Wet van 26 maart 1999, houdende machtiging tot medewerking aan de oprichting van een Waarborgfonds voor de zorgsector
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging hebben genomen, dat het wenselijk is dat de Staat medewerking verleent aan de oprichting van een Stichting Waarborgfonds voor de zorgsector;
Zo is het, dat Wij, de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Artikel 1
Onze Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport wordt gemachtigd mede te werken aan de oprichting van een Stichting Waarborgfonds voor de zorgsector door:
- a. een initiële storting aan die Stichting te doen;
- b. de positie van achterborg te bekleden door aan die Stichting op een bij overeenkomst bepaalde wijze en tot bedragen als in die overeenkomst bepaald renteloze leningen te verstrekken ter voorkoming van liquiditeitstekorten bij de Stichting.
Artikel 2
Deze wet treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin zij wordt geplaatst.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.