Besluit van 28 juli 1999, houdende regelen omtrent bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen, medische verklaringen, autorisaties, erkenningen, kwalificaties en registraties (Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart)
Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie van 5 maart 1999, nr. DGRLD/JBZ/L 99 210113, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst;
Gelet op de artikelen 1.2, tweede lid, 2.2, derde lid, 2.3, tweede, vijfde en zesde lid, 2.4, tweede, derde en vierde lid, 2.7, vierde lid, 2.9, eerste lid, 3.30, 5.11, en 5.16, tweede lid, van de Wet luchtvaart;
De Raad van State gehoord (advies van 21 mei 1999, nr. W09.99.0097/V);
Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat, in overeenstemming met Onze Minister van Defensie van 15 juli 1999, nr. DGRLD/JBZ/L 99.210417, Directoraat-Generaal Rijksluchtvaartdienst;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1
In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- ASO: bewijs van bevoegdheid voor het bedienen van een luchtvaartstation (Aeronautical Station Operator);
- ATCO: het bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider als bedoeld in verordening (EU) 2015/340 , of het bewijs van bevoegdheid voor luchtverkeersleider afgegeven door Onze Minister van Defensie overeenkomstig de eisen als bedoeld in artikel 10.2, eerste lid, van de wet;
- basisopleiding: theorie- en praktijkopleiding die basiskennis en praktische vaardigheden in verband met elementaire operationele procedures bijbrengt;
- bevoegdverklaring: op een bewijs van bevoegdheid aangebrachte of daarmee samenhangende en van de vergunning deel uitmakende machtiging waarin specifieke aan de vergunning verbonden voorwaarden, rechten of beperkingen zijn aangegeven
- EVLOS: bevoegdverklaring om een RPA te bedienen binnen een vergrote zichtafstand (extended visual line of sight);
- FISO: bewijs van bevoegdheid voor het verstrekken van vluchtinformatie en alarmering (Flight Information Service Officer);
- LPE: aantekening betreffende de taalvaardigheid (Language Proficiency Endorsement);
- luchtschip: luchtvaartuig, lichter dan lucht, dat is voorzien van een voortstuwingsinrichting en een besturingsinrichting;
- luchthaveninformatie:
- 1°. informatie overeenkomend met de betekenis van de in verordening (EU) nr. 923/2012 opgenomen grondtekens die op de luchthaven zijn uitgelegd,
- 2°. informatie van windrichting of sterkte, verkregen uit ter beschikking staande middelen, zoals windmeter en windzak,
- 3°. informatie omtrent omstandigheden die het gebruik van de luchthaven kunnen beperken,
- 4°. informatie over luchtverkeersactiviteiten op en in de nabijheid van de luchthaven,
- 5°. informatie over de te volgen taxiprocedures,
- 6°. informatie over de te gebruiken parkeerplaatsen, of
- 7°. meteorologische inlichtingen verkregen overeenkomstig de Regeling luchtvaartmeteorologische inlichtingen 2006;
- luchthaveninformatieverstrekker: persoon die op grond van dit besluit bevoegd is luchthaveninformatie te verstrekken;
- modelluchtvaartuig: luchtvaartuig, niet in staat een mens te dragen, en uitsluitend gebruikt voor luchtvaartvertoning, recreatie of sport;
- OFS: communicatie ten behoeve van het uitwisselen van berichten tussen het grondstation van een offshore productieplatform en luchtvaartuigen op en nabij dit platform (Offshore);
- Onze Minister: Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat;
- OPC: Communicatie ten behoeve van het uitwisselen van berichten tussen het grondstation van de luchtvaartmaatschappij en haar luchtvaartuigen, of tussen grondstation en luchtvaartuigen waarvoor het station de uitvoerende organisatie is (Operational Control Communication);
- paramotortrike: luchtvaartuig zonder starre hoofdstructuur, dat wordt gestart en geland door gebruik te maken van een wielconstructie en over een hulpmotor beschikt, met niet meer dan twee zitplaatsen en een maximum startmassa van niet meer dan:
- a. 300 kg voor een eenzitter;
- b. 450 kg voor een tweezitter;
- RFI: bevoegdverklaring recreatief vlieginstructeur (Recreational Flight Instructor);
- RPA: op afstand bestuurd luchtvaartuig (remotely piloted aircraft), onbemand, niet zijnde een modelluchtvaartuig;
- RPA-L: bewijs van bevoegdheid voor bestuurder van een RPA (remote pilot license);
- RPAS: RPA, het daarbij horend grondstation, het vereiste besturingssysteem en andere in het type ontwerp gespecificeerde componenten;
- RPA waarnemer: door de luchtvaartexploitant aangewezen geoefend en bekwaam persoon die door visuele waarneming van het RPA de bestuurder bij staat in de veilige uitvoering van de vlucht;
- RPL: bewijs van bevoegdheid voor recreatief vlieger (Recreational Pilot Licence);
- RT: bevoegdverklaring radiotelefonie (Radio Telephony);
- schermvliegtuig: zweeftoestel zonder starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
- SUR: bevoegdverklaring tot het verstrekken van advies en inlichtingen met behulp van surveillance apparatuur (Surveillance);
- TMG: motorzweefvliegtuig met een integraal gemonteerde niet intrekbare motor en een niet intrekbare propeller, dat in staat is om op eigen kracht op te stijgen en te klimmen (Touring Motor Glider);
- uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947: uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947 van de Commissie van 24 mei 2019 inzake de regels en procedures voor de exploitatie van onbemande luchtvaartuigen (PbEU 2019, L 152);
- verdrag: Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109);
- verordening (EU) nr. 1178/2011: verordening (EU) nr. 1178/2011 van de Commissie van 3 november 2011 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot de bemanning van burgerluchtvaartuigen, overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad (PB L 311);
- verordening (EU) nr. 1321/2014: Verordening (EU) nr. 1321/2014 van de Commissie van 26 november 2014 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen (PbEU 2014, L 362);
- verordening (EU) nr. 2015/340: verordening (EU) 2015/340 van de Commissie van 20 februari 2015 tot vaststelling van technische eisen en administratieve procedures met betrekking tot vergunningen en certificaten van luchtverkeersleiders overeenkomstig Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad, tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 923/2012 van de Commissie en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 805/2011 van de Commissie (PB L 63);
- verordening (EU) nr. 923/2012: uitvoeringsverordening (EU) 923/2012 van de Commissie van 26 september 2012 tot vaststelling van gemeenschappelijke luchtverkeersregels en operationele bepalingen betreffende luchtvaartnavigatiediensten en -procedures en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 1035/2011 en Verordeningen (EG) nr. 1265/2007, (EG) nr. 1794/2006, (EG) nr. 730/2006, (EG) nr. 1033/2006 en (EU) nr. 255/2010 (PB L 281);
- vliegtuig: gemotoriseerd luchtvaartuig met vaste vleugels, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht gehouden kan worden door aërodynamische reactiekrachten op zijn vleugels;
- VLOS: bevoegdverklaring om een RPAS te bedienen binnen zichtafstand (visual line of sight);
- vluchtinformatieverstrekker: persoon, die op grond van een FISO bevoegd is tot het geven van advies, inlichtingen en alarmering aan luchtverkeer of grondverkeer;
- wet: Wet luchtvaart;
- zeilvliegtuig: zweeftoestel met starre hoofdstructuur, dat kan worden gedragen en slechts gestart en geland kan worden door gebruik te maken van de benen van de bestuurder;
- zweeftoestel: luchtvaartuig niet zijnde een TMG, zwaarder dan lucht, dat hoofdzakelijk in de lucht kan worden gehouden door aerodynamische reactiekrachten en waarvan de vrije vlucht niet afhankelijk is van een motor;
- zweefvliegtuig: zweeftoestel met vaste vleugel.
