← Geldende tekst · Geschiedenis

Rijkswet van 1 juli 1999, houdende regels inzake de administratieve bijstand tussen de landen van het Koninkrijk op het gebied van de douane en inzake de heffing en de invordering van accijnzen, omzetbelasting, algemene bestedingsbelasting en belasting op bedrijfsomzetten (Rijkswet administratieve bijstand douane)

Geldende tekst a fecha 2000-01-01

Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:

Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is regels te stellen als bedoeld in artikel 38, eerste en tweede lid, van het Statuut voor het Koninkrijk inzake de administratieve bijstand tussen de landen van het Koninkrijk op het gebied van de douane en inzake de heffing en de invordering van accijnzen, omzetbelasting, algemene bestedingsbelasting en belasting op bedrijfsomzetten;

Zo is het, dat Wij, de Raad van State van het Koninkrijk gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk in acht genomen zijnde, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:

Hoofdstuk 1. Inleidende bepalingen

Artikel 1

In deze rijkswet wordt verstaan onder:

Artikel 2
1.

De douane-administraties verlenen elkaar administratieve bijstand onder de in deze rijkswet genoemde voorwaarden teneinde een juiste toepassing van de douanewetgeving en een juiste invordering van douanevorderingen te verzekeren, alsmede inbreuken te voorkomen, op te sporen en te bestrijden.

2.

Alle administratieve bijstand door één van de douane-administraties wordt verleend binnen de grenzen van haar wettelijke bevoegdheden en de haar ter beschikking staande middelen.

Hoofdstuk 2. Verstrekking en gebruik van informatie

Artikel 3
1.

Informatie die in het kader van deze rijkswet wordt ontvangen wordt slechts gebruikt voor de in artikel 2, eerste lid, genoemde doeleinden en mag slechts worden overgedragen aan andere douane-autoriteiten van het ontvangende land.

2.

In bijzondere gevallen mag de informatie worden gebruikt voor andere doeleinden, dan wel door andere autoriteiten, mits de verstrekkende douane-administratie schriftelijk uitdrukkelijk heeft ingestemd met een zodanig gebruik. Overdracht van informatie aan het openbaar ministerie of aan de rechterlijke autoriteiten vindt slechts plaats met toestemming van het openbaar ministerie dan wel de rechterlijke autoriteiten in het land van de verstrekkende douane-administratie.

3.

Op verzoek van de verstrekkende douane-administratie verschaft de ontvangende douane-administratie inlichtingen over het gebruik dat van de ontvangen informatie is gemaakt en de daarmede bereikte resultaten.

4.

Informatie die in het kader van deze rijkswet wordt ontvangen is onderworpen aan dezelfde regels voor geheimhouding als welke gelden voor soortgelijke informatie in het land van de ontvangende douane-administratie.

Hoofdstuk 3. Bescherming van persoonsgegevens

Artikel 4

Dit hoofdstuk is slechts van toepassing in de Nederlandse Antillen en Aruba. Het geldt tot het tijdstip waarop in de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk Aruba, een landsverordening in werking treedt waarbij algemene, onderscheidenlijk nadere, regels worden gesteld ter bescherming van de persoonlijke levenssfeer in verband met persoonsgegevens.

Artikel 5
1.

Onverminderd artikel 3 mogen voor de toepassing van deze rijkswet de in een persoonsregistratie opgenomen persoonsgegevens slechts worden gebruikt voorzover die gegevens:

2.

Persoonsgegevens die betrekking hebben op godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, seksualiteit, intiem levensgedrag, of op grond van medische of psychologische kenmerken, worden slechts opgenomen in aanvulling op andere persoonsgegevens en voorzover het voor de in artikel 2, eerste lid, genoemde doeleinden onvermijdelijk is.

3.

Er worden passende beveiligingsmaatregelen getroffen om persoonsgegevens die zijn opgenomen in geautomatiseerde bestanden te beschermen tegen toevallige of ongeoorloofde vernietiging, toevallig verlies en ongeoorloofde toegang, wijziging of verspreiding.

