Besluit van 23 mei 2000, houdende regels ter uitvoering van titel VA van de Wet op de kansspelen (Speelautomatenbesluit 2000)

Type AMvB
Publication 2024-07-01
State In force
Source BWB
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Op de voordracht van Onze Minister van Economische Zaken van 4 november 1999, nr. WJZ/W 99062493;

Gelet op de artikelen 30c, derde lid, 30d, derde en vierde lid, 30i, 30n, 30o, derde en vierde lid, 30u, derde lid, en 30z, vierde lid, van de Wet op de kansspelen;

De Raad van State gehoord (advies van 17 februari 2000, nr. W10.99.0557/II);

Gezien het nader rapport van Onze Minister van Economische Zaken van 19 mei 2000, nr. WJZ 00032624;

Hebben goedgevonden en verstaan:

§ 1. Begripsbepalingen

Artikel 1

In dit besluit en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

§ 2. Aanwezigheidsvergunning

Artikel 2

Als laagdrempelige inrichtingen worden aangemerkt inrichtingen waar meer dan drie biljarttafels aanwezig zijn en waarvoor ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet vergunning is verleend en deze nog van kracht is, of waarvan de ondernemer inschrijfplichtig en ingeschreven is bij het Bedrijfschap Horeca.

Artikel 3
1.

Bij de indiening van de aanvraag van een aanwezigheidsvergunning die geldt voor een tijdvak van 12 maanden, is de aanvrager een vergoeding als bedoeld in artikel 30d, derde lid, van de wet verschuldigd ten bedrage van:

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak, korter dan 12 maanden of langer dan 12 maanden doch ten hoogste vier jaar, met dien verstande dat de in het eerste lid bedoelde maximumbedragen naar evenredigheid van het verschil in looptijd van de vergunning verlaagd onderscheidenlijk verhoogd worden.

3.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing, indien de vergunning geldt voor een tijdvak van meer dan vier jaar of voor onbepaalde tijd, met dien verstande dat voor de toepassing van onderdeel a in plaats van € 56,50 een bedrag van € 226,50 en voor de toepassing van onderdeel b in plaats van € 22,50 een bedrag van € 90,50 en in plaats van € 34 een bedrag van € 136 geldt.

Artikel 4
1.

Een aanwezigheidsvergunning voor een hoogdrempelige inrichting of een speelautomatenhal wordt niet verleend aan degene die:

2.

Aan degene die wegens misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes maanden door de rechter in Nederland, Aruba, Curaçao of Sint Maarten wordt binnen vijf jaar na die veroordeling een vergunning als in het eerste lid bedoeld niet verleend.

3.

Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid worden gelijkgesteld:

4.

Aan degene die bij rechterlijke uitspraak onherroepelijk is veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 450 of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, op grond van of wegens of mede wegens overtreding van:

en binnen vijf jaar na deze veroordeling opnieuw wordt veroordeeld tot een straf als hiervoor bedoeld, wordt een vergunning als in het eerste lid bedoeld niet verleend, totdat vijf jaar zijn verstreken sinds de aan deze laatste veroordeling voorafgaande eerdere veroordeling.

5.

Met een veroordeling als bedoeld in het vierde lid wordt gelijkgesteld betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van Strafrecht, tenzij de geldsom minder bedraagt dan € 340.

6.

Met een veroordeling tot een onvoorwaardelijke geldboete van € 450 of meer als bedoeld in het vierde lid wordt gelijkgesteld een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige voorwaardelijke straf.

7.

Aan degene die de houder van een aanwezigheidsvergunning voor of bedrijfsleider of beheerder was van een inrichting waarvoor de vergunning onherroepelijk is ingetrokken op grond van artikel 30f, tweede lid, onder b, van de wet of artikel 31, eerste lid, onder c, van de Alcoholwet of die voor tenminste een maand is gesloten op grond van artikel 174 van de Gemeentewet of van een op grond van artikel 149 van de Gemeentewet vastgestelde verordening, wordt binnen drie jaar na die intrekking of sluiting een vergunning als in het eerste lid bedoeld niet verleend, tenzij aannemelijk wordt gemaakt dat hem ter zake geen verwijt treft.

8.

De eisen van het eerste tot en met het zevende lid zijn van overeenkomstige toepassing op bedrijfsleiders en beheerders van een hoogdrempelige inrichting of een speelautomatenhal.

Artikel 5

Vervallen

§ 3. Exploitatievergunning

Artikel 6
1.

De aanvrager van een exploitatievergunning verstrekt bij de aanvraag gegevens betreffende zijn onderneming en de personen die met de dagelijkse leiding van de onderneming zijn belast, alsmede over de in artikel 8 bedoelde faciliteiten.

2.

Bij de indiening van de aanvraag van een exploitatievergunning is de aanvrager een vergoeding voor de kosten verbonden aan de behandeling van de aanvraag en de afgifte van de vergunning verschuldigd van € 1 815,12.

Artikel 7

Artikel 4 is van overeenkomstige toepassing op de aanvrager van een exploitatievergunning en de bedrijfsleiders en beheerders van een exploitatie.

Artikel 8

De houder van een exploitatievergunning heeft de beschikking over een werkplaats met een oppervlakte van ten minste 35 m2 en over testapparatuur en overige gereedschappen, nodig voor onderhoud en reparatie van speelautomaten, dan wel heeft permanent de mogelijkheid een derde in te schakelen die over dergelijke faciliteiten beschikt.

§ 4. Toelating van speelautomaten

§ 4.1. Speelautomaten algemeen

Artikel 9
1.

Op het model van een speelautomaat wordt op een voor de speler zichtbare plaats en op een voor hem duidelijke wijze informatie gegeven met betrekking tot de wijze waarop het spel gespeeld wordt, het spelverloop en de mogelijke spelresultaten.

2.

Tekens, voorstellingen of opschriften op het model van een speelautomaat, die winstmogelijkheden aangeven, zijn niet misleidend en geven niet anderszins aanleiding tot misvatting.

Artikel 10
1.

Het model van een speelautomaat is zo sterk en duurzaam dat het bij blootstelling aan storingen of beïnvloeding van buitenaf blijft voldoen aan de voorschriften, bij of krachtens dit besluit gegeven.

2.

Het model van een speelautomaat is zodanig geconstrueerd dat:

3.

Met betrekking tot de in het eerste en tweede lid geregelde onderwerpen kan Onze Minister nadere regels stellen.

§ 4.2. Speelautomaten bestemd voor opstelling in speelcasino's

Artikel 11

In de vergunning tot het aanwezig hebben van een of meer speelautomaten in een speelcasino worden voorschriften gegeven, welke gelden als voorwaarden tot toelating van het model van de kansspelautomaten, bestemd voor de opstelling in speelcasino's. De artikelen 9 en 10 zijn van toepassing.

§ 4.3. Kansspelautomaten niet bestemd voor opstelling in speelautomatenhallen of speelcasino's

Artikel 12
1.

Het model van een kansspelautomaat niet bestemd voor opstelling in een speelautomatenhal of een speelcasino, is zodanig geconstrueerd dat:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.