Hoofdstuk 2. Luchtvarenden, boordwerktuigkundigen en onderhoudstechnici
Paragraaf 1. Bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen
Artikel 2
Onze Minister kan de volgende bewijzen van bevoegdheid afgeven:
- a. RPL, dat de bevoegdheid geeft, niet tegen vergoeding, op te treden als bestuurder van een luchtvaartuig, dat gecertificeerd is of luchtwaardig is bevonden voor maximaal 4 inzittenden, tijdens vluchten zonder baat, onder de volgende beperkingen:
- 1°. alleen tijdens VFR-vluchten;
- 2°. alleen tijdens de daglichtperiode als bedoeld in artikel 1 van het Besluit luchtverkeer 2014, en
- 3°. niet met passagiers, tenzij de houder ten minste tien uur ervaring heeft als gezagvoerder van een luchtvaartuig van dezelfde categorie of met dezelfde bijzondere bevoegdverklaring en de houder in de voorafgaande negentig dagen ten minste drie starts en drie landingen heeft uitgevoerd als gezagvoerder van een luchtvaartuig van dezelfde categorie en met dezelfde bijzondere bevoegdverklaring;
- b. RPA-L, dat de bevoegdheid geeft op te treden als bestuurder van een RPA waarvan de totale massa niet meer dan 150 kg bedraagt en dat gecertificeerd is of luchtwaardig is bevonden.
Een bewijs van bevoegdheid kan worden afgegeven voor de volgende categorieën luchtvaartuigen:
- a. RPL: vliegtuigen (A), helikopters (H), luchtschepen (AS), gyrokopters (GC) en andere categorieën (OA);
- b. RPA-L: vliegtuigen (A) en helikopters (H) en andere categorieën (OA).
Een RPA-L wordt slechts afgegeven, indien ten minste één algemene bevoegdverklaring voor het type operatie, één bijzondere bevoegdverklaring voor werkzaamheden en één bijzondere bevoegdverklaring voor klasse daarop is weergegeven.
De bevoegdheden die voortvloeien uit een bewijs van bevoegdheid zijn steeds beperkt tot die typen of klassen luchtvaartuigen of tot die werkzaamheden waarvoor een bijzondere bevoegdverklaring is afgegeven
Een bewijs van bevoegdheid wordt afgegeven voor onbepaalde duur.
Artikel 2a
Vervallen
Artikel 3
Aan houders van een RPL kan, onder de krachtens artikel 2.2 van de wet genoemde bijzondere bevoegdverklaringen, al dan niet onder beperkingen naar soort vlucht of ervaring, één of meer van de volgende algemene bevoegdverklaringen worden afgegeven:
- a. RT, dat de bevoegdheid geeft om radiocontact met de luchtverkeersdienst, of met bestuurders van andere luchtvaartuigen te onderhouden;
- b. RFI, dat de bevoegdheid geeft om vliegonderricht te geven voor de afgifte van een:
-
- RPL, of
-
- bijzondere bevoegdverklaring in een RPL;
- c. LPE met de bevoegdheden en voorwaarden, bedoeld in verordening (EU) nr. 1178/2011.
De bevoegdheden die voortvloeien uit een RT zijn steeds beperkt tot het overeenkomende bewijs van bevoegdheid van de houder.
De bevoegdheden die voortvloeien uit een algemene bevoegdverklaring, met uitzondering van de RT, zijn steeds beperkt tot die categorie luchtvaartuigen waarvoor de bevoegdverklaring is afgegeven.
Aan houders van een RPA-L kan, onder de krachtens artikel 2.2 van de wet genoemde bijzondere bevoegdverklaringen, al dan niet onder beperkingen naar soort vlucht of ervaring, één of meer van de volgende algemene bevoegdverklaringen worden afgegeven:
- a. VLOS, dat de bevoegdheid geeft op te treden als bestuurder van een RPA waarvan de totale massa niet meer dan 150 kg bedraagt, tijdens operaties binnen zichtafstand van de bestuurder onder de volgende beperkingen:
- 1°. alleen tijdens VFR-vluchten;
- 2°. alleen tijdens de daglichtperiode, bedoeld in artikel 1 van het Besluit luchtverkeer 2014.
- b. EVLOS, dat de bevoegdheid geeft op te treden als bestuurder van een RPA waarvan de totale massa niet meer dan 150 kg bedraagt, tijdens operaties binnen zichtafstand van de bestuurder of een RPA waarnemer, onder de volgende beperkingen:
- 1°. alleen tijdens VFR-vluchten;
- 2°. alleen tijdens de daglichtperiode, bedoeld in artikel 1 van het Besluit luchtverkeer 2014.
- c. RT, dat de bevoegdheid geeft om radiocontact met de luchtverkeersdienst of met bestuurders van andere luchtvaartuigen te onderhouden;
- d. nachtvliegen (RPA), dat de bevoegdheid geeft om VFR-vluchten met een RPA buiten de daglichtperiode uit te voeren, onder de volgende beperkingen:
- 1°. alleen met een toestel dat luchtwaardig is bevonden voor de uitvoering van vluchten buiten de daglichtperiode;
- 2°. alleen voor vluchten waarvan de uitvoering niet is verboden bij of krachtens het Besluit luchtverkeer 2014 dan wel andere regelgeving.
- e. FI (RPA), dat de bevoegdheid geeft om vliegonderricht te geven voor de afgifte van:
- 1°. een RPA-L;
- 2°. een algemene of bijzondere bevoegdverklaring in een RPA-L.
- f. LPE, met de bevoegdheden en voorwaarden bedoeld in verordening (EU) nr. 1178/2011.
De beperking, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a, sub 2, en onderdeel b, sub 2, geldt niet indien op het RPA-L de algemene bevoegdverklaring nachtvliegen (RPA) is weergegeven en deze bevoegdheid, gelet op de daaraan verbonden beperkingen, mag worden uitgeoefend.
Artikel 4
De RT, de VLOS en de EVLOS wordt afgegeven voor onbepaalde duur.
De RFI en de FI(RPA) worden afgegeven voor de duur van ten hoogste drie jaren.
De geldigheidsduur wordt, indien de bevoegdverklaring niet is afgegeven op de laatste dag van de maand van afgifte, berekend vanaf de eerste dag van de maand, volgend op de maand van afgifte.
Artikel 5
Onze Minister stelt bijzondere bevoegdverklaringen naar type, klasse of werkzaamheden vast en de duur waarvoor zij worden afgegeven.
Onze Minister kan beperkingen vaststellen waaronder bijzondere bevoegdverklaringen worden afgegeven.
Artikel 6
De leeftijd, welke moet zijn bereikt om voor een bewijs van bevoegdheid in aanmerking te komen, bedraagt voor:
- a. RPL: 16 jaar;
- b. RPA-L: 18 jaar.
De leeftijd, welke moet zijn bereikt om voor een instructeursbevoegdverklaring in aanmerking te komen, bedraagt 18 jaar.
Artikel 7
Vervallen
Artikel 8
Met inachtneming van de artikelen 2, 3 en 6 wordt het bewijs van bevoegdheid of de bevoegdverklaring op aanvraag afgegeven aan een ieder die:
- a. voldoet aan de bij ministeriële regeling vast te stellen vereisten inzake kennis, bedrevenheid, ervaring en opleiding, en,
- b. in het bezit is van een geldige medische verklaring klasse II.
In afwijking van het eerste lid, onderdeel b, volstaat, in plaats van een geldige medische verklaring klasse II, een geldige medische verklaring voor het LAPL voor het verkrijgen van:
- a. het bewijs van bevoegdheid, bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdeel b;
- b. het bewijs van bevoegdheid RPL voor het besturen van Micro Light Aeroplanes, Micro Light Helicopters, lichte gyrokopters, historische gemotoriseerde vliegtuigen of amateur vliegtuigbouwproducten tot een gewicht van 2000 kilogram.
De aanvraag tot afgifte van een bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring wordt gedaan op een daartoe door Onze Minister verstrekt aanvraagformulier.
Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, onderdeel h, van de wet, worden vergoed.
Artikel 9
De bevoegdverklaringen, genoemd in artikel 3 en 5, worden verlengd indien de houder van het bewijs van bevoegdheid op bij ministeriële regeling te bepalen wijze heeft aangetoond, dat hij zijn kennis, bedrevenheid en ervaring heeft behouden.
Artikel 10
Het document waarop het bewijs van bevoegdheid en de bevoegdverklaring zijn weergegeven wordt afgegeven voor een periode van ten hoogste vijf jaar.
Onze Minister vernieuwt een document als bedoeld in het eerste lid na afgifte of wederafgifte van een bevoegdverklaring en wanneer de ruimte, bestemd om verlengingen van bevoegdverklaringen aan te tekenen, geheel is ingevuld, en stelt nadere regels met betrekking tot de eisen voor wederafgifte van een bevoegdverklaring.
Onze Minister kan een document als bedoeld in het eerste lid vernieuwen, indien het is verloren, indien het onleesbaar, beschadigd of anderszins onbruikbaar is geworden, om enige administratieve reden of, naar zijn goeddunken, wanneer een bevoegdverklaring wordt verlengd.
