Beleidsregels aanvraag ontheffing als bedoeld in de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus

Type Beleidsregel
Publication 2000-03-26
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op artikel 5, vierde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus;

Besluit:

Artikel 1

Een aanvraag tot ontheffing, bedoeld in artikel 5, vierde lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus, wordt ingediend bij de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, door:

Artikel 2

Een aanvraag tot ontheffing wordt slechts ingewilligd, indien de functie als opsporingsambtenaar en de werkzaamheden bij de beveiligingsorganisatie of het recherchebureau zich zodanig tot elkaar verhouden dat het gevaar voor vermenging van taken en het gevaar voor overdracht van politieinformatie of opsporingsinformatie tot een minimum beperkt blijven.

Artikel 3

De aanvraag wordt beoordeeld op basis van de volgende criteria:

Artikel 4
1.

Bij de beoordeling op basis van het criterium, genoemd in artikel 3, onder a, wordt gelet op het volgende:

2.

Bij de beoordeling op basis van het criterium, genoemd in artikel 3, onder b, wordt gelet op het volgende:

3.

Bij de beoordeling op basis van het criterium, genoemd in artikel 3, onder c, wordt gelet op het volgende:

Artikel 5

Indien blijkt dat na verlening van de ontheffing sprake is van vermenging van taken dan wel overdracht van politieinformatie of opsporingsinformatie, als bedoeld in artikel 2, dan wel niet of niet langer voldaan wordt aan de aan de ontheffing verbonden beperkingen en voorschriften, kan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in overeenstemming met de Minister van Justitie en een andere minister wie het aangaat, de ontheffing intrekken.

Artikel 6

Binnen drie jaar na de inwerkingtreding van deze beleidsregels evalueert de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, in overeenstemming met de Minister van Justitie en de Minister van Defensie, de doeltreffendheid en de effecten van deze beleidsregels in de praktijk.

Artikel 7

Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

Deze beleidsregels zullen met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.