Houdende regels met betrekking tot het verstrekken van een specifieke uitkering aan provincies in het jaar 2000 ten behoeve van vervoermanagement

Type Ministeriële regeling
Publication 2000-02-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 17, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet;

Besluit:

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

Artikel 2

Aan een provincie wordt in het uitkeringsjaar een specifieke uitkering verstrekt met als doel:

Artikel 3
1.

De uitkering wordt door de minister voor 15 februari 2000 verleend onder voorwaarde dat voldoende gelden beschikbaar zijn gesteld.

2.

Het uitkeringsbedrag dat wordt verleend bedraagt in duizenden guldens per provincie:

Groningen 75 Friesland 75 Drenthe 75 Overijssel 160 Flevoland 60 Gelderland 575 Utrecht 360 Noord-Holland 830 Zuid-Holland 1060 Zeeland 75 Noord-Brabant 725 Limburg 115

3.

Artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c.

Artikel 4
1.

De provincie besteedt de verstrekte uitkering aan activiteiten ten behoeve van het doel van de uitkering.

2.

De provincie overlegt onverminderd het bepaalde bij of krachtens de Financiële-verhoudingswet:

3.

Indien de verleende uitkering meer bedraagt dan f 250 000 is de verantwoording als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, voorzien van een accountantsverklaring over de gemaakte kosten verbonden aan activiteiten als bedoeld in het eerste lid.

4.

De in het derde lid bedoelde accountantsverklaring wordt vastgesteld aan de hand van het door de minister vastgestelde controleprotocol.

Artikel 5
1.

Binnen vier weken na de beschikking tot verlening wordt een voorschot betaald.

2.

Het voorschot bedraagt 70% van het verleende uitkeringsbedrag.

Artikel 6
1.

Voor zover na 31 december 2000 de verleende uitkering niet is besteed ten behoeve van het doel van de uitkering, kan ze worden gereserveerd.

2.

Er mag niet meer dan 40% van de verleende uitkering worden gereserveerd.

3.

De gereserveerde bedragen dienen voor 31 juli 2001 ten behoeve van het doel van de uitkering te zijn besteed.

Artikel 7
1.

De minister stelt de uitkering vast binnen zestien weken na ontvangst van een verantwoording als bedoeld in artikel 4, tweede lid, onderdeel b. Indien niet wordt voldaan aan artikel 4, tweede lid, onderdeel b, stelt de minister de uitkering voor 1 september 2001 vast.

Artikel 8
1.

Het uitkeringsbedrag wordt overeenkomstig de vaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten.

2.

Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de vaststelling betaald.

Artikel 9

Onverschuldigd betaalde uitkeringsbedragen en voorschotten kunnen binnen acht weken na de vaststelling van de uitkering, wijziging of intrekking daarvan worden teruggevorderd.

Artikel 10

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari 2000.

Artikel 11

Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling specifieke uitkering vervoermanagement.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.