Indien een document wegens verlies is vernieuwd en het verloren document wordt teruggevonden, zendt de houder het teruggevonden document zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.
Indien een document anders dan wegens verlies is vernieuwd, kan Onze Minister de houder opdragen het oorspronkelijke document binnen een week na de datum van verzending van het nieuwe document aan Onze Minister te zenden.
Artikel 11
Artikel 2.1, eerste en tweede lid, van de wet is niet van toepassing op:
- a. het bedienen van een modelvliegtuig, waarvan de totale massa ten hoogste 25 kg bedraagt;
- b. het bedienen van een ballon, die op zeeniveau in de internationale standaard-atmosfeer in geheel gevulde toestand een diameter van ten hoogste 2.00 m of een inhoud van ten hoogste 4.00 kubieke m heeft, alsmede aan elkaar gekoppelde ballonnen waarvan de gezamenlijke diameter en inhoud deze waarden niet te boven gaan;
- c. het bedienen van een toestel, zwaarder dan lucht, en niet voorzien van een voortstuwingsinrichting, dat door middel van een ankerkabel of lijn is verbonden met het aardoppervlak (kabelvlieger);
- d. bedienen van een luchtschip, dat op zeeniveau in de internationale standaard atmosfeer in geheel gevulde toestand een grootste afmeting heeft van 5.00 m of een inhoud van ten hoogste 4.00 kubieke m;
- e. het bedienen van een toestel, zwaarder dan lucht in de vorm van een scherm met harnas, dat met een lijn of lijnen is bevestigd aan een voertuig of vaartuig, waardoor het in de lucht kan worden gehouden (valschermzweeftoestel);
- f. het bedienen van een zeilvliegtuig;
- g. het bedienen van een schermvliegtuig;
- h. het bedienen van een ballon, die tijdens het in de lucht houden permanent is bevestigd aan het aardoppervlak (kabelballon);
- i. het bedienen van een scherm dat dient om de daalsnelheid van een persoon zodanig te beperken dat deze veilig het aardoppervlak kan bereiken (valscherm);
- j. het bedienen van een luchtvaartuig onder toezicht van een instructeur, die houder is van een voor de bediening van dat luchtvaartuig en die vlucht afgegeven bewijs van bevoegdheid, waarop weergegeven de nodige bevoegdverklaringen op een zodanige wijze dat de instructeur onmiddellijk kan ingrijpen;
- k. het uitvoeren van een solovlucht onder toezicht van een instructeur, die houder is van een voor de bediening van dat luchtvaartuig en die vlucht afgegeven bewijs van bevoegdheid, waarop weergegeven de nodige bevoegdverklaringen, door een bestuurder, die geen houder is van een bewijs van bevoegdheid, indien de bestuurder:
-
- beschikt over voldoende kennis voor de uit te voeren solovlucht;
-
- beschikt over een geldige medische verklaring klasse 1 of 2; en
-
- beschikt over een schriftelijke soloverklaring van de instructeur;
- l. het bedienen van een zweefvliegtuig;
- m. het bedienen van een vrije ballon, niet tegen vergoeding, met één of twee plaatsen die is ontworpen voor een maximumvolume van ten hoogste 1.200 kubieke m;
- n. het bedienen van een paramotortrike.
Het eerste lid, onderdelen b tot en met n, is van toepassing indien de bestuurder:
- a. de leeftijd van 16 jaar heeft bereikt, met dien verstande, dat de bestuurder van een zweeftoestel die een solovlucht uitvoert binnen zichtafstand van de luchthaven tot een maximum van 5 kilometer rondom de luchthaven, de leeftijd van 14 jaar heeft bereikt,
- b. kan aantonen te beschikken over voldoende bekwaamheid om op een veilige manier deel te nemen aan het luchtverkeer, en
- c. kan aantonen dat een verzekering is gesloten tegen de burgerrechtelijke aansprakelijkheid jegens derden als gevolg van het gebruik van het luchtvaartuig.
Onze Minister kan nadere regels geven met betrekking tot het eerste lid, onderdelen f, g en n.
De artikelen 2.1, eerste lid, voor zover dit betrekking heeft op het bedienen van een grondstation of mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet, en artikel 2.2, tweede lid, van de wet zijn niet van toepassing op degene die een luchtvaartuig als bedoeld in het eerste lid bedient of een solovlucht als bedoeld in onderdeel k van dat lid uitvoert, en houder is van een door Onze Minister afgegeven certificaat waaruit blijkt, dat die houder bevoegd is tot het bedienen van een grondstation of mobiel station als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, van de wet.
Artikel 12
Onze Minister kan nadere regels geven met betrekking tot het afgeven van bewijzen van gelijkstelling. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende eisen inzake kennis, bedrevenheid, ervaring, leeftijd en medische geschiktheid.
Paragraaf 2. De opleidingsinstelling
Artikel 13
Onze Minister geeft nadere regels met betrekking tot de erkenning en registratie van een opleidingsinstelling. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
- a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;
- b. eisen inzake de opleiding;
- c. de afgifte, geldigheidsduur, intrekking en wijziging.
Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.9, vierde lid, van de wet worden vergoed.
Onze Minister geeft nadere regels met betrekking tot de kwalificatie van STD's. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
- a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;
- b. het onderscheid in eisen naar niveau;
- c. de afgifte, geldigheidsduur, verlenging, schorsing, intrekking en wijziging.
Onze Minister kan entiteiten aanwijzen, als bedoeld in de volgende onderdelen van de Bijlage bij de uitvoeringsverordening (EU) nr. 2019/947:
- a. Deel A, UAS.OPEN.020 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A1, sub 4, onder b;
- b. Deel A, UAS.OPEN.030 UAS-vluchtuitvoeringen in subcategorie A2, sub 2;
- c. Deel B, UAS.SPEC.050 verantwoordelijkheden van de UAS-exploitant, sub 1, onder d. iii;
- d. Aanhangsel 1, hoofdstuk I, UAS.STS-01.020 UAS-vluchtuitvoeringen in STS-01, sub 1, onder e. i;
- e. Aanhangsel 1, hoofdstuk II, UAS.STS-02.020 UAS-vluchtuitvoeringen in STS-02, sub 9, onder b.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld met betrekking tot de aanwijzing van entiteiten als bedoeld in het vierde lid.
Paragraaf 2. De opleidingsinstelling
Artikel 14
Het examen kan bestaan uit een theorie- en een praktijkgedeelte.
In afwijking van het eerste lid, wordt voor de RPA-L en voor de daarbij behorende bevoegdverklaringen aan de eisen, bedoeld in het eerste lid voldaan door het met goed gevolg afronden van een opleiding aan een door Onze Minister daartoe erkende opleidingsinstelling dan wel aan een door de bevoegde autoriteit van een door Onze Minister bij regeling aangewezen staat daartoe erkende opleidingsinstelling.
Onze Minister kan nadere regels geven met betrekking tot het examen.
Voor het verkrijgen van de algemene bevoegdverklaring LPE kan aan de eisen als bedoeld in het eerste lid tevens worden voldaan door het met goed gevolg afronden van een opleiding aan een door Onze Minister daartoe erkende opleidingsinstelling dan wel aan een door de bevoegde autoriteit van een door Onze Minister bij regeling aangewezen staat daartoe erkende opleidingsinstelling.
Artikel 15
Onze Minister stelt het resultaat van het theorie- en praktijkexamen vast.
Onze Minister stelt nadere regels met betrekking tot de autorisatie en benoeming van examinatoren. Deze regels omvatten in ieder geval bepalingen betreffende:
- a. de bij de aanvraag in te dienen gegevens;
- b. de afgifte, geldigheidsduur, verlenging en intrekking;
- c. de eisen inzake kennis, bedrevenheid en ervaring;
- d. het onderscheid in bevoegdheden naar soort autorisatie;
- e. de bezoldiging van benoemde examinatoren.
In afwijking van het eerste lid stelt het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het resultaat van het schriftelijke theorie-examen vast.
Artikel 15a
Vervallen
Artikel 16
Onze Minister stelt een examenreglement vast.
