Regeling houdende aanwijzing van de ambtenaren van de Rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, als ambtenaar in de zin van de artikelen 556, eerste lid, en 587, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering
Gelet op de artikelen 556, eerste lid, en 587, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering;
Besluit:
Artikel 1
De ambtenaren van de rijksbelastingdienst, bevoegd inzake douane, welke opsporingsbevoegdheid bezitten, kunnen worden belast met:
- a. de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of strafbeschikkingen, als bedoeld in artikel 6:1:1, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering;
- b. de uitreiking van een gerechtelijke mededeling als bedoeld in artikel 36b, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Artikel 2
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling executiebevoegdheden douane-ambtenaren bij strafvonnissen.
Artikel 3
Deze regeling berust op de artikelen 36d, derde lid, en 6:1:5, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 4
Deze regeling treedt in werking met ingang van de tweede dag na dagtekening van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.