Regeling houdende nadere voorschriften voor de scheepvaart aangaande melden, uitluisteren en communiceren op de binnenwateren
Gelet op artikel 4, eerste lid, van het Vaststellingsbesluit Binnenvaartpolitiereglement en op artikel 9.07 van het Binnenvaartpolitiereglement;
Besluit:
Paragraaf 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. bijlage 1: de van deze regeling deel uitmakende bijlage 1;
- b. bijlage 2: de van deze regeling deel uitmakende bijlage 2;
- c. IVS-post: post van het Informatie- en Volgsysteem voor de scheepvaart (IVS) als aangegeven in bijlage 1;
- d. vaarweggedeelte: vaarweggedeelte waarop het Binnenvaartpolitiereglement van toepassing is;
- e. ADN: Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren;
- f. vaste tank: een met het schip verbonden tank, waarbij de tankwanden kunnen worden gevormd ofwel door de scheepsromp zelf ofwel door wanden die onafhankelijk zijn van de scheepsromp;
- g. ES-RIS: Europese standaard voor de rivierinformatiediensten.
Paragraaf 2. Meldingen met betrekking tot alle vaarweggedeelten
Artikel 2
De schipper of kapitein van de volgende schepen en samenstellen, meldt zich alvorens een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1 binnen te varen elektronisch overeenkomstig de bepalingen van deel IV Standaard voor het elektronisch melden van schepen in de binnenvaart van ES-RIS:
- a. een schip dat gevaarlijke stoffen vervoert waarop de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen van toepassing is;
- b. een tankschip, met uitzondering van bunkerschepen en bilgeboten zoals gedefinieerd onder 1.2.1 van het reglement dat als bijlage bij het ADN is gevoegd;
- c. een schip dat containers vervoert;
- d. een schip met een lengte van meer dan 110 m;
- e. een hotelschip, bedoeld in artikel 5.2 van de Binnenvaartregeling;
- f. een zeeschip, behoudens de kapitein van een zeeschip dat direct van zee komt en zich reeds overeenkomstig artikel 2 van het Besluit meldingsformaliteiten en gegevensverwerkingen scheepvaart en de daarop berustende bepalingen heeft gemeld;
- g. een schip dat een LNG-systeem aan boord heeft;
- h. bijzonder transport als bedoeld in artikel 1.21, eerste lid, van het Binnenvaartpolitiereglement;
- i. een drijvend voorwerp of drijvende inrichting, waarbij het verplaatsen daarvan klaarblijkelijk geen hinder of gevaar voor de scheepvaart en geen schade aan de kunstwerken kan veroorzaken.
Bij de melding bedoeld in het eerste lid worden vermeld:
- a. naam van het schip; en bij samenstellen van alle schepen van het samenstel;
- b. uniek Europees scheepsidentificatienummer of IMO-identificatienummer voor zeeschepen; van het schip en bij samenstellen van alle schepen van het samenstel;
- c. soort vaartuig of samenstel en bij samenstellen soort vaartuig voor alle schepen, overeenkomstig bijlage 4;
- d. laadvermogen; van het schip en bij samenstellen van alle schepen van het samenstel;
- e. lengte en breedte van het schip; en bij samenstellen lengte en breedte van het samenstel en van alle schepen van het samenstel;
- f. aanwezigheid van een LNG-systeem aan boord;
- g. voor een schip dat gevaarlijke stoffen vervoert waarop de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen van toepassing is:
- 1°. de VN-nummers of stofnummers;
- 2°. de officiële benaming voor het vervoer van de gevaarlijke stoffen;
- 3°. de klasse, classificatiecode en eventueel de verpakkingsgroep;
- 4°. de totale hoeveelheid van de gevaarlijke stoffen, waarop deze gegevens betrekking hebben;
- 5°. het aantal blauwe lichten/kegels;
- h. voor een schip dat stoffen vervoert waarop de Regeling vervoer over de binnenwateren van gevaarlijke stoffen niet van toepassing is, en die niet in containers worden vervoerd: soort en hoeveelheid lading;
- i. aantal containers aan boord naar grootte en beladingstoestand (beladen of onbeladen) en de respectievelijke plaats van containers overeenkomstig het stuwplan en het containertype;
- j. containernummer van de container met gevaarlijke stoffen;
- k. aantal personen aan boord en voor zover van toepassing het aantal passagiers;
- l. positie, vaarrichting;
- m. diepgang, indien de bevoegde autoriteit hierom vraagt;
- n. route met opgave van de vertrek- en bestemmingshaven;
- o. haven waar is geladen;
- p. haven waar wordt gelost.
In afwijking van het eerste lid, melden de volgende schepen de in het tweede lid genoemde gegevens, behoudens die genoemd onder l en m, op elektronische wijze, wanneer zij zich op een scheepvaartweg genoemd in bijlage 9 van het Binnenvaartpolitiereglement bevinden:
- a. schepen en samenstellen met containers aan boord, en
- b. schepen en samenstellen waarvan ten minste één schip is bestemd voor het vervoer van goederen in vaste tanks, met uitzondering van bunkerschepen en bilgeboten zoals gedefinieerd onder 1.2.1 van het reglement dat als bijlage bij het ADN is gevoegd.’
Artikel 3
De in artikel 2, tweede lid genoemde gegevens, met uitzondering van die genoemd onder l en m, kunnen ook vanaf een andere plaats of door een andere persoon dan de schipper of de kapitein, tijdig schriftelijk of telefonisch dan wel anderszins aan de IVS-post die op de vaarroute het eerst zal worden gepasseerd, worden medegedeeld.
In ieder geval meldt de schipper of kapitein het tijdstip van in- en uitvaren met zijn schip of samenstel van een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1.
Artikel 4
De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, meldt wanneer de vaart op een vaarweggedeelte dat deel uitmaakt van bijlage 1 gedurende meer dan twee uur wordt onderbroken, het begin en het einde van deze onderbreking aan de dichtstbijzijnde IVS-post.
Artikel 5
Indien de in artikel 2, tweede lid, genoemde gegevens tijdens de vaart wijzigen, wordt dit door de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onmiddellijk aan de dichtstbijzijnde IVS-post medegedeeld, of indien sprake is van een schip als bedoeld in artikel 2, derde lid, via elektronische weg.
Het eerste lid is niet van toepassing op de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, dat zich bevindt op een vaarweg benedenstrooms van km 991.7 van de Nieuwe Maas of van km 998 van de Oude Maas.
Artikel 6
De gegevens genoemd in artikel 2, tweede lid, onder a, b en c, worden door de schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, gemeld op het ter plaatse aangeduide marifoonkanaal bij het passeren van een sluis en bij een met teken B.11 uit bijlage 7 van het Binnenvaartpolitiereglement aangeduid meldpunt.
Paragraaf 3. Meldingen met betrekking tot de in bijlage 2 genoemde vaarweggedeelten
Artikel 7
De schipper of de kapitein van een schip als bedoeld in bijlage 2, dat vaart op een vaarweggedeelte genoemd in die bijlage, meldt zich, onverminderd het in artikel 2 bepaalde, overeenkomstig hetgeen in die bijlage is aangegeven.
Artikel 8
Andere schepen dan bedoeld in artikel 2, eerste lid, luisteren tijdens de vaart op een vaarweggedeelte genoemd in bijlage 2, uit en communiceren op het in die bijlage aangegeven marifoonkanaal.
Paragraaf 4. Toegestane afmetingen en diepgang vaarweggedeelten
Artikel 9
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 april 1999.
Artikel 10
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling communicatie en afmetingen rijksbinnenwateren.
Bijlage 1
⋯
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.