In dit reglement kunnen bepalingen opgenomen worden omtrent:
- a. de wijze van examinering;
- b. de duur van examens en de wijze waarop examens worden uitgevoerd;
- c. de vaststelling van de examenopgaven voor het schriftelijke gedeelte;
- d. de groepen van vakken waarin examens kunnen worden afgelegd;
- e. het gebruik van STD's ten behoeve van examens;
- f. de aanmelding voor examens;
- g. de toelating tot examens;
- h. geheimhouding;
- i. het toezicht op theorie- en praktijkexamens;
- j. de uitsluiting van een examinandus van examens;
- k. de ordemaatregelen tijdens examens;
- l. de beoordeling van examens;
- m. de vaststelling van het resultaat van examens;
- n. de kennisgeving van de uitslag;
- o. de mogelijkheid van herexamens;
- p. het afnemen van praktijkexamens;
- q. de termijn waarbinnen examens moeten zijn afgelegd;
- r. de uitsluiting van examens;
- s. frequentie van het examen.
Hoofdstuk 3. Luchtverkeersleiders, vluchtinformatieverstrekkers en luchtvaartterreininformatieverstrekkers
Paragraaf 1. Bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen
Artikel 17
Onze Minister kan de bewijzen van bevoegdheid ASO onderscheidenlijk FISO afgeven.
Artikel 18
Aan een houder van een ASO worden, nadat deze de desbetreffende opleiding met goed resultaat heeft gevolgd, één of meer van de volgende bevoegdverklaringen afgegeven:
- a. ADR (Aerodrome), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van luchthaveninformatie aan luchthavenverkeer;
- b. TOW (Towing), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van dienstberichten aan sleepvoertuigen niet zijnde luchtvaartuigen op het landingsterrein van een gecontroleerde luchthaven onder verantwoordelijkheid van een luchtverkeersleider;
- c. GCO (Ground Communications Officer), die de bevoegdheid geeft tot het voeren van communicatie met luchtvaartuigen en voertuigen op een gecontroleerde luchthaven;
- d. DIS (Display), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van luchtvaartvertoningsinformatie aan luchtverkeer dat deelneemt aan een luchtvaartvertoning overeenkomstig de bij regeling van Onze Minister gestelde regels;
- e. OFS (Offshore), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van informatie aan luchtverkeer op en nabij een offshore productieplatform.
Op de bevoegdverklaring GCO is ten minste één van de volgende aantekeningen aangebracht:
- a. CLD (Clearance Delivery), die de bevoegdheid geeft tot het geven van route- en startupklaringen alsmede voor de vluchtuitvoering relevante informatie aan luchtvaartuigen op platforms;
- b. GMS (Ground Movement Service), die de bevoegdheid geeft tot het verstrekken van dienstberichten aan of begeleiden van voertuigen, sleepverkeer, luchthavendiensten, hulpdiensten en andere betrokkenen op het landingsterrein, onder verantwoordelijkheid van de luchtverkeersleider.
De in het tweede lid genoemde aantekening wordt afgegeven indien hiervoor de desbetreffende opleiding met goed resultaat is afgerond.
Aan een houder van een ASO worden, nadat deze de desbetreffende opleiding met goed resultaat heeft gevolgd, één of meer van de volgende aantekeningen, die van overeenkomstige toepassing zijn als de gelijkluidende aantekeningen in artikel 4 van verordening (EU) nr. 2015/340, bij het bewijs van bevoegdheid afgegeven:
- a. Assessor, waarmee wordt aangegeven dat de houder bevoegd is om praktische vaardigheden van (leerling-)bedieners van een luchtvaartstation te beoordelen;
- b. OJTI (On the Job Training Instructor endorsement), waarmee wordt aangegeven dat de houder bevoegd is om opleiding op de werkplek en opleiding met synthetische opleidingstoestellen te geven;
- c. STDI (Synthetic Training Device Instructor endorsement), waarmee wordt aangegeven dat de houder bevoegd is om opleiding met synthetische opleidingstoestellen te geven;
- d. aantekening betreffende de eenheid (unit endorsement), de op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en daarvan deel uitmakende machtiging die de ICAO-locatie-indicator of de naam van de luchthaven weergeeft;
- e. aantekening betreffende de taalvaardigheid (language proficiency endorsement), de op het bewijs van bevoegdheid aangebrachte en daarvan deel uitmakende machtiging die de taalvaardigheid van de houder aangeeft.
Een bevoegdverklaring als bedoeld in het eerste lid is slechts geldig indien daaraan de in het vierde lid, onderdeel d, bedoelde aantekening betreffende de eenheid, is verbonden.
Een aantekening als bedoeld in het vierde lid, onderdelen a tot en met c, is slechts geldig in combinatie met het bewijs van bevoegdheid en de bevoegdverklaring waarvan zij deel uitmaakt.
Een aantekening als bedoeld in het vierde lid, onderdeel e, kan worden afgegeven indien de houder van een ASO reeds beschikt over een geldige aantekening betreffende de taalvaardigheid op een ATCO of FISO met geldige eenheidsaantekening.
Artikel 19
De minimumleeftijd voor de afgifte van een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 17 bedraagt 18 jaar.
Artikel 20
Met inachtneming van artikel 19 wordt een FISO en ASO op aanvraag verleend aan een ieder die:
- a. voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen eisen inzake kennis, bedrevenheid en ervaring, en
- b. overeenkomstig Bijlage 1 bij het op 7 december 1944 te Chicago gesloten Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart (Trb. 1973, 109) voldoet aan de vereisten inzake het vermogen tot beheersing van de Engelse taal op de niveaus 4, 5 of 6.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op het verlenen van bevoegdverklaringen en aantekeningen als bedoeld in de artikelen 18 en 18a, met uitzondering van de bevoegdverklaring TOW waarop onderdeel b van het eerste lid niet van toepassing is.
In aanvulling op het eerste lid is voor het verlenen van een FISO vereist dat de aanvrager in het bezit is van een geldige medische verklaring, klasse 3, als bedoeld in bijlage IV van verordening (EU) nr. 2015/340.
Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, onderdeel h, van de wet, worden vergoed.
Artikel 21
Een FISO of een ASO en de bevoegdverklaring of aantekening bij de bevoegdverklaring wordt voor onbepaalde tijd afgegeven.
Een aantekening bij het bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 18, vierde lid, onderdelen a, b, c of d, respectievelijk artikel 18a, derde lid, onderdelen a, b, c of d, wordt voor een termijn van 3 jaar verstrekt.
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld voor de afgifte, vernieuwing en verlenging van de in het tweede, vijfde en zesde lid bedoelde aantekeningen.
De termijnen, bedoeld in het tweede lid, worden met eenzelfde termijn verlengd indien de houder voldoet aan bij ministeriële regeling te stellen regels inzake kennis, bedrevenheid en ervaring.
Een aantekening bij het bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 18, tweede lid, onderdeel d, wordt verstrekt voor een termijn van:
- a. 3 jaar, indien de aantekening taalvaardigheidsniveau 4 betreft;
- b. 6 jaar, indien de aantekening taalvaardigheidsniveau 5 betreft; of
- c. onbeperkte duur, indien de aantekening taalvaardigheidsniveau 6 betreft.
Een aantekening bij het bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 18a, derde lid, onderdeel e, wordt verstrekt voor een termijn van:
- a. 3 jaar, indien de aantekening taalvaardigheidsniveau 4 betreft;
- b. 6 jaar, indien de aantekening taalvaardigheidsniveau 5 betreft; of
- c. 9 jaar, indien de aantekening taalvaardigheidsniveau 6 betreft.
Artikel 22
De vereisten inzake kennis, bedrevenheid en ervaring behorende bij de basisopleiding en de opleiding voor de bevoegdverklaring ADR voor het verkrijgen van een FISO zijn niet van toepassing op personen die 24 maanden voor de datum van aanvraag in het bezit waren van:
- a. een geldig ATCO met de bevoegdverklaring ADC overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340; of
- b. een geldig ATCO met de bevoegdverklaring ADI en ADV afgegeven door Onze Minister van Defensie overeenkomstig artikel 10.2, eerste lid, van de wet.
De vereisten inzake kennis, bedrevenheid en ervaring behorende bij de basisopleiding en de opleiding voor de bevoegdverklaring AER met de aantekening SUR voor het verkrijgen van een FISO zijn niet van toepassing op personen die 24 maanden voor de datum van aanvraag in het bezit waren van:
- a. een geldig ATCO met de bevoegdverklaring APS of ACS overeenkomstig verordening (EU) nr. 2015/340; of
- b. een geldig ATCO met bevoegdverklaring APS of ACS of FISO met bevoegdverklaring AER met de aantekening RAD afgegeven door Onze Minister van Defensie overeenkomstig artikel 10.2, eerste lid, van de wet.