4.

Een ieder kan:

5.

De douane-administratie kan weigeren aan een in het vierde lid, onderdeel a, bedoeld verzoek te voldoen, voorzover dit noodzakelijk is voor:

6.

De douane-administratie:

7.

Een weigering om aan het verzoek, bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, te voldoen is met redenen omkleed.

8.

De douane-administratie draagt er zorg voor dat een beslissing tot verbetering, aanvulling of verwijdering zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd.

Artikel 6
1.

De Minister van Financiën van de Nederlandse Antillen, onderscheidenlijk de Minister van Financiën van Aruba, stelt voor een persoonsregistratie als bedoeld in

dit hoofdstuk een reglement vast.

2.

In het reglement worden het doel en de werking van de persoonsregistratie beschreven.

3.

Het reglement bevat in elk geval een duidelijke regeling van de volgende onderwerpen:

4.

Onverminderd de aanspraken op grond van andere wettelijke regels, heeft degene die schade lijdt doordat ten opzichte van hem in strijd wordt gehandeld met de bij of krachtens dit hoofdstuk gegeven voorschriften ter bescherming van de belangen van geregistreerde of te registreren personen, voor nadeel dat niet in vermogensschade bestaat, recht op een naar billijkheid vast te stellen schadevergoeding.

5.

De douane-administratie is aansprakelijk voor de schade of het nadeel, voortvloeiende uit het niet-nakomen van de in het vierde lid bedoelde voorschriften.

Hoofdstuk 4. Uitwisseling van informatie

Artikel 7
1.

De douane-administraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie om het bereiken van de in artikel 2, eerste lid, genoemde doeleinden te bevorderen.

2.

Indien de aangezochte douane-administratie niet beschikt over de informatie waar om wordt verzocht, stelt zij een onderzoek in om die informatie te verkrijgen. Zij is bevoegd daartoe de handelingen te verrichten die haar ten behoeve van de toepassing van, en de voorkoming, opsporing en bestrijding van inbreuken op, de eigen douanewetgeving, onderscheidenlijk ten behoeve van de invordering van eigen douanevorderingen, ter beschikking staan.

3.

Indien aan het verzoek kan worden voldaan op grond van een andere wettelijke regeling inzake samenwerking tussen de landen, geeft de aangezochte douane-administratie aan welke andere autoriteiten daarbij betrokken zijn.

Artikel 8

Op verzoek verstrekt de aangezochte douane-administratie in het bijzonder de volgende informatie:

Artikel 9

De douane-administratie verstrekt, op verzoek of uit eigen beweging, de douane-administratie van een ander land van het Koninkrijk verslagen, bewijsmiddelen, gewaarmerkte afschriften van documenten of andere gegevensdragers die informatie bevatten over gedragingen die een inbreuk behelzen of kunnen behelzen.

Hoofdstuk 5. Bijzonder toezicht

Artikel 10

Op verzoek oefent de aangezochte douane-administratie bijzonder toezicht uit op:

Hoofdstuk 6. Aanwezigheid van ambtenaren op het grondgebied van een ander land van het Koninkrijk

Artikel 11
1.

Op verzoek kunnen ambtenaren die daartoe door de verzoekende douane-administratie speciaal zijn aangewezen, met toestemming van de aangezochte douane-administratie en onder door deze te stellen voorwaarden, ten behoeve van een onderzoek naar een inbreuk:

2.

Tijdens hun verblijf op het grondgebied van een ander land van het Koninkrijk dienen de in het eerste lid bedoelde ambtenaren zich te allen tijde te kunnen legitimeren.Tijdens hun optreden ingevolge het eerste lid staan zij onder gezag van de aangezochte douane-administratie. Zij worden wat betreft de toepasselijkheid van de strafwet terzake van strafbare feiten tegen het openbaar gezag gelijk gesteld met ambtenaren van het land waar zij ingevolge dit artikel aanwezig zijn.

