← Geldende tekst · Geschiedenis

Besluit van 26 januari 2000, houdende regels voor de verstrekking van gegevens door aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten met het oog op het onderzoek van telecommunicatie (Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie)

Geldende tekst a fecha 2022-03-02

Op de voordracht van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van

20 mei 1998, nr. HDTP/98/1553/HW, Hoofddirectie Telecommunicatie en Post in overeenstemming met Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Gelet op de artikelen 13.1, tweede lid, 13.2, derde lid, 13.4, derde lid, en 20.18 van de Telecommunicatiewet;

De Raad van State gehoord (advies van 19 augustus 1998, nr. W09.98.0215);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Verkeer en Waterstaat van 19 januari 2000, nr. DGTP/99/3602/JdJ, Directoraat-Generaal Telecommunicatie en Post uitgebracht in overeenstemming met Onze Ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;

Hebben goedgevonden en verstaan:

Artikel 1

In dit besluit wordt verstaan onder:

Artikel 2

Onze Minister van Justitie en Veiligheid is belast met het langs geautomatiseerde weg doorgeleiden van verzoeken om en verstrekkingen van informatie. Hij voert deze taak uit door middel van het Centraal informatiepunt onderzoek telecommunicatie.

Artikel 3
1.

Het informatiepunt, de bevoegde autoriteit en de aanbieder treffen ieder de technische voorzieningen die nodig zijn teneinde uitvoering te geven aan het tweede, derde en vierde lid. De technische voorzieningen voldoen aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 4 en 5 en aan de specificaties die zijn opgenomen in de bijlage bij dit besluit.

2.

De bevoegde autoriteit verzoekt om verstrekking van informatie die is opgenomen in het bestand, bedoeld in artikel 4, door tussenkomst van het informatiepunt. De bevoegde autoriteit doet het verzoek langs geautomatiseerde weg.

3.

De aanbieder verstrekt de informatie door tussenkomst van het informatiepunt. Daartoe verleent de aanbieder het informatiepunt langs geautomatiseerde weg gedurende 24 uur per dag rechtstreekse toegang tot de bestanden, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid.

4.

Het informatiepunt vergelijkt langs geautomatiseerde weg de gegevens waarop het verzoek betrekking heeft met de gegevens in de bestanden, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid. Wanneer de gegevens waarop het verzoek betrekking heeft aanwezig zijn in de bestanden, worden deze langs geautomatiseerde weg door het informatiepunt doorgeleid aan de bevoegde autoriteit.

5.

Op verzoek van de bevoegde autoriteit voorziet de aanbieder zonder tussenkomst van het informatiepunt in correctie van of toelichting op de gegevens, bedoeld in het vierde lid, tweede volzin.

6.

Een aanbieder en het informatiepunt komen overeen dat het informatiepunt optreedt als verwerker van de bestanden, bedoeld in artikel 4, indien de apparatuur waarin de bestanden zijn opgeslagen in beheer is bij het informatiepunt.

Artikel 4
1.

De aanbieder van vaste openbare telefoonnetwerken dan wel van mobiele openbare telefoonnetwerken of van spraakcommunicatiediensten, beschikt over een bestand waarin de volgende gegevens zijn opgenomen van de personen die gebruik maken van een dienst of netwerk van de aanbieder:

2.

De aanbieder van openbare telecommunicatienetwerken of van openbare telecommunicatiediensten die uitsluitend bestaan in de verlening van toegang tot Internet en de door middel van Internet te leveren of te verrichten diensten beschikt over een bestand waarin de volgende gegevens zijn opgenomen van de gebruikers van een netwerk of dienst van de aanbieder:

3.

De aanbieder actualiseert de gegevens in het bestand, bedoeld in het eerste respectievelijk het tweede lid, ten minste iedere 24 uur, door een aanpassing van de gegevens aan de meest actuele gegevens die hij gebruikt voor zijn bedrijfsvoering.

Artikel 5
1.

Een verzoek van de bevoegde autoriteit, bedoeld in artikel 3, tweede lid, kan slechts in het systeem worden ingevoerd door een door Onze Minister van Justitie en Veiligheid geautoriseerde ambtenaar die daartoe gebruik maakt van een hem toegekende toegangscode.

2.

De technische voorzieningen, bedoeld in artikel 3, eerste lid, zijn alleen toegankelijk voor personen die door Onze Minister van Justitie en Veiligheid zijn geautoriseerd.

3.

De vergelijking en doorgeleiding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, kan 24 uur per dag plaatsvinden.

4.

Bij de toegang, bedoeld in artikel 3, derde lid, tot de bestanden, bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, en de vergelijking en doorgeleiding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, worden:

5.

De vergelijking, bedoeld in artikel 3, vierde lid, vindt slechts plaats aan de hand van een in het verzoek opgenomen gegeven betreffende naam, adres, postcode, huisnummer, nummertoevoeging of nummer.

6.

De doorgeleiding, bedoeld in artikel 3, vierde lid, betreft slechts de gegevens waarop het verzoek zich richt.