Artikel 23
De artikelen 2.1, eerste lid, voor zover dit betrekking heeft op het bedienen van een grondstation of mobiel station in de luchtvaartmobiele band, waarvoor een vergunning is vereist als bedoeld in artikel 3.13 van de Telecommunicatiewet, en artikel 2.2, tweede lid, van de wet zijn niet van toepassing op houders van een ASO voor het voeren van OPC.
Artikel 24
Onze Minister kan een bewijs van bevoegdheid vernieuwen, indien het is verloren of indien het onleesbaar, beschadigd of anderszins onbruikbaar is geworden.
Indien een bewijs van bevoegdheid wegens verlies is vernieuwd en het verloren bewijs wordt teruggevonden, zendt de houder het teruggevonden bewijs zo spoedig mogelijk aan Onze Minister.
Indien een bewijs van bevoegdheid anders dan wegens verlies is vernieuwd, kan Onze Minister de houder opdragen het oorspronkelijke bewijs binnen een week na de datum van verzending van het nieuwe bewijs aan Onze Minister te zenden.
Paragraaf 2. Opleiding en kwalificatie
Artikel 25
Vervallen
Artikel 26
Vervallen
Artikel 38
Vervallen
Artikel 28
Vervallen
Artikel 29
Vervallen
Hoofdstuk 4. Medische verklaring
Paragraaf 3. Het examen
Artikel 30
Ten behoeve van een door Onze Minister, al dan niet onder beperkingen, af te geven medische verklaring wordt degene, die zulk een verklaring heeft aangevraagd, gekeurd door een geneeskundige of door een geneeskundige instantie.
Onze Minister kan in ieder geval regels geven met betrekking tot:
- a. de aanvraag van de keuring;
- b. de oproep voor en de aanmelding bij de keuring;
- c. de ten behoeve van de afgifte van een medische verklaring te verrichten keuring;
- d. de anamnese;
- e. de kennisgeving van de uitslag;
- f. de eisen van medische geschiktheid en de beperkingen waaronder de medische verklaring kan worden afgegeven;
- g. de eisen waaraan een geneeskundige of een geneeskundige instantie ten behoeve van hun autorisatie moeten voldoen;
- h. de verplichtingen van de houder van de medische verklaring of van een geneeskundige of een geneeskundige instantie;
- i. de erkenning van in het buitenland verrichte keuringen.
Onze Minister stelt de tarieven vast, volgens welke de kosten, als bedoeld in artikel 2.3, zesde lid, onderdeel h en artikel 2.4, derde lid, onderdeel g, van de wet worden vergoed.
Artikel 31
De geldigheidsduur van een medische verklaring als bedoeld in artikel 8 wordt bepaald overeenkomstig verordening (EU) nr. 1178/2011.
De geldigheidsduur van de medische verklaring klasse 3, bedoeld in bijlage IV van verordening (EU) nr. 2015/340, voor houders van een FISO bedraagt ten hoogste 24 maanden voor houders tot 40 jaar en 12 maanden voor houders van 40 jaar en ouder.
Onze Minister stelt nadere regels voor de verlenging van een medische verklaring.
Paragraaf 1. Keuring
Artikel 32
Ten behoeve van de beslissing op bezwaar tegen een beschikking met betrekking tot de medische verklaring of certificaat kan Onze Minister een Adviescommissie instellen.
Bij elke volgende keuring wordt rekening gehouden met het advies van de Adviescommissie.
Artikel 33
De Adviescommissie bestaat uit ten minste vijf leden, waaronder een voorzitter, die door Onze Minister worden benoemd voor een periode van 3 jaar en ontslagen.
Van de leden van de Adviescommissie wordt ten minste één lid benoemd uit de kring van deskundigen met betrekking tot medische certificaten klasse 1, ten minste één lid uit de kring van deskundigen met betrekking tot medische certificaten klasse 2 en ten minste één lid uit de kring van deskundigen met betrekking tot medische verklaringen klasse 3.
Artikel 34
Onze Minister doet een ontvangen bezwaarschrift binnen een week aan de Adviescommissie toekomen.
Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot door de Adviescommissie in acht te nemen procedures.
Artikel 35
Zolang in een vacature in de Adviescommissie niet is voorzien, vormen de overblijvende leden de Adviescommissie met de bevoegdheden van de volledige Adviescommissie.
Hoofdstuk 5. Schorsing
Artikel 36
Indien een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring is geschorst op één van de in artikel 2.5, eerste lid, onderdeel a of b van de wet genoemde gronden, kan Onze Minister bepalen dat de houder zich opnieuw aan een door Onze Minister te bepalen examen onderwerpt. Het examen kan beperkt blijven tot één of enkele onderdelen.
Indien een bewijs van bevoegdheid of een bevoegdverklaring is geschorst op grond van artikel 2.5, eerste lid, onderdeel c, wordt de schorsing opgeheven bij opnieuw gebleken medische geschiktheid.
Hoofdstuk 6. Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 37
In afwijking van artikel 17 kan een luchtvaartstation tot 1 januari 2019 eveneens worden bediend, onderscheidenlijk vluchtinformatie eveneens worden verstrekt, door de houder van een geldig bewijs van bevoegdheid voor luchthaveninformatieverstrekker onderscheidenlijk een geldig bewijs van bevoegdheid voor vluchtinformatieverstrekker dat is afgegeven vóór 1 januari 2018.
Artikel 38
Met uitzondering van diegene die in aanmerking komt voor een bewijs van bevoegdheid als bedoeld in artikel 41, eerste lid, wordt aan de houder van een geldig bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring, zonder dat behoeft te worden voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste lid, van dit besluit gestelde eisen, een nieuw bewijs van bevoegdheid of bevoegdverklaring afgegeven voor de nog lopende periode van onderscheidenlijk het bewijs van bevoegdheid of de bevoegdverklaring, met dien verstande dat:
- a. aan een houder van een vliegbewijs B1, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 6, van de R.T.L. een ATPL wordt afgegeven in een overeenkomende categorie luchtvaartuigen;
- b. aan een houder van een vliegbewijs B2 als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, onder 5, van de R.T.L., een CPL wordt afgegeven in de categorie vliegtuigen met de aantekening, dat de houder bevoegd is tot het optreden als eerste bestuurder tijdens verkeersvluchten op multi-pilot vliegtuigen met een maximum startmassa van niet meer dan 20 000 kg., indien hij in het bezit is van een bijzondere bevoegdverklaring voor een multi-pilot vliegtuigtype;
- c. aan een houder van een vliegbewijs B2, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 5 van de R.T.L. een CPL wordt afgegeven in de categorie vliegtuigen, indien hij niet in het bezit is van een bijzondere bevoegdverklaring voor een multi-pilot vliegtuigtype;
- d. aan een houder van een vliegbewijs B3 als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, onderdeel 4, van de R.T.L., een CPL wordt afgegeven in de categorie vliegtuigen met de aantekening, dat de houder bevoegd is tot het optreden als eerste bestuurder tijdens verkeersvluchten op multi-pilot vliegtuigen met een maximum startmassa van niet meer dan 5 700 kg., indien hij in het bezit is van een bijzondere bevoegdverklaring voor een multi-pilot vliegtuigtype met een maximum startmassa van niet meer dan 5 700 kg;
- e. aan een houder van een vliegbewijs B3, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 4, van de R.T.L. een CPL wordt afgegeven in een overeenkomende categorie luchtvaartuigen;
- f. aan een houder van een vliegbewijs A, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 3, van de R.T.L. een PPL wordt afgegeven in een overeenkomende categorie luchtvaartuigen;
- g. aan een houder van een bijzondere bevoegdverklaring VK1A onderscheidenlijk VK2A een bijzondere bevoegdverklaring SE piston (land) onderscheidenlijk ME piston (land) wordt afgegeven, en indien genoemde houder aantoont in een voorafgaande periode van 12 maanden ten minste 10 uur vliegervaring te hebben opgedaan op een vliegtuigtype met een MTOW van maximaal 2000 kg, uitgerust met een turbinemotor, een bijzondere bevoegdverklaring voor dat betreffende vliegtuigtype wordt afgegeven;
- h. aan een houder van een bevoegdverklaring blindvliegen, als bedoeld in artikel 16, onderdeel a, sub 2, van de R.T.L. of een vliegbewijs B1, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 6, van de R.T.L. in de categorie luchtvaartuigen, afhankelijk van hun vliegtuigbevoegdverklaring een IR-SE of IR-ME, dan wel beide wordt afgegeven in een overeenkomende categorie luchtvaartuigen;
- i. aan een houder van een beperkt vliegbewijs A, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 2, van de R.T.L., een RPL wordt afgegeven in een overeenkomende categorie luchtvaartuigen met een overeenkomende bijzondere bevoegdverklaring;
- j. aan een houder van een oefenbewijs, als bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel a, sub 1, van de R.T.L., in een van de in artikel 2, tweede lid, genoemde categorieën luchtvaartuigen vrijstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 11, onderdeel h van dit besluit.