Artikel 12

Op verzoek stelt de aangezochte douane-administratie haar ambtenaren in de gelegenheid om als deskundige of getuige te verschijnen voor een gerecht van een ander land van het Koninkrijk.

Hoofdstuk 7. Bijzondere invorderingsbepalingen

Artikel 13
1.

Een verzoek om bijstand ter daadwerkelijke invordering van douanevorderingen gaat vergezeld van:

2.

De betekening van de executoriale titel, het bevel tot betaling en de tenuitvoerlegging geschieden overeenkomstig de in het land van de aangezochte douane-administratie van kracht zijnde wettelijke bepalingen met betrekking tot bij regeling van de Minister van Financiën van dat land als soortgelijk aangemerkte douanevorderingen.

3.

Zolang geen verklaring is ingekomen dat de douanevordering onherroepelijk vaststaat, beperkt de aangezochte douane-administratie zich tot maatregelen om de inning van de douanevordering te verzekeren.

4.

De douanevorderingen worden in het land van de aangezochte douane-administratie niet als bevoorrechte vorderingen beschouwd.

5.

De aangezochte douane-administratie is niet verplicht aan het verzoek te voldoen indien de mogelijkheden tot invordering op het grondgebied van het land van de verzoekende douane-administratie niet zijn uitgeput.

Hoofdstuk 8. Kosten

Artikel 14
1.

De douane-administraties brengen elkaar voor verleende bijstand geen kosten in rekening, met uitzondering van de kosten en honoraria betaald aan deskundigen en getuigen, alsmede de kosten van tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn, welke kosten en honoraria zullen worden betaald door de verzoekende douane-administratie.

2.

Indien een verzoek aanzienlijke en buitengewone kosten meebrengt of zal meebrengen, voeren de douane-administraties overleg over de wijze waarop het verzoek zal worden uitgevoerd en de kosten zullen worden gedragen.

3.

De niet-verhaalbare kosten van de invordering worden vergoed door het land van de verzoekende douane-administratie.

Hoofdstuk 9. Verzoeken

Artikel 15
1.

Bijstand op grond van deze rijkswet wordt rechtstreeks tussen de douane-administraties verleend.

2.

Verzoeken om bijstand op grond van deze rijkswet worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de daartoe nuttig geachte informatie. Indien de omstandigheden daartoe nopen, kan een verzoek ook mondeling worden gedaan. Een dergelijk verzoek wordt onverwijld schriftelijk bevestigd.

3.

Verzoeken om bijstand op grond van deze rijkswet bevatten ten minste de volgende informatie:

Artikel 16
1.

De douane-administratie van een land kan weigeren gevolg te geven aan een verzoek om bijstand op grond van deze rijkswet indien door het verlenen van de gevraagde bijstand een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim zou worden geschonden.

2.

Indien een verzoekende douane-administratie niet in staat zou zijn om harerzijds aan een soortgelijk verzoek om bijstand van de douane-administratie van een ander land van het Koninkrijk gevolg te geven, vermeldt zij dat in haar verzoek. Het staat de aangezochte douane-administratie vrij om aan een dergelijk verzoek gevolg te geven.

3.

Weigering om aan een verzoek te voldoen wordt steeds met redenen omkleed.

Hoofdstuk 10. Slotbepalingen

Artikel 17
1.

Na overleg tussen de Ministers van Financiën van de landen, worden bij ministeriële regeling nadere regels gesteld voor de toepassing van deze rijkswet.

2.

De ministeriële regeling, bedoeld in het eerste lid, vermeldt in ieder geval:

Artikel 18

Deze rijkswet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 19

Deze rijkswet wordt aangehaald als: Rijkswet administratieve bijstand douane.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad, in het Publicatieblad van de Nederlandse Antillen en in het Afkondigingsblad van Aruba zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.