Besluit van 23 december 1999, houdende afwijkende regels inzake het recht op een uitkering ten aanzien van personen die niet in Nederland wonen (Besluit afwijkende regels beperking export uitkeringen)

Type AMvB
Publication 2018-11-14
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J.F. Hoogervorst van 8 december 1999, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/GSV/99/78348;

Gelet op de artikelen 19a, vierde lid, van de Ziektewet, 20, vijfde lid, en 43b, tweede lid, van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, 7a, vijfde lid, en 19a, tweede lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, 8a, vierde lid, en 9a, derde lid, van de Algemene Ouderdomswet, 7b, vierde lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, 32a, vijfde lid, en 32b, vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet;

De Raad van State gehoord (advies van 16 december 1999, nr. W12.99.0609/IV);

Gezien het nader rapport van de Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, J. F. Hoogervorst van 21 december 1999, Directie Sociale Verzekeringen, nr. SV/GSV/99/81589;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Hoofdstuk 1. Begripsbepaling

Artikel 1. Werkzaamheden in het algemeen belang

Voor de toepassing van dit besluit wordt onder werkzaamheden die in het algemeen belang worden verricht verstaan werkzaamheden verricht door degene die:

Hoofdstuk 2. Recht op uitkering bij werken in het algemeen belang en het niet in Nederland wonen

Artikel 2. Recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet

De persoon die verzekerd is op grond van de Ziektewet uit hoofde van een dienstbetrekking tot het verrichten van werkzaamheden in het algemeen belang en zijn in hetzelfde land wonende gezinslid hebben recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet.

Artikel 3. Recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

De verzekerde, bedoeld in artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid heeft recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel van die verzekerde of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken, indien de verzekerde werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

Artikel 4. Recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Een verzekerde als bedoeld in de artikelen 7a, eerste lid, onderscheidenlijk 19a, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid heeft recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel voor die verzekerde of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering niet indien de verzekerde werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

Artikel 5. Recht op toeslag en de hoogte van het bruto-ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet
1.

De pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft recht op een toeslag indien deze pensioengerechtigde werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

2.

Een pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die niet in Nederland woont en werkzaamheden in het algemeen belang verricht heeft recht op ouderdomspensioen alsof hij in Nederland woont.

Artikel 6. Recht op kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet

De verzekerde, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, heeft recht op kinderbijslag, indien hij werkzaamheden in het algemeen belang verricht en het eigen kind, het aangehuwde kind of het pleegkind woont in hetzelfde land of indien de verzekerde recht op kinderbijslag zou hebben indien hij in Nederland zou wonen.

Artikel 7. Recht op nabestaandenuitkering en wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet
1.

Voor de nabestaande, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, ontstaat recht op nabestaandenuitkering, indien de nabestaande werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

2.

Voor het kind, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, ontstaat recht op wezenuitkering, indien het kind werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

3.

Voor de nabestaande, bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, eindigt niet het recht op nabestaandenuitkering, indien de nabestaande werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

4.

Voor het kind, bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, eindigt het recht op wezenuitkering niet, indien het kind werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

Hoofdstuk 3. Recht op uitkering op de Nederlandse Antillen

Artikel 8. Recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet

De verzekerde, bedoeld in artikel 19a van de Ziektewet, heeft recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet, indien deze verzekerde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Artikel 9. Recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

De verzekerde, bedoeld in artikel 19 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, heeft recht op toekenning van de arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel van die verzekerde wordt de arbeidsongeschiktheidsuitkering niet ingetrokken, indien deze verzekerde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Artikel 10. Recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Een verzekerde als bedoeld in de artikelen 7a, eerste lid, onderscheidenlijk 19a, eerste lid, van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen heeft recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering dan wel voor die verzekerde eindigt het recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering niet indien de verzekerde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Artikel 11. Recht op toeslag en de hoogte van het bruto-ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet
1.

De pensioengerechtigde, bedoeld in artikel 8a, eerste lid, van de Algemene Ouderdomswet heeft recht op een toeslag indien deze pensioengerechtigde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

2.

Een pensioengerechtigde als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onderdeel a, van de Algemene Ouderdomswet die in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont heeft recht op ouderdomspensioen alsof hij in Nederland woont.

Artikel 12. Recht op kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet

De verzekerde, bedoeld in artikel 7b, eerste lid, van de Algemene Kinderbijslagwet, heeft recht op kinderbijslag, indien hij dan wel het eigen kind, het aangehuwde kind of het pleegkind in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont dan wel in Nederland, of indien de verzekerde woont in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba en hij recht op kinderbijslag zou hebben indien hij in Nederland zou wonen.

Artikel 13. Recht op nabestaandenuitkering en wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet
1.

Voor de nabestaande, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, ontstaat recht op nabestaandenuitkering, indien de nabestaande in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

2.

Voor het kind, bedoeld in artikel 32a, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, ontstaat recht op wezenuitkering, indien het kind in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

3.

Voor de nabestaande, bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, eindigt niet het recht op nabestaandenuitkering, indien de nabestaande in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

4.

Voor het kind, bedoeld in artikel 32b, eerste lid, van de Algemene nabestaandenwet, eindigt het recht op wezenuitkering niet, indien het kind in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Hoofdstuk 4. Recht op uitkering op Aruba

Artikel 14. Recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet

Vervallen

Artikel 15. Recht op toekenning van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering

Vervallen

Artikel 16. Recht op arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen

Vervallen

Artikel 17. Recht op toeslag en de hoogte van het bruto-ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet

Vervallen

Artikel 18. Recht op kinderbijslag op grond van de Algemene Kinderbijslagwet

Vervallen

Artikel 19. Recht op nabestaandenuitkering, halfwezenuitkering en wezenuitkering op grond van de Algemene nabestaandenwet

Vervallen

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Artikel 20. Tijdelijk recht op uitkering op de Nederlandse Antillen

Vervallen

Artikel 21. Tijdelijk recht op uitkering op Aruba

Vervallen

Artikel 22. Inwerkingtreding
1.

Dit besluit treedt in werking met ingang van 1 januari 2000.

2.

Indien het Staatsblad waarin dit besluit wordt geplaatst wordt uitgegeven na 31 december 1999, treedt het in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Staatsblad waarin het wordt geplaatst, en werkt het terug tot en met 1 januari 2000.

Artikel 23. Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit regels export uitkeringen.

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 3a. Recht op uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Voor de verzekerde, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, of zijn in hetzelfde land wonende gezinslid ontstaat of herleeft het recht op een uitkering op grond van die wet dan wel eindigt een dergelijke uitkering niet, indien de verzekerde werkzaamheden in het algemeen belang verricht.

Hoofdstuk 3. Recht op uitkering in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba

Artikel 9a. Recht op uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Voor de verzekerde, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, ontstaat of herleeft het recht op een uitkering op grond van die wet dan wel eindigt een dergelijke uitkering niet, indien de verzekerde in Curaçao, Sint Maarten, Aruba of in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius of Saba woont.

Hoofdstuk 4. Recht op uitkering in Aruba

Artikel 15a. Recht op uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen

Vervallen

Hoofdstuk 5. Slotbepalingen

Lasten en bevelen dat dit besluit met daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.