Aan andere dan de in het eerste lid genoemde houders van een geldig bewijs van bevoegdheid wordt, zonder dat behoeft te worden voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste lid van dit besluit genoemde eisen, een nieuw bewijs van bevoegdheid verstrekt, dat gelijkwaardig is aan hun huidige bewijs van bevoegdheid;
Aan andere dan de in het eerste lid genoemde houders van een geldige algemene bevoegdverklaring wordt, zonder dat behoeft te worden voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste lid, van dit besluit, genoemde eisen, een nieuwe bevoegdverklaring op het document weergegeven dat gelijkwaardig is aan hun huidige bevoegdverklaring;
Aan degene die vliegonderricht geeft of heeft gegeven, als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onderdeel g, h of j, wordt op verzoek een TRI onderscheidenlijk CRI onderscheidenlijk SFI afgegeven, indien hij aantoont voor de inwerkingtreding van dit besluit ten minste 5 uur het bedoelde vliegonderricht te hebben gegeven in de voorafgaande periode van 12 maanden.
Aan andere dan de in het eerste lid genoemde houders van een geldige bijzondere bevoegdverklaring wordt, zonder dat behoeft te worden voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste lid, van dit besluit genoemde eisen, een bijzondere bevoegdverklaring als bedoeld in de bijlage bij dit besluit weergegeven op het document.
Aan degenen die op het moment van inwerkingtreding van dit besluit aan kunnen tonen bevoegd te zijn om praktijkexamens af te nemen en te beoordelen wordt, zonder dat behoeft te worden voldaan aan de bij of krachtens artikel 8, eerste lid, van dit besluit genoemde eisen een autorisatiedocument verstrekt met inbegrip van bevoegdheden gelijkwaardig aan de bevoegdheden die zij op dat moment hebben.
Aan een houder van een geldige ontheffing voor het besturen van een ultra licht vliegtuig, die op grond van artikel 8a, derde lid, van de Luchtvaartwet is verstrekt, wordt op verzoek en op afgifte van de ontheffing een RPL afgegeven in de categorie vliegtuigen, met de bijzondere bevoegdverklaring MLA.
Aan een houder van een geldige ontheffing voor het geven van vliegonderricht op een ultra licht vliegtuig, die op grond van artikel 8a, derde lid van de Luchtvaartwet is verstrekt, wordt op verzoek en op afgifte van de ontheffing een RFI afgegeven in de categorie vliegtuigen, met de bijzondere bevoegdverklaring MLA.
Aan een houder van een geldige ontheffing voor het besturen van een gyrocopter, die op grond van artikel 8a, derde lid, van de Luchtvaartwet is verstrekt, wordt op verzoek en op afgifte van de ontheffing een RPL afgegeven in de categorie helicopters, met de bijzondere bevoegdverklaring gyroplane voor het overeenkomende type gyroplane.
Aan een houder van een ontheffing, die op grond van de Regeling havendienstradio is verleend, wordt met ingang van 1 oktober 1999 een bewijs van bevoegdheid verstrekt als bedoeld in artikel 17, onderdeel d.
Bewijzen van bevoegdheid die op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit op grond van artikel 2 van het Besluit kwalificaties luchtverkeersdienstverlening zijn afgegeven, worden aangemerkt als zijnde afgegeven op grond van dit besluit, met dien verstande dat zij hun geldigheid blijven behouden voor de in het bewijs genoemde termijn.
Bewijzen van bevoegdheid, bevoegdverklaringen, autorisaties en ontheffingen, die op grond van dit artikel zijn verstrekt danwel afgegeven kunnen, voor zover zij betrekking hebben op danwel samenhangen met het ATPL, CPL of PPL tot uiterlijk acht jaar na inwerkingtreding van het desbetreffende lid of onderdeel van dit artikel worden verlengd zonder dat behoeft te worden voldaan aan de bij of krachtens artikel 41 van dit besluit gestelde eisen, na welk tijdstip zij komen te vervallen.
Artikel 39
Vervallen
Artikel 40
Vervallen
Artikel 41. Conversie
Vervallen
Artikel 42
De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen, onderdelen daarvan, bewijzen van bevoegdheid, algemene of bijzondere bevoegdverklaringen verschillend kan worden vastgesteld.
Artikel 43
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart.
Bijlage. als bedoeld in artikel 38, vijfde lid, van het besluit bewijzen van bevoegdheid
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting en de bijlagen in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 24a
Voor het verzorgen van ASO- en FISO-opleidingen is een door Onze Minister goed te keuren opleidingenplan noodzakelijk.
Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld voor de goedkeuring van het in het eerste lid bedoelde opleidingenplan, die in ieder geval betrekking hebben op:
- a. eisen inzake de inhoud van de opleiding;
- b. de in het opleidingenplan op te nemen gegevens;
- c. de geldigheidsduur en wijze van de goedkeuring;
- d. de onderdelen waaruit een opleidingenplan kan bestaan;
- e. de kennis- en vaardigheidsbeoordeling.
Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld voor de afgifte van een tijdelijke machtiging als instructeur voor opleidingen op de werkplek of als assessor.
Artikel 24b
Vervallen
Paragraaf 2. Opleiding en kwalificatie
Hoofdstuk 4. Medische verklaring
Paragraaf 3. Het examen
Hoofdstuk 5. Schorsing
Hoofdstuk 4. Medische verklaring
Artikel 41. Conversie
Aan degene die op grond van artikel 38 in aanmerking komt voor een ATPL of CPL in de categorie vliegtuigen wordt op verzoek voor de duur van dat bewijs een gelijkwaardig bewijs van bevoegdheid afgegeven op een document als bedoeld in Appendix 1 behorend bij JAR-FCL 1 075, indien hij aantoonbaar voldoet aan de eisen als bedoeld in Appendix 1 behorend bij JAR-FCL 1 005 en RT heeft behaald en geldig gehouden.
Aan degene die op grond van artikel 38 in aanmerking komt voor een PPL in de categorie vliegtuigen wordt op verzoek voor de duur van dat bewijs een gelijkwaardig bewijs van bevoegdheid afgegeven op een document, als bedoeld in Appendix 1 behorend bij JAR-FCL 1 075, indien hij aantoonbaar:
- a. met goed gevolg de bekwaamheidsproef voor de desbetreffende bijzondere bevoegdverklaring heeft afgelegd;
- b. aan Onze Minister verklaard heeft de relevante bepalingen van JAR-FCL te kennen;
- c. ten minste 70 uur totale vliegervaring heeft in de desbetreffende bijzondere bevoegdverklaring;
- d. RT heeft behaald en geldig gehouden.
Aan degene die op grond van artikel 38 in aanmerking komt voor een ATPL, CPL of PPL in de categorie helicopters wordt op verzoek voor de duur van dat bewijs een gelijkwaardig bewijs van bevoegdheid afgegeven op een document als bedoeld in Appendix 1 behorend bij JAR-FCL 2 075, indien hij aantoonbaar voldoet aan de eisen, bedoeld in Appendix 1 behorend bij JAR-FCL 2 005 en in het bezit is van een geldig RT.
Aan degene die op grond van artikel 38 in aanmerking komt voor een CFEL in de categorie vliegtuigen wordt op verzoek, voor de duur van dat bewijs, een gelijkwaardig bewijs van bevoegdheid afgegeven op een document als bedoeld in Appendix 1 behorend bij JAR-FCL 4 075, indien hij aantoonbaar voldoet aan de eisen, bedoeld in Appendix 1 behorend bij JAR-FCL 4 005 en in het bezit is van een geldig RT.
Het eerste tot en met vierde lid is van overeenkomstige toepassing op een algemene bevoegdverklaring, voor zover het verzoek tot afgifte van die bevoegdverklaring tezamen met het verzoek als bedoeld in het eerste tot en met het vierde lid wordt ingediend.
