Besluit van 30 september 1999, houdende nadere regels inzake het verhaal van onroerende-zaakbelasting als bedoeld in artikel 220b, eerste lid, onderdeel b, van de Gemeentewet (Besluit verhaal van onroerende-zaakbelasting)
Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 16 juli 1999, nr. FO99/U77120;
Gelet op artikel 229c van de Gemeentewet;
De Raad van State gehoord (advies van 13 augustus 1999, nr. W04.99.0372/I);
Gezien het nader rapport van de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 22 september 1999, nr. FO99/82782;
Hebben goedgevonden en verstaan:
Artikel 1
Verhaal van de onroerende-zaakbelasting, als bedoeld in artikel 220b, eerste lid, onderdeel a, van de Gemeentewet vindt plaats naar evenredigheid van
- a. het aantal delen van de onroerende zaak dat bestemd is voor afzonderlijk gebruik, en
- b. de duur van het gebruik van het desbetreffende deel van de onroerende zaak.
Partijen kunnen bij overeenkomst afwijken van het eerste lid.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.
Artikel 3
Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verhaal van onroerende-zaakbelasting.
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.