij is aangesteld bij een vereniging in de top- of hoofdklasse van het amateurvoetbal;
- b. hij is in het bezit is van een op zijn naam gesteld certificaat Voetbalsteward afgegeven door de directeur amateurvoetbal van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, dan wel een erkenning als beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties voor werkzaamheden als voetbalsteward;
- c. het betreft beveiligingswerkzaamheden kort voor, tijdens of kort na de wedstrijd van de voetbalorganisatie, in en rond het stadion waar de wedstrijden, bedoeld in de aanhef, plaatsvinden.
Artikel 9. (ongeuniformeerden)
Onverminderd artikel 5, eerste lid, van deze regeling, belast een beveiligingsorganisatie uitsluitend een persoon ongeüniformeerd met beveiligingswerkzaamheden, indien deze in het bezit is van een op zijn naam gesteld certificaat persoonsbeveiliging van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties (SVPB) dan wel het diploma Beveiligingsmedewerker, differentiatie persoonsbeveiliger van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, voor werkzaamheden als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger.
Het eerste lid is niet van toepassing op personen belast met beveiligingswerkzaamheden ten behoeve van grootwinkel- of detailhandelbedrijven.
Onverminderd artikel 5, eerste lid, van deze regeling, belast een beveiligingsorganisatie uitsluitend een persoon ongeüniformeerd met beveiligingswerkzaamheden ten behoeve van grootwinkel- of detailhandelbedrijven, indien deze in het bezit is van een op zijn naam gesteld certificaat winkelsurveillance van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, dan wel een diploma Beveiligingsmedewerker, differentiatie winkelsurveillant van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties, dan wel een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, voor werkzaamheden als ongeüniformeerd winkelsurveillant.
Als gelijkwaardig aan het diploma in het eerste lid en het derde lid wordt erkend het Vakdiploma Beveiliging van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties.
Als gelijkwaardig aan het diploma in het derde lid wordt erkend het Certificaat Detailhandel van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties.
Artikel 10. (particulier rechercheurs)
Een recherchebureau belast uitsluitend een persoon met recherchewerkzaamheden, indien deze in het bezit is van een op naam gesteld diploma particulier onderzoeker van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties.
Als gelijkwaardig aan het diploma, bedoeld in het eerste lid, worden erkend een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, voor werkzaamheden als particulier rechercheur.
Het eerste lid geldt niet voor een periode van maximaal 12 maanden, te rekenen vanaf de dag dat de betrokkene voor het eerst bij een particulier recherchebureau dat beschikt over een keurmerk van de Nederlandse Veiligheidsbranche of van de Branchevereniging voor Particuliere Onderzoeksbureaus van de Nederlandse Veiligheidsbranche met recherchewerkzaamheden wordt belast, indien betrokkene door middel van een verklaring van de opleidende instelling kan aantonen dat hij in de periode waarop de aanvraag betrekking heeft, de opleiding voor het diploma particulier onderzoeker van de Stichting Vakexamens voor de Particuliere Beveiligingsorganisaties volgt.
De in het derde lid genoemde periode van maximaal 12 maanden wordt op geen enkele wijze onderbroken, verlengd of geschorst.
Artikel 11. (alarminstallateurs)
Een beveiligingsorganisatie die werkzaamheden verricht als bedoeld in artikel 3, onder b, van de wet, aan welke een vergunning is verleend, laat het plan voor de installatie, de installatie en het onderhoud van de alarmapparatuur die hij gebruikt, slechts opstellen dan wel uitvoeren door alarminstallateurs die in het bezit zijn van een diploma dat de instemming heeft van de minister.
Instemming als bedoeld in het eerste lid hebben:
- a. het diploma Monteur Beveiligingssystemen (MBV);
- b. het diploma Technicus Beveiligingsinstallaties (TBV);
- c. een erkenning van beroepskwalificaties als bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties, voor werkzaamheden als alarminstallateur.
3. Uniformen
Artikel 12. (uiterlijk uniform en ontheffing)
Het uniform, bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de wet, is voorzien van een embleem, overeenkomstig het in bijlage 1 bij deze regeling vastgestelde model, op de wijze zoals in genoemde bijlage is omschreven.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.