Aan degene die op grond van artikel 38, eerste lid, onderdeel m, eerste lid, subonderdeel 3°, in aanmerking komt voor een RPL met een algemene bevoegdverklaring RFI in de categorie vliegtuigen, klasse touring-motorglider, en een PPL voor de categorie vliegtuigen met de bijzondere bevoegdverklaring TMG, wordt de bevoegdverklaring FI afgegeven in een overeenkomende categorie, indien hij aantoonbaar:
- a. voldoet aan de eisen voorafgaand aan de FI-cursus als bedoeld in JAR-FCL 1 335;
- b. met goed gevolg de FI-cursus als bedoeld in JAR-FCL 1 340 heeft gevolgd;
- c. theoretische kennis op CPL-niveau heeft;
- d. met goed gevolg een praktisch examen als bedoeld in JAR-FCL 1 345 met Appendix 1 bij JAR-FCL 1 330 en 1 345 heeft afgelegd, met dien verstande dat tot 1 juli 2002 in plaats van de gevraagde 150 uur ervaring als gezagvoerder met een PPL voor de categorie vliegtuigen deze uren ook als houder van een zweefvliegbewijs met de bevoegdverklaring motorzweefvliegen worden geaccepteerd.
Bijlage I. behorende bij artikel 38, vijfde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart
| huidige klasse/typebevoegdverklaring | nieuwe bijzondere bevoegdverklaring |
|---|---|
| AIR TRACTOR AT-301 | SE piston(land) |
| AIRBUS 319/320/321 | A319/320/321 |
| AIRBUS A300 | A300 |
| AIRBUS A310 | A310/300-600 |
| ALOUETTE II | Alouette II |
| ALOUETTE III | Alouette III |
| ANTONOV AN2 | SE piston(land) |
| AS-355 | AS 355/355N |
| AS 350 | AS 350 |
| ATR-42 | ATR42/72 |
| ATR-72 | ATR42/72 |
| AYRES S2R | Snow/Ayres SET |
| BAE-146 | AVRORJ/BAe146 |
| BEECH 1900D | Beech300/1900 |
| BEECH 200 | Beech100/200 |
| BEECH 300 | Beech300/1900 |
| BEECH 65-80 | ME piston(land) |
| BEECH 65-A90 | ME piston(land) |
| BEECH 90/99 | Beech90/99 |
| BEECH 95-A55 | Beech90/99 |
| BEECH BE-300 | Beech300/1900 |
| BEECH BE-58 | ME piston(land) |
| BEECH C90 | Beech90/99 |
| BEECH D18S | ME piston(land) |
| BELL 2 0 6 | Bell 206/ 206 L |
| BELL 206 | Bell 206/ 206 L |
| BELL 222U | Bell 222/ 230/ 430 |
| BN2A | ME piston(land) |
| BN2B | ME piston(land) |
| BN2T | BN2T |
| BO 105 | BO 105/105 LS |
| BOEING 707 | B707/720 |
| BOEING 727 | B727 |
| BOEING 737 | B737 100-200 |
| BOEING 737-300 | B737 300-800 |
| BOEING 737-400 | B737 300-800 |
| BOEING 737-500 | B737 300-800 |
| BOEING 737-800 | B737 300-800 |
| BOEING 747 | B747 100-300 |
| BOEING 747–400 | B747 400 |
| BOEING 757 | B757/767 |
| BOEING 767 | B757/767 |
| C-300 SER.PIST.ENG | ME piston(land) |
| CATALINA PBY-5A | Catalina |
| CESSNA 208 | Cessna SET |
| CESSNA 310 | ME piston(land) |
| CESSNA 337 | ME piston(land) |
| CESSNA 340 | ME piston(land) |
| CESSNA 400 SERIES | ME piston(land) |
| CESSNA 402 | ME piston(land) |
| CESSNA 404 | ME piston(land) |
| CESSNA 406 | C406/425 |
| CESSNA 414 | ME piston(land) |
| CESSNA 421 | ME piston(land) |
| CESSNA 425 | C406/425 |
| CESSNA 441 | C441 |
| CESSNA 500 SERIES | C500/550/560 |
| CESSNA 550 | C500/550/560 |
| CESSNA 650 | C650 |
| CESSNA T303 | ME piston(land) |
| DAUPHIN SA 365 | SA 365/ 365 N |
| DHC-2 | SE piston(land) |
| DHC-6 | DHC6 |
| DHC-8 | DHC8 |
| DORNIER 228 | D228 |
| DORNIER 328 | DO328 |
| DOUGLAS DC- 9 | DC9 10–50 |
| DOUGLAS DC-10 | DC10 |
| DOUGLAS DC-2 | DC2 |
| DOUGLAS DC-3 | DC3 |
| DOUGLAS DC-4 | DC4 |
| DOUGLAS DC-8 | DC8 |
| DOUGLAS DC-9–80 | DC9 80/MD88/MD90 |
| DOUGLAS MD-11 | MD11 |
| EMB-110 | EMB110 |
| EMBRAER 120 | EMB120 |
| ENSTROM 280 FX | E N F 280 |
| FALCON 900 | Falcon50/900 |
| FALCON 900EX | Falcon50/900 |
| FOKKER 0100 | F70/100 |
| FOKKER 050 | F50 |
| FOKKER 70 | F70/100 |
| FOKKER 70/100 | F70/100 |
| FOKKER F-27 | F27 |
| FOKKER F-28 | F28 |
| GRUMMAN G-164 | SE piston(land) |
| HARVARD | SE piston(land) |
| HFB-320 | HFB320 |
| HILLER-12 | UH 12/ UH 12 T |
| HS-125 | HS125 |
| HUGHES 269/300 | HU 269 |
| HUGHES 369/500 | HU 369 |
| JETSTREAM 31 | Jetstream31/32 |
| KEN BROCK KB-2 | B8/KB-2 series |
| LEARJET | Learjet20/30 |
| LOCKHEED L-382 | Hercules |
| MD-900 | MD 900 |
| METRO II | SA226AT/TC/227 |
| MITSUBISHI MU2B | MU2B |
| MYSTERE 20 | Falcon20/200 |
| MYSTERE 50 | Falcon50/900 |
| NOMAD N24A | Asta MET |
| PA-31T TURBO PROP | PA31/42 |
| PILATUS PC-6 | SE piston(land) |
| PILATUS PC6 TURBO | PC6 |
| PIPER AEROSTAR 601P | ME piston(land) |
| PIPER PA-23 | ME piston(land) |
| PIPER PA-31 | ME piston(land) |
| PIPER PA-31T2 | PA31/42 |
| PIPER PA-34 | ME piston(land) |
| PIPER PA-42 | PA31/42 |
| PIPER PA-44 | ME piston(land) |
| ROBINSON R22 | R 22 |
| ROBINSON R44 | R 44 |
| ROCKWELL 700 | ME piston(land) |
| ROGWELL AC 690B | Rockwell MET |
| SA 330 J | SA 330 |
| SA 365 | SA 365/ 365 N |
| SA 315 | SA 316/319/315 |
| SAAB SF340 | SAAB340 |
| SCHWEIZER 330/269D | HU 369 |
| SIKORSKY S-58T | SK 55/ 58/ 58 T |
| SIKORSKY S-61N | SK 61 |
| SIKORSKY S-76 | SK 76/ 76 B/ 76C |
| SIKORSKY S-76A | SK 76/ 76 B/ 76C |
| SN 601 | SN601 |
| SOCATA. TBM-700 | Aerospatiale SET |
| VK1A | SE piston(land) |
| VK2A | ME piston(land) |
| VK5 | TMG |
Bijlage II. behorende bij artikel 18 van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart (met overzicht van bij bewijzen van bevoegdheid voor luchtverkeersleider, leerlingluchtverkeersleider, vluchtinformatieverstrekker en luchtvaartterreininformatieverstrekker behorende bevoegdverklaringen, bevoegdheden en beperkingen)
Voetnoten
Toelichting
In de bovenstaande voetnoten zijn de omschrijvingen opgenomen van de algemene en bijzondere bevoegdverklaringen en de daarbij behorende bevoegdheden die bij bewijzen van bevoegdheid voor luchtverkeersleider, leerlingluchtverkeersleider, vluchtinformatieverstrekker en luchtvaartterreininformatieverstrekker kunnen worden opgenomen. Conform de Eurocontrol richtlijnen zijn met name de algemene bevoegdverklaringen via een vast structuurschema verder onderverdeeld. De afgeleide algemene bevoegdverklaringen kunnen daarbij slechts in combinatie met de bevoegdverklaring waarvan ze zijn afgeleid gebruikt worden. Zo is blijkens het schema op pagina 1 van deze bijlage bijvoorbeeld de algemene bevoegdverklaring AIR een afgeleide van de algemene bevoegdverklaring ADI. Eerstgenoemde bevoegdverklaring kan slechts bij de aanwezigheid van de bevoegdverklaring ADI gebruikt worden.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting en de bijlagen in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 1a
Dit besluit berust tevens op de artikelen 1.5, 2.9, tweede en vierde lid, en 7.6 van de wet.
Hoofdstuk 2. Luchtvarenden, boordwerktuigkundigen en onderhoudstechnici
Paragraaf 1. Bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen
Paragraaf 2. De opleidingsinstelling
Paragraaf 2. De opleidingsinstelling
Hoofdstuk 3. Luchtverkeersleiders, vluchtinformatieverstrekkers en luchthaveninformatieverstrekkers
Paragraaf 1. Bewijzen van bevoegdheid en bevoegdverklaringen
Paragraaf 2. Opleiding en kwalificatie
Artikel 24c
Met betrekking tot de certificering van FISO-opleidingen zijn de voorschriften bedoeld in verordening (EU) nr. 2015/340, Bijlage III, Deel ATCO.OR, subdelen A tot en met D, van overeenkomstige toepassing.
Artikel 2.2, eerste lid, onderdeel c, onder 1°, van de wet is niet van toepassing op de afgifte van een ASO als bedoeld in artikel 17 indien de afgifte geschiedt na een positieve kennis- en vaardigheidsbeoordeling van de aanvrager op basis van een opleidingenplan dat voldoet aan de krachtens artikel 24a, tweede lid, gestelde regels.
Paragraaf 3. Het examen
Hoofdstuk 4. Medische verklaring
Paragraaf 1. Keuring
Paragraaf 1. Keuring
Hoofdstuk 5. Schorsing
Artikel 43
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart.
Bijlage I. behorende bij artikel 38, vijfde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart
| huidige klasse/typebevoegdverklaring | nieuwe bijzondere bevoegdverklaring |
|---|---|
| AIR TRACTOR AT-301 | SE piston(land) |
| AIRBUS 319/320/321 | A319/320/321 |
| AIRBUS A300 | A300 |
| AIRBUS A310 | A310/300-600 |
| ALOUETTE II | Alouette II |
| ALOUETTE III | Alouette III |
| ANTONOV AN2 | SE piston(land) |
| AS-355 | AS 355/355N |
| AS 350 | AS 350 |
| ATR-42 | ATR42/72 |
| ATR-72 | ATR42/72 |
| AYRES S2R | Snow/Ayres SET |
| BAE-146 | AVRORJ/BAe146 |
| BEECH 1900D | Beech300/1900 |
| BEECH 200 | Beech100/200 |
| BEECH 300 | Beech300/1900 |
| BEECH 65-80 | ME piston(land) |
| BEECH 65-A90 | ME piston(land) |
| BEECH 90/99 | Beech90/99 |
| BEECH 95-A55 | Beech90/99 |
| BEECH BE-300 | Beech300/1900 |
| BEECH BE-58 | ME piston(land) |
| BEECH C90 | Beech90/99 |
| BEECH D18S | ME piston(land) |
| BELL 2 0 6 | Bell 206/ 206 L |
| BELL 206 | Bell 206/ 206 L |
| BELL 222U | Bell 222/ 230/ 430 |
| BN2A | ME piston(land) |
| BN2B | ME piston(land) |
| BN2T | BN2T |
| BO 105 | BO 105/105 LS |
| BOEING 707 | B707/720 |
| BOEING 727 | B727 |
| BOEING 737 | B737 100-200 |
| BOEING 737-300 | B737 300-800 |
| BOEING 737-400 | B737 300-800 |
| BOEING 737-500 | B737 300-800 |
| BOEING 737-800 | B737 300-800 |
| BOEING 747 | B747 100-300 |
| BOEING 747–400 | B747 400 |
| BOEING 757 | B757/767 |
| BOEING 767 | B757/767 |
| C-300 SER.PIST.ENG | ME piston(land) |
| CATALINA PBY-5A | Catalina |
| CESSNA 208 | Cessna SET |
| CESSNA 310 | ME piston(land) |
| CESSNA 337 | ME piston(land) |
| CESSNA 340 | ME piston(land) |
| CESSNA 400 SERIES | ME piston(land) |
| CESSNA 402 | ME piston(land) |
| CESSNA 404 | ME piston(land) |
| CESSNA 406 | C406/425 |
| CESSNA 414 | ME piston(land) |
| CESSNA 421 | ME piston(land) |
| CESSNA 425 | C406/425 |
| CESSNA 441 | C441 |
| CESSNA 500 SERIES | C500/550/560 |
| CESSNA 550 | C500/550/560 |
| CESSNA 650 | C650 |
| CESSNA T303 | ME piston(land) |
| DAUPHIN SA 365 | SA 365/ 365 N |
| DHC-2 | SE piston(land) |
| DHC-6 | DHC6 |
| DHC-8 | DHC8 |
| DORNIER 228 | D228 |
| DORNIER 328 | DO328 |
| DOUGLAS DC- 9 | DC9 10–50 |
| DOUGLAS DC-10 | DC10 |
| DOUGLAS DC-2 | DC2 |
| DOUGLAS DC-3 | DC3 |
| DOUGLAS DC-4 | DC4 |
| DOUGLAS DC-8 | DC8 |
| DOUGLAS DC-9–80 | DC9 80/MD88/MD90 |
| DOUGLAS MD-11 | MD11 |
| EMB-110 | EMB110 |
| EMBRAER 120 | EMB120 |
| ENSTROM 280 FX | E N F 280 |
| FALCON 900 | Falcon50/900 |
| FALCON 900EX | Falcon50/900 |
| FOKKER 0100 | F70/100 |
| FOKKER 050 | F50 |
| FOKKER 70 | F70/100 |
| FOKKER 70/100 | F70/100 |
| FOKKER F-27 | F27 |
| FOKKER F-28 | F28 |
| GRUMMAN G-164 | SE piston(land) |
| HARVARD | SE piston(land) |
| HFB-320 | HFB320 |
| HILLER-12 | UH 12/ UH 12 T |
| HS-125 | HS125 |
| HUGHES 269/300 | HU 269 |
| HUGHES 369/500 | HU 369 |
| JETSTREAM 31 | Jetstream31/32 |
| KEN BROCK KB-2 | B8/KB-2 series |
| LEARJET | Learjet20/30 |
| LOCKHEED L-382 | Hercules |
| MD-900 | MD 900 |
| METRO II | SA226AT/TC/227 |
| MITSUBISHI MU2B | MU2B |
| MYSTERE 20 | Falcon20/200 |
| MYSTERE 50 | Falcon50/900 |
| NOMAD N24A | Asta MET |
| PA-31T TURBO PROP | PA31/42 |
| PILATUS PC-6 | SE piston(land) |
| PILATUS PC6 TURBO | PC6 |
| PIPER AEROSTAR 601P | ME piston(land) |
| PIPER PA-23 | ME piston(land) |
| PIPER PA-31 | ME piston(land) |
| PIPER PA-31T2 | PA31/42 |
| PIPER PA-34 | ME piston(land) |
| PIPER PA-42 | PA31/42 |
| PIPER PA-44 | ME piston(land) |
| ROBINSON R22 | R 22 |
| ROBINSON R44 | R 44 |
| ROCKWELL 700 | ME piston(land) |
| ROGWELL AC 690B | Rockwell MET |
| SA 330 J | SA 330 |
| SA 365 | SA 365/ 365 N |
| SA 315 | SA 316/319/315 |
| SAAB SF340 | SAAB340 |
| SCHWEIZER 330/269D | HU 369 |
| SIKORSKY S-58T | SK 55/ 58/ 58 T |
| SIKORSKY S-61N | SK 61 |
| SIKORSKY S-76 | SK 76/ 76 B/ 76C |
| SIKORSKY S-76A | SK 76/ 76 B/ 76C |
| SN 601 | SN601 |
| SOCATA. TBM-700 | Aerospatiale SET |
| VK1A | SE piston(land) |
| VK2A | ME piston(land) |
| VK5 | TMG |
Bijlage I. behorende bij artikel 38, vijfde lid, van het Besluit bewijzen van bevoegdheid voor de luchtvaart
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)