Artikel 6

Bij regeling van Onze Minister van Justitie en Veiligheid kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de werkwijze van het informatiepunt.

Artikel 7
1.

Onze Minister van Justitie en Veiligheid draagt er zorg voor dat het informatiepunt voor elke informatieverstrekking een kenmerk vastlegt aan de hand waarvan kan worden herleid door welke aanbieder, aan welke bevoegde autoriteit en op welke rechtsgrondslag informatie is verstrekt. De vastlegging wordt gedurende drie jaren bewaard.

2.

Onze Minister van Justitie en Veiligheid draagt er zorg voor dat het informatiepunt geen gegevens opslaat als bedoeld in artikel 4, eerste en tweede lid, tenzij de gegevens worden opgeslagen onder verantwoordelijkheid van de aanbieder op basis van een overeenkomst als bedoeld in artikel 3, zesde lid. De vastlegging, bedoeld in het eerste lid, vindt op zodanige wijze plaats dat daarin geen gegevens worden opgenomen die herleidbaar zijn tot personen op wie een verzoek om informatie betrekking heeft.

Artikel 8
1.

Onze Minister van Justitie en Veiligheid stelt jaarlijks een verslag op waarin voor wat betreft de opsporing van strafbare feiten melding wordt gemaakt van het aantal malen waarin door tussenkomst van het informatiepunt aan een bevoegde autoriteit informatie is verstrekt. Deze vermelding is in ieder geval uitgesplitst naar:

2.

Onze Minister van Justitie en Veiligheid stelt jaarlijks een verslag op van een audit naar de goede uitvoering van dit besluit door de aanbieders van openbare telecommunicatiediensten of van openbare telecommunicatienetwerken, het informatiepunt, de arrondissementsparketten en de politie, of andere opsporingsdiensten.

Daarbij worden ten minste de volgende onderwerpen behandeld:

Artikel 9

Met de in artikel 3, eerste lid, bedoelde technische voorzieningen worden gelijkgesteld technische voorzieningen die rechtmatig zijn geproduceerd of in de handel zijn gebracht in een andere lid-staat van de Europese Unie dan wel rechtmatig zijn geproduceerd in een staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte, en die ten minste aan gelijkwaardige eisen voldoen.

Artikel 10

Wijzigt het Besluit aftappen openbare telecommunicatienetwerken en -diensten.

Artikel 11

Vervallen

Artikel 12

Vervallen

Artikel 13

Dit besluit wordt aangehaald als: Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie.

Bijlage. bij het Besluit van 26 januari 2000, houdende regels voor de verstrekking van gegevens door aanbieders van openbare telecommunicatienetwerken en -diensten met het oog op het onderzoek van telecommunicatie (Besluit verstrekking gegevens telecommunicatie)

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Specificatie interface voor aanlevering gegevens aan het informatiepunt

1. Gegevensverstekking

1.

De aanbieder verstrekt de navolgende op de gebruiker betrekking hebbende gegevens:

2.

Onder nummers worden mede begrepen: afgeschermde en geheime nummers.

2. Standaard voor verstrekking van de gegevens

De aanbieder verstrekt de gegevens die in de bedrijfsvoering zijn opgenomen. De verstrekking geschiedt zo veel mogelijk overeenkomstig de standaarden NEN 1888 (persoonsgegevens) en NEN 5825 (adressen). Indien deze standaarden niet worden gehanteerd, worden door de aanbieder niet gebruikte velden in het bestand« leeg» opgenomen.

3. Standaard voor de tekenset

De aanbieder maakt gebruik van de tekenset «Extended ASCII» in een XML-indeling volgens een door het informatiepunt aangeleverd schema.De aanbieder draagt zorg voor goed leesbare gegevens.

4. Informatiedrager

De aanbieder maakt gebruik van een informatiedrager die functioneel is voor de interface. Bij voorkeur wordt gebruik gemaakt van een beveiligde netwerkverbinding.

5. Veiligheidseisen

De gegevens worden zodanig verstrekt dat:

6. Anonimiteit van de gegevens

De doorgeleiding van gevraagde gegevens geschiedt anoniem. Deze anonimiteit dient technisch gewaarborgd te zijn. Met uitzondering van de periode gedurende welke de gegevens worden ingevoerd of worden geactualiseerd is het bestand niet toegankelijk voor de desbetreffende aanbieder.

7. Onbeperkte toegankelijkheid voor het informatiepunt

Het bestand en de bijbehorende lokale configuratie zijn permanent voor het informatiepunt toegankelijk, behoudens de perioden waarin de gegevens worden ingevoerd, onderscheidenlijk worden geactualiseerd, en in situaties van overmacht.

8. Actualiteit van de gegevens

Het bestand wordt eenmaal per etmaal geactualiseerd aan de laatste stand van de gegevens, zoals deze voorkomen in de bedrijfsvoering van de aanbieder.

9. Responstijd

Het bestand dient met een adequate snelheid bevraagd te kunnen worden. De gevraagde gegevens dienen binnen een gering aantal minuten te kunnen worden aangeleverd. Volstaan kan worden met het verstrekken van een zogenaamde platte